|
![]() |
![]() |
Ik maak er een praatje met een Richard Lee, een 'young urban professionel' ,
yup dus, uit Hong Kong. Hij beweert 'junior bank officer' te zijn, maar daar geloof ik
niet veel van. Zijn houding is daarvoor veel te nonchalant en zijn gebit is
een chaos. Dat laatste is in China een bewijs dat je niet tot de toplaag van
de samenleving behoort. Hij is met een groep hier, waarvan de meeste onder aan
de berg zijn blijven steken. Desgevraagd vertelt hij me dat de meeste inwoners
van de voormalige Britse kroonkolonie geen echte last hebben van de nieuwe overheersers,
de communistische Chinezen van het vasteland. Zo lang je je maar niet bemoeit
met politiek leggen zij je geen strobreed in de weg. Alleen op het gebied van
de taal zijn er veranderingen doorgevoerd. Het voorheen gebruikte Kantonees
is vervangen door het Mandarijn, dat uit Noord - China afkomstig is. Gelukkig
is het karakteristieke schrift hetzelfde gebleven, zodat communicatie niet helemaal
is uitgesloten. Nee, Richard is een tevreden man.
![]() |
![]() |
Sarangkot is 1593 meter hoog, het stadje Pokhara ligt op 884 meter hoogte. Op de top wordt een donatie voor restauratie van tempels gevraagd. Iedereen geeft wat, valt me op. Daar staan ook nog banyan- of bodibomen die gekenmerkt worden door de vele brede bovengrondse wortels. Veel van die bomen hebben een religieuze functie gekregen. Naar het schijnt heeft de Boeddha onder een van hen het licht gezien. Interessant is de plaquette waarop de namen staan gegraveerd van de bergkolossen die je van dit punt van links naar rechts kunt zien. Links begint het met de Dhaulagiri, rechts eindigt het met de Annapurna IV piek. Naar het noorden kijk je zoals al gezegd uit op de Himalaya. Als je je blik naar het zuiden werpt zie je ver onder je de spiegelende vlakte van het Phela Tal - meer met Lakeside liggen. Die kant ga ik op als ik even na twaalf uur begin aan de afdaling, waarvoor volgens de boeken twee uur staat.
![]() |
In het begin word ik vaak aangeklampt door jochies die zich als gids opdringen,
maar ik heb geen behoefte aan hun overbodige diensten. Verdwalen kun je hier
niet echt, recht omlaag gaan is eenvoudigweg het devies. Op de flanken van de
hellingen liggen kleine dorpjes, die het van landbouw moeten hebben. Na een
uur wordt de omgeving wat ruiger en loopt het pad door struiken en bosschages.
Daar krijg ik gezelschap van een wel bijzonder hardnekkige 'gids', deze keer
iemand die ouder is en redelijk Engels spreekt. Ik kan hem maar niet van me
afschudden. Van de weeromstuit maak ik een praatje met hem.
Mahendra vertelt me dat hij derdejaarsstudent Engels is aan het plaatselijke
College. Niet te geloven, vind ik, zijn povere woordenschat en abominabele uitspraak
in aanmerking genomen. Hij woont nog bij zijn ouders in een van de gehuchten
die ik zojuist gepasseerd heb. Zijn moeder is langzaam blind aan het worden;
dat proces kan wel gestopt worden, maar de behandelingskosten zijn hoog. Zijn
vader werkt op het land. Het gezin telt verder nog een broer en twee zussen,
maar die zijn het huis uit. Elke morgen leert hij de kinderen op het dorpsschooltje
een half uur lang Engels. Daarop verwens ik hem gekscherend: "Zo, jij bent
dus degene die al die kinderen heeft leren bedelen in het Engels: "Gimme money
? Gimme candy? Gimme roepie? Gimme paisa? Gimme chocolate? Gimme sweets and so
on." Hij heeft niet in de gaten dat ik aan het grappen ben en bezweert
me dat dit niet waar is. Even later vertelt hij me dat hij ook nog aan het sparen
is om te kunnen trouwen met zijn meisje. Ik kan me niet voorstellen dat hij
een meisje aan de haak heeft weten te slaan: hij is echt oerlelijk, met uitstaande
flaporen, een verwrongen grote haviksneus, waterige oogjes en een ruwe huid
die bijna helemaal. met paarsachtige wijnvlekken is bedekt. Op zijn handen
heeft hij grote wratten. Uiteindelijk komt
het gesprek uit op religie. Hij wil me het Hindoeïsme uitleggen, maar die
pogingen kap ik af door te stellen dat ik in niets en niemand geloof, zeker
niet in goden die er als dieren uitzien
Hij heeft moeite om de maandelijkse
tien dollar collegegeld op te hoesten, daarom probeert hij wat bij te verdienen
als gids. Vervolgens probeert hij me te lijmen en beweert dat hij nog nooit
een 50 - jarige zo snel, soepel en behendig de berg heeft zien afkomen, Ja, ja,
en dat moet ik geloven.
