Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

7. Conflict incompatible goals.. 1

7.1 Wat zijn ‘incompatible goals’ in de conflict-theorie en discours theorie?. 2

7.1.1 Invulling van het begrip incompatible goals. 2

Het verschil tussen oorlog en vrede: van competitie naar conflict 3

Positions, interests, needs. 3

Consensual en dissensual conflict 4

Issues en values. 4

7.1.2 Discours: de betekenis van grond in het leven van alledag. 5

Het alledaagse leven. 5

Binnen de conflictpartijen bestaan verschillende discoursen. 5

Constructie van het verhaal over de ander 6

7.2 Hoe worden de goals vertaald als ‘incompatible’? Naar een “discourse of exclusion”. 7

7.2.1 Economische/ materiële betekenis van grond. 7

Overleven versus Verrijken. 8

Handelswaar versus Slechte landbouwers. 9

Analyse. 10

7.2.2 Culturele/ religieuze betekenis van grond. 11

Natuur/ cultuur/ overleven versus Produktie/ exploitatie. 11

Vruchtbaar/Arbeid versus Woestijn/ Luiheid. 12

Analyse. 13

7.2.3 Politiek/ juridische betekenis van grond. 13

Ancestrale rechten versus Overwinnaars. 14

Volgens de wet versus Eerst aanwezige. 14

Analyse. 15

7.3 Op welke manier dragen deze dichotomieën bij aan de legitimatie van het conflict?. 15

Issues en values. 16

Positions, interests, needs: een ‘discourse of exclusion’ 16

Van competitie naar conflict 17

Consensual en dissensual conflict 17

Hegemonie. 18

7.4 Slot 19

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

7. Conflict incompatible goals

 

“What was for example, the meaning of the attacks of 9/11? The US government constructed an image of the Twin Towers as symbols of Civilisation, of Freedom and Free Democracy. This choise of words implied an incompatibility of goals between Civilised Western forces versus Barbarianism. In a completely different setting, you could also interpret the attacks on the Twin Towers as an attack on the symbols of Savage Capitalism, of the Oppressed Poor against the Extreme Wealthy. This choice of words would have implied different opposing parties”[1].

De betekenis die wordt toegekend aan gewelddadige gebeurtenissen verwijst naar de “actual or perceived incompatibility of goals” [2] zoals ook in bovenstaand citaat helder naar voren komt.

 

De conflict driehoek van Galtung wijst in één punt van de driehoek naar de echte of gevoelde onverenigbaarheid van doelen tussen de conflictpartijen (Miall 2001:14). Er zijn meerdere kleinere conflicten gaande tussen de Mapuche activisten en delen van de Chileense samenleving. Conflicten over issues zoals vuilnisbelten, plantages, grondbezit, gezondheidszorg, scholing en een hydro-eclectrische dam. Hier focus ik op het conflict over grond tussen grondbezitters en Mapuche activisten[3]. De centrale vraag in dit hoofdstuk is: Welke rol heeft de representatie van de ‘incompatible goals’ in de legitimering van geweld? Welke processen maken sommige issues zo nijpend dat besloten wordt voor conflict in plaats van voor een vreedzame oplossing (Jabri 1996)? Dit hoofdstuk zal ik opbouwen analoog aan het framework van hoofdstuk Identiteit[4]. In de eerste paragraaf ga ik in op de definitie van incompatible goals en de verschillende theorieën omtrent de plaats van incompatible goals in conflicten. Net als ik heb gedaan met de concepten identiteit en geweld, wil ik ook hier gaan kijken op welke manier de incompatible goals hun plaats innemen in het leven van alledag en op welke manier zo betekenis wordt verleend aan het begrip grond. De positie die door beide actoren wordt ingenomen is dat ze de rechthebbende zijn op de grond[5]. Dat leidt dan ook tot de tweede paragraaf waarin ik me buig over de vraag via welk proces de goals vertaald worden als onverenigbaar. Tot slot ga ik in de laatste paragraaf in op de vraag hoe deze discursieve onverenigbaarheid van de incompatible goals leidt tot het onstaan van en de steun voor gewelddadig conflict. 

 

7.1 Wat zijn ‘incompatible goals’ in de conflict-theorie en discours theorie?

7.1.1 Invulling van het begrip incompatible goals

Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 is discours analyse gebaseerd op twee aannames: anti-foundationalism en anti-essentialisme. Armoede, klasse en globalisering zijn in die visie geen permanente categorieën, noch hebben ze een zekere essentie die los staat van de politieke en sociale processen waarbinnen ze een rol spelen. In discours wordt een gemeenschappelijke consensus bereikt over de betekenis van de concepten. “The meanings that people attribute to events, institutions, policies, motives and appeals for political support are as important as the phenomena themselves” (Goodhand & Hulme, 1999:20). De verklarende werking die bijvoorbeeld de factor armoede heeft in de context van een conflict kan slechts worden begrepen door de betekenis van armoede te ontlenen aan het proces waarin dit armoede-concept ontstaat en haar rol speelt. Belangrijker dan de issues zelf is dus de context waaraan zij hun betekenis ontlenen. Hierbij moet ook in het oog gehouden worden dat discours niet alleen descriptief, maar ook constitutief is.

