Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

 

 

 

Het verhaal van: Bilal Ibn Rabah
 



Bilâl ibn Rabâh was een slaaf in Mekka, afkomstig uit bbassinië (Ethiopië). Hij overleefde dagelijks met een handje vol dadels en wat water. Zijn eigenaar was een onmenselijk persoon genaamd Oemayyah ibn Khallaf die hem liet overwerken en hem mishandelde. Bilâl hoorde voor het eerst over de profeet Mohammed (saws) en de Islam, toen hij een keer naar een discussie van zijn meester en een aantal gasten zat te luisteren. Hij hoorde ook Aboe Bakr praten over de Islam en de gelijkheid van rassen. Uiteindelijk is Bilâl met Aboe Bakr naar de profeet Mohammed (saws) gegaan en bekeerde zich tot de waarheid en het enige ware geloof.  Bilâl was hiermee de zevende persoon die tot de Islam betrad.

De bekering van Bilâl had zware consequenties waar hij regelmatig voorop moest draaien, want hij was immers nog steeds een slaaf van de genadeloze Oemayyah, die bij het horen van de nieuws woedend was geworden en van plan was om Bilâl hard te straffen voor zijn toetreding tot de Islam. Hij dwong Bilâl dan ook vaak om 's middags in de hitte van Mekka naar buiten te gaan en drukte zijn gezicht dan in het gloeiende zand van de sahara. Maar dat niet alleen; hij legde een enorme rots boven op de borst van Bilâl en zei tegen hem dat hij het geloof van Mohammed (saws) moest verlaten en de goden van de Qoeraysh moest aanbidden. Bilâl weigerde dit pertinent en zei constant: "Ahadun ahad fardun samad" (Een is Hij, ongekend in Zijn eenheid). Zo ging het martelen door, niet alleen Bilâl maar alle slaven en armen die moslim waren geworden kregen het zwaar te verduren. Op een dag liep Aboe Bakr langs en zag Bilâl gemarteld worden door Oemayyah. Hij zei: ”Oemayyah stop hiermee”, maar Oemayyah zei tegen Aboe Bakr:”Jij Jij bent de oorzaak van het martelen, door jou schuld is hij de Islam gaan aanhangen.” Aboe bakr zei toen:”Oemayyah, noem mij een prijs voor Bilâl, en ik zal hem kopen” Uiteindelijk kwamen ze tot overeenstemming en werd Bilâl verkocht aan Aboe Bakr. Daarna gingen Aboe Bakr en Bilâl naar de profeet Mohammed (saws) en verklaarde Aboe Bakr dat hij Bilâl zijn vrijheid teruggaf, en vrij man was.

Toen de moslims hun ware vrijheid in Medina kenden, zaten ze te denken aan een manier om de mensen tot het gebed te roepen. Abdoellah ibn Zaid kwam naar de profeet Mohammed (saws) en vertelde hem over een droom die hij zag. Hij zei dat hij een man zag die in het groen gekleed was met een bel in zijn hand. Abdoellah bood aan om de bel te kopen van de man en de man vroeg waarvoor Abdoellah de bel nodig had. Abdoellah vertelde dat hij de bel nodig had om de mensen tot het gebed op te roepen. Toen zei de man dat er een betere manier was voor het roepen tot het gebed en vertelde Abdoellah dat hij het volgende moest roepen: vier keer Allâhoe Akbar ,twee maal Asjhâdoe allâ illâha illallâh, twee maal Asjhâdoe anna Mohammadan rasôel-Allah, twee maal Hayyâ alas-salâh, twee maal Hayyâ alal-falâh, twee maal Allâhoe Akbar en één maal Lâ ilâha illallâh. De Profeet Mohammed (saws) vertelde Abdoellah dat zijn droom een ware visie was en vertelde hem dat hij het aan Bilâl moest leren, omdat Bilâl een mooie en ver-reikende stem had. Bilâl werd hiermee de eerste gebedsomroeper (Moe’addzin). Toen Omar ibn Elkhattab de adhân (oproep tot het gebed) hoorde rende hij naar de profeet Mohammed (saws) en vertelde hem ook over hetzelfde gedroomd te hebben en de profeet Mohammed (saws) zei hem dat de openbaring hem voor was.

