Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!
wpf4b50413_0f.jpg

The Secret En Het geheim Van Welvaart

 

Door Don Jia

 

 

In elk tijdperk maken mensen zich een voorstelling van hun wereld in termen van de technologie die op dat moment het meest tot de verbeelding spreekt. In de middeleeuwen stelde men zich het universum voor als een boek, in de vroeg industriële periode als een ingenieus raderwerk, en vandaag zijn er de aanhangers van The Secret die het universum voor een telewinkel houden (“Waarom jezelf nog geluk ontzeggen? Pak die telefoon en bestel…houdt uw creditcard bij de hand). New Age-lectuur als The Secret doet het goed in de verweesde global village, waaronder Nederland, omdat ze op een slinkse manier de banaliteit van het consumptiekapitalisme als “hoge spirituele waarheid” aan consumenten terugverkoopt: het is de belofte van eindeloze kredietwaardigheid in ruil voor absolute politieke gehoorzaamheid/afzijdigheid, oftewel een “positieve houding.”

 

De postmoderne mens is voorbij goed en kwaad, wat zich uit in een afkeer van “manicheistisch” taalgebruik en een voorliefde voor “objectiever” klinkende termen als “positief” en “negatief.” Hoewel in dezelfde context het aloude goed en kwaad net zo goed dienst zou doen, wordt in bepaalde gevallen onder het “positieve” iets wezenlijk anders verstaan dan de morele religieuze tradities deden onder het “goede.” The Secret is een toonbeeld van amoreel positief denken in dat het een algehele onthechting van alle onwelgevallige zaken predikt. Het is “negatief” om je op te winden over politieke of ecologische kwesties, maar daarentegen geldt het als “positief” om te smachten naar poenige luxe-auto’s, uitgestrekte villa’s of gewoon obscene sommen geld. Mensen die zich afvragen hoeveel dit magisch hypermaterialisme van The Secret met spiritualiteit van doen heeft zijn volgens hetzelfde schema zelfhatende negatievo’s, lieden die een serieus Secreteer beter uit de weg kan gaan eer zij hem met hun negativiteit besmetten. Het is de exaltatie van infantiele inhaligheid die de “moraal” van het consumptie kapitalisme vormt, en de fetisjering van slaafs conformisme aan haar politiek economische regime.

 

Allicht “werkt” The Secret, maar dat laat zich ook verklaren zonder een theorie van occulte kosmische aantrekkingskrachten. Het is een simpel gegeven dat binnen elk regime, politiek, economisch en schijnbaar ook “metafysisch,” conformisme in de eerste plaats lonender is dan verzet. Het lijdt geen twijfel dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland veel mensen waren die zichzelf ervan probeerde te overtuigen dat de bezetting ook haar “positieve kanten” had, en die daarom in staat waren te profiteren van de economische voordelen die de aansluiting bij het Duitse imperium had. Het positiviteitsdenken van The Secret spreekt echter vooral van de ijdele hoop onder middenklassers een doorbraak naar de hogere maatschappelijke sferen te maken. Gefixeerd als zij is op de opwaartse mobiliteit, wil zij niet zien dat zij, net als de werkende klasse onder hen, voor de economische macht eveneens weinig meer is dan een inwisselbaar productiemiddel, en dat die macht met niets minder genoegen zal nemen dan hun maximale uitbuiting.

 

Dit is het werkelijke geheim van welvaart, maar The Secret dartelt er met een grote boog omheen. Daarmee reproduceert zij de mythe van “eigen verantwoordelijkheid,” het neoliberale mantra waarmee gesteld wordt dat sociaal zwakkeren voor zichzelf moeten zorgen, en van Vader Staat enkel disciplinerende maatregelen hoeven te verwachten. Het is het idee dat armoede en welvaart ieders persoonlijke verdienste zijn, de straf voor luiheid of de beloning van noeste arbeid. Dat een individu invloed heeft op zijn persoonlijke welvaartsniveau lijdt geen twijfel. Door te werken komt er geld binnen, door niet te werken in principe niet, tenzij dat individu natuurlijk eigenaar is van productiemiddelen. De mate waarin een werkend individu zijn welvaartsniveau positief kan beïnvloeden hangt sterk af van wie dat individu is en waar hij zich bevindt. Hoewel het idee van de American Dream het onder welgestelde beleidsmakers nog altijd goed doet, is het in de praktijk nagenoeg uitgesloten dat werknemers bij Wall Mart of McDonalds gedurende hun “carrière” veel hogerop zullen komen.