 

Als je wil weten waar het conflict over gaat, is het van belang te weten waar vrede over gaat. Oorlog en vrede vormen geen tegenstelling maar een continuüm (Keen 2001). In mijn onderzoeksvoorstel schreef ik de bekende uitspraak: “fighting for peace is like fucking for virginity” en mijn veronderstelling was dat iedereen niets liever wil dan vrede. Tijdens mijn onderzoek kwam ik tot de conclusie dat niet iedereen vrede wil. Althans, men vecht niet zozeer voor vrede, alswel ter verdediging van belangen en het opeisen van rechten. Azar wees op enkele basisbehoeften die in het dagelijks leven en ook in conflicten centraal staan, zoals veiligheid, identiteit en erkenning (1986:31 in: Miall, 2001:73).In het Mapuche conflict is de definitie van het conflict een belangrijke aanwijzing naar de onderliggende structuren in het conflict. Maar niet alleen de definitie van het conflict, ook de definitie van vrede wijst op de belangentegenstellingen. Daarom begin ik dit hoofdstuk met een analyse van de definitie van het conflict en de vrede.

 

Het verschil in zienswijze begint bij de definitie van het probleem. Voor de grondbezitters is de status quo de vrede die verstoord wordt door acties van de Mapuche activisten. Voor de Mapuche activisten echter vormt de huidige status quo niet de vrede waarnaar gestreefd moet worden. Zij willen een ander soort vrede. Dat stelt hun visie op het conflict in een volkomen ander daglicht. Voor bijvoorbeeld grondbezitters is dus ‘het conflict’ het probleem. Het conflict is voor hen ook hetgene dat opgelost moet worden. Pratend met hen kun je vragen: hoe denkt u dat ‘het conflict’ gaat verlopen? Voor Mapuche activisten is die vraag een non-vraag. Het conflict is geen probleem. Het conflict is een middel of een noodzakelijke toestand om te komen waar ze willen zijn, en de levensstijl kunnen hebben die ze willen hebben. “Wij willen geen problemen, wij willen in alle rust ons land kunnen bewerken” zei P. mij van de conflictieve comunidad Temulemu.

 

Het verschil tussen oorlog en vrede: van competitie naar conflict

In hoofdstuk Geweld is het verschil tussen competitie en conflict naar voren gekomen. Het streven van mensen in vredestijd noemt Mitchell (1981) competitie. Op het moment dat een actor een obstakel vormt in de bevrediging van belangen en/ of behoeften is er sprake van een conflict. Dit conflict kan vervolgens uitmonden in gewelddadig conflict. Deze visie op conflict geeft aan dat oorlog en vrede een continuum vormen, zoals ook eerder betoogd. Dezelfde belangen en behoeften liggen ten grondslag zowel aan oorlog als aan vrede. De onmogelijkheid belangen en/ of behoeften te bevredigen kan wijzen naar vormen van structureel, institutioneel en cultureel geweld (Mac Gregor 1994). Dit geweld, verwoord in incompatible positions, kan  een  legitimatie vormen voor gewelddadig conflict. Ook de bescherming van een status quo waarin behoeften en belangen verwezenlijkt worden, kan een legitimatie vormen van gewelddadig conflict op het moment dat een bedreiging gevoeld wordt. In dit hoofdstuk zal ik de belangen en behoeften naar voren halen die zowel bestaan in vredestijd als in de huidige periode van conflict[6]. Zij vormen namelijk de discursieve continuiteiten waar het conflict uit voortvloeit[7]

Positions, interests, needs

Verschillende auteurs maken een onderscheid tussen posities, belangen en behoeften. Waar het gaat over ‘incompatible goals’ wordt eigenlijk verwezen naar onverenigbare posities. De posities die partijen innemen, zijn echter niet hetzelfde als de onderliggende belangen en behoeften. In een conflict nemen actoren verschillende posities in. Deze posities zijn onverenigbaar. Nu kan het zijn dat er onder de ingenomen positie bepaalde belangen liggen, die wél met elkaar te verenigen zijn vanuit andere posities. Een voorbeeld hiervan is dat twee buurmannen ruzie hebben om de boom die op hun erven staat. Beide claimen dat de boom hún eigendom is. Nu blijkt echter dat de één geinteresseerd is in de boom vanwege de schaduw, terwijl de ander de vruchten wil. Kortom: eigenlijk is er geen sprake van conflicterende belangen. Weliswaar moeten de mannen hun positie veranderen en niet meer het volledig eigendom over de boom claimen, maar aan de onderliggende belangen kan wél tegemoet gekomen worden vanuit andere posities (Miall, 2001:9). Belangen, voornamelijk gemoeid met materiële goederen kunnen gehandeld en onderhandeld worden. Behoeften blijken vaak moeilijker te benaderen in een onderhandeling door een verandering van positie. Het voordeel van niet-materiële behoeftes is echter dat deze niet schaars zijn. Een voorbeeld hiervan is veiligheid: veiligheid voor de een gaat niet ten koste van veiligheid voor de ander, maar draagt hier juist aan bij (ibid., 2001:47). Azar beschrijft menselijke behoeften als ontologisch en niet-onderhandelbaar. Daardoor zouden conflicten over behoeften intens zijn en irrationeel lijken. Azar wijst specifiek naar de behoefte aan veiligheid, ontwikkeling, politieke toegang en identiteit (culturele en religieuze expressie). Grieven als gevolg van de deprivatie van behoeften worden veelal collectief geuit (ibid., 2001:73).

 

Posities worden geformuleerd door actoren op grond van hun eigen behoeften en belangen en hun aannames met betrekking tot de behoeften en belangen van de wederpartij. Dit discursieve proces staat centraal in dit hoofdstuk. In mijn onderzoek heb ik gekeken naar deze constructie van onderliggende waarden en behoeften in het dagelijks leven. In dit hoofdstuk ga ik specifiek in op de positie die de verschillende actoren hebben ingenomen ten aanzien van grond. Het komt er op neer dat zowel Mapuche activisten als grondbezitters het rechtmatige eigendom over de grond claimen. De betekenis van de grond zoals deze naar voren komt in de verschillende discoursen geeft inzicht in de onderliggende belangen en behoeften waar de onverenigbare posities uit voortvloeien.

