
Het verhaal van: Abdoellah ibn Hoedhaifah
De geschiedenis zou deze man hebben gepasseerd zoals het duizenden Arabieren
voor hem heeft gepasseerd.
Hij, had nooit behoefte aan aandacht of faam. De grote impact van de Islam,
heeft daar verandering in gebracht en gaf 'Abdoellah Ibn H'oedhaifah de
mogelijkheid om twee van de grootste Keizers van zijn tijd te ontmoeten,
namelijk Khoesraw Parves, Keizer van Perzië en Hercules, keizer van het
Byzantijnse rijk.
Het verhaal van zijn ontmoeting met keizer Khoesraw Parves begon in het zesde
jaar van de Hidjrah (emigratie van Mekka naar Medina), toen de profeet (saws)
besloot om een aantal van zijn metgezellen met brieven te sturen naar diverse
vorsten buiten het Arabische Schiereiland om ze tot de Islam te bekeren. De
profeet (saws) hechte veel waarde en belang aan deze doelstelling. De gezanten
moesten naar verre landen reizen waarmee men geen pacten en geen overeenkomsten
had. Ze wisten de talen niet te spreken van deze landen en ze wisten niets over
de aard van deze vorsten. Ze moesten deze grote vorsten zien te bekeren tot de
Islam en dat betekende afstand doen van hun macht en glorie en de religie
aanhangen van volkeren die onlangs bijna aan hen onderworpen waren en die qua
beschaving ver achter lagen. Al met al was het een zeer gevaarlijke missie een "Mission
Impossible". Om zijn plannen kenbaar te maken, riep de profeet (saws) zijn
metgezellen bijeen en sprak tot hen. Hij begon met het prijzen van Allah (swt)
en zijn dank. Daarna sprak hij de Shahada (geloofsgetuigenis) uit en zei: "Ik
wil een aantal van jullie zenden naar buitenlandse vorsten, maar discussieer
niet met ze zoals de Israëlieten dat deden met Îsa (Jezus), de zoon van Maria."
"O profeet van Allah, we zullen alles dragen wat u maar wenst," antwoordden zij,
"Stuur ons daar waar u wilt."
De profeet (saws) benoemde hierop zes van zijn metgezellen om de brieven te
dragen naar Arabische en buitenlandse vorsten. Één van deze gezondene was 'Abdoellah
Ibn H'oedhaifah. Hij werd gekozen om de brief te dragen naar Khoesraw Parves, de
Keizer van Perzië.
'Abdoellah Ibn H'oedhaifah maakte zijn kameel klaar voor de reis en nam afscheid
van zijn vrouw en zoon. Hij vertrok (alleen) en doorkruiste bergen en valleien
tot hij uiteindelijk het land der Perzen bereikte. ‘Abdoellah zocht toestemming
om het paleis van de Keizer binnen te treden om hem persoonlijk de brief te
overhandigen dus informeerde hij bij de koninklijke garde. Toen Keizer Khoesraw
Parves dit hoorde gaf hij bevel om de toeschouwerzaal klaar te maken en riep
zijn prominente raadgevers bijeen. Toen iedereen aanwezig was gaf hij
toestemming aan 'Abdoellah Ibn H'oedhaifah om binnen te komen.
'Abdoellah Ibn H'oedhaifah kwam binnen en zag de Perzische vorst in al zijn
pracht en praal gekleed in een glanzende gewaad met daarboven een nette tulband.
Aan 'Abdoellah was alleen de simpele kledij van een bedoeïen te zien, maar met
opgeheven hoofd en zijn voeten stevig op de grond. De eer van de Islam brandde
in zijn borstkas en de kracht van zijn geloof klopte in zijn hart.
Khoesraw Parves zag hem aan en hij seinde één van zijn bewakers in om de brief
van ‘Abdoellah’s hand over te nemen.
”Neen”, zei 'Abdoellah. “De profeet beval mij om deze brief aan u persoonlijk te
overhandigen en ik zal niet tegen het bevel van Allah's boodschapper in gaan.”
