Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

 

 

 

 

Het verhaal van: Aboe Bakr As-Siddieq



"Onze Heer, straf ons niet als wij vergeten of een fout hebben begaan. Heer, en belast ons niet zoals Gij degene die vóór ons waren hebt belast, Onze Heer, belast ons niet met datgene, waarvoor wij de kracht niet hebben (het te dragen), wis onze fouten uit en schenk ons vergiffenis En wees ons Barmhartig. Gij zijt onze Meester, help ons daarom tegen het ongelovige volk."

Hier volgt een lezing over één van de Metgezellen van Profeet Mohammed (saws). Zijn naam is Aboe Bakr as-Siddieq, hij heeft een zeer belangrijke rol gespeeld in de opbouw van de Oemmah (Islamitische gemeenschap) en de voortzetting ervan na het overlijden van de Profeet Mohammed (saws). Aboe Bakr as-Siddieq, was één van de metgezellen van de Profeet (saws) aan wie het Paradijs was beloofd. Hij was tevens de eerste Khaliefah .

Enkele uitspraken van de Profeet (saws) over Aboe Bakr: Iemand vroeg aan de Profeet (saws): Wie hem het meest geliefd was? Hij zei: "Aïsha" (de vrouw van de Profeet (saws)) en dochter van Aboe Bakr. Ik vroeg toen: "en onder de mannen?" Hij zei: "Haar vader" Ik vroeg en wie dan? Hij zei: "Dan 'Oemar ibn Al-Chattab". Daarna noemde hij nog een aantal personen.
De Profeet (saws) zei verder over Aboe Bakr: "Ik nodigde de mensen uit tot de Islam, maar een ieder had de tijd nodig om erover na te denken of ze deze stap wel wilden zetten, alleen bij Aboe Bakr was dit niet het geval. Vanaf het moment dat ik hem uitnodigde tot de Islam, accepteerde hij de boodschap zonder enige twijfel."

De Profeet (saws) zei ook tijdens zijn laatste Ghoetbah (preek, redevoering): "Niemand had een betere metgezel voor mij kunnen zijn dan Aboe Bakr".

Hieruit kunnen we opmaken hoeveel Aboe Bakr betekende voor de Profeet (saws) Aboe Bakr was zeer dierbaar voor de Profeet (saws) en dat was wederzijds. Aboe Bakr hield zoveel van de Profeet (saws) dat hij bereid was zijn leven te geven zolang de Profeet (saws) maar veilig en tevreden was. We zullen straks zien dat Aboe Bakr alles voor zijn religie en voor de Profeet (saws) overhad en dat hij nooit terugweek het woord van Allah (swt) uit te voeren.

Aboe Bakr en de andere metgezellen van de Profeet (saws) vormden de basis van de Oemmah (Islamitische gemeenschap). Iedere metgezel had wel een unieke karaktereigenschap, welke een belangrijke rol zou spelen bij de opbouw van de Oemmah. Zo had Aboe Bakr ook zeer mooie eigenschappen waaruit wij zeer zeker lering kunnen trekken.

Aboe Bakr werd zeer gewaardeerd en gerespecteerd door de mensen vanwege het feit dat hij behoorde tot de heersende klasse maar ook door zijn uitmuntende gedrag. Hij was altijd vriendelijk en hartelijk tegenover zowel bekenden als vreemden. Hij was bereid de mensen te helpen en te ondersteunen en was zéér fel gekant tegen onrechtvaardigheid. Men beschouwde hem als één van de belangrijkste intellectuelen van Qoeraysh, iemand met een zuiver en rechtvaardig beoordelingsvermogen, die vaak om raad werd gevraagd. Daarnaast deed hij nooit mee aan de nachtelijke braspartijen en was totaal niet geïnteresseerd in de afgodsbeelden van Qoeraysh.

De Profeet Mohammed (saws) en Aboe Bakr kende elkaar vanaf hun jeugd en waren opgegroeid als broers. Toen de Profeet (saws) de eerste openbaring kreeg op de berg Hira, vertelde hij Aboe Bakr wat er was gebeurd en dat Allah (swt) hem had uitgekozen zijn boodschap te verkondigen. Aboe Bakr luisterde aandachtig naar wat zijn dierbare vriend vertelde en wist na al die jaren van vriendschap dat de Profeet (saws) hem nooit zou misleiden en hem nooit zou uitnodigen tot het slechte. Hij accepteerde de Islam zonder enige twijfel en was hierdoor de eerste volwassen man die de Islam aanvaardde. Sindsdien week hij nooit van de zijde van de Profeet (saws) en zette zich volledig in voor de Islam.

