De ster
(soera 85: al-buroedj)
Bij de ster die vallend daalt
Uw stadsgenoot is niet verdwaald
Hij spreekt ook niet verdwaasd
Hij spreekt wat is geopenbaard
De machthebber met groot mandaat
Onderwees hem. Een Wijze, op zijn plaats
In evenwicht, daar waar de dageraad ontstaat
Dan komt Hij nader en Hij daalt
Tot twee booglengten af, en staat
En geeft zijn dienaar wat Hij openbaart
Zijn hart behoeft geen leugentaal.
Wantrouwen jullie soms zijn visioen-verhaal?
Hij (Mohammed) had Hen al gezien een ander maal
Bij de lotusboom, de ‘wereldpraal’
In de wondertuin, in de hemelse gaard
Waar de lotusboom staat met verhuld gelaat
Zijn blik – niet afgeleid of afgedwaald –
Neemt de grootste tekenen van Zijn Heer waar.
Hebben jullie soms iets gezien in Al-Laat?
In Al-Oezza of in de 3e godin, Manaat?
Jullie zeker zonen, Hij dochters als Nazaat?
Die verdeling is toch ver onder de maat
Die dragen een door jullie en je vaders verzonnen naam
Terwijl geen machtiging van God daartoe is uitgegaan
Jullie volgen slechts vermoedens en een waan
Hoewel door jullie Heer gezonden werd: een leidraad
Krijgt de mens dan alles wat hem aanstaat?
Terwijl aan God de toekomst en het heden staat
Hoeveel engelen staan er niet in de hemel paraat?
Hun voorspraak levert toch geen enk’le baat
Dan aan hen die God het vergunt en toestaat
Zij die niet geloven benoemen engelen met een vrouwennaam
Kennis, daar ontbreekt het hun aan
Zij hangen slechts vermoedens aan
En nog nooit hebben vermoedens de waarheid onderuit gehaald
Weersta daarom wie onze boodschap tegengestaan
Wie kiest voor aards gewin en momentele staat
Op deze grens kwam hun kennis tot staan
Jullie Heer weet beter wie van zijn weg is afgedwaald
En beter ook wie zich naar zijn raad gedraagt.
Aan God behoort wat is in hemel en op aard
Zodat Hij de kwaden vergeleden kan, hun daad
En aan de goeden, wat als hun beloning is bepaald.
De mensen die zich verre houden van grove zaken en gruwelijkheden
Behoudens kleinigheden
Voor hen ziet jouw Heer het ruim en Hij vergeeft.
Hij kent jullie beter, al sinds Hij jullie maakte van aarde
En sinds jullie nog verbleven in de moederschoot
Verklaar jezelf niet heilig, want Hij weet beter wie in Zijn vreze staat
Zagen jullie die man, die alles tegenstaat?
Die gieraard, die geeft met mondjesmaat?
Ziet hij wat onzichtbaar is verklaard?
Of weet hij niet wat er in de wet van Mozes staat?
Of wat in Abrahams boekrol is bewaard?
Geen extra last is voor de lastdrager bepaald;
De mens krijgt slechts wat hij heeft nagejaagd
En straks wordt wat hij najaagt zichtbaar
Dat wordt beloond, vergelding in volle maat.
Je Heer is dan je rust en toeverlaat
Hij is het die je lachen dan wel huilen laat
En Hij beschikt de doods- of levensstaat
Hij schept man en vrouw uit een druppel zaad
Een vlam die uit begeerte slaat
Het andere leven is Zijn zaak
Hij is het die genoegen schept en rijk maakt
Onder Hem is het dat de Hondster staat
Hij heeft vernietigd het volk van Aad
Ook Thamoed – niets dat Hij overlaat
Ook vroeger, dat volk van Noach, boos en onbeschaamd
En de stad van Lot – Hij heeft ze niet gespaard
Hij overdekte haar en liet haar in water ondergaan
Twijfel je nog aan jouw Heer, of Hij het heeft welgedaan?
Kijk dan hoe het de voorgaanden is vergaan.
De laatste dag kan niet ver meer zijn
Niemand dan God onthult je zijn termijn
Ben je verbaasd over dit bericht?
Is er slechts lach, geen traan op je gezicht?
Blijf je slechts zitten, niet eens opgeschrikt?
Buig je dan voor God, eerbiedig en dienstwaardig.
Vertaler onbekend.
©
2003 copyright.
Alle Rechten Voorbehouden. All Rights Reserved.
De informatie op de website is bedoeld voor persoonlijk, niet-commercieel
gebruik. Elke vorm van herpublicatie van de inhoud zonder voorafgaande,
schriftelijke, toestemming is niet toegestaan.
![]()