 

Consensual en dissensual conflict

Jabri maakt een onderscheid tussen consensual conflicts en dissensual conflicts. Bij een consensual conflict ben je het wel eens over de waarde  dat iets heeft, maar ben je het er niet mee eens hoeveel de één ergens van heeft en hoeveel de ander ergens van heeft. Hier van is bijvoorbeeld de distributie van schaarse middelen een voorbeeld. Bij dissensual conflicts is er een verschil in “belief systems” en is het de bedoeling de andere partij te converteren, vervolgen of zelfs vernietigen (Jabri 1996:17)[8]. Wat betreft het conflict over grond zullen we zien dat er een combinatie is van beide conflicten. Enerzijds wordt betoogd dat de verdeling voor produktie ongelijk verdeeld is. Anderzijds wordt betoogd dat er sprake is van verschillende “belief systems” ten aanzien van het land. Ook Jabri zegt dat het mogelijk is dat een specifiek dispuut kan wijzen naar zowel consensuele als dissensuele verschillen. Op dit punt is er ook geen overeenstemming binnen de actoren en ook is er sprake van verandering gedurende het conflict. 

 

Issues en values

Het begrip dissensual conflict verwijst naar een aspect van incompatible goals dat nog onbesproken is geweest. Dat zijn de waarden die onder de concrete disputen liggen[9]. Holsti (1991) maakt een onderscheid tussen onder andere issues en waarden (in: Jabri 1996:21). Issues zijn de concrete topics waarover gediscussieerd wordt zoals een concreet predio, een snelweg, of de hydro-electrische dam. Daaronder liggen de waarden, zoals nationale identiteit, veiligheid, politieke zelfbeschikking, en het zorgdragen voor maatschappelijke orde en recht. In dit hoofdstuk zal  ik analyseren op welke manier de representatie van deze onderliggende waarden samenhangt met de legitimering van geweld. Deze waarden liggen ingebed in structuren, institutionele en discursieve continuiteiten in de maatschappij waarop het conflict is gebouwd. Jabri stelt dat een analyse van conflict moet beginnen met het onderzoek naar de processen waarin een waarden-systeem of bepaald discours de relatie tussen het individu en de maatschappij komt te definieren. Een individu definieert zijn relatie tot de maatschappij aan de hand van deze waarden en in dit proces kan conflict gelegitimeerd worden (Jabri 1996:21). Mapuche activisten definieren zich bijvoorbeeld als arm versus de rijke grondbezitters. Er is dus een belangrijke relatie tussen identiteit en incompatible goals. De belangrijkste vraag is vervolgens hoe deze dominante waarden en discoursen zich vertalen in specifieke issues rondom welke partijen bereidwillige participanten worden in een gewelddadig conflict (ibid., 1996:21).

 

De vraag is dus hoe in discours de overgang van competitie naar conflict wordt verhaald en hoe op basis van onderliggende waarden wellicht ‘compatible needs’ en ‘compatible interests’ worden vertaald in ‘incompatible positions’.

 

7.1.2 Discours: de betekenis van grond in het leven van alledag

Het alledaagse leven

Mijn onderzoek is gebaseerd op de aanname dat oorlog en vrede geen tegenstelling vormen, maar een continuüm (Keen 2001). De belangen en behoeftes van het dagelijkse leven in vredestijd verdwijnen niet in tijden van conflict. Sterker; zij vormen meestal de basis voor conflict. Juist de behoeften aan geluk, eten, gezondheid, veiligheid, status en erkenning die zo kenmerkend zijn voor het leven van alledag in vredestijd vormen ook de belangrijkste drijfveren in tijden van oorlog. Er moet dus gekeken worden op welke manier de onverenigbare posities gerelateerd zijn aan het leven van alledag (in vredestijd) en op welke manier daarin al geweld verweven is. In het dagelijkse leven wordt het verhaal geconstrueerd, verteld en doorverteld over behoeften en belangen. Wat betreft de processen die incompatible goals vormen gaat het net als bij identiteit, geweld en discours om een wisselwerking tussen structure en agency. Jabri verwoordt dit door te stellen dat oorlog een sociaal fenomeen is. Concreet brengt dit met zich mee dat voor een goed begrip van conflict noodzakelijk is te kijken naar de plaats van conflict en de plaats van incompatible goals in het dagelijkse leven.

 

Goodhand & Hulme (1999) pleiten voor een onderscheid tussen peacebuilding en andere vormen van interventie. Peacebuilding gaat in op achterliggende factoren en betrekt ook de burgerbevolking en niet alleen de strijdende partijen. Daarom focust peacebuilding volgens hen meer op de context dan op de issues. Je zou ook kunnen zeggen dat peacebuilding zich meer richt op het dagelijkse leven waar de behoeften en belangen uit voortvloeien, dan op de posities die op basis daarvan geformuleerd worden. Ik wil in mijn beschrijving van de incompatible goals ingaan op de wijze waarop de issues zijn ingebed in de context van het dagelijkse leven van alle betrokken personen.