Nadat de Profeet (saws) de boodschap van de Islam openlijk begon te verkondigen, voelde Qoeraysh zich bedreigd. Deze man zou hun stad een slechte naam geven en op deze manier zouden de zaken slechter gaan.
De volgende gebeurtenis laat zien welke haat Qoeraysh jegens de Profeet (saws) voelden: Op een dag verrichtte de Profeet (saws) van Allah (swt) het gebed bij de Ka’abah. Hij was totaal opgenomen in zijn gebed. Enkele leiders van Qoeraysh zaten op de binnenplaats van de Ka’abah, waaronder één van de meest bittere tegenstander van de Islam. Hij had er genoeg van dat de Profeet (saws) hun goden verafschuwde en de mensen opriep tot het aanbidden van één God waardoor hun handel gevaar liep. Hij zei: "Ik zal vandaag eens en voor altijd afrekenen met Mohammed". Zo gezegd, zo gedaan. Uqba ibn abi Mu´ait ging met een reep stof naar de Profeet (saws) en wikkelde het om zijn nek en begon hem te wurgen. De rest van de leiders begon hartelijk te lachen. Op dat moment passeerde Aboe Bakr en zag wat Uqba ibn abi Mu´ait probeerde te doen. Hij snelde naar de profeet (saws) en duwde Uqba ibn abi Mu´ait weg. Hij bevrijdde de Profeet (saws) uit zijn benarde situatie en zei toen tegen Uqba ibn abi Mu´ait: ”Wil je een man doden omdat hij zegt: ”Mijn Heer is Allah, en hij duidelijke tekenen van zijn Heer aan jullie kenbaar heeft gemaakt.”

Hier zien we nogmaals hoe Aboe Bakr opkomt voor de Profeet (saws) zonder te denken aan zijn eigen veiligheid.

De Qoeraysh probeerde op allerlei mogelijke manieren de Moslims het leven zuur te maken en te weerhouden hun religie uit te voeren. Daarnaast probeerde ze ook door middel van martel praktijken andere af te schrikken toe te treden tot de Islam. Het was uiteraard een zware tijd voor de jonge Oemmah (Islamitische gemeenschap) Maar velen van hun waren zo standvastig dat zelfs de ergste martelingen hen er niet van weerhielden, de eenheid van Allah (swt) te bevestigen en openlijk te verklaren dat ze moslims waren. Voornamelijk de slaven hadden het hard te verduren omdat zij geen enkele bescherming genoten tegen hun wrede meesters. Voor sommige was er echter een bevrijding door middel van Aboe Bakr die zijn vermogen gebruikte om slaven op te kopen en hun vrij te laten.

Één van die slaven heette Bilâl ibn Rabâh, hij kwam uit Abessinië (Ethiopië). Zijn meester was Oemayyah ibn Khallaf. Toen deze erachter kwam dat Bilâl moslim was geworden, liet hij Bilâl ontkleden en beval om Bilâl op het hete zand te leggen. Ondanks dat Oemayyah ibn Khallaf hem ook nog met de zweep sloeg, bleef Bilâl standvastig en herhaalde steeds: "Er is maar één God, Er is maar één God". Oemayyah ibn Khallaf werd woest, want zijn straffen haalde niets uit en liet daarom een zware rots op Bilâl kantelen, ondanks de pijn en uitputting bleef Bilâl standvastig.

Hij had zoveel kracht gekregen van Allah (swt) dat hij de zwaarste straffen kon doorstaan omwille van Allah (swt). Allah (swt) was hem genadig. Aboe Bakr passeerde en zag hoe Bilâl werd gemarteld, hij deed een bod aan Oemayyah ibn Khallaf om Bilâl van hem te kopen. Oemayyah ibn Khallaf ging akkoord, Aboe Bakr liet Bilâl daarna meteen vrij.
Bilâl werd later één van de meest geleerde personen van de Oemmah (Islamitische gemeenschap) en was een voorbeeld van nederigheid en wijsheid. Ook hij stond altijd klaar om de Islam te dienen. Hij werd voor zijn standvastigheid beloond en werd gekozen tot de eerste Moe-addhien (oproeper voor het gebed). Een voorbeeld voor de wereld die tot op de dag van vandaag nog steeds indruk maakt op zowel moslims als niet moslims. Als jullie het verhaal van Bilâl ibn Rabâh ook willen lezen is hier de link daar naar toe.
"Bilâl ibn Rabâh"

