Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

 

 

 

Het verhaal van: Abdoellah ibn Hoedhaifah


De geschiedenis zou deze man hebben gepasseerd zoals het duizenden Arabieren voor hem heeft gepasseerd.
Hij, had nooit behoefte aan aandacht of faam. De grote impact van de Islam, heeft daar verandering in gebracht en gaf 'Abdoellah Ibn H'oedhaifah de mogelijkheid om twee van de grootste Keizers van zijn tijd te ontmoeten, namelijk Khoesraw Parves, Keizer van Perzië en Hercules, keizer van het Byzantijnse rijk.

Het verhaal van zijn ontmoeting met keizer Khoesraw Parves begon in het zesde jaar van de Hidjrah (emigratie van Mekka naar Medina), toen de profeet (saws) besloot om een aantal van zijn metgezellen met brieven te sturen naar diverse vorsten buiten het Arabische Schiereiland om ze tot de Islam te bekeren. De profeet (saws) hechte veel waarde en belang aan deze doelstelling. De gezanten moesten naar verre landen reizen waarmee men geen pacten en geen overeenkomsten had. Ze wisten de talen niet te spreken van deze landen en ze wisten niets over de aard van deze vorsten. Ze moesten deze grote vorsten zien te bekeren tot de Islam en dat betekende afstand doen van hun macht en glorie en de religie aanhangen van volkeren die onlangs bijna aan hen onderworpen waren en die qua beschaving ver achter lagen. Al met al was het een zeer gevaarlijke missie een "Mission Impossible". Om zijn plannen kenbaar te maken, riep de profeet (saws) zijn metgezellen bijeen en sprak tot hen. Hij begon met het prijzen van Allah (swt) en zijn dank. Daarna sprak hij de Shahada (geloofsgetuigenis) uit en zei: "Ik wil een aantal van jullie zenden naar buitenlandse vorsten, maar discussieer niet met ze zoals de Israëlieten dat deden met Îsa (Jezus), de zoon van Maria." "O profeet van Allah, we zullen alles dragen wat u maar wenst," antwoordden zij, "Stuur ons daar waar u wilt."

De profeet (saws) benoemde hierop zes van zijn metgezellen om de brieven te dragen naar Arabische en buitenlandse vorsten. Één van deze gezondene was 'Abdoellah Ibn H'oedhaifah. Hij werd gekozen om de brief te dragen naar Khoesraw Parves, de Keizer van Perzië.

'Abdoellah Ibn H'oedhaifah maakte zijn kameel klaar voor de reis en nam afscheid van zijn vrouw en zoon. Hij vertrok (alleen) en doorkruiste bergen en valleien tot hij uiteindelijk het land der Perzen bereikte. ‘Abdoellah zocht toestemming om het paleis van de Keizer binnen te treden om hem persoonlijk de brief te overhandigen dus informeerde hij bij de koninklijke garde. Toen Keizer Khoesraw Parves dit hoorde gaf hij bevel om de toeschouwerzaal klaar te maken en riep zijn prominente raadgevers bijeen. Toen iedereen aanwezig was gaf hij toestemming aan 'Abdoellah Ibn H'oedhaifah om binnen te komen.

'Abdoellah Ibn H'oedhaifah kwam binnen en zag de Perzische vorst in al zijn pracht en praal gekleed in een glanzende gewaad met daarboven een nette tulband. Aan 'Abdoellah was alleen de simpele kledij van een bedoeïen te zien, maar met opgeheven hoofd en zijn voeten stevig op de grond. De eer van de Islam brandde in zijn borstkas en de kracht van zijn geloof klopte in zijn hart.