 

Binnen de conflictpartijen bestaan verschillende discoursen

Binnen de conflictpartijen bestaan verschillende discoursen gebaseerd op andere behoeften en andere betekenissen in het dagelijks leven. Een conflictpartij neemt één positie in, maar daaronder kunnen verschillende belangen en behoeften liggen. Grond heeft bijvoorbeeld een andere betekenis voor een particuliere grondbezitter dan voor de eigenaar van een groot bosbouwbedrijven. Er zijn vanzelfsprekend overeenkomsten, bijvoorbeeld daar waar ze beiden grond definieren als een (juridisch) goed dat vatbaar is voor privé eigendom en voor handel. Toch is er ook een belangrijk verschil daar waar een particulier zijn liefde voor de grond verklaart door te verwijzen naar het feit dat zijn grootouders daar begraven liggen[10]. Deze betekenis geldt ook voor veel Mapuche activisten en maakt de botsing van de posities persoonlijker. Het is belangrijk aandacht te besteden aan deze verschillen binnen conflictpartijen en overeenkomsten tussen (delen van) conflictpartijen. Juist daardoor komen de complexiteiten en de venijnigheden van het conflict naar boven.

 

Ten aanzien van de Mapuche activisten kan men in navolging van de Chileense antropoloog Foerster globaal drie groepen onderscheiden[11]. Ten eerste zijn er de campesinos, die de grond beschouwen als een noodzakelijk middel om te overleven. Grond betekent voor hen tierra en er geldt dat de kinderen niet hoeven te migreren naar de stad,  dat ze hun eigen huis kunnen hebben en voedsel kunnen verbouwen. Ten tweede is er de ‘etnische groep’, die de grond ziet vanuit een cultureel perspectief en zich beroept op argumenten als ancestrale rechten en de band met de voorouders. Voor de ‘etnische groep’ geldt dat de grond hun de mogelijkheid biedt zich Mapuche te voelen en de Mapuche tradities voort te zetten. Ten derde is er de ‘etnonationale groep’ die de grond ziet als een onmisbare stap in de weg naar het territorium en de autonomie van het ‘volk’ Mapuche[12]. Grond betekent voor deze laatste groep territorio. Voor hen geldt dat met elke overdracht van grond een stap is gezet richting het herstel van het Mapuche territorium en een overwinning is behaald in de strijd voor autonomie. De eerste groep voelt zich wat betreft de visie en eisen ten aanzien van grond verbonden met andere Chileense campesinos. De tweede groep voelt zich meer verbonden met de andere inheemse groepen van het Zuid Amerikaanse continent (indigenismo). De derde groep echter zoekt meer de vergelijking met bijvoorbeeld de Palestijnen en de Koerden. Voor elk van deze groepen staat de ingenomen positie ten aanzien van de grond voor een andere behoefte of een ander belang.

 

Ten aanzien van de grondbezitters kan men zoals al eerder aangegeven een verschil maken tussen de bosbouwbedrijven en de particuliere grondbezitters. Voor particuliere grondbezitters draagt grond veelal de betekenis van woonplaats. Zij zijn niet urbaan, maar ruraal[13]. Zij voelen zich verbonden met de regio. De grond is veelal overgedragen door voorouders en betekent zo ook een familiebezit waar men jeugdherinneringen heeft[14]. De grond is het gehele bezit van een familie, waardoor een brandstichting veelal 100% verlies betekent, dit in tegenstelling tot grote bosbouwbedrijven[15]. Medewerkers en eigenaars van grote bosbouwbedrijven bewonen niet de grond van de plantages, veelal wonen zij in steden en dorpen. De grond draagt voor hen geen emotionele waarde.

 

Als gevolg van de onverenigbare ingenomen posities staan de grondbezitters tegenover de Mapuche activisten. De achterliggende discoursen, waarin over de waarden, behoeften en belangen verhaald wordt, komen echter niet altijd overeen met deze scheidslijnen.  

 

Constructie van het verhaal over de ander

De verschillende partijen vertellen niet alleen een verhaal over hun eigen behoeften en belangen. Ook vertellen ze een verhaal over de verlangens, motivatie en drijfveren van de andere partij. Men probeert de werkelijkheid inzichtelijk te maken en te interpreteren. Een voorbeeld hiervan is dat grondbezitters stellen dat Mapuche activisten weliswaar de grond claimen, maar dat dat niet is waar het ze daadwerkelijk om draait. Gevolg van deze conclusie is dat overdracht van grond niet de oplossing is voor het conflict. Andres Molina van Magasa zei bijvoorbeeld: “De problemen komen doordat de agricultores zijn weggevallen en zij fungeerden als een patrón voor de Mapuches”.

 

Deze constructie van een verhaal waarin de positie, belangen en behoeften van de ander verteld worden, gebeurt aan de hand van categorieën, concepten, ideeën en aannames uit het eigen discours. De argumenten die grondbezitters geven, dat het niet om de grond zou gaan, worden gegeven vanuit hun eigen kader. “Er gebeurt helemaal niets mee” past binnen het discours waarbinnen het arbeidsethos hoog in het vaandel staat. “De terreinen liggen braak” past in het discours waarin een netjes opgelijnde plantage, een keurig ingedeeld landbouwperceel de norm zijn, in plaats van bijvoorbeeld de wilde woestenij van bosque nativo. Deze vooronderstellingen waarop discoursen gebaseerd zijn, zullen in de volgende paragraaf ook telkens aan de orde komen. Er ontstaan dichotomieën die partijen slechts verder van elkaar verwijderen en zo ontstaat een ‘discourse of exclusion’.

