De meeste mensen willen een hond hebben vanaf de
puppyleeftijd, zodat zij hem zelf kunnen opvoeden. Een puppy past zich sneller
aan de huiselijke situatie aan dan een oudere hond en vertoont ook niet de
eventuele gedragsproblemen die volwassen honden kunnen vertonen. Desondanks kan
de komst van de pup enig ongemak en schade in huis veroorzaken. Ze kunnen
bijvoorbeeld kleedjes bevuilen of aanvreten en als ze in het begin alleen
worden gelaten, gaan blaffen of janken. Enige tolerantie van de eigenaar is
hier dan wel gewenst. Met verstandige opvoeding en voldoende aandacht voor de
behoeften van het hondje blijven zulke problemen binnen de perken. Honden zijn
gewoontedieren en leren al snel hoe ze zich moeten gedragen.
1)
Gezonde pups : na druk te hebben gespeeld,
slapen jonge honden lange perioden. Dit is geen teken slechte gezondheid. Symptomen
van een goede gezondheid zijn : een goede eetlust en stevige ontlasting zonder een
spoor van bloed. De huid is normaal los; let er echter op dat de hond geen
uitpuilende buik heeft (kan aangeven dat hij wormen heeft). Ontwormen is een must
voor de gezondheid van de pup. De dierenarts kan u uitleggen welke
noodzakelijke inentingen het diertje moet krijgen.
2)
De opgroeiende pup : de vacht van een pup is
minder dik dan die van de moeder, maar de aftekeningen staan vast. Op de
leeftijd van ongeveer 6 maanden moet een pup zindelijk zijn. Ook moet hij
zonder tegenzin aangelijnd kunnen meelopen. Alleen op rustige plekken waar geen
verkeer is, mag hij onaangelijnd spelen. Als hij er vandoor gaat, mag hij niet
achterna worden gejaagd, want dat vat hij op als spel. Sta stil en roep hem
terug. Als de nieuwigheid van de vrijheid af is, komt hij heus wel.
3)
Verschil in grootte : pasgeboren pups van alle
rassen zijn ongeveer even goot. Pas later ontwikkelen pups van grote rassen
zich sneller dan die van kleinere rassen. Jonge honden mogen zich lichamelijk
niet te veel inspannen. Vooral bij pups van grote rassen ontstaat er snel te
veel druk op het skelet. Het is beter om dagelijks met ze te wandelen, waarbij
ze ook de mogelijkheid krijgen om zich onaangelijnd te bewegen.
4)
Veranderingen : als pups ouder worden, zijn
veranderingen merkbaar. Bij sommige rassen gaan de oren omhoog. Soms gebeurt
dit wat minder snel, maar als de pup 6 maanden oud is moet hij toch wel staande
oren hebben. Bij rassen waar pups in de regel lichtere vachten hebben dan
volwassen honden, is de kleur tegen de leeftijd van 6 maanden ook aanmerkelijk
donkerder geworden. Andere kenmerken, zoals oogkleur, kunnen tegen deze
leeftijd ook meer op die van volwassen honden lijken.
Bij de keuze van een hond let de toekomstige eigenaar op een aantal factoren, zoals gezondheid, uiterlijk en aard, maar de grootte van de volwassen hond is meestal doorslaggevend. Grootte is echter niet het allerbelangrijkste, want sommige grote honden zijn in huis veel minder druk dan de meeste kleinere rassen. Hoe langer honden als gezelschapsdier zijn, hoe meer men vergeet voor welk doel ze oorspronkelijk werden gehouden. De instincten en speciale gedragingen bestaan echter nog wel. Te veel mensen kiezen een hond uitsluitend op grond van het uiterlijk, zonder echt na te denken over de herkomst van een ras, die ook invloed heeft op aard en gedrag.
1) Klein is lief : minihondjes hebben al dadelijk een voordeel boven grotere rassen. Ze eten minder en zijn dus goedkoper. Ze leren gemakkelijk en doen hun ‘bazen’ graag een plezier. Ze zijn zeer aanhankelijk en doorgaans lief voor kinderen. Ze hebben echter niet altijd minder ruimte nodig dan grotere honden, omdat ze heel vaak, en dat geldt speciaal voor terriërs, bijzonder actief zijn en het heerlijk vinden om buiten onaangelijnd te rennen.
2) Lopende honden (brakken) : sommige kleinere jachthonden zijn heerlijk gezelschapsdieren met hun open, spontane aard en gemakkelijk te verzorgen korte vacht. Alle lopende honden zijn vaak moeilijk op te voeden en luisteren niet echt naar hun eigenaar als ze eenmaal een spoor hebben opgepakt. Sommige van deze rassen zijn niet echt geschikt als huisdier.
3) Spaniëls : jachthonden als spaniëls en retrievers werden ontwikkeld om een nauw contact te hebben met hun eigenaar. Ze moeten wel ruim voldoende beweging krijgen. Vachtverzorging is een noodzaak, waarbij veel aandacht moet worden besteed aan de zware hangoren. Oorontstekingen komt veel voor bij spaniëls. Bij een taps toelopende etensbak hangen de oren tijdens het eten niet in het voedsel.
4) Waak- en verdedigingshonden : rassen die geschikt zijn als waak- en verdedigingshond zijn nogal populair. Veel honden van deze rassen hebben echter een sterk werkinstinct en zijn dominant van aard. Ze hebben van jongsaf een bijzonder consequente opvoeding nodig. Krijgen ze dit niet, dan kunnen ze onbetrouwbaar worden.
5) Hoe groter hoe beter : de afmetingen van een hond als de Duitse Dog kan een bezwaar vormen. Maar grootte zegt niets over temperament, want honden van de meeste grote rassen zijn zachtaardig en rustig. Er kleven zeker bezwaren aan het houden van honden van deze grootte : ze eten veel meer dan hun kleinere soortgenoten en ze hebben veel ruimte nodig.
6) Een pup kiezen : waarop moet u letten : als u heeft besloten welke rashond u wilt hebben, kunt u bij de desbetreffende rasvereniging op het adres van een fokker vragen. De aanschafprijs hangt onder meer af van de afstammeling, de kwaliteit en de zeldzaamheid van het puppy. Als ze 8 tot 9 weken oud zijn, kunnen pups naar hun nieuwe tehuis; ze zijn dan volledig gespeend en hebben hun puppyinenting gehad. Neem uw puppy mee naar de dierenarts voor een algemene gezondheidscontrole. Niet iedereen kan of wil een rashond kopen en een gewoon hondje kan een verrukkelijk huisgenoot zijn. Het is wel vaak moeilijk om de uiteindelijke grootte van een rasloos hondje te voorspellen.