Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

 

 

 

Het verhaal van: Abdoellah ibn Oem Maktoem
 


Abdoellah ibn Oem Maktoem was een neef van Khadijah bint Khuwaylid. De moeder der gelovigen. Moge Allah tevreden met haar zijn. Zijn vader was Qays ibn Za’id en zijn moeder Aatikah bint Abdoellah. Zij werd ook wel Oem Maktoem (moeder van de verborgene) genoemd omdat ze een blind kind had gebaard.

Abdoellah zag hoe de Islam in Mekkah opkwam. Hij was een van de eerste moslims. Hij maakte de vervolging van de moslims mee en onderging hetzelfde leed als de andere metgezellen van de Profeet (saws). Zijn houding was net als die van de anderen ferm, rotsvast en opofferingsgezind. Noch zijn geloof, noch zijn toewijding verzwakte onder het geweld van de Qoeraish. Integendeel, dit versterkte juist zijn toewijding aan Allah’s (swt) religie en Zijn Profeet (saws).

Abdoellah was de Profeet (saws) zeer toegewijd. Hij was er zozeer op gespitst om de Qor’aan uit zijn hoofd te leren, dat hij geen gelegenheid voorbij liet gaan om zijn hartenwens in vervulling te laten gaan. Zijn gedrevenheid en vasthoudendheid was soms zelfs wel eens een beetje irritant als hij onbedoeld, de aandacht van de Profeet (saws) voor zichzelf opeiste.

In deze periode concentreerde de Profeet (saws) zich vooral op de notabelen van de Qoeraish. Hij deed erg zijn best om hen moslim te maken. Op een dag ontmoette hij Oetbah ibn Rabiah, zijn Broer Shaybah, Amr ibn Hisham, beter bekend als Aboe Jahl, Oemayyah ibn Khalaf en Wahid ibn Mughirah, de vader van Khalid ibn Walid, die later beter bekend zou staan als Sayf Allah (Allah’s zwaard). De Profeet (saws) begon met hen te praten en te discussiëren en vertelde hen over de Islam. Hij (saws) wilde erg graag, dat zij positief zouden reageren en moslims zouden worden of op zijn minst zouden stoppen met de vervolgingen van zijn metgezellen.

Terwijl hij (saws) zo bezig was, kwam Abdoellah ibn Oem Maktoem naar hem toe en vroeg hem een aya uit de Qor’aan voor te zeggen.
”O Boodschapper van Allah”, zei hij, ”onderwijs mij van hetgeen Allah jou geleerd heeft.”
De Profeet (saws) fronste zijn wenkbrauwen en keerde zich van hem af. Hij (saws) verlegde zijn aandacht naar de groep belangrijke Qoeraishieten, in de hoop dat zij moslim zouden worden en hun bekering verhevenheid aan Allah’s (swt) religie zou verlenen en zijn missie verstrekt zou worden.

Zodra hij (saws) klaar was met dit gesprek en hun gezelschap verliet, voelde hij (saws) zijn hoofd hevig kloppen en werd hij (saws) gedeeltelijk verblind. Op dat moment ontving hij (saws) de volgende openbaring:

1. Hij (Mohammed) fronste en wendde zich af.
2. Omdat de blinde tot hem kwam.
3. En wat doet het jou weten, misschien wilde hij zich reinigen (van zonden).
4. Of zich laten onderrichten en zou het onderricht hem baten.
5. Wat betreft degene die zich behoefteloos waant.
6. Aan hem schenk jij alle aandacht,
7. terwijl jij niet verantwoordelijk bent als hij zich niet reinigt.
8. Maar wat betreft degene die haastig tot jou kwam.
9. En hij vreest (Allah)
10. Aan hem schenk jij geen aandacht.
11. Nee! Voorwaar, het is een Vermaning.
12. Laat wie het wil er lering uit trekken.
13. (Geschreven) op de edele bladen.
14. Verheven en gereinigd.
15. Door de handen van schrijvers (engelen).
16. Edel, deugdzaam.
(Soerah ‘Abasa 80 ayât 1-16)

