Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

 

 

 

 

Het verhaal van: Aboe Dharr Al-Ghifari

 

In de Waddan vallei die Mekka verbindt met de rest van de buitenwereld, leefde de Ghifar stam. De Ghifar stam leefde van de magere giften van de handel karavanen van de Quraiysh die regelmatig tussen Syrië en Mekka reisde. Het is ook zo dat de Al-Ghifar stam vaak niet tevreden was met wat ze kregen van de karavanen waardoor deze leeggeroofd werden. Wegpiraten waren ze dus ook en gevreesd door de meeste stammen.

Jundub Ibn Junadah, bij genaamd Aboe Dharr Al-Ghifari, was één van de leden van deze Ghifar stam. Hij was bekend om zijn moed, zijn kalmte en zijn voor uit kijkende heldere blik, maar ook voor zijn afkeer voor de beelden die aanbeden werden. Hij verwierp deze nutteloze religieuze gewoontes en de religieuze corruptie waarin de Arabieren in die tijd verkeerden.

Terwijl hij in de woestijn van Waddan was, bereikte hem het nieuws van een nieuwe Profeet in Mekka. Hij hoopte echt dat de verschijning van deze Profeet een verandering zou brengen in de harten en gedachten van de mensen en hen zou leiden van de duisternis van bijgeloof naar het licht der waarheid. Zonder veel tijd te verspillen, riep hij zijn jongere broer, Anis en zei tegen hem:

" Anis, ga naar Mekka en breng mij wat je maar kan vinden aan nieuws over deze man die beweert een Profeet te zijn, die openbaringen krijgt vanuit de hemelen. Luister naar wat hij te vertellen heeft en kom dan terug en reciteer het aan mij."

Anis ging naar Mekka en ontmoette de Profeet (saws). Hij luisterde naar wat hij te vertellen had en ging terug naar de Waddan woestijn. Aboe Dharr kwam hem tegen en vroeg hem verlangend naar het nieuws over de Profeet (saws).

"Ik zag een man,”:vertelde Anis: "die mensen nobele eigenschappen leert en wat hij zegt is niet enkel en alleen poëzie."
"Wat zeggen de mensen over hem?" vroeg Aboe Dharr. "Ze noemen hem een magiër, een waarzegger en dichter" "Mijn nieuwsgierigheid is nog niet gedoofd. Ik ben nog niet klaar met deze zaak. Wil je mijn familie behoeden, zodat ik naar Mekka kan gaan en deze Profeet en zijn missie zelf kan gaan onderzoeken?" "Ja, maar wees wel op je hoede van de mensen van Mekka": zei Anis.

Bij zijn aankomst in Mekka voelde Aboe Dharr zich onmiddellijk bezorgd en besloot om zeer voorzichtig te werk te gaan. De Quraiysh leden waren merkbaar woedend over het afkeuren van hun 'goden'. En Aboe Dharr hoorde van het verschrikkelijke geweld dat tegen de volgelingen van de Profeet (saws) werd gebruikt, maar dat verwachte hij al. Hij besloot daarom dan ook  om niemand zomaar te vragen over Mohammed (saws), omdat hij niet wist wie wel of niet een aanhanger van hem (saws) was.

'S nachts ging hij voor de Heilige moskee liggen. Ali Ibn abi Talib (neef van Profeet) kwam hem tegen en zag dat hij een vreedeling was dus vroeg hij hem om de nacht in zijn huis door te brengen. Aboe Dharr stemde toe maar zei verder geen woord en Ali vroeg hem verder ook niets. Dit duurde zo drie nachten voort, zonder enige vragen van beide kanten.

Maar hoe dan ook, op de derde nacht vroeg Ali hem: "Ga je me niet vertellen waarom je hier in Mekka bent?"
"Alleen als je belooft mij te leiden naar datgene wat ik zoek." Ali stemde toe en Aboe Dharr zei: " Ik kwam naar Mekka van een verre plaats om een ontmoeting te regelen met de nieuwe Profeet en om te luisteren naar wat hij te vertellen heeft."

Ali's gezicht werd verlicht van vreugde en zei: "Bij Allah, hij is echt de Boodschapper van Allah" en Ali vertelde hem de hele nacht over de Profeet (saws), aan het einde van het gesprek zei Ali: " Morgen vroeg zal ik je naar hem toe brengen maar we moeten voorzichtig zijn!"

"As salamoe alaikoem ya Rasoeloellah" :groette Aboe Dharr de Profeet (saws) toen hij eindelijk bij hem kwam.

"Wa alaikoem salamoe allahi wa rahamatoehoe wa barakatoeh": klonk het antwoord van de Profeet (saws). Aboe Dharr was dus de eerste die Profeet (saws) groette met de Islamitische groet, daarna werd deze groet verspreid en algemeen gebruikt.

De Profeet (saws) verwelkomde Aboe Dharr en nodigde hem uit tot de Islam. Hij reciteerde wat Qor’aan Ayât (verzen) voor hem en meteen sprak Aboe Dharr de Shahada (geloofsgetuigenis) uit en trad de Islam binnen als één van de eersten.

Maar laten we Aboe Dharr Al-Ghifari zijn eigen verhaal zelf  maar afmaken.......

Nadat ik met de Profeet (saws) in Mekka verbleef en hij mij alles leerde over de Islam en de Qor’aan, zei de Profeet (saws) tegen mij: "Vertel niemand in Mekka over je bekering tot de Islam, Ik vrees dat ze jou gaan vermoorden."