Bilâl had een voorbeeldig gedrag en was erg geduldig. Een keer was er een misverstand tussen hem en een ander metgezel ontstaan, waardoor de metgezel opgestookt werd door shaytân en Bilâl had uitgescholden voor "Ibn alsawdaa" (zoon van een zwarte vrouw). Bilâl zei niks terug bleef rustig en ging naar de profeet Mohammed (saws) en vertelde hem wat er voorgevallen was. De profeet Mohammed (saws) ging onmiddelijk naar de metgezel toe en zei tegen hem:”Ga naar Bilâl, en bied je verontschuldiging aan.” De metgezel die zijn daad betreurde ging naar Bilâl en ging op de grond liggen en zei tegen hem:”Bilâl ik heb je zo gekwetst, je mag met je voeten op mijn gezicht gaan staan.” Toen zei Bilâl "Maar hoe zou ik op een gezicht kunnen gaan staan die voor Allah (swt) heeft gebeden? Sta op Moge Allah je vergeven broeder."

Tijdens de slag bij Badr werden de zinnen van Bilâl op Oemayyah gezet. Toen Bilâl Oemayyah zag schreeuwde hij: "De aartsvijand, de aartsvijand van Allah, Oemayyah ibn Khalaf, Moge ik niet leven als hij leeft!" Omdat Bilâl die woorden maar bleef herhalen had een ander Oemayyah al gedood met zijn zwaard. Bilâl was niet blij omdat er gewroken werd voor zijn persoon maar niet voor de Islam. Zoals bij alle metgezellen ging zijn liefde voor Allah (swt) en zijn profeet (saws) vóór alle andere belangen en Oemayyah was al een vijand van de Islam vóórdat hij de vijand werd van Bilâl.

Bilâl was erg vroom en Godsvruchtig. Hij bad altijd twee rakât nadat hij woedoe (rituele wassing) had gemaakt. Hij vaste vaak en bad ook vaak 's nachts. Zijn liefde voor de profeet Mohammed (saws) was onbeschrijfelijk. Hij was ook overal te vinden waar de profeet Mohammed (saws) was en bediende hem op zijn wenken. Toen de profeet Mohammed (saws) overleed, werd Bilâl gevraagd om de adhân te doen. Toen hij tijdens het roepen bij de naam van Mohammed (saws) kwam, kon hij bijna niet meer verder gaan, hij had een brok in zijn keel van verdriet en begon te huilen en zijn tranen stroomden, stroomden en stroomden. Hij verklaarde daarna nooit meer de adhân te willen doen wegens zijn grote verdriet. Hij kon zelfs niet meer in Medina wonen, omdat elke plek hem deed denken aan de profeet Mohammed (saws).

Toen Aboe Bakr kalifa werd, ging Bilâl naar Assham voor de Djihad en bleef de rest van leven daar wonen. Hij heeft daarna maar twee keer nog de adhân verricht. De ene keer was toen Omar ibn Elkhatab naar Assaham was gekomen en de tweede keer was toen hij het graf van de profeet Mohammed (saws) in Medina ging bezoeken, daar verzochten alle mensen hem om de adhân te doen en toen hij dit met moeite en veel verdriet deed, huilden alle mensen van Medina die toen herinnerd werden van het grote gemis van de nobele profeet Mohammed (saws).

Bilâl, de ooit als slaaf gekomen man uit Afrika overleed als één van Allah's (swt) beste en oprechte dienaren. Hij werd vierenzestig jaar.


Wa alaikoem salaam wa Rahmatoellahi wa Barakatoeh

 

 

 

© 2003 copyright. Alle Rechten Voorbehouden. All Rights Reserved.
De informatie op de website is bedoeld voor persoonlijk, niet-commercieel gebruik. Elke vorm van herpublicatie van de inhoud zonder voorafgaande, schriftelijke, toestemming is
niet toegestaan.