In het tiende jaar van zijn missie werd de Profeet (saws) geëerd door Allah (swt) door middel van ”Isra wal Mi’râdj” (de hemelreis). De profeet (saws) werd op een nacht door Djibrîl (Gabriël) naar de Al-Aqsa moskee in Jeruzalem gebracht en verrichtte daar gezamenlijk het gebed met de andere profeten die hem waren voorgegaan in deze zware missie.



Daarna werd hij meegevoerd naar de zeven hemelen en kreeg daar o.a. de opdracht het gebed vijf keer per dag te verrichtten. In de ochtend keerde hij weer terug naar Mekka. Toen de Mekkanen hoorden over deze wonderbaarlijke reis waren ze gevuld met vreugde, omdat ze dachten dat dit het bewijs was dat de Profeet (saws) loog en dat dit zijn ondergang zou betekenen. Zelfs enkele Moslims begonnen te twijfelen en vertelde het verhaal aan Aboe Bakr wat de Profeet (saws) had meegemaakt. Toen Aboe Bakr dit hoorde zei hij: "Als de Profeet dit heeft gezegd dan is het de waarheid." Verder zei hij dat de openbaringen van Allah (swt) aan de Profeet (saws) wonderbaarlijker waren dan een reis naar Jeruzalem.

Toen de Profeet (saws) hoorde over de standvastigheid van zijn geliefde metgezel, noemde hij Aboe Bakr sindsdien "Siddieq" (de waarheids-getrouwe)

De Qoeraysh gingen door met het vervolgen en martelen van de Moslims waarna er toestemming werd gegeven om te emigreren. Een gedeelte van de Moslims emigreerde naar Abbessinië waar een rechtvaardige Christelijke koning heerste. Een andere groep emigreerde naar Medina waarvan de bewoners zich hadden bekeerd tot de Islam en de Moslims uit Mekka met open armen ontvingen.
Alleen de Profeet (saws), Aboe Bakr en enkele andere Sahabah (metgezellen) bleven achter in Mekka. De Mekkanen hadden er genoeg van en ze smeedde een plan om Mohammed (saws) te doden, maar Allah (swt) gaf de Profeet (saws) toestemming om Mekka te verlaten. De Profeet (saws) vertrok samen met Aboe Bakr op de avond waarbij de Qoeraysh van plan waren hem te doden, naar Medina. Dit was een hele eer voor Aboe Bakr, dat hij de Profeet (saws) mocht vergezellen op deze belangrijke tocht.

Onderweg naar Medina verbleven ze in de Grot Thawr. Voordat ze de grot binnen gingen zei Aboe Bakr: "Ik zweer bij Allah dat je niet eerder de grot binnen gaat voordat ik heb gekeken of het veilig is." Daarna ging hij de grot binnen en maakte de grot schoon en vulde enkele gaten met stukjes stof van zijn kleding. Toen er nog enkele gaten open waren stopte hij zijn tenen erin en zei tegen de Profeet (saws) dat het veilig was de grot binnen te gaan.

De Profeet (saws) legde zijn hoofd op de schoot van Aboe Bakr en viel in slaap. Aboe Bakr werd in de tussen tijd door een schorpion in zijn teen gebeten maar roerde zich niet, zodat hij de Profeet (saws) niet in zijn slaap zou storen.

De Mekkanen waren woedend toen ze ontdekten dat de Profeet (saws) was ontsnapt terwijl ze dachten dat ze hem in hun greep hadden. Nu wilden ze de Profeet (saws) meer dan ooit te pakken krijgen en verzamelde de beste speurders. Er werd zelfs een beloning van 1000 kamelen uitgeloofd aan degene die de Profeet (saws) zou vinden. Uiteindelijk kwamen een aantal speurders aan bij de grot waar de Profeet (saws) en Aboe Bakr verbleven. Aboe Bakr die constant op zijn hoede, was, hoorde de mensen buiten praten. Hij vreesde voor het leven van de Profeet (saws) en niet eens voor zijn eigen leven.

