De collaborateur kwijtgescholden

Welkom op deze site, hieronder staat een bespreking van het artikelen "Macht en gezag van de Duitse bezetter" en "Collaboreren op niveau: een vergelijkende studie van Duitse bezettingsregimes gedurende de 2e wereldoorlog". van C.J. Lammers geschreven door Niels Zwikker tijdens zijn studie sociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Zie ook de overige publicaties van Niels Zwikker

De collaborateur kwijtgescholden.

Een bespreking van twee artikelen van C.J. Lammers door Niels Zwikker

In deze bespreking zullen we de artikelen van C.J. Lammers met betrekking tot de collaboratie in Nederland nader bekijken. We hebben het hierbij over de artikelen "Macht en gezag van de Duitse bezetter" uit 1989 en het vervolg hierop "Collaboreren op niveau: een vergelijkende studie van Duitse bezettingsregimes gedurende de 2e wereldoorlog".

In zijn eerste artikel stelt Lammers aan het begin dat het opmerkelijk is dat Nederland in vergelijking met andere landen zo'n goede bijdrage heeft geleverd aan het verwezenlijken van de Duitse doelstelling. Als meest kenmerkende voorbeeld geeft hij hierbij het percentage joden dat in elk land overleeft heeft, waarbij het percentage in Nederland het geringst is.

De probleemstelling die Lammers in zijn eerste artikel opgelost wil zien worden is hoe de Duitse bezetter het voor elkaar kreeg de organisatorische infrastructuur in Nederland om te vormen naar zijn intenties om zo zijn doelen te behalen. Met deze probleemstelling hoopt hij de vraag waarom Nederlanders zo voegzaam waren in de 2e wereldoorlog eveneens te beantwoorden.

Als antwoord stelt Lammers dat de Duitse bezetter verschillende middelen had om de Nederlanders om te vormen. Hiermee komen we aan bij de kern van zijn theorie. Deze middelen laten zich omschrijven als zijnde: Dwangmiddelen (niet alleen fysiek maar ook economisch en sociaal), lokmiddelen (eveneens fysiek, economisch en sociaal), en als derde Gezag.
Vooral het laatste middel is van cruciaal belang bij zijn theorie. Worden de eerste twee zaken gegenereerd door (vnl. Militaire) machtsmiddelen, komt gezag voort uit sociale beweegredenen. Lammers stelt in zijn artikel dat hoewel het voor de beheersing van Nederland om het samenspel van deze factoren gaat, gezag hierbij toch verreweg essentieel is.
Bij een lok en dwangregiem, zo stelt Lammers, kan men de medewerking van autochtonen ook verkrijgen. Hierbij speelt in een groot deel mee de verwachting die men heeft. De verwachting tot straf bij dwangmiddelen of de verwachting op beloning bij lokmiddelen van de bezetter. Als men echter niet het idee heeft dat de bezetter ook daadwerkelijk gezag heeft, dan zijn deze verwachtingen minder effectief.

Hiermee hoopt Lammers beschreven te hebben dat collaborateurs meewerkten aan de Duitse bezetting omdat zij te maken hadden met verwachtingen en gezag. De verwachtingen van "foute" collaborateur lagen bij Lammers bij het delen in de "oorlogsbuit". De verwachtingen voor "goede" collaborateurs konden slaan op strafmaatregelen tegen hen persoonlijk of tegen hun ondergeschikten (personeel, bevolking, etc.). Het gezag van de bezetter werd volgens Lammers hoofdzakelijk gegenereerd door de aanwijzingen van de vertrokken regering of door functioneel gezag.

In zijn tweede artikel gaat Lammers verder in op de werking van collaboratie, zij het meer vanuit het zicht van de bezetter. Hierbij geeft hij aan dat een bezetter bepaalde redenen kan hebben om verschillende bezettingsvormen te verkiezen. Allereerst geeft Lammers aan dat we collaboratie het beste kunnen zien als een vorm van interorganisationele ruiltransactie. De bezetter koopt beheersing- en bestuursmacht en betaalt hiermee met het toestaan van gedeeltelijke autonomie en het intomen van zijn geweldsmacht. Hiermee, stelt Lammers, is collaboratie slechts een min of meer natuurlijke gang van zaken tussen bezettende macht en onderdrukten. Dit beeld is te vergelijken, zoals hij al heeft aangetoond in zijn eerste artikel, met een werkgever en werknemers of met een leraar en leerlingen. Verder stelt Lammers in zijn tweede artikel dat, wil een bezetting goed functioneren, een beheersingssysteem aan bepaalde eisen moet voldoen. Deze eisen zijn volgens Lammers:
Invoer van hulpbronnen naar de te beheersen systemen;
voldoende speelruimte aan de te beheersen systemen gunnen;
loyale medewerking van de topleiding.
Hierbij komt de theorie uit zijn eerste artikel weer naar boven.