 

7.2 Hoe worden de goals vertaald als ‘incompatible’? Naar een “discourse of exclusion”

In deze paragraaf ga ik in op de vraag hoe goals geformuleerd worden in “exclusionist terms” (Jabri 1996:129). Ik zal beschrijven hoe in de discoursen dichotomieën geconstrueerd worden waarop de onverenigbare posities gebaseerd zijn. In deze paragraaf onderscheid ik om te beginnen drie terreinen waar men belangen en/ of behoeften heeft. Deze terreinen zijn economisch/ materieel, cultureel/ religieus en politiek/ juridisch[16].Vervolgens determineer ik binnen deze terreinen twee discoursen die ten aanzien van de grond de betekenis van grond uitleggen. Zowel de eigen betekenis van grond wordt verhaald, maar ook (zoals we in de vorige subparagraaf gezien hebben) de betekenis die grond voor de wederpartij zou hebben. Deze betekenissen worden zo geinterpreteerd dat er een onverenigbaarheid van posities geconstrueerd wordt waardoor het conflict ontstaat. De dichotomie waarin de belangen en behoeften van de verschillende actoren gepresenteerd worden, leidt tot een “discourse of exclusion”.. Elk van de onderliggende belangen en behoeften wordt op dit moment verhaald en vertaald als een “recht op grond”.

 

7.2.1 Economische/ materiële betekenis van grond

Het eerste terrein waarop ik de verschillende discoursen zal beschrijven is het terrein van de economie. Alvorens echter dieper in te gaan op deze discoursen zal ik kort enkele theoretische noties aanstippen met betrekking tot economische aspecten van een conflict.

 

Er zijn situaties van armoede waarin conflict ontstaat. Er zijn echter ook situaties van armoede waarin geen conflict ontstaat. Economische ongelijkheid leidt in sommige gevallen tot conflict, in andere gevallen weer niet. De vraag is welk verband er bestaat tussen armoede en conflict, tussen economische factoren en conflict. Absolute armoede of ongelijkheid hebben nooit een sterke correlatie met conflict. Er is altijd een andere factor bij nodig zoals ‘identity politics’, discriminerende praktijken of overheidsbeleid, of de relatieve verbetering van andere groepen in de maatschappij (i.e. relatieve deprivatie). En die issues hebben dan ook een ideologische context, leiderschap of politieke entrepreneurs nodig voordat mensen rond armoede gaan mobiliseren. Armoede en ongelijkheid kwalificeren daarom in combinatie met politieke factoren als mobiliserende factoren of verergerende factoren, maar niet zozeer als oorzaak (Frerks & Douma 1999:ix). Paul Collier stelt dat in de “narratives” van mensen altijd “grievance” centraal zal staan als de motivatie tot conflict. Men zal niet snel openlijk toegeven, ook niet aan zichzelf, dat het eigenlijk gaat om “greed” (Collier 2000). Ik ben op de hoogte van het greed versus grievance debat[17] en het debat over economisch profijt[18]. In de discoursen rond het Mapuche conflict speelt armoede, economie en produktie een belangrijke rol. In dit hoofdstuk zal ik niet zozeer ingaan op de vraag welk  verband er bestaat tussen armoede en het Mapuche conflict. Wél zal ik ingaan op de vraag op welke manier de representatie van economische factoren in discours bijdraagt aan de legitimatie van  (geweld in) het Mapuche conflict. Het gaat dus niet zozeer om de economische factoren in het conflict, maar om de economische en materiële betekenis die in de discoursen aan grond wordt gehecht. Deze betekenis beschrijf ik op het niveau van values. Oftewel, welke economische waarde heeft de grond in de verschillende discoursen?

 

Het eerste discours dat ik presenteer ten aanzien van de economische/ materiële betekenis van grond is het discours dat ik “Overleven versus Verrijken” heb genoemd. Het tweede discours heb ik “Handelswaar versus Slechts landbouwers” genoemd. Beide discoursen verhalen over de relatie tussen het individu/ de groep en de grond[19]. De betekenis van grond komt er helder in naar voren. De discoursen zijn zo vorm gegeven dat enerzijds de betekenis van de grond wordt verhaald. Anderzijds wordt aangegeven wat er lijnrecht tegenover die betekenis staat. Dat is veelal de betekenis die wordt toegeschreven aan de wederpartij. De polarisatie die dit in zich draagt, is een belangrijke factor voor de vermeende onverenigbaarheid van de posities.

 

Overleven versus Verrijken    

De economische betekenis van grond is voor velen simpelweg dat grond een middel vormt tot overleven. Overleven staat in dit discours lijnrecht tegenover de visie dat grond een middel is tot verrijking. Deze betekenis leidt heel simpel tot de claim dat men recht heeft op grond: men heeft recht op grond, want men heeft recht  op overleven. Grond is een middel voor het levensonderhoud. Voor verschillende Mapuche activisten vormt het land de basis voor een dak boven het hoofd, het eten, water, alles. Voor hen betekent grond tierra[20]. Voor hen zijn levensonderhoud en grond zó onlosmakelijk met elkaar verbonden dat grond als de enige weg uit de armoede wordt gezien[21].

 

Armoede is een belangrijk aspect van dit discours. “Zijn ze in India armer dan hier?” vroegen twee vrouwen van comunidad Choin Lafkenche mij ongelovig. Ze probeerden zich voor te stellen hoe weinig ze daar dan wel niet moesten hebben. Verschillende Mapuche activisten schetsen een plaatje waarin zij als zeer arm worden voorgesteld. De grond is een noodzaak om te kunnen overleven. Deze noodzaak geeft het recht op de grond, waar anderen de grond alleen maar hebben en gebruiken om zich nog meer te verrijken. Vaak praten ze over “los ricos” met een afwijzende toon in hun stem. Het recht op land wordt veelal simpelweg verdedigd met een verwijzing naar de noodzaak ertoe. Deze noodzaak is er nu, maar denkend aan volgende generaties is de noodzaak er des te meer. Van grondbezitters wordt benadrukt dat ze rijk zijn, dat is één van de dominantste aspecten van hun vijandbeeld. Heel vaak heb ik gehoord: “de bazen van Mininco en Arauco behoren tot de 100 rijkste mannen ter wereld”.