"Laat hem dicht bij mij komen," zei Khoesraw tegen zijn bewakers en 'Abdoellah
kwam naar voren en overhandigde de brief aan hem. Khoesraw riep daarna een
Arabische klerk en beval hem om de inhoud van de brief te vertalen. Hij begon te
lezen: "In de naam van Allah, de Barmhartige, de Erbarmer. Van Mohammed de
boodschapper van Allah aan Khoesraw de vorst van Perzië. Vrede aan degene die
leiding volgt.……………."
Khoesraw hoorde het tot zo ver aan en van woede barste er een vuur binnen in hem
los. Zijn gezicht werd rood en begon rond zijn nek te transpireren. Hij rukte de
brief uit de handen van de klerk en begon het in stukken te verscheuren zonder
te weten wat er verder in stond en schreeuwde: " hoe durft hij, om mij op zo'n
manier te schrijven, hij die mijn slaafje is?" Hij was woedend dat de profeet (saws)
geen aanhef voor hem zelf had in zijn brief. Hij gaf het bevel om 'Abdoellah van
de bijeenkomst in de toeschouwerzaal te verwijderen.
'Abdoellah werd meegenomen niet wetend wat er met hem zou gaan gebeuren. Zou hij
vermoord worden of vrij worden gelaten? Maar hij wilde niet wachten om daar
achter te komen en Hij zei:" Bij Allah, het maakt me niks uit wat er met mij
gebeurd nu dat de brief van de profeet zo onteerd is." Hij slaagde erin om weg
te komen en bij zijn kameel aangekomen reed hij weg.
Terug in Medina vertelde 'Abdoellah de profeet (saws) hoe Khoesraw de brief
kapot had gescheurd en het antwoord van de profeet (saws) was : "Moge Allah (swt)
zijn rijk aan stukken scheuren".
En inderdaad, een paar dagen later had de zoon van Khoesraw een coupe gepleegd
en zijn vader vermoord en al zijn rijkdom en grond overgenomen Dat was het
verhaal van 'Abdoellah Ibn H’oedhaifah's ontmoeting met de Perzische keizer.
Zijn ontmoeting met de Byzantijnse keizer vond plaats tijdens de khalifaat (regerings
periode) van 'Oemar Ibn Al-chattâh, die een leger stuurde om te strijden, Djihâd
Fisabillilah-voor de zaak van Allah (swt) tegen de Byzantijnen (Romeinen). Ook
‘Abdoellah ibn H’oedhaifah was hierbij. Ook dit was een verbazingwekkend
verhaal. “De keizer had al veel gehoord over de moslim soldaten. Hij had gehoord
hoe sterk zij in het geloof waren en hoe makkelijk zijn hun leven fisabillilah
gaven. De keizer zei dat als zijn soldaten één van de moslims gevangen konden
nemen, hij hem levend bij zich wilde hebben. Allah (swt) wilde (qadr-Allah) dat
‘Abdoellah ibn H’oedhaifah (ra) gevangen werd genomen en naar de keizer werd
gebracht. De soldaten van de keizer zeiden: ”Dit is één van de eerste
metgezellen van Mohammed. Hij is nu in onze handen en we brengen hem bij u.” De
keizer keek hem lang aan en zei: ”Ik wil je iets aanbieden,…… ik doe je een
voorstel.”
‘Abdoellah vroeg:”Wat is dat? Wat voor voorstel?” De keizer zei: ”Ik bied je
aan…… ik nodig je uit christen te worden en…… als je dat doet laat ik je vrij en
doe iets goeds voor jou.‘Abdoellah zei heel krachtig: ”Dat krijg je nooit voor
elkaar!! Ik sterf liever duizend keer dan dat ik accepteer wat jij zegt!” De
keizer zei: ”Ik zie dat je sterk en krachtig bent. Als je accepteert wat ik je
hebt gezegd, krijg je een deel van mijn hele bezit.” ‘Abdoellah glimlachte en
zei: ”Wallahi (bij Allah), al geef je je gehele bezit en alles wat de Arabieren
bezitten erbij zodat ik terugkeer van mijn dien (religie) zoveel als het
knipperen van mijn ogen, dan nog doe ik het niet.” “Dan word je vermoord”: zei
de keizer. ‘Abdoellah antwoordde: ”Wat je wil.” Vervolgens gaf de keizer
opdracht hem te kruisigen en gaf zijn soldaten de opdacht om hem bang te maken
door pijlen af te schieten die hem net niet zouden raken en hem vervolgens
opnieuw te vragen christen te worden.
