
Nederland als een islamitische staat
De Nederlandse wetgeving komt voor 98% overeen met de sja’ria-wetgeving
Als zij het zo doen, hoe doen wij het dan eigenlijk? Met deze vraag vat hij zijn
fascinatie voor de Arabische en islamitische wereld samen. Maurits Berger,
arabist, jurist en schrijver, woonde en werkte acht jaar in Egypte en Syrië. Hij
bestudeerde er het islamitisch recht (’De sjaria is meer dan handjes hakken’) en
ontdekte dat Nederland voldoet aan de eisen van een islamitische staat.
Sjaria is voor veel moslims de blauwdruk van een rechtvaardige samenleving.
Niet-moslims denken eerder aan handen afhakken en verplicht hoofddoeken dragen.
Maurits Berger (39) krijgt tijdens zijn colleges sjaria vaak de vraag: bent u
soms moslim? ,,Pas als ik ’nee’ antwoord, ben ik geloofwaardig voor ze.’’
Om het islamistisch recht te doorgronden, woonde en werkte Berger in Egypte en
later in Syrië. Nederland komt sterk overeen met een islamitische modelstaat,
ontdekte hij tijdens zijn sja riastudie. ,,Eis is dat er wordt geregeerd volgens
consensus en raadpleging, en onze democratie voldoet daaraan. De sjaria komt
voor 98 procent overeen met het Nederlands recht.’’
Het verschil is slechts twee procent, meent Berger; het zijn de straffen die
staan op overspel, diefstal, alcoholgebruik, afvalligheid van de islam en
laster, en enkele regelingen in het familierecht, over vrouwen- en
mannenrechten.
Berger belicht graag de ’andere kant van de sjaria’, maar wordt tot zijn
ergernis ’onmiddellijk om de oren geslagen met de onderdrukking van de vrouw’.
Haar positie was -en is soms nog altijd- in de sjaria gelijk aan de
christelijk-Europese. Dat het vrouwen slecht gaat in moslimlanden komt niet door
de islam. Ze delven het onderspit omdat ze tot de lagere klassen van arme,
onderontwikkelde, traditionele en conservatieve samenlevingen horen. ,,Hoe kan
het toch dat juist moslimvrouwen uit de hogere klassen het vaak vele malen beter
doen dan hun zusters in Nederland?’’
Het beeld van vrouwonderdrukkende islam is misplaatst, vindt Berger. Het is
ontleend aan kledingvoorschriften en het autorijdverbod in Saoedie-Arabië. In de
sjaria is het niet terug te vinden. ,,Saoediërs verpesten het voor de moslims.’’
In Nederland is de islam ’in beweging’, dankzij de ontmoeting met niet-moslims.
Berger heeft ’diepe bewondering’ voor Abou Jahjah, al is hij het niet in alles
met de AEL-leider eens. ,,Hij fungeert als een ventiel voor de onvrede van
moslimjongeren, laat zien dat moslimjongeren zich buitengesloten voelen.’’
Berger ziet een opleving van de islam in het Westen. ,,Moslimjongeren pakken de
boeken om de bronnen zelf te interpreteren. Fundamentalistisch? Dan zijn wij
Nederlanders het ook. Wij willen toch ook graag alles zelf lezen en ontdekken?’’
Tegen de heersende opvattingen in, is Berger ervan overtuigd dat de integratie
van moslims in Nederland niet is mislukt. Er zíjn wel problemen, maar die hebben
’alle migranten over de hele wereld’. De achterstand van moslims ’is zowel voor
ons als voor hen een probleem’. ,,Wij zien vrouwenbesnijdenis en bloedwraak als
typische aberraties van de islam omdat zij toevallig in moslimlanden
plaatsvinden, terwijl zij niets met de islam van doen hebben. Omgekeerd noemen
wij Italiaanse maffiapraktijken geen christelijk verschijnsel, net zomin als wij
het afbinden van vrouwenvoeten in China confuciaans noemen. De vraag is dus: wíl
je het wel weten?’’