Allah (swt) vertelt ons hierover in de Qor'aan: "Als gij hem niet helpt, voorzeker Allah hielp hem, toen de ongelovigen hem verdreven - toen hij één van de twee was en zij beiden in de grot waren en hij tot zijn metgezel zeidde: Treur niet, want Allah is met ons. Toen zond Allah zijn vrede op hem neder en versterkte hem met zijn scharen die gij niet zaagt en vernederde het woord van de ongelovigen en Allah's woord is het allerhoogste. En Allah is Almachtig, Alwijs."
Aboe Bakr vertelde hierover: " Ik zei tegen de Profeet (saws). Toen wij in de Grot waren " Als één van hun nu bukt om onder zijn voeten te kijken dan zal hij ons zeker zien" De Profeet (saws) zei: " O Aboe Bakr! Wat denk je van twee personen waarvan Allah (swt) de derde is?".

Toen Aboe Bakr dit hoorde was hij gerustgesteld want Allah (swt) was met hun. De mannen van de Qoeraysh kwamen dichter bij de grot. Maar Allah beschermde Zijn dienaren en de Qoeraysh kon de Grot niet betreden door Allah’s wil. Dus gingen ze verder zonder in de Grot te kijken.

Zo redde Allah (swt) zijn Boodschapper en metgezel Aboe Bakr en Allah is Almachtig, Alwijs. Na drie dagen kwamen de mannen aan in Medina en werden hartelijk ontvangen door de Ansar alsmede de Muhadjirien. Ook in Medina verbleef Aboe Bakr constant aan de zijde van de Profeet (saws).

De Moslims hadden nu een eigen stad van waaruit ze verder gingen met het verspreiden van de islam. In de talloze gevechten die kwamen vocht Aboe Bakr zij aan zij met de Profeet (saws) en liet het nooit afweten.

De liefde die Aboe Bakr voelde voor de Profeet (saws) kwam onder andere tot uiting tijdens een vredesoverleg bij Hudaibiya. Tijdens het overleg, raakte de woordvoerder van de Qoeraysh zo af en toe de baard van de Profeet (saws) aan. Aboe Bakr’s liefde voor de Profeet (saws) was zo groot dat hij niet langer kon toezien hoe deze man de Profeet (saws) zo vernederde, hij nam zijn zwaard en keek de woordvoerder kwaad aan en zei: "Als deze hand nog één keer de baard van de Profeet (saws) aanraakt, zal jouw hand dat gebaar niet meer maken."
De Oemmah (Islamitische gemeenschap) groeide maar daar waren wel de nodige inspanningen voor nodig, zo wilde de Profeet (saws) een leger sturen naar Taboek maar er waren niet genoeg financiële middelen. Hij vroeg daarom aan de Oemmah deze expeditie te ondersteunen door middel van Sadaqah (liefdadigheids gave). Aboe Bakr nam zijn gehele vermogen en gaf dit aan de Profeet (saws). Toen de Profeet (saws) vroeg: "Heb je nog wat achtergelaten voor je vrouw en kinderen?" Antwoordde Aboe Bakr hierop: "Allah en zijn Boodschapper zijn genoeg voor hen."

De aanwezige waren zo verbaasd over de Imân van deze man en wisten dat ze Aboe Bakr nooit zouden overtreffen in zijn service voor de Islam.
De Profeet (saws) werd ziek, de mensen raakten in de war want de Profeet (saws) was nog nooit ziek geweest. Toen de Profeet (saws) tijdens zijn ziekte te zwak was om naar de moskee te komen en niet meer in staat was het gebed te leiden, wees hij Aboe Bakr aan om zijn plaats in te nemen. Dit was natuurlijk een eer voor Aboe Bakr omdat deze bijzondere taak daarvoor steeds door de Profeet (saws) werd verricht.

Aïsha, de dochter van Aboe Bakr en de vrouw van de Profeet (saws) was bang dat dit een te zware taak zou zijn voor haar gevoelige vader. Ze probeerde de Profeet (saws) op andere gedachten te brengen omdat Aboe Bakr altijd moest huilen tijdens het reciteren van de Qor'aan, wat tot ergernis zou kunnen leiden, omdat niemand dan kon horen wat hij zei.

De Profeet (saws) bleef echter bij zijn beslissing en Allah (swt) en zijn Boodschapper (saws) weten wat het beste is. Toen de Profeet (saws) zijn laatste Ghoetbah (preek, redevoering) hield, zei hij onder andere het volgende: "Een dienaar van Allah (swt) die mocht kiezen tussen deze wereld en de eeuwige wereld, heeft gekozen voor de eeuwige wereld met Allah."