Khoesraw Parves zag hem aan en hij seinde één van zijn bewakers in om de brief van ‘Abdoellah’s hand over te nemen.
”Neen”, zei 'Abdoellah. “De profeet beval mij om deze brief aan u persoonlijk te overhandigen en ik zal niet tegen het bevel van Allah's boodschapper in gaan.”
"Laat hem dicht bij mij komen," zei Khoesraw tegen zijn bewakers en 'Abdoellah kwam naar voren en overhandigde de brief aan hem. Khoesraw riep daarna een Arabische klerk en beval hem om de inhoud van de brief te vertalen. Hij begon te lezen: "In de naam van Allah, de Barmhartige, de Erbarmer. Van Mohammed de boodschapper van Allah aan Khoesraw de vorst van Perzië. Vrede aan degene die leiding volgt.……………."

Khoesraw hoorde het tot zo ver aan en van woede barste er een vuur binnen in hem los. Zijn gezicht werd rood en begon rond zijn nek te transpireren. Hij rukte de brief uit de handen van de klerk en begon het in stukken te verscheuren zonder te weten wat er verder in stond en schreeuwde: " hoe durft hij, om mij op zo'n manier te schrijven, hij die mijn slaafje is?" Hij was woedend dat de profeet (saws) geen aanhef voor hem zelf had in zijn brief. Hij gaf het bevel om 'Abdoellah van de bijeenkomst in de toeschouwerzaal te verwijderen.

'Abdoellah werd meegenomen niet wetend wat er met hem zou gaan gebeuren. Zou hij vermoord worden of vrij worden gelaten? Maar hij wilde niet wachten om daar achter te komen en Hij zei:" Bij Allah, het maakt me niks uit wat er met mij gebeurd nu dat de brief van de profeet zo onteerd is." Hij slaagde erin om weg te komen en bij zijn kameel aangekomen reed hij weg.
Terug in Medina vertelde 'Abdoellah de profeet (saws) hoe Khoesraw de brief kapot had gescheurd en het antwoord van de profeet (saws) was : "Moge Allah (swt) zijn rijk aan stukken scheuren".