Daarmee komt Berger bij ’het grootste probleem in Nederland’: dat wij slechte
gedragingen van mensen toerekenen aan hun religie. ,,Die jochies die de
4-meiherdenkingen verstoorden, moeten gewoon een pak slaag krijgen en
vrouwenmishandeling is gewoon vrouwenmishandeling.’’
Moslims, stelt Berger bezorgd vast, willen zelf ook niet op hun religie worden
aangesproken, iets wat na 11 september wel gebeurt. Ze moeten zelfs
verantwoording afleggen voor ’de daden van een paar gekken’. Berger
’veroordeelt’ de aanslagen. ,,Tegelijkertijd begrijp ik de achtergronden. Ik
bedoel niet de psychologische roerselen van de zelfmoordenaars, maar de
politiek-sociale omgeving die hen ertoe heeft aangezet. Ik was geschokt, maar
niet verbaasd.’’ Berger vreest een self-fulfilling prophecy: ,,Als moslims
constant als monsters worden afgeschilderd, gaan ze zich er misschien ook naar
gedragen of op z’n minst provoceren.’’
Nederland creëert en koestert zijn monster uit ’angstlust’, zoals Berger het
noemt. We doen wel alsof we ervanaf willen door kennis op te doen, maar lezen
dan boeken van onderdrukte en mishandelde moslimvrouwen, van radicale imams. Zo
blijft de ’oprukkende’ islam lekker eng. Die angst is ook Berger niet vreemd.
Toen hij, na jaren islam- en taalstudie voor het eerst in Damascus het
vrijdagmiddaggebed bijwoonde, ,,stond ik daar met trillende benen van angst. Ik
kreeg beelden voor me van een massa moslims die me wilde lynchen. De angst ging
dwars door mijn buik. Daar had ik dus tien jaar voor doorgeleerd.’’
Onlangs verscheen Bergers ’Islam onder mijn huid’. De reacties erop vindt de
auteur onthullend. ,,Men vraagt naar feiten over de islam, maar hangt daar
altijd een waardeoordeel aan: ’Is het niet zo dat in Nigeria...?’ en nooit: ’Wat
vind je van Nigeria?’ Men vraagt om bevestiging van een negatief beeld. En ik
moet wel van zeer goeden huize komen om dat beeld te ontkrachten.’’
De vraag wat hij eigenlijk vindt van moslims noemt Berger ’hoogst merkwaardig’.
,,Als ik naar Israël was gegaan en een boek over dat land had geschreven, dan
had men mij niet gevraagd: ’Wat vindt u van die Joden?’’’
Zijn boek, zegt Berger, geeft een persoonlijke indruk van zijn ontmoetingen met
Egyptische en Syrische moslims en christenen, geen beeld van de hele islam.
,,Het geeft een bepaalde indruk, net zo goed als het boek van Hirsi Ali een
andere indruk geeft. Waarom willen wij er in Nederland niet aan dat beide
ervaringen waar zijn?’’
Het Westen vreest de halve maan, maar moslims hebben historisch meer reden bang
te zijn voor het christelijke Westen. ,,Het Westen heeft wel degelijk schuld aan
de problemen van de moslimwereld, om de simpele reden dat nagenoeg de hele
moslimwereld tot het einde van de jaren veertig gekolonialiseerd was. Het Westen
grijpt nog steeds krachtig in in de jonge onafhankelijke moslimstaten wanneer de
westerse belangen in het geding raken. Dat wil niet zeggen dat moslimlanden
achterover kunnen leunen en hun handen mogen wassen in onschuld. Integendeel.
Zij zijn absoluut verantwoordelijk voor de puinhoop die zij er zelf van maken.
Maar wat ik westerse landen kwalijk neem is hun pretentie alsof zij
onafhankelijke toeschouwers zijn en het beste voor hebben met de moslimwereld.
De moslimwereld heeft meer reden tot angst en wantrouwen. Dat kan een motivatie
zijn van moslim extremisten.
©
2003 copyright.
Alle Rechten Voorbehouden. All Rights Reserved.
De informatie op de website is bedoeld voor persoonlijk, niet-commercieel
gebruik. Elke vorm van herpublicatie van de inhoud zonder voorafgaande,
schriftelijke, toestemming is niet toegestaan.
![]()