Toen hij deze woorden hoorde begon Aboe Bakr te huilen, de rest van de aanwezige waren verbaasd dat Aboe Bakr begon te huilen omdat de Profeet (saws) alleen maar zei dat een dienaar een keuze had gemaakt.

Achteraf bleek dat de Profeet (saws) zichzelf bedoelde en dat dit een afscheidsrede was. Alleen Aboe Bakr bezat genoeg kennis om te begrijpen wat de Profeet (saws) met deze woorden bedoelde.

De Profeet (saws) zei verder: ”Er is niemand onder de mensen die voor mij zo edelmoedig was met zijn leven en bezittingen dan Aboe Bakr ibn Abi Qoh'âfah. Als ik een boezemvriend zou moeten kiezen dan zou ik Aboe Bakr kiezen, maar de vriendschap van de Islam is beter.”

De Profeet (saws) naderde het einde van zijn leven en liet duidelijk blijken dat Aboe Bakr een geschikte kandidaat zou zijn om de jonge Oemmah op te vangen na zijn dood. Het was uiteindelijk de Oemmah die een opvolger moest kiezen maar de Profeet (saws) probeerde de mensen te verwijzen naar de beste beslissing. De keuze was verder aan de mensen om deze H'ikmah (wijsheid) te gebruiken in hun beslissing of niet. Op de laatste dag van zijn leven voelde de Profeet (Allah's vrede en zegen zij met hem) zich goed genoeg om naar de moskee te gaan. (Ali ibn Abi Thâlieb en al-Fadl ibn al-'Abbâs ondersteunde hem).

De mensen waren vol vreugde omdat ze dachten dat de Profeet (saws) weer beter was. Aboe Bakr leidde op dat moment het gebed en merkte dat de mensen opgewonden en blij waren. Hij wist dat dit alleen maar kon betekenen dat de Profeet (saws) weer terug was.
Hij wilde zich terugtrekken zodat de Profeet (saws) het gebed kon leiden maar de Profeet (saws) weerhield hem hiervan en liet blijken dat Aboe Bakr moest doorgaan. De Profeet (saws) volgde het gebed achter Aboe Bakr.

Omdat het leek alsof de Profeet (saws) weer beter was, vroeg Aboe Bakr na het gebed en de toespraak van de Profeet (saws) of hij naar zijn huis mocht aan de rand van de stad om wat spullen te halen, de Profeet (saws) gaf zijn toestemming.

De Profeet (saws) voelde zich echter steeds zwakker worden en een paar uur later overleed de Profeet (saws). De Profeet (saws) die een genade was van Allah (swt) voor de mensheid, degene die zoveel had doorstaan om deze boodschap te verspreiden, had zijn taak volbracht en was niet langer op deze wereld.

Ongeloof sloeg toe bij de Moslims, het kon niet waar zijn dat hun dierbare Profeet (saws) er niet meer was. 'Oemar ibn Al-Chattab voor wie zoveel mensen vreesde vanwege zijn kracht en ijzeren wil de waarheid te laten zegevieren, kon zijn oren niet geloven. De Profeet (saws) van wie hij zoveel hield kon niet dood zijn, het was een leugen, hij pakte zijn zwaard en riep: "Een ieder die zegt dat de Profeet (saws) dood is, zal ik doden" Zeventien jaar had hij aan de zijde gestaan van de Profeet (saws), de Profeet (saws) was hem dierbaarder dan zijn eigen leven. Het was 'Oemar teveel geworden.

Toen Aboe Bakr hoorde wat er was gebeurd haastte hij zich terug naar het huis van Aïsha, zijn dochter. Hij zag de Profeet (saws) en keek vol tederheid naar de persoon van wie hij zoveel hield en met wie hij zoveel had doorstaan en zei: "Hoe gezegend was je leven en hoe mooi is je dood" en hij kuste de Profeet (saws).

Hij stond op en ging naar buiten en zei tegen 'Oemar: "Wees even stil en luister", toen 'Oemar rustig werd, richtte Aboe Bakr zich tot de mensen en zei: "O mensen, degene die Mohammed aanbeden, weet dat Mohammed verleden is, maar degene die Allah aanbidden, weet dan dat Allah leeft en dat Hij nooit zal sterven."