 

Een belangrijk aspect van deze rijkheid van grondbezitters is de onderliggende aanname dat grondbezitters zich verrijken ten koste van de armeren, onder andere de armere Mapuches. Verwijtende opmerkingen zijn: “ze geven ons geen werk” en “zij hebben al ons land ingepikt”. Oma Ancalaf zei: “Los gringos estan enriqueciendo”. Pablo Huenteleo van CTT vertelde me: “vroeger was het pueblo Mapuche niet arm. We hadden heel veel bronnen. Met de komst van de Spanjaarden rond 1801 begon de armoede”. Juist daarom verzetten sommige Mapuche activisten zich hevig tegen de constante betiteling van Mapuches als ‘arm’. Bijvoorbeeld Alfredo Seguel zei verontwaardigd: “vroeger waren we rijk! 120 jaar geleden. Wat is in historisch perspectief nu 120 jaar?”. Het bezit van grond wordt door Mapuche activisten gezien als een unieke vorm van rijkdom. Een Mapuche jongen zei me het volgende: “De mensen zeggen dat Mapuches helemaal niets weten en in verschrikkelijke armoede leven. Dat vond hij discriminerende opmerkingen. Ze weten niets? We weten heel veel. En armoede? De mensen in de stad zijn arm, want die moeten betalen voor alles, zoals voor water. Mapuches hebben een land, een huis en dieren”. In dit discours waarin grond de basis vormt om te kunnen overleven, betekent dit ook dat grond waardigheid verleent aan mensen. Vaak spreken activisten over een “vida digna”.

 

Grond om te overleven is gebaseerd op de idee dat je niet meer land hoeft te hebben dan je nodig hebt. Een eerlijke verdeling en delen staan voorop. Ariel Ancalaf zei mij bijvoorbeeld:

“Kijk hoeveel hectares Lagos en Aylwin[22] hebben. Allemaal meer dan duizend hectaren. En wij hebben 125 hectares met 9 families. We zijn met 42 personen in de comunidad. Daarbij: hoeveel personen er nú zijn maakt niet uit: het is een comunidad, dus eens zullen er veel mensen zijn”.

Over de bosbouwbedrijven wordt gezegd: “Zij willen niets delen”.

 

Grond wordt dus gezien als hét middel om te overleven. Een belangrijk aspect dat hieraan bijdraagt is de idee dat grond niet ‘op’ kan gaan. Als je het eenmaal hebt, heb je er altijd profijt van. Een oudere Mapuche vrouw schudde haar hoofd over Mapuches in de buurt die hun land verkocht hadden. “Hoe kun je nou als Mapuche je land verkopen? Dat is zoiets als je moeder verkopen. En, geld is zo op. Dat is korte termijn denken. Land gaat nooit op”. Als ik aan Juana vraag of al die moeite, het conflict en al dat geld voor de rechtszaak het wel waard is, zegt ze la tierra no se acaba nunca”. In de ogen van veel grondbezitters is dit een mythe. Grond wordt alsmaar slechter door intensieve vormen van landbouw. Bosbouwbedrijven claimen dat zij alleen zijn gevestigd daar waar de grond is afgekeurd voor landbouwactiviteiten. Zoals Mapuches landbouw bedrijven ontstaat volgens velen erosie. Andres Molina van Magasa zei me: “de grond is slecht. Ze hebben geen technologie. Dus het probleem zou toch wel komen”.

 

Handelswaar versus Slechte landbouwers

Dit discours stelt grond centraal als een handelswaar. De grond betekent in dit discours een goed dat vatbaar is voor privé eigendom. Het is een voorwerp van arbeid. Het is een voorwerp van vooruitgang en handel. Bosbouwbedrijven presenteren zich als een grote kracht achter de Chileense economie. Chili is een “pais forestal[23], wat hen direct de legitimatie tot aanwezigheid geeft. Deze visie brengt met zich mee dat aspecten als kennis, technologie en machines onlosmakelijk met grond verbonden zijn. Een vertegenwoordiger van de gemeente van Traiguén zei me bijvoorbeeld: “Het kopen van land heeft geen zin als er geen machines bij zijn, geen kennis, en geen kapitaal”. “Landbouw moet volgens de technologische vernieuwingen” zegt mij een particulier grondbezitter. Jequer stelt: “landbouw is handel”. Grond is in dit discours een produktiefactor.

 

Als wordt gesproken over de Mapuches en armoede wordt steevast verwezen naar hun gebrekkige capaciteiten als landbouwers. De technieken die ze gebruiken waarbij ze om de zoveel tijd grond verbranden, zou erosie versnellen. Emilio Guerra zegt bijvoorbeeld: “Daarbij hebben ze niet de technologische kennis en middelen om het land optimaal te kunnen bewerken. Het zijn ook helemaal geen landbouwers, het waren jagers en verzamelers en guerilleros. Landbouw betekent kennis, werken en zorg voor de aarde. Genetisch zit dat niet in hen”. Hier blijkt ook hoe wordt verwezen naar een essentialistische Mapuche identiteit. De oorzaak van de armoede wordt zo niet gelegd bij de hoeveelheid grond die Mapuches in handen hebben, maar bij de wijze waarop met grond omgaan. “En meer land lost het armoede-probleem niet op, want het is een demografisch probleem. Over 30 jaar hebben ze toch weer hetzelfde probleem omdat ze heel veel kinderen krijgen onder wie de grond telkens verdeeld wordt”, zei Francisco Boero. “Nu hebben ze meer land en verzamelen ze nog steeds piñones”, zei Ricardo Vergara van Mininco om aan te geven dat meer grond het armoede probleem niet oplost. “Er zijn comunidades die hun terrein verdubbeld hebben, maar nog steeds geen betere levensstandaard hebben” zei een grondbezitter me.

