Tegelijkertijd zou haar broer Jan, die op 17-jarige leeftijd in de meidagen van 1940 als marinier gevochten had bij Rotterdam, zich in de bosjes bij de poort van het Huis van Bewaring verbergen met een revolver. Het was zijn taak om te voorkomen dat de Duitsers bij de poort de actie zouden kunnen verstoren. Ingeval van gevaar moest hij het vuur openen om tegen alke prijs de vijand op een afstand te houden. Daarmee nam hij het risico dat hij zelf het niet zou overleven. Op het moment dat de poort openging zat Jan in de bosjes klaar om te schieten. De andere leden moesten dan naar binnen stormen, de wacht overmeesteren, het gebouw veroveren en zo snel mogelijk de celduren openen om hun kameraden te bevrijden. En zo gebeurde het ook. Sommige gevangenen, die het lawaai in het gebouw naderbij hoorden komen, dachten dat hun laatste uur geslagen had toen de celdeur geopend werd. Ze staarden echter met verbazing naar hun kameraden die in de celdeuren verschenen. -Na de oorlog werd duidelijk dat de Duitsters de executie van verscheidende gevangenen gepland hadden voor 12 december-. Binnen enkele minuten was iedereen, bevrijders en bevrijdden, beneden in de hal, terwijl andere leden van de groep, gekleed in Duitse uniformen, met Duitse vrachtwagens bij de poort verschenen. Ze wekten de indruk dat er een Duits gevangenen transport plaatsgreep: met veel geschreeuw werden de bevrijde gevangenen de vrachtwagens ïngeslagen" en weg waren ze.
De overval op het Assense Huis van Bewaring en de bevrijding van 30 verzetsstrijders was een volledig succes. Zowel de bevrijden als de bevrijders waren allen mensen die, zonder dikdoenerij en soms in grote angst en wanhoop, de buiten gewone moed hadden het Nazi-régiem te bevechten met het risico er het leven bij te verliezen.
De betrokken personen.