Daarna reciteerde hij de volgende vers uit de Qor'aan: "En Mohammed is slechts een boodschapper. Waarlijk, alle boodschappers vóór hem zijn heengegaan. Zult gij u dan op de hielen omkeren als hij sterft of gedood wordt? Hij, die zich omkeert zal aan Allah in het geheel geen schade berokkenen. En Allah zal de dankbare gewis belonen." Na deze woorden werd alle twijfel uit de harten weggenomen en accepteerden de mensen dat hun geliefde Profeet (saws) werkelijk was overleden.
Na de dood van de Profeet (saws) moest er een beslissing worden genomen over wie de Profeet (saws) zou moeten opvolgen. De Ansar (de bewoners van Medina) zeiden, dat de Khaliefah vanuit hun midden gekozen moest worden. Maar een man zei dat misschien de Muhadjirien (de emigranten uit Mekka) een betere kandidaat hadden. Iemand suggereerde, dat er dan 2 Khaliefâh’s´s gekozen moesten worden, één van de Ansar en één van de Muhadjirien.

Toen Aboe Bakr hoorde wat er aan de hand was, snelde hij naar de bijeenkomst en zei: "Zowel de Ansar als de Muhadjirien hebben veel gedaan voor de Islam, maar de Muhadjirien waren de eerste, die de Islam volgde en waren altijd dichter bij de Profeet (saws). Dus Ansar, laat de Khaliefah een van hen zijn". Één persoon zei toen: ”Oh Ansar, als we iets deden voor de Islam, dan deden we dat omwille van Allah (swt) en zijn boodschapper (saws). We hebben daarmee niemand verplicht om deze positie in te nemen. Luister, de heilige Profeet (saws) behoorde tot Qoeraysh, die hebben daarom een groter recht deze plaats in te nemen. Bij Allah, ik denk dat het niet juist is om hierover onenigheid met hen te maken. Vrees Allah, en ga niet tegen hen in.”

Na het horen van deze woorden, waren de Ansar het eens, dat er een Khaliefah gekozen moest worden vanuit Qoeraysh. Aboe Bakr zei: "Vrienden, ik denk dat 'Oemar ibn Al-Chattab of Aboe Oebaydah ibn Al-Djarrah de rol van de Khaliefah het beste kunnen vervullen. Kies daarom één van hen." Toen 'Oemar ibn Al-Chattab en Aboe Oebaydah ibn Al-Djarrah dit hoorden, zeiden ze: "O Siddieq, hoe kan iemand anders dan jij deze plaats innemen, zolang je nog onder ons bent? Jij bent de beste onder de Muhadjirien. Jij was de metgezel van de Profeet (saws) in de grot Thaur. Jij leidde het gebed tijdens zijn ziekte. Het gebed is één van de belangrijkste verplichtingen in de Islam. Met al deze kwalificaties ben jij de juiste persoon om de opvolger te zijn van de Profeet (saws). Houd je hand op, zodat wij een belofte van trouw aan jou kunnen afleggen."

Aboe Bakr hief zijn hand echter niet op. 'Oemar ibn Al-Chattab zag in, dat vertraging eventueel tot een herhaling zou kunnen leiden om een Khaliefah te kiezen, daarom nam hij zelf de hand van Aboe Bakr en legde de belofte van trouw af en de rest volgde. Aboe Bakr werd de Khaliefah met de goedkeuring van de Oemmah (Islamitische gemeenschap).

De dag daarna, hield de Eerste Khaliefah, Aboe Bakr de volgende toespraak: "Oh mensen, ik ben gekozen tot jullie leider, maar ik ben niet beter dan één van jullie. Als ik het goede doe, steun mij daarin. Doe ik het verkeerde, corrigeer mij dan. Luister, de liefde voor de waarheid betekend trouw zijn, en zich niet bekommeren om de waarheid is verraad. De zwakken onder jullie zullen sterk zijn in mijn ogen, zolang zij hun recht niet krijgen Incha-Allah. De sterken onder jullie zullen zwak zijn in mijn ogen, zolang ik niet van hen neem, wat hen niet toebehoort. Incha-Allah."
”Luister, als de mensen niet meer voor Allah vechten, dan zal Allah hen in ongenade laten vallen. Als de mensen het kwaad verkiezen boven het goede, dan zal Allah hen overspoelen met rampen.
Luister, gehoorzaam mij zolang ik Allah en de boodschapper gehoorzaam. Indien ik Allah en zijn boodschapper ongehoorzaam ben, dan gehoorzaam mij niet."