 

Analyse

Het bestrijden van armoede is een belang dat door de verschillende actoren en in de verschillende discoursen gedeeld wordt. Mapuche activisten noemen de armoede als een belangrijk aspect. De overheid strijdt tegen armoede, ook bosbouwbedrijven hebben dit als een belang genoemd en vele particulieren betoogden hun inzet omwonende Mapuches te helpen met werk, leningen en materiaal. Voor Mapuche activisten geeft de armoede een recht op grond. Grondbezitters wijzen vrij eensgezind armoede aan als oorzaak van het conflict. In tegenstelling echter tot het discours ‘overleven versus verrijken’ leggen ze daarvoor geenszins de schuld bij henzelf. Zij wijzen naar de slechte kwaliteiten van de grond die Mapuches in handen hebben en de slechte capaciteiten en middelen van de Mapuches om landbouw te kunnen bedrijven. Grond heeft binnen dit ‘handels’-discours geen waarde om armoede te bestrijden als het niet bekeken wordt als handelswaar, en dus wordt verzorgd met technologie, goede machines en noeste arbeid.

 

Het blijkt dat er sprake is van het toekennen van betekenissen, belangen, behoeften en waarden. Het blijkt ook dat onderliggende ideeën over de werkelijkheid een rol spelen, zoals de kwaliteit van grond en de effecten daarvan voor de landbouw. Er wordt verondersteld dat er sprake zou zijn van een belang tot verrijken. Er wordt verdedigd dat de behoefte en noodzaak bestaat tot overleven. De discoursen vormen elkaars spiegelbeelden. Wat in het ene discours wordt gezien als onterechte verrijking, heet in het andere discours simpelweg handel. Andersom wordt datgene wat in het ene discours hoogst noodzakelijk overleven is, in het andere discours betiteld als een gebrek aan middelen, kennis en capaciteiten. De discoursen zijn gevormd in “exclusionist terms”. In de discoursen wordt de situatie zó gepresenteerd dat het onmogelijk is grond te zien als een handelsobject, en tegelijkertijd níet uit te zijn op verrijking. Ook wordt het als onverenigbaar voorgesteld wél een goede landbouwer te zijn, maar de grond slechts te zien als een vorm van overleven. Zo worden onverenigbare posities geconstrueerd. Het wordt duidelijk dat het conflict een botsing van discoursen inhoudt. De grondbezitters zijn in een conflict verwikkeld, waarbij grond wordt gezien als handelswaar. Bestaande armoede en een gebrek aan landbouwcapaciteiten genereren het conflict. Mapuche activisten daarentegen zijn in een conflict verwikkeld waarbij grondbezitters zich verrijken ten koste van Mapuches die zich genoodzaakt zien van een klein stukje grond te overleven. Er is sprake van een wisselwerking tussen identiteit en de constructie van conflictpartijen enerzijds en de constructie en perceptie van de incompatible goals anderzijds (Galtung).

 

Soms hanteert een actor het disours van de wederpartij. Een Mapuche activist hanteert het ‘handels’-discours als hij zegt: “Nu hebben we meer land, maar geen middelen om het land te bewerken, dus zitten we nog steeds in armoede”. Particulier grondbezitter Gerhard Jequer hanteert de ‘overleven’-visie op grond als hij zegt: “Het is mijn vorm om te leven. Het land is een goed om je familie mee te onderhouden. Ik houd van het land. Ik zorg voor het land, opdat het beter wordt, opdat het produceert. Zoveel mensen eten ervan”.

 

Veronderstelde belangen en behoeften worden expliciet tegengesproken door de verschillende actoren. Mapuche activisten bestrijden dat zij de grond slecht zouden verzorgen. Zij klagen juist dat de plantages de grond uitdrogen. “Ik ben dan wel geen ingenieur, maar ik zíe dat de grond elk jaar geler wordt”, zei Mireya Figueroa. Zij stelde echter dat zij met geduld en de juiste gewassen de grond wel vruchtbaar zou kunnen laten zijn. Sommige Mapuche activisten verzetten zich tegen de idee dat grond een handelswaar zou zijn, waarvan je kan profiteren. Grond heeft voor hen een intrinsieke waarde die niet te meten is in geld, winst, marktwaarde of vraag en aanbod. Zo zegt Bernardo Llanca: “De forestales hebben geen enkel terrein gekocht voor de waarde die het heeft”. Voor bosbouwbedrijven is het niet meer dan logisch dat ze hebben geprofiteerd van de lucratieve subsidies die de overheid uitgaf om geërosioneerd land opnieuw te kunnen bebossen (Decreto Ley 701). Jequer kijkt me verbaasd aan als ik hem vraag of hij zichzelf rijk vindt: “Ik, rijk? Aan ons hebben ze niets cadeau gegeven. Daarbij, voor mij is rijk Rockefeller. Het is maar met wie je je vergelijkt. Vergeleken met Afrika zijn de Mapuches helemaal niet arm”. Een belangrijk concept hier is relatieve deprivatie. Jequer relativeert de perceptie van armoede en zegt: “Op die manier maken ze [activisten] hen [Mapuches] bewust. Niet iedereen voelt zich arm. Degenen die hen bewust maken creëren afgunst”. Bosbouwbedrijven benadrukken dat ze nu eenmaal een bedrijf zijn en dus een winstoogmerk hebben. Concepten als ‘delen’ en ‘niet meer dan genoeg’ uit de ‘overleven’-visie zijn hiermee niet in overeenstemming. Zo bestaat er een dialoog tussen de discoursen.