Als we weer zicht krijgen op de bewoonde wereld wil ik van hem af. Hoewel ik
me had voorgenomen hem niet voor zijn ongewenste diensten te belonen, strijk
ik over mijn hart en geef ik hem vijftig roepie. Dat vindt hij maar wat weinig,
maar als ik hem de keus geef "iets of niets", bedenkt hij zich geen
seconde en rent hij terug de berg op, hopend op een nieuw westers slachtoffer.
![]() |
![]() |
![]() |
Het meer is dan niet ver meer. Via rotsige paadjes, droge beekbeddingen en slordige
trappen van leisteen bereik ik de droogstaande rijstterrassen. Daar moet ik
over de dijkjes heen naar het meer lopen. Ik ben toe aan een lange rustperiode.
Niet omdat ik uitgeput zou zijn, maar wel omdat mijn krakende knieën, stramme
gewrichten en een slap gevoel in de benen me tot rust manen. Het is dan al half
drie, een half uur "over tijd" dus ....Met uitzicht over het vredige meer zit ik een uur lang te lezen onder een eenvoudige
bamboe overkapping van een restaurantje. Het is nog een half uur lopen naar
Lakeside; ondertussen drink ik een liter mineraalwater op, want ik voel me een
beetje uitgedroogd. Onderweg heb ik drie uur lang niets te drinken gehad;
met die inspanningen en onder die zon merk je dan al gauw dat je vocht moet
bijtanken. Dit gedeelte van de oever doet nogal armoedig aan; hier komen wel
toeristen, maar alleen plaatselijke of westerlingen die écht op zwart zaad zitten.
De prijzen liggen er belachelijk laag, maar de kwaliteit van het gebodene is
dan ook navenant. Voor de afwisseling eet ik eens een Indiase schotel met dal,
curry, geitenvlees en chapati's. Echt lekker smaakt het niet als je weet dat
er tal van andere heerlijke gerechten op het menu staan.
Er is brand in het dorp. Alle autochtonen, op de winkeliers na dan, rennen nieuwsgierig
achter de brandweerauto aan. Enkel de toeristen blijven rustig zitten, die zijn
niet zo sensatiebelust. Zou een cultuurverschil daarvan de verklaring kunnen
zijn, of is men in het westen dankzij televisie blasé of ongevoelig geworden
voor opmerkelijke gebeurtenissen? Ik snuffel nog wat rond in de vele boekhandels
die er tot mijn verrassing liggen. Ze hebben allemaal afdelingen met duizenden
tweedehands boeken die trekkers hebben achtergelaten. Je kunt er je eigen boeken
die je uit hebt ook ruilen of verkopen. Ik besluit het laatste; 'Bombay ijs"
heb ik inmiddels uit, dat kan ik ruilen voor 15 ansichtkaarten. Op de stoffige
schappen ontdek ik dat de complete wereldliteratuur aanwezig is, vooral in het
Engels. In het hotel ligt mijn wasgoed keurig gewassen en gestreken op mijn
opgemaakte bed . De lampen in de badkamer zijn nog steeds niet gerepareerd of
vervangen.

Pagina's op deze Nepal - site:
|