‘Abdoellah bleef weigeren. De keizer liet hem weer naar beneden halen en gaf
zijn soldaten opdracht een grote pan met kokende olie te halen en liet ze tevens
nog twee andere moslim gevangenen halen. De keizer gaf de opdracht één van deze
moslim gevangene in de olie te gooien. ‘Abdoellah moest toekijken en zag hoe het
vlees van de man verschroeide in de hete olie. Weer vroeg de keizer ‘Abdoellah
christen te worden. Op dit moment is ‘Abdoellah nog sterker in zijn Imân, en nog
harder dan hiervoor zegt hij: ”NEE.” De keizer wordt kwaad en geeft opdacht hem
ook in de olie te gooien nadat de tweede moslim gevangene erin was gegooid. De
soldaten grijpen ‘Abdoellah vast om hem naar de pan met olie te brengen. Zij
zien tranen in de ogen van ‘Abdoellah verschijnen. De soldaten denken dat hij
zwak geworden is en ze zeggen tegen de keizer dat ‘Abdoellah huilt. De keizer
zegt: ”Breng hem hier. Wil je nu christen worden?”
‘Abdoellah antwoordde: ”NEE.” De keizer is verbaasd en zegt:”Wat is dat nu,
waarom huil je dan?” ‘Abdoellah:”Waarom ik huil!! Doordat ik tegen mezelf sprak
en zei: ”Jij (‘Abdoellah) bent een nafs (ziel), ik word in de olie gegooid en
mijn nafs gaat weg. Ik wilde dat ik zoveel zielen had als dat ik haren op mijn
lichaam heb en elke keer in de olie zou worden gegooid voor de Islam.” De keizer
werd kwader en kwader en zegt: ”Wil jij mijn voorhoofd kussen dan ik laat je
vrij.” Ondertussen denkende, dat ‘Abdoellah dat toch nooit zou doen, omdat hij
(de keizer) de vijand is. Maar ‘Abdoellah antwoordde: ”Laat je dan ook alle
moslimgevangenen met mij vrij?”
‘Abdoellah dacht,…. het zijn dan wel vijanden van Allah (swt). Maar een kus op
het voorhoofd van de keizer geven en daarmee alle moslims vrij krijgen, dat moet
geen probleem zijn om te volbrengen.” ‘Abdoellah gaf de keizer een kus op het
voorhoofd en vervolgens werden alle moslims vrijgelaten. Samen met ‘Abdoellah
keerden ze terug huiswaarts en naar Omar ibn Al-Chattâh (ra).
Omar ibn al-Chattâh was blij en keek naar alle gevangene en zei dat het voor
iedere moslim verplicht was om het voorhoofd van ‘Abdoellah te kussen.
Vervolgens kuste hij (Omar) als eerste het voorhoofd van ‘Abdoellah ibn H’oedhaifah.
Incha Allah dat dit voorbeeld ons kracht zal geven en ons sterker zal maken in
onze da’wah en onze imân.
Al-hamdoellilah Rabbil’alamien.
Wa alaikoem salaam wa Rahmatoellahi wa Barakatoeh

©
2003 copyright.
Alle Rechten Voorbehouden. All Rights Reserved.
De informatie op de website is bedoeld voor persoonlijk, niet-commercieel
gebruik. Elke vorm van herpublicatie van de inhoud zonder voorafgaande,
schriftelijke, toestemming is niet toegestaan.
![]()