De invoer van hulpbronnen en het gunnen van voldoende speelruimte valt onder de lok- en dwangmiddelen en de loyale medewerking van de topleiding is gebaseerd op de factor gezag. In dit artikel probeert Lammers dan ook aan te geven dat deze drie zaken met elkaar in samenspel zijn, en dat door het gemis van een van deze factoren de bezetting van een land minder soepel verloopt. Dit laatste argument gaat niet alleen op met betrekking tot de bezetter, maar ook tot de bezette bevolking.

Door de opsomming van deze drie factoren lijkt het verklaren van verschillende bezettingsvormen en collaboratievormen zeer gemakkelijk te gaan. Zoals Lammers zelf aantoont door middel van verschillende data, komt heel snel naar voren waarom er in verschillende landen zo'n verschillende geschiedenis van bezetting op na houden. In zijn vergelijking van Nederland met Denemarken en Polen lijken zijn opvattingen goed uit te komen. Echter vergeet Lammers dat er naast zijn model, wat zoals gezegd zeer plausibel klinkt, nog andere zaken een rol speelden dan de bezettingsvorm. Zoals hij zelf al heel lichtjes aanstreept heeft eveneens de ideologie ook een rol in de omgang met de bezetter. Hij onderstreept hierbij de ideologie van de Nazi's in het geval van Polen, die de bezetting tegenwerkt. Hij vergeet echter dat er in de bezette landen eveneens sprake kan zijn van een bepaalde ideologie die het verloop van de bezetting eveneens beïnvloedde (positief of negatief).
Daarnaast gaat hij toch wel grotendeels om het feit heen dat er een oorlog woedde en dat bepaalde landen eerder in de frontlinie lagen dan anderen, vergelijk Nederland met Denemarken. Wellicht heeft dit eveneens een invloed op de bezettingsvorm van een land.
Het grote probleem bij Lammers' beschrijvingen is dat het hoofdzakelijk theoretisch is en dat er geen daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt van data om zijn bevindingen te onderbouwen of te weerleggen. De totale hoeveelheid gegevens die hij gebruikt om zijn theorie te ondersteunen is zeer gering. Men zou toch aannemen dat over zo'n veel besproken onderwerp als de 2e wereldoorlog er eveneens veel meer gegevens zijn die Lammers had kunnen gebruiken. Dat hij niet zoveel gegevens aantoont is op zijn minst zeer vreemd.
Hoewel ik vind dat Lammers met zijn theorie een aantal logische verklaringen geeft, vind ik het jammer dat hij deze verklaringen:
1. Niet goed onderbouwd met data, terwijl men mag aannemen dat er voldoende dat over deze periode is.
2. Hij wel "snuffelt" aan alternatieve verklaringen maar deze niet verder uitbouwt omdat ze niet met zijn theorie stroken.

Als laatste valt te stellen dat Lammers zelf collaboreert met moralisme, doordat hij stelt dat een socioloog wel onderscheid mag maken tussen goed en fout. Hiermee geeft hij zichzelf gelijk als hij stelt dat collaboratie voortkomt uit een idee van gezag en uit verwachtingen op beloning of straf. In zijn persoonlijke geval valt het gezag te zien als het gezag van de heersende moraal over goed en fout. Daarnaast zijn de verwachtingen die Lammers zelf heeft gericht op de beloning van erkenning, de man die de conflicten tussen collaborateurs en verzetsstrijders heeft weggenomen. Hoe je het wend of keert, op deze wijze heeft hij zijn theorie toch nog ondersteund met zeer recente data.

Niels Zwikker.
Student aan Radboud Universiteit Nijmegen.

Zie ook de overige publicaties van Niels Zwikker

My Favorite things about Angelfire.

My Favorite Web Sites

Angelfire - Free Home Pages
Free Web Building Help
Angelfire HTML Library
HTML Gear - free polls, guestbooks, and more!

Email: marktniels@hotmail.com