Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Vlokreeftjes

Amphipoda

Bathyporeia guilliamsoniana

Voor de diergroep amfipoden bestaat geen goede Nederlandse naam,
en worden voor het gemak vaak vlokreeftjes genoemd.
Ze worden herkend aan hun zijdelings afgeplatte lichaam
en de talrijke, op verschillende wijze gemodificeerde poten.
De maat en structuur van de 2 paar antennes
zijn belangrijk bij de determinatie.

Vlokreeftjes zijn de meest voorkomende kreeftachtigen in de Noordzee,
met als bekendste vertegenwoordiger de strandvlo (Talitrus saltator).
Strandvlooien zijn typerende dieren voor het vloedmerk van zandstranden.
Daar eten ze allerlei ontbindend plantaardig en dierlijk materiaal.
Meestal kruipen ze overdag onder het vloedmerk om te voorkomen dat ze uitdrogen.
Ze worden tot twee centimeter groot en kunnen goed zwemmen.

Er komen verschillende soorten strandvlooien (Talitridae)
op het Nederlandse strand voor.
De kwelderspringer (Orchestia gamarella) is een
soort strandvlo die aan de wadkant leeft.
Hij kan een leeftijd van 8-12 maanden kan bereiken.
Het diertje is roodachtig tot groenig bruin met rode strepen.
De mannetjes worden iets groter (17 mm) dan de vrouwtjes (14 mm).
Vrouwtjes zijn na 6-7 maanden geslachtsrijp.

Talitrus saltator             Orchestia gamarella

Andere amfipoden zijn bijvoorbeeld vlokreeftjes.
De verschillende soorten leven in zowel zout als zoet water.
Gammarus pulex is te vinden in zoet water en voedt zich
vooral met algen en dode planten op de bodem,
maar soms eet hij ook wel kleine diertjes.
Zelf valt hij ten prooi aan andere slootbewoners
zoals vissen en salamanders.
Wanneer hij volwassen is, is hij veilig voor de meeste slootbewoners
en zwemt overdag rond tussen de waterplanten.
Opvallend is de wat onhandige manier van zwemmen.
De vlokreeft zwemt op z'n zij en zo onderscheid je hem
van een zoetwaterpissebed.

Gammarus pulex

De vlokreeft (Haustorius arenarius) leeft tussen
het zeewier in baaien, havens en ander rustige wateren
die in verbinding staan met de zee.
Op het strand en het wad graaft hij zich in in het zand.
Dit vlokreeftje wordt ongeveer 1 cm lang
en vaak is hij knalgroen of -geel van kleur.

Naast de Kaspische slijkgarnaal, (Corophium curvispinum), die zich al
sinds 1987 in Nederland thuis voelt is nu ook zijn grotere broer
Ponto-Kaspische slijkgarnaal (Corophium robustum) aangetroffen.
Deze exoot gedijt uitzonderlijk goed in de Rijn.
Hij komt van oorsprong uit de Zwarte Zee en kon tot in
onze regio doordringen door de opening van het Rijn-Donaukanaal.

Dat exoten inheemse soorten kunnen verdrijven
bewijst deze Ponto-kaspische slijkgarnaal.
Als parasiet valt hij alles aan wat hij tegenkomt.
Waarom gaat hem dat zo gemakkelijk af?
Dat heeft verschillende oorzaken.
Exoten hebben in een vreemde omgeving geen last
van hun oorspronkelijke natuurlijke vijanden.
Bovendien is door lozingen van fabrieken het rivierwater
van de Rijn warmer en zouter dan ander water.
Voor diertjes uit warmer streken is zo'n omgeving ideaal.

Hoe zal het de Ponto-kaspische slijkgarnaal in de toekomst vergaan?
Wellicht krijgt hij in de loop der tijd een natuurlijke inheemse vijand.
Of er breken ziekten uit onder deze exoten, waardoor hun
aantal vermindert en natuurlijke soorten hun kans krijgen.

C. robustum (boven) en C.  curvispinum (onder)

Het kreeftje Jassa (Jassa falcata) is een vlokreeft-achtig beestje,
dat tussen kleine vertakte roodwieren, bijvoorbeeld hoorntjeswier, leeft.
Het heeft een heel eigenaardige vergrote tweede schaarpoot,
waaraan het dier meteen te herkennen is.
Het voedt zich met wieren.
Jassa komt algemeen voor langs de Nederlandse kust,
op stenen aan de laagwaterlijn.

Jassa falcata

Dan zijn er ook nog de spookkreeftjes (Caprellidea).
Zij onderscheiden zich door een andere lichaamsbouw.
Ze worden gekenmerkt door een slank, cilindrisch lichaam
met minder aanhangsels dan andere amfipoden.
Daarnaast zijn ze sterk aangepast aan het zich vastklampen
aan andere organismen, zoals algen en hydro´den.
Ze worden tot 7 mm lang, waarbij de mannetjes
groter zijn dan de vrouwtjes.
Om te eten houden ze zich met de achterpoten vast
en grijpen met de scharen naar voorbijkomend zo÷plankton.

Tot de spookkreeftjes behoort ondermeer
het wandelend geraamte (Caprella linearis), die deze naam
ontvangen heeft vanwege zijn uiterlijk.
Hij wordt slechts 2,2 cm groot en lijkt een beetje op
de teringlijder ( Phtisica marina),
een ander spookkreeftje uit onze contreien.
Deze draagt echter aan elk segment een paar poten,
terwijl Caprella linearis op de segmenten
3 en 4 enkel rudimentaire stompjes heeft zitten.
Een andere caprella-soort is het harig spookkreeftje
( Caprella mancho) die in ieder geval groter wordt dan 1,5 cm.

Caprella linearis             Phtisica marina

Andere amfipoden zijn ook de kwalvlo en de slijkgarnaal.
Voor amfipoden geldt dat de vrouwtjes, afhankelijk van de soort,
hun eieren 2 tot 60 dagen met zich meedragen.
 
 
 
 
Terug naar:

Home
Kreeftachtigen