Nu begon er een tijd van belangrijke beslissingen, die de Oemmah (Islamitische gemeenschap) bij elkaar moest houden na de dood van de Profeet (saws). De vijanden dachten, de kust is veilig om zelf de macht over te nemen en de Moslims aan te vallen. Aboe Bakr moest de juiste beslissingen nemen om deze gevaren het hoofd te bieden.

Één van de zaken waarover Aboe Bakr een beslissing moest nemen, was een expeditie tegen Syrië onder leiding van Usâmah Ibn Zaid. Een 17-jarige jongeman, die door de Profeet (saws) was aangesteld de expeditie te leiden. Ondanks veel problemen in en om de Oemmah, besloot hij het bevel van de Profeet (saws) toch uit te voeren. Enkele Sahaba's dachten dat het beter was het leger in Medina te houden ter verdediging. Aboe Bakr bleef bij zijn standpunt, dat de orders van de Profeet (saws), hoe dan ook, uitgevoerd moesten worden en zo vertrok het leger onder Usâmah naar Syrie.

Aboe Bakr begeleidde het leger van Usâmah tot buiten Medina. Usâmah reed op een paard, terwijl Aboe Bakr naast hem liep. Usâmah zei: "Oh opvolger van de Profeet, u kunt mijn plaats nemen op het paard."

Aboe Bakr antwoordde: "Bij Allah, ik ben het niet met uw voorstel eens, het deert mij niet een beetje stof op mijn schoenen, terwijl ik enkele stappen op de weg zet omwille van Allah (Fisabilillah). Voor elke stap, die iemand zet op Allah's weg, zal men zeven honderd goede daden toegeschreven krijgen."

'Oemar ibn Al-Chattab was ook in het leger van Usâmah gestationeerd, maar Aboe Bakr had hem nodig in Medina. Hij vroeg Usâmah toestemming om 'Oemar bij zich te houden. Toestemming werd daarvoor gegeven. Dit laat ons zien hoe nederig en Godvrezend hij was. Ondanks zijn positie bleef hij toch simpel en was niet te trots om toestemming te vragen aan een 17-jarige jongen. Hij vreesde Allah (swt) en hij respecteerde de orders van de Profeet, zelfs na de dood van de Profeet bleef Aboe Bakr hem trouw. De expeditie onder Usâmah bleek succesvol te zijn en keerde na 40 dagen terug.
Daarnaast had de uittocht van het leger van Usâmah een ander positieve uitwerking nl. de vijanden, die dachten dat de Islam verzwakt was , zagen dat een groot leger Medina verliet. Dit betekende, dat Medina toch niet zo zwak was, zoals men zich voorstelde en zij zagen ervan af om Medina aan te vallen.

De mensen die kort voor de dood van de Profeet (saws) moslim waren geworden, begonnen te verzwakken. Sommigen weigerden de Zakât te betalen aan Aboe Bakr.

Aboe Bakr echter ging er tegenin, ondanks het advies van 'Oemar om deze mensen te laten rusten, zodat ze zich meer konden concentreren op andere gevaren aan het front. Aboe Bakr weigerde, omdat Allah (swt) de Zakât voor iedere moslim verplicht had. Niemand had de kracht het gebod van Allah (Geprezen en Verheven is Hij) te veranderen. Deze groep viel Medina aan, maar Aboe Bakr was voorbereid en sloeg hard terug en met succes. De standvastigheid van Aboe Bakr hield het fundament van de Islam in tact.

Nu moest Aboe Bakr vechten tegen de valse profeten die in grote getallen opkwamen. Legers werden uitgezonden, maar met het doel de oplichters nog een kans te geven, terug te keren tot de Islam. Was dit niet het geval, dan vocht men tegen hen totdat zij hun ongeloof opgaven. Één voor één werden de tegenstanders en hypocrieten de kop ingedrukt en werd het wederom rustig in de Oemmah. Aboe Bakr had een zware taak opgelegd gekregen, maar niemand was beter geschikt voor deze taak dan hij. De Profeet (saws) wist dat dit zou gebeuren en voorzag dat alleen Aboe Bakr deze zware verantwoordelijkheid aankon en met succes.