En inderdaad, een paar dagen later had de zoon van Khoesraw een coupe gepleegd en zijn vader vermoord en al zijn rijkdom en grond overgenomen Dat was het verhaal van 'Abdoellah Ibn H’oedhaifah's ontmoeting met de Perzische keizer. Zijn ontmoeting met de Byzantijnse keizer vond plaats tijdens de khalifaat (regerings periode) van 'Oemar Ibn Al-chattâh, die een leger stuurde om te strijden, Djihâd Fisabillilah-voor de zaak van Allah (swt) tegen de Byzantijnen (Romeinen). Ook ‘Abdoellah ibn H’oedhaifah was hierbij. Ook dit was een verbazingwekkend verhaal. “De keizer had al veel gehoord over de moslim soldaten. Hij had gehoord hoe sterk zij in het geloof waren en hoe makkelijk zijn hun leven fisabillilah gaven. De keizer zei dat als zijn soldaten één van de moslims gevangen konden nemen, hij hem levend bij zich wilde hebben. Allah (swt) wilde (qadr-Allah) dat ‘Abdoellah ibn H’oedhaifah (ra) gevangen werd genomen en naar de keizer werd gebracht. De soldaten van de keizer zeiden: ”Dit is één van de eerste metgezellen van Mohammed. Hij is nu in onze handen en we brengen hem bij u.” De keizer keek hem lang aan en zei: ”Ik wil je iets aanbieden,…… ik doe je een voorstel.”
‘Abdoellah vroeg:”Wat is dat? Wat voor voorstel?” De keizer zei: ”Ik bied je aan…… ik nodig je uit christen te worden en…… als je dat doet laat ik je vrij en doe iets goeds voor jou.‘Abdoellah zei heel krachtig: ”Dat krijg je nooit voor elkaar!! Ik sterf liever duizend keer dan dat ik accepteer wat jij zegt!” De keizer zei: ”Ik zie dat je sterk en krachtig bent. Als je accepteert wat ik je hebt gezegd, krijg je een deel van mijn hele bezit.” ‘Abdoellah glimlachte en zei: ”Wallahi (bij Allah), al geef je je gehele bezit en alles wat de Arabieren bezitten erbij zodat ik terugkeer van mijn dien (religie) zoveel als het knipperen van mijn ogen, dan nog doe ik het niet.” “Dan word je vermoord”: zei de keizer. ‘Abdoellah antwoordde: ”Wat je wil.” Vervolgens gaf de keizer opdracht hem te kruisigen en gaf zijn soldaten de opdacht om hem bang te maken door pijlen af te schieten die hem net niet zouden raken en hem vervolgens opnieuw te vragen christen te worden.
‘Abdoellah bleef weigeren. De keizer liet hem weer naar beneden halen en gaf zijn soldaten opdracht een grote pan met kokende olie te halen en liet ze tevens nog twee andere moslim gevangenen halen. De keizer gaf de opdracht één van deze moslim gevangene in de olie te gooien. ‘Abdoellah moest toekijken en zag hoe het vlees van de man verschroeide in de hete olie. Weer vroeg de keizer ‘Abdoellah christen te worden. Op dit moment is ‘Abdoellah nog sterker in zijn Imân, en nog harder dan hiervoor zegt hij: ”NEE.” De keizer wordt kwaad en geeft opdacht hem ook in de olie te gooien nadat de tweede moslim gevangene erin was gegooid. De soldaten grijpen ‘Abdoellah vast om hem naar de pan met olie te brengen. Zij zien tranen in de ogen van ‘Abdoellah verschijnen. De soldaten denken dat hij zwak geworden is en ze zeggen tegen de keizer dat ‘Abdoellah huilt. De keizer zegt: ”Breng hem hier. Wil je nu christen worden?”
‘Abdoellah antwoordde: ”NEE.” De keizer is verbaasd en zegt:”Wat is dat nu, waarom huil je dan?” ‘Abdoellah:”Waarom ik huil!! Doordat ik tegen mezelf sprak en zei: ”Jij (‘Abdoellah) bent een nafs (ziel), ik word in de olie gegooid en mijn nafs gaat weg. Ik wilde dat ik zoveel zielen had als dat ik haren op mijn lichaam heb en elke keer in de olie zou worden gegooid voor de Islam.” De keizer werd kwader en kwader en zegt: ”Wil jij mijn voorhoofd kussen dan ik laat je vrij.” Ondertussen denkende, dat ‘Abdoellah dat toch nooit zou doen, omdat hij (de keizer) de vijand is. Maar ‘Abdoellah antwoordde: ”Laat je dan ook alle moslimgevangenen met mij vrij?”
‘Abdoellah dacht,…. het zijn dan wel vijanden van Allah (swt). Maar een kus op het voorhoofd van de keizer geven en daarmee alle moslims vrij krijgen, dat moet geen probleem zijn om te volbrengen.” ‘Abdoellah gaf de keizer een kus op het voorhoofd en vervolgens werden alle moslims vrijgelaten. Samen met ‘Abdoellah keerden ze terug huiswaarts en naar Omar ibn Al-Chattâh (ra).
Omar ibn al-Chattâh was blij en keek naar alle gevangene en zei dat het voor iedere moslim verplicht was om het voorhoofd van ‘Abdoellah te kussen. Vervolgens kuste hij (Omar) als eerste het voorhoofd van ‘Abdoellah ibn H’oedhaifah.

Incha Allah dat dit voorbeeld ons kracht zal geven en ons sterker zal maken in onze da’wah en onze imân.

Al-hamdoellilah Rabbil’alamien.

Wa alaikoem salaam wa Rahmatoellahi wa Barakatoeh


 

 

 

© 2003 copyright. Alle Rechten Voorbehouden. All Rights Reserved.
De informatie op de website is bedoeld voor persoonlijk, niet-commercieel gebruik. Elke vorm van herpublicatie van de inhoud zonder voorafgaande, schriftelijke, toestemming is
niet toegestaan.