|
|
Geslaagde handopfok bij hyacintaradoor Carmen Lafin (1986) vertaald door Derieuw KatelijnMet een totale lengte van ongeveer 100cm is de hyacintara de grootste papegaaienvogel. De hyacintara's bewonen de Galeriewouden en moerasgebieden van Zuid-Brazilië. Vooral in midden en oostelijk Mato Grosso alsook in het Pantanalgebied treft men hen aan. Het Pantanalgebied, tot voor kort nog een oerwoud, praktisch onberoerd diepland in oost Brazilië, begint de Braziliaanse regering nu te ontginnen. Met het ontginnen van dit grensgebied met Bolivia en Paraguay komen de daar nog talrijke voorkomende hyacintara's in het gedrang. In klein familieverband doorvliegen ze deze wouden om de juiste voedingsbronnen te vinden. Van enorme betekenis zijn de verschillende soorten palmvruchten, die de hoofdvoeding zijn van deze elegante vliegers. Bessen, vruchten en knoppen van verscheidene aard behoren eveneens tot hun voedselspectrum. 's Avonds zoeken meerder groepen samen een overnachtingplaats, die ze 's morgens in groepen (meestal 2-8 dieren) verlaten met als doel voedsel te vinden. Als nestgelegenheid dienen de boomholtes in palmbomen alsook zelf uitgegraven aardeholtes in hogere oeverbebossing. Het leven in de natuur is bij deze imposante papegaaien nog heel weinig onderzocht. De oorzaken liggen hier meestal door het onbereikbaar zijn van hun levensruimte, die eveneens nog volkomen vreemd zijn. Hyacintara's waren reeds altijd zeer begeerde tentoonstellingstukken voor zoölogische tuinen en dergelijke inrichtingen, waar ze vroeger meestal alleen werden geplaatst of bij andere soorten ara's. Deze manier van vogels houdzen is vandaag de dag niet meer te rechtvaardigen, nog te meer dat deze dieren in de natuur, door de ingrepen van de mensen werkelijk in het gedrang komen. Aangezien er geen grote populatie onder de mensen aanwezig is, staat moeite doen om te kweken vooraan. Door geëngageerde kweekprogramma's kan de populatie onder mensentoezicht blijven en er meerder biologische data gewonnen worden. Aangezien er over geslaagde nakweek zo goed als niets bekend is zal ik u hierna mijn ervaringen neerschrijven over de handopfok van de hyacintara. In totaal kom ik tot vandaag (1986) 4 hyacintara's geslaagd grootbrengen. Het ouderpaar is zoals alle andere papegaaien in een groot vogelhuis ondergebracht. De vogels bewonen groepsgewijze verschillende volières, die grote vliegmogelijkheden verschaffen en grote bewegingsmogelijkheden (klimmen enz. ) bieden. Op die beweging leg ik grote waarde. Na 3 ongeslaagde broedverzoeken probeerden mijn hyacinten het in de lente 1982 nogmaals. In de voederbak - de noten en nootschalen waren zorgvuldig klein gebeten - werden 2 eieren gelegd met een interval van 4 dagen. De pop begon bij het leggen van het eerste ei onmiddellijk te broeden. Ze werd regelmatig van eten voorzien door het mannetje. Na 35 dagen heb ik de eieren weggenomen. Bij controle van de eieren kon ik vaststellen dat er bij een leeftijd van ongeveer 14 dagen de embryo's afgestorven waren. Er werd onmiddellijk een broedblok gebouwd waarvan wij de bodem bedekten
met een dikke laag zaagsel. Om het afbreken van de blok tegen te gaan (hyacinten
zijn grote bijters) hebben we dit gemaakt uit Braziliaanse den. Alle kanten
hebben we afgewerkt met ijzerprofielen. De hoogte van de blok was 150cm met een
doormeter van 60cm. De inkom had een doormeter van 20cm. In de lente van 1983 werden er weer 2 eieren gelegd. Zoals het jaar voordien werd op 31 mei het eerste ei gelegd en het tweede volgde. Op 1 juli werd Amigo geboren uit het tweede ei. In het eerste ei zat weer een afgestorven, volledig ontwikkeld jong. Ik heb Amigo na 6 weken uit het broedblok gehaald wanneer ik vaststelde dat het mannetje weer interesse begon te krijgen voor het broedblok. Amigo werd dus verder met de hand gevoerd. Om de 3 uur heb ik eten gegeven van 's morgens 7 uur tot 's avonds 10 uur. Er werden dus 6 maaltijden gegeven die langzamerhand werden afgebouwd. In het begin werd een brij gemaakt van havervlokken, tarwevlokken, magere melkpoeder en een mineraalpreparaat (korvimin ZVT). Ik voedde met een koffielepel wat volledig probleemloos verliep. Na verloop van tijd, naarmate het jong zwaarder werd heb ik volgende zaken bijgevoegd : gemalen en gepelde zonnebloempitten en noten, verschillende tot moes gemaakte fruitsoorten, wortelsap, fijngemaakte eieren, magere kwark, beschuiten en kalk. Er werd vooral aandacht besteed aan voldoende dierlijke eiwitten (hondekoeken, kwark, magere melkpoeder, ....) aangezien hyacintara's in de vrije natuur dieren eten (slakken,wormen, enz.). Amigo mijn eerste jong deed het fantastisch. Bij zijn eerste vlucht
belande hij na honderd meter in een 20m hoge eikenboom welke op ons grondstuk
stond en waaruit hij 's nachts door de brandweer moest uitgehaald worden.
Godzijdank was Amigo heel tam. Opdat de spieren goed zouden ontwikkelen heb ik
altijd heel veel waarde gelegd op de klimmogelijkheden (klimtouwen en rekken).
Ondertussen zijn er verschillende jongen geboren die telkens op de leeftijd van
6 weken uit het broedblok werden gehaald, om geen risico te nemen voor het
mannetje weer op slechte gedachten zou komen. De broedtijd was telkens 28 dagen.
Volgende jongen werden geboren en werden volwassen: Ondertussen hadden de ara's de controleklep reeds zo kapot gebeten dat deze moest vervangen worden. Om verder afbraak te voorkomen hebben we een glasklep met metaal ingebouwd. Deze doorzichtige opening was een groot voordeel daar men zeer eenvoudig controles kan uitvoeren. De volwassen vogels voelen zich helemaal niet gestoord. Men mag nooit vergeten dat de relatie tussen mens en vogel heel belangrijk is voor de kweek. Vandaar hou ik mij heel intensief met mijn dieren bezig en werd daarvoor reeds goed beloond. Verschenen in de PAKARA nieuwsbrief van januari-februari 2003 |
|
U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan pakara@pandora.be.
|