Dit zijn zestien ayât (verzen) die aan de nobele Profeet (saws) geopenbaard werden over Abdoellah ibn Oem Maktoem, zestien Ayât (verzen) die vanaf die tijd tot op de dag van vandaag gereciteerd zijn en in de toekomst nog vaker gereciteerd zullen worden.
Vanaf die dag aarzelde de Profeet (saws) niet om welwillend tegen Abdoellah ibn Oem Maktoem te zijn, hij vroeg hoe het met hem ging, vervulde zijn noden en gaf hem raad als hij bij hem kwam. Dit is niet vreemd, had Allah (swt) hem niet op de strengst mogelijke manier tot de orde geroepen om aan Abdoellah’s wensen gehoor te geven? Het ging zelfs zo ver, dat de Profeet (saws) Oem Maktoem in de latere jaren vaak begroette met de nederige bewoording: ”Welkom is degene, waarvoor mijn Onderhouder mij berispt heeft.”
Toen de vervolgingen van de Profeet (saws) en degenen, die in hem geloofden steeds heftiger werden, gaf Allah (swt) hen toestemming om te emigreren. Abdoellah reageerde hier meteen op. Hij en Moes’ab ibn Oemaiyr waren de eerste metgezellen, die Medinah bereikten.
Zodra ze Yathrip (zo heette Medinah in de pré -Islamitische tijd) bereikten begonnen ze met de mensen te discussiëren, lazen de Qor’aan met hen en onderwezen hen in Allah’s (swt) religie. Toen de Profeet (saws) Medinah bereikte, wees hij Abdoellah en Bilal ibn Rabah als moe’addzin voor de moslims aan. Zij verkondigden de éénheid van Allah (swt) vijf keer per dag, riepen de mensen op tot de best mogelijke daad en spoorden hen tot het succes aan. Bilal zou de adzân roepen en Abdoellah zou voor het gebed de Iqamah doen. Soms wisselden ze van taak. Tijdens de Ramadhân hadden ze een speciale werkwijze. Eén van hen riep de adzân om de mensen wakker te maken opdat ze nog voor het begin van de vasten konden eten. De andere riep de adzân om bij het begin van de ochtendschemering en gaf daarmee de vastentijd aan. Bilal maakte de mensen wakker en Abdoellah riep met zijn adzân het begin van de ochtendschemering om.
De Profeet (saws) belastte Abdoellah met de leiding van Medinah als hij afwezig was. Dit is vaker dan tien keer gebeurd, waaronder de keer dat de Profeet (saws) Medinah verliet om Mekkah te bevrijden.

Kort na de slag bij Badr ontving de Profeet (saws) een openbaring, waarin Allah (swt) de status van de Moejahidien hoger stelde dan die van de Qa’idien (degenen die passief thuis bleven zitten). Dit om de Moejahidien nog verder aan te sporen en de qa’id zijn passieve houding op te laten geven. Deze openbaring maakte grote indruk op Abdoellah ibn Oem Maktoem. Het deed hem pijn, dat hij niet voor de hogere status in aanmerking kon komen en hij zei: ”O Boodschapper van Allah, als ik op djihâd kon gaan, dan zou ik dat zeker doen.” Zeer bewogen vroeg hij Allah (swt) in smeekbeden, om voor hem en anderen, die net als hij in een bijzondere situatie verkeerden, aangezien zij door hun handicap niet in staat waren om met militaire campagnes mee te doen, een openbaring neer te zenden.
Zijn gebed werd verhoord, SoebhânaAllah. Aan de Profeet (saws) werd een aanvullende aya (vers) geopenbaard, waarin de gehandicapten op de voorgaande aya (vers) een uitzondering vormden. De volgende aya (vers) werd geopenbaard:
”Niet gelijk zijn de (thuis-) zittenden van de gelovigen, behalve gebrekkigen…..” (Soerah An-Nisâ’ 4 aya 95)
Ondanks het feit dat hij een excuus had om niet met de djihâd mee te doen, kon Abdoellah ibn Oem Maktoem toch geen vrede hebben met het feit dat hij moest achterblijven als er een expeditie gaande was. Hij besloot, dat er geen militaire campagne zonder hem voorbij mocht gaan. Daarom bedacht hij welke rol hij op het slagveld kon gaan uitvoeren. Hij zei: ”Zet mij tussen twee rijen in en geef mij de vlag. Ik zal hem voor jullie dragen en beschermen, want ik ben blind en kan niet wegrennen.”

In het veertiende jaar na de hidjrah was de Perzische bedreiging zo sterk geworden, Dat Omar besloot hun staat voor de moslimkrachten open te breken. Hij schreef de gouverneurs: ”Stuur iedereen naar mij toe, die een paard of wapen heeft of mij op enige manier kan bijstaan. En doe dit met spoed.”

De moslims stroomden van alle kanten toe om aan Omar’s oproep gehoor te geven en verzamelden zich in Medinah. Onder hen was ook de blinde moejahid, Abdoellah ibn Oem Maktoem.

Omar wees Sa’d ibn Abi Waqqas als leider van de troepen aan, gaf hem aanwijzingen en nam afscheid van hem.

Toen het leger Qadisiyyah bereikte, was Abdoellah ibn Oem Maktoem een opvallende verschijning. Hij droeg een wapenkleed en was volledig voorbereid. Hij had gezworen de vlag van de moslims te dragen en hem met zijn leven te beschermen.

De twee legers troffen elkaar en vochten gedurende drie dagen. Dit waren de heftigste en bitterste gevechten uit de Islamitische geschiedenis. Op de derde dag bereikten de moslims een grootse overwinning, want één van de grootste wereldrijk en één van de standvastigste tronen viel en ging ten onder. De tawheedvlag werd in het land van afgodendienaars gehesen. Deze grote overwinning kostte de moslims honderden martelaren. Onder hen was ook Abdoellah ibn Oem Maktoem. Hij werd dood op het slagveld aangetroffen, terwijl hij de vlag van de moslims nog omklemde.

Wa alaikoem salaam wa Rahmatoellahi wa Barakatoeh

Bron: ”The compagnons of the Profhet”, Abdelwahid Hamid.
 

 

 

 

 

© 2003 copyright. Alle Rechten Voorbehouden. All Rights Reserved.
De informatie op de website is bedoeld voor persoonlijk, niet-commercieel gebruik. Elke vorm van herpublicatie van de inhoud zonder voorafgaande, schriftelijke, toestemming is
niet toegestaan.