DE MAROLLEN 

 

1.   Inleiding

De Marollen is de meest typische volkswijk van Brussel. Ze ligt omheen de Hoogstraat, halverwege de heuvelflank tussen boven- en benedenstad. De wijk was oorspronkelijk een arbeiderswijk waar sociale conflicten vaak hun hoogtepunt vonden. Het is een verhaal van armoede en stadsvernieuwing, buurtwerk en sociale woningbouw. Ook is er een boeiende rommelmarkt waar toeristen gek op zijn. In deze uiteenzetting wil ik verschillende aspecten van de buurt belichten : de geografische situering, de historiek en het sociale aspect. Tijdens mijn rondleiding in deze buurt ben ik deze buurt meer gaan waarderen : haar eigenaardigheden, pittoreske huisjes en heel veel sympatieke bewoners. Er zijn heel wat kleine straatjes en gangetjes. In de cafés kan men naar hartelust gewoon doen. De restaurantjes zijn klein, maar ze hebben een voortreffelijke keuken. Wat ook zijn charme heeft, is het Marolliaans : een mengelmoes van Nederlands en Frans. Er bestaat zelfs een volkslied van de Marollen.

 

2.   Oorsprong van het woord Marollen

Marollen komt van Maricollen en dat is de samentrekking van Maria Collentes. Maricollen is de naam van een groep religieuzen die zich omstreeks 1660 in de buurt gevestigd hebben. Ze hielden zich voornamelijk bezig met het onderwijzen van arme meisjes. De kloosterorde bestaat nog steeds in Mechelen. De zusters Maricollen speelden de rol van de sociaal assistenten van vandaag. Deze zusters leefden niet geïsoleerd maar ze namen deel aan het dagelijkse leven.

                               

3.   Historiek

Om de geschiedenis van de Marollen duidelijk te kunnen bespreken vertrekken we op de Galgenberg, daar waar nu het Justitiepaleis staat. Een legende vertelt dat het Justitiepaleis op deze plaats werd opgetrokken, omdat de Marollen een levendige en soms opstandige buurt was. Het gebouw diende als waarschuwing voor de plaatselijke bevolking. Wanneer ze te veel geweld gebruikten, zouden ze in het Justitiepaleis terechtkomen en terechtgesteld worden. In feite werd het Justitiepaleis op de Galgenberg gebouwd om de Marollenwijk plat te leggen. Het stadsbestuur wou niet dat er nog een armenbuurt bestond. Hun bedoeling was er een rijkere buurt van te maken. Daarin zijn ze echter niet gelukt. De ijver en de wilskracht van de Maroliens heeft ervoor gezorgd dat de Marollen een arme, maar toch sympatieke buurt is gebleven. Voor het Justitiepaleis bevindt zich nu het Poelaertplein, genoemd naar de architect Joseph Poelaert. De Marolliens verweten hem van de Schieven architect. Hij heeft zijn werk nooit kunnen voltooien. Hij stierf na een periode van waanzin.

 

3.1. De 10de eeuw

Over de geschiedenis van vóór de 10de eeuw is er weinig geweten. Wel staat vast dat er bewoners waren vanaf de Oertijd.

 

3.2. De 11de eeuw

In de 11de eeuw werd overgegaan tot het omwallen van de stad. Alleen de adel en de leden van de gilden, met andere woorden belastingbetalers, mochten binnen de stadsmuren wonen. De andere bewoners moesten de stad verlaten bij het luiden van de avondklok. Zij mochten alleen de stad binnen om te werken. De eerste nederzettingen van de clochards kwamen waar nu de Hoogstraat is.

 

3.3. De 12de eeuw

In de 12de eeuw werd de eerste kapel buiten de stadsmuren opgetrokken. Rond dit heiligdom en de Hoogstraat breidde de Marollenwijk zich uit.

 

3.4. De 13de eeuw

In de 13de eeuw zou vooral de tapijtweefkunst tot bloei komen.