Ik zei: "Bij Hem die mijn ziel bezit, Ik zal Mekka niet verlaten vóór dat ik naar de Heilige moskee ga en de waarheid ga verklaren voor iedereen van de Quraiysh. "

De Profeet (saws) zei niets. Ik ging naar de Moskee en de Quraiysh waren daar in grote aantallen aan het discussiëren. Ik ging te midden van ze staan en riep luidkeels: "O mensen van de Quraiysh, ik getuig dat er geen god is dan Allah en dat Mohammed de boodschapper van Allah is."

Mijn woorden hadden een onmiddellijke effect op ze. Ze sprongen op en zeiden: "Grijp deze man die zijn religie heeft verkocht." Ze schopten, scholden en sloegen mij genadeloos hard. Ze wilden mij duidelijk dood maken. Maar Abbas Ibn Abdul-Muttalib, de oom van de Profeet (saws), herkende mij en schoot me te hulp en zei: "Oei oei! Willen jullie een man van de Ghifar-stam doden en dat terwijl jullie karavanen hun territorium passeren?"

De Profeet (saws) zei daarna tegen mij: "Ga naar jouw mensen en vertel ze over wat je zag en hoorde en nodig ze uit tot de Islam. Moge Allah Suhâna wa Ta’ale, hen door jou laten overtuigen en jou daarvoor belonen. En wanneer je hoort dat ik in het openbaar handel dan moet je naar me komen."

Vanaf die dag werd zijn familie moslim en gingen hij en zijn familie de Islam verspreiden tussen de rest van de stam. Uiteindelijk werden zo goed als alle stamleden moslim en de gezamenlijke shalât (gebeden) werden in het openbaar gebeden en geaccepteerd.

Aboe Dharr bleef in zijn verblijf in de woestijn tot de Profeet (saws) naar Medina was gegaan en de slagen bij Badr, Uhud en Khandaq werden bevochten. Eindelijk in Medina verzocht hij de Profeet (saws) of hij zijn persoonlijke diener en metgezel kon worden. De Profeet (saws) stemde toe en was erg gelukkig met zijn gezelschap en diensten. Iedere keer als de Profeet (saws) Aboe Dharr zag glimlachte hij en klopte op zijn schouders als teken van trots.

Een keer zaten Aboe Bakr, Omar Ibn Al-Chattab en Aboe Dharr bij de Profeet (saws) en hij vroeg hen welke drie dingen ze het meest prefereerden. Aboe Bakr zei dat hij van het gezelschap van de Profeet (saws) en van het kijken naar hem (saws) hield en van het geven van al zijn rijkdom aan hem (saws).
Omar zei dat hij van de waarheid hield en van het uitroepen van de waarheid en van het vechten voor de waarheid.

Aboe Dharr zei: "Ik houd van de honger, ik houd van de ziekte en ik houd van de dood". De Profeet (saws) zei: "hoe kun je van drie dingen houden waar de mensen een afschuw tegen hebben?"

Aboe Dharr verklaarde: "Als ik honger heb doormiddel van het vasten wordt mijn hart zachter (aanbidding), als ik ziek ben worden mij mijn zonden vergeven en als ik dood ga ontmoet ik Allah Subhâna wa Ta’ale"
Inderdaad zo verziend was hij en zo puur en zuiver was zijn geloof.

Na het overlijden van de Profeet (saws) kon Aboe Dharr niet meer in Medina verblijven omdat hij het gemis van de Profeet (saws) niet aan kon en zijn verdriet te groot was, dus ging hij naar de woestijn van Syrie en verbleef hij daar tijdens het Khalifât periode (regeerperiode) van Aboe Bakr en Omar.

Tijdens de Khalifât van Uthmân, verbleef Aboe Dharr in Damascus en zag hij daar de moslims en hun verlangen naar wereldse luxe. Hij werd daar erg verdrietig van en verzette zich daar tegen dus vroeg Uthmân hem om naar Medina te komen, maar daar vond hij dezelfde eigenschappen van de moslims als in Damascus en sloot hij zich van de menigte af. Toen werd hij door Uthmân verplaatst naar een dorpje naast Medina “Rubadhah” waar zich kon isoleerde van iedereen die bezig was met wereldse doelen en hield zich bezig met Iebâdah (aanbidding) en het Hiernamaals.

Een keer bezocht een man hem en keek naar de inhoud van zijn huis en trof bijna niets aan dus vroeg hij Aboe Dharr: "Waar zijn je bezittingen?" "We hebben een huis daarginds (doelend op het hiernamaals) waar we onze beste bezittingen heen zenden (goede daden)": antwoordde Aboe Dharr. "Maar je moet wel wat bezittingen hebben zolang je in dit verblijf (leven) bent": zei de man. "De eigenaar van dit verblijf (Allah) zal ons hier niet laten"antwoordde Aboe Dharr.

Abu Dharr persisted in his simple and frugal life to the end.

Een keer stuurde de Amir van Syrië 300 dinars naar hem om zijn behoeften te kunnen dekken maar Aboe Dharr zond het geld terug en zei: "O Amir heeft echt niemand anders dan ik gevonden die het geld meer verdiende dan ik?"

Aboe Dharr bleef standvastig in zijn eenvoud en soberheid tot aan het einde van zijn leven.

In het 32ste jaar na de Hidjra overleed deze speciale man van wie de Profeet (saws) ooit over zei: "De aarde draagt noch de hemelen bedekken een man die meer gelooft en waarachtig is dan Aboe Dharr. "

Wa alakoem salaam wa Rahmatoellahi wa Barakatoeh

 

Bron: ”The compagnons of the Profhet”, Abdelwahid Hamid Deel 1.

 

 

 

 

© 2003 copyright. Alle Rechten Voorbehouden. All Rights Reserved.
De informatie op de website is bedoeld voor persoonlijk, niet-commercieel gebruik. Elke vorm van herpublicatie van de inhoud zonder voorafgaande, schriftelijke, toestemming is
niet toegestaan.