Aboe Bakr's onvoorwaardelijke geloof en vertrouwen in Allah (swt), gaf hem overwinning na overwinning.....Op 7 Djoemâda-al-Ahhier, 13 AH (Islamitische jaartelling). Werd Aboe Bakr ziek, hij had hoge koorts. Alles werd geprobeerd om de koorts te laten zakken, maar tevergeefs. Ondanks zijn ziekte bleef hij actief om de Oemmah in stand te houden. Zijn grootste zorg was de onenigheid onder de Moslims. Hij herinnerde zich wat er gebeurd was kort na de dood van de Profeet (saws) en wilde zeker zijn dat er na zijn dood geen splitsing zou ontstaan. Eenheid was de kracht van de Moslims.

Hij stelde voor dat 'Oemar na hem de Khaliefah zou worden, zodat daarover geen onenigheid zou ontstaan zoals na de dood van de Profeet (saws). Hij stelde dit voor aan de andere Sahaba's en de meerderheid stemde hiermee in. één persoon zei echter: " 'Oemar ibn Al-Chattab is zonder twijfel de beste keus, maar hij is te streng."
Aboe Bakr antwoordde: "Zodra de last van het Khilâfah (Kalifaat) op zijn schouders rust, zal hij milder worden."

Toen alle Sahaba's het eens waren, liet Aboe Bakr Othman ibn Affân roepen om 'Oemar's benoeming op papier te zetten. Nadat de benoeming was voorgelezen, ging Aboe Bakr naar het dak van zijn huis, ondersteund door 2 mannen en sprak de mensen toe: "Mijn broeders in Islam, ik heb niemand van mijn eigen familie aangesteld als Khaliefah. Ik heb een man aangewezen die het meest geschikt is. Gaan jullie hiermee akkoord?" riepen honderden mensen.
"Natuurlijk gaan we akkoord.”

Na 2 weken ziekte, overleed Aboe Bakr. Hij was 63 jaar en werd begraven naast de Profeet (saws).

Voordat hij overleed, zei hij: "Gebruik geen nieuw kledingstuk om mijn lichaam te bedekken. Het kleed was ik nu draag zal voldoende zijn. Maak het eerst schoon." Aïsha zei toen: "Maar vader dit kleed is oud en versleten." Aboe Bakr antwoordde: "Dit oude en versleten kleed is voldoende voor mij."

Aan dit verzoek werd voldaan. Het tweede verzoek van de stervende Khaliefah was: "Verkoop mijn land en geef het geld wat ik heb ontvangen als salaris tijdens het Kalifaat aan de gemeenschap terug." Ook dit werd uitgevoerd. Voordat Aboe Bakr Khaliefah werd, was hij een succesvol zakenman. Na het Khilâfah (Kalifaat schap) had hij geen tijd meer zijn zaken te regelen.

Het geld dat Aboe Bakr had ontvangen werd na zijn dood volledig terugbetaald aan Bait-oel-Mal (de schatkist van de gemeenschap).

Aboe Bakr, de eerste Khaliefah, liet een prachtig voorbeeld achter van onbaatzuchtigheid. Hij leefde en werkte voor de Islam tot zijn laatste adem. Voor zijn harde werk en inzet zocht hij echter geen wereldse beloning, hij verlangde alleen naar de beloning van het hiernamaals, Macha-Allah.



Aboe Bakr heeft voor twee jaar, 3 maanden en tien dagen als Khaliefah geregeerd. Dit is op een mensenleven een vrij korte periode, maar in deze korte periode was hij toch in staat hele belangrijke zaken te doen voor de Islam. Hij had de kracht en Imân (geloof) om deze taak te vervullen, en redde zo de jonge Oemmah van haar ondergang.

Al-Hamdoelillahi Rabiel-Alamien.

Wa alaikoem salaam wa Rahmatoellahi wa Barakatoeh


Bronnen: Sahih Bucharie Arabisch-Engels (de Metgezellen). Artikel over Aboe Bakr door Hamzah Qassem. Artikel over Aboe Bakr door The Muslim Students Association. Boek: ”Het leven van de Profeet” door Tahia Ismail.



 

 

 

 

 

© 2003 copyright. Alle Rechten Voorbehouden. All Rights Reserved.
De informatie op de website is bedoeld voor persoonlijk, niet-commercieel gebruik. Elke vorm van herpublicatie van de inhoud zonder voorafgaande, schriftelijke, toestemming is
niet toegestaan.