 

3.5. De 14de eeuw

In de 14de eeuw werd een tweede stadswal opgetrokken om het werkmateriaal te beschermen tegen eventuele aanvallers. De Hallepoort is nog een overblijfsel van die tweede stadswal. Deze stadsomwalling omvatte het huidige gebied van de Marollen. Tot 1360 werden de terechtstellingen op de Galgenberg uitgevoerd. De naam zegt het zelf : hier stond de ”galg”. Deze galg zal vanaf dan niet meer in werking worden gesteld. Waar de terechtstellingen dan werden uitgevoerd, is niet met zekerheid te zeggen. Vermoed wordt dat ze ergens in Vorst of St.-Gillis plaatsvonden.

 

3.6. De 15de eeuw

In 1405 werd er door de patriciërs brand gesticht omdat ze de te zenuwachtige bevolking wilden kalmeren. 2.400 huizen en 1.400 weefgetouwen gingen in de brand verloren.

 

3.7. De 16de en de 17de eeuw

Vanaf de 16de en de 17de eeuw kwamen verschillende kloosterorden (Miniemen, Brigittinen, Apostolienen) zich in de Marollen vestigen. Eén hiervan, dat van Maria-Collentes, zag zijn naam evolueren naar Maricollen en Marollen. De kloosterorden namen verschillende politieke en culturele taken op zich.

 

3.8. De 18de eeuw (+ 19de eeuw)

In de 18de eeuw schaften de Oostenrijkers een reeks van kloosters af en onteigenden de gronden. Op die wijze werden de stad en de godshuizen in de 19de eeuw de grootste grondbezitters. Dit werd in het groeiende overheidsbeleid een geducht wapen om krotten te saneren. Stadsafbraak en protesten volgden elkaar op.

 

3.9. De 20ste eeuw

De 20ste eeuw was voor de Marollen, net zoals voor de rest van Europa, een bewogen periode. De strijd voor het algemeen stemrecht ging gepaard met stakingen en schermutselingen. Gedurende de Eerste Wereldoorlog richtte de bezetter permanent een kanon op de Montserratstraat. Na de afloop van Wereldoorlog II worden de Marollen getroffen door een V1-bom. Wanneer het ministerie van Justitie in 1969 kantoren wil bijbouwen in de Marollen, kennen de Marollen hun eigen derde oorlog.

 

4.   Wijken en buurten

 

4.1. De Krakeelbuurt

Ontevredenheid over de negentiende eeuwse wantoestanden gaf in deze buurt krakeel. Zo kreeg de buurt haar naam en werd ze veroordeeld als onhandelbaar. In 1973 werd een hoogbouwprogramma gerealiseerd. Dit is een van de oorzaken van de achteruitgang van de oorspronkelijke rommelmarkt.

 

4.2. De Brigittinenbuurt

Deze wijk ligt heel dicht bij het Sint-Jan Berchmanscollege en heeft heel veel geleden onder de bouw van de Noord-Zuid-spoorwegverbinding. Vroeger bestond de meerderheid van de bevolking hier uit Spanjaarden.  Nu echter bestaat de meerderheid van de buurtbewoners uit Noord-Afrikanen. In deze buurt vindt men de Brigittinenkerk terug. Ze heeft eerst als kazerne, dan als opslagplaats, daarna als beenhouwerij en tenslotte als theater gefungeerd.

 

4.3. De Samaritainebuurt

Een geschiedenis van deze wijk is moeilijk te vinden. Deze buurt werd beschouwd als één van de armste van gans de Marollen.  Wel weet men dat er vanaf de 16e eeuw veel steegjes waren en dit is nu nog zo. Nu wordt wonen in de Samaritainebuurt de laatste jaren duur. De antiekhandelaars van de Zavel hebben een oogje laten vallen op deze pittoreske straat, waardoor armoede gekneld raakt tussen totale verkrotting en speculatie. Dit proces noemt men “verzaveling”. Bewonersprotest en media-aandacht verplichtten de stad tot een herstelpolitiek. In de Samaritainestraat worden huizen opgeknapt en kwam er een dienst voor sociaal-medische opvang. De huurprijzen zijn echter nog te hoog voor de mensen uit de meest arme buurt van de Marollen. Zij gaan en anderen komen.