 

Het werkelijke geheim van welvaart is niet positief denken, maar de structurele uitbuiting van arbeiders, en het consumptie kapitalisme slaat munt uit hun rechteloosheid. Het overvloedige aanbod van goedkope consumptiegoederen vandaag valt geheel terug te voeren op het “slimme” drukken van kosten door multinationals die hun produktielijnen uitbesteden aan fabrikanten gelegerd in landen waar mensenrechten, minimumlonen en vakbonden ongehoord zijn, en waar in feite een slavernijregime van kracht is. Dit scheelt een boel onnodige investeringen, waardoor een deel van de behaalde “winst” met de consument gedeeld kan worden, maar waardoor minder rücksichtslose fabrikantenook uit de markt concurreerd worden.

 

Omdat zulke misstanden maar sporadisch het nieuws halen bestaat de indruk dat het om uitzonderingen gaat, maar niets is minder waar: bijna alle door het Westen geïmporteerde textiel wordt vervaardigd door kinderarbeiders, die formeel geen slaaf genoemd mogen worden omdat zijn voor bedragen als 6 dollar per maand in loondienst zouden zijn. Vorig jaar berichtten media dat verreweg de meeste huismerk artikelen van grote Nederlandse supermarkten niet “fair” waren gebleken, oftewel dat niet gegarandeerd kon worden dat er geen slavenarbeid bij de productie is komen kijken.

 

Het zou helemaal niet moeilijk zijn aan deze misstanden een eind te maken. In Europees verband zou de importvan slaafprodukten, net als drugs, organen of kernwapens bij wet verboden kunnen worden. Het probleem is dat niemand dit wil, want behalve voor producenten is het ook voor consumenten maar al te lucratief om te profiteren van mensen die nagenoeg voor niets werken. Premier Balkenende hoeft zich wat dit aangaat geen zorgen te maken, met de door hem zo bewonderde “VOC menaliteit” zit het in het bedrijfsleven wel snor. Daarnaast heerst er onder consumenten een onvermurwbare consensus dat wij recht hebben op betaalbare luxe en flauwiteiten, en zij (de slavenrassen in afgelegen fabrieken) de plicht hebben deze te leveren.

 

Dit is nu de werkelijke alchemie. Ingewijden weten dat de transformatie van lood in goud niet letterlijk genomen moet worden, maar gezien als het gebruik van martiale dwang om de rechtelozen economisch productief te maken. The Secret blijft steken aan de exoterische kant van de medaille door te suggereren dat het mogelijk is rijkdom zonder evenredige inspanning te krijgen, puur door met de juiste “positieve” instelling te wensen. In werkelijkheid heeft alles altijd een prijs, alleen wordt de rekening in de regel door anderen betaald: kindslaven in zogenaamde lagelonenlanden en toekomstige generaties die zich het hoofd mogen breken over hoe hun vergiftigde planeet weer bewoonbaar te krijgen.

 

Dat The Secret door hele volksstammen als een verheffend, filosofisch, “spiritueel” werk gezien wordt, is tekenend voor de groteske, armoedige, epidemische bullshit die in het laat kapitalistische tijdperk de ronde doet, en waarmee de burgerconsument aan alle kanten permanent wordt geïndoctrineerd. Ieder mens is vrij in de ficties van zijn gading te geloven, maar dat er ooit iets uit niets ontstaan zou zijn, enkel door het te wensen, is het soort infantiel debiele machtsfictie waar de historisch materialisten al meer dan een eeuw geleden hun pijlen op richtten. Alle consumptiegoederen hebben naast hun winkelwaarde ook nog een “geheime,” reëele prijs – de schade die haar productiewijze toebrengt aan lokale economieën en ecosysteem - maar die zijn in de regel onzichtbaar en voor consumenten al te makkelijk te “vergeten.”