 

4.4. De Radijzenbuurt

De Radijzenbuurt is gelegen rond het Vossenplein en de Blaesstraat.  Hier stapelden de rommelverkopers van het Vossenplein hun koopwaar. De Blaesstraat is vooral bekend voor haar behangselpapier-, luster- en meubelwinkels. Begin de jaren zestig werd een groot deel van de buurt opgeofferd voor hoogbouw, een project dat niet helemaal werd uitgevoerd.

 

4.5. De Miniemenbuurt

Een bom voor het Justitiepaleis miste haar doel. De Miniemenbuurt droeg echter de gevolgen. De wijk werd in 1945 verwoest door een V-bom. Op die plaats werden in de jaren 1960 nieuwe sociale woningen opgetrokken. De bewoners zijn hier tevreden alhoewel de gebouwen grauw van uitzicht zijn. Er zijn heel wat doorsteken en passerellen. Zelfs Pieter Breughel heeft nog in de Miniemenbuurt gewoond. Waar nu het atheneum staat, stond vroeger de woning van Vesalius. De Miniemenstraat is nu een straat met massage, design, restaurants, antiek en sauna’s; de grens met de hoogstad. Hier en daar biedt ze een doorkijk naar de Marollenwijk beneden.

 

4.6. Cité Hellemans

Tussen de Pieremansstraat en de Sistervatstraat en tussen de Hoogstraat en de Blaesstraat vinden we de cité Hellemans. Deze cité werd genoemd naar de naam van de architect van de wijk. Hier staan vijf parallelle rijen sociale woningen uit 1913. Zij hebben voor die tijd vooruitstrevende en hygiënische voorzieningen zoals maximale ventilatie van alle kamers, toiletten met spoeling, keldertjes, een kinderkribbe en een wasplaats. Door de evenwijdige straten kan men het gedrag van de bewoners goed controleren. Vanaf 1975 verloederde de cité, maar na 1988 werd hij gerenoveerd door de Brusselse huisvestingsmaatschappij. De huurprijsstijging bleef beperkt en de bewoners konden blijven.

 

4.7. Kleine Marol

Deze buurt is gelegen achter het indrukwekkende Justitiepaleis. Ze wordt ook wel eens Bovendael genoemd. Eind van de jaren zestig had men plannen om het Justitiepaleis uit te breiden en daarvoor zou deze buurt gedeeltelijk afgebroken moeten worden. In 1968 kwamen de bewoners op straat en uitten hun ongenoegens.  Ze haalden hun slag thuis. Getuige van deze actie vinden we in de Montserratstraat : de gevel op de hoek met de Voorzorgstraat.

 

4.8 Cité Model

Het saneringsplan voor de Marollen werd hier, in 1957, uitgevoerd en stond model voor de hele buurt. Onoverzichtelijke steegjes maakten plaats voor grauwgrijze woontorens.

 

5.   Sociaal werk

 

5.1. Poverello

Poverello is een opvangtehuis voor dakloze Brusselaars (zowat 1.300), die er eten, verzorging en slaapgelegenheid kunnen vinden. Jan Vermeire, de stichter, maakt het samen met enkele mensen mogelijk om arme mensen te onthalen en een onderdak te geven. Dit gebeurde in leegstaande lokalen van het Kapucijnerklooster in de Zuinigheidsstraat. In mei 1978 startte het onthaal. Poverello is afhankelijk van vrijwilligerswerk en ontvangt geen subsidies. De naam Poverello is afgeleid van het Italiaans en betekent “kleine arme”. Poverello staat zowel open voor Nederlandstalige als voor Franstalige mensen. Er zijn nooit taalproblemen. Het tehuis is open van negen uur tot vijf uur. Dagelijks worden er 250 middagmalen bereid. In Poverello heerst een familiale sfeer. De mensen die er komen, voelen zich geholpen. Vriendschap staat op de eerste plaats. Als iemand problemen heeft, helpen de anderen. Men is in Poverello echt thuis, zonder eraan te werken.

 

----ooo0ooo----