 

7.2.2 Culturele/ religieuze betekenis van grond

In de vorige paragraaf ben ik ingegaan op de economische waarde en betekenis die in de verschillende discoursen aan grond wordt toegekend. In deze tweede subparagraaf staat een volgend terrein centraal: de culturele/ religieuze waarde van grond. Ook hier zal ik twee discoursen beschrijven die elk een eigen culturele betekenis aan grond hechten en deze betekenis vervolgens polariseren ten opzichte van de vermeende betekenis die de wederpartij eraan hecht. De positie die geconstrueerd wordt is telkens: “ik/ wij hebben recht op deze grond”.

 

Natuur/ cultuur/ overleven versus Produktie/ exploitatie

In dit discours krijgt grond de betekenis van tierra én territorio. Tijdens een politieke bijeenkomst in Tirúa zei een man: “grond is een element van de Mapuche cultuur. Samen met het water, de lucht en de dieren is het een deel van het territorium”. In dit discours wordt gezegd: “Wij zijn geen arme Chilenen!” Daarmee benadrukkend dat hun eis om grond een andere eis is, dan de eis van Chileense arme campesinos. Ook in culturele zin heeft grond de betekenis van “overleven”. Slechts voor zover het nodig is, moet je gebruik maken van de grond[24]. Verder houd je respect voor wat groeit en leeft. Dit wordt gecontrasteerd met een betekenis die alleen maar uit zou zijn op produktie en exploitatie. San Martín schrijft: “Critican al mapuche porque no construyó ciudades ¡que aberración! Cada ciudad fundada ha significado la muerte de un río” (1997:14).  “Voor de Spanjaarden en Chilenen is grond macht en een middel tot verrijking. Voor ons betekent land respect en overleven”, zegt Juana Calfunao. Aníbal Salazar stelt dat voor Mapuches leven met de natuur betekent dat je de vruchten plukt, maar haar niet uitbuit. “Het verzamelen van piñones past binnen de cultuur van de pewenches. Dat is geen teken van armoede”, zet hij in reactie op de opmerking van Ricardo Vergara dat ondanks verkregen extra grond “ze nog steeds piñones verzamelen”.

 

Een belangrijk aspect van grond voor Mapuche activisten is het feit dat grond de mogelijkheid biedt te leven op het platteland in plaats van in de stad. Het leven in de stad wordt niet positief gewaardeerd. Volgens Aníbal Salazar zou je in de stad slechts slaaf worden in het werk met een baas. Bernardo Llanca stelt dat Mapuches “lijden” in de stad. In het dagelijks leven vormt grond voor Mapuches een woonplaats in plaats van een produktiegoed.

 

Een ander belangrijk aspect van de grond is de band die bestaat met de voorouders en zo een continuüm vormt in het leven.

Ik was op bezoek bij Berta Quintreman en zij liet mij haar hele grondgebied zien. Zij werd kwaad op mij toen ik niet kon vertellen waar mijn voorouders geboren waren. “Jullie weten niet wat je wortels zijn!”. Ze stampte op de grond van opwinding. Ze vertelde over haar familie die hier allemaal gewoond hadden. “Grond is de verbinding met je voorouders, met je wortels. Het gaat om respect. De grond is mijn leven. Daarom heeft de grond geen prijs. Grond is blijven, vast en concreet, en dat is belangrijk”. Aangekomen bij de rivier vertelde ze me de rivier te groeten. Ik keek uit over het inmense bergdal met boven mij de besneeuwde toppen. Vlak voor ik mij omdraaide, maande ze me de rivier ook weer gedag te zeggen. Ondertussen liep ze sneller dan ik naar boven. Een zeer goede conditie voor een vrouw van in de tachtig.

 

De grond vormt de spil van de Mapuche cultuur. Om dit te ‘bewijzen’ wordt veelal de betekenis van de naam Mapuche aangehaald. “Je kunt de grond niet scheiden van alles wat cultureel is. Daarom is de grond essentieel”, benadrukt Bernardo de ondeelbaarheid van de grond en de Mapuche cultuur. “Wij hebben als Mapuches een plek nodig om onze cultuur te bedrijven. We moeten palin kunnen spelen. Wij hebben ruimte nodig om te leven. Het land biedt alles: van educatie tot de kennis. De aarde is onze eerste moeder. Het leven, het eten, de opvoeding, de gewoontes, alles is verbonden met de grond. En als we sterven, neemt de aarde ons weer op”. Deze betekenis van grond brengt ook met zich mee dat grond geen privé eigendom kan zijn. “De grond is moeder aarde. Je kunt je moeder toch ook niet onder je kinderen verdelen? Nee, zij is van iedereen. Zo kunnen er ook geen eigenaars van de aarde bestaan”, zo zei K. Aníbal Salazar wijst ten slotte op de meer religieuze betekenis en zegt dat de grond iets mystieks is. “Het geeft energie”. Hierbij hoort dat de grond ook de woonplaats is van espiritus. De grond is de plek waar de nguillatún gehouden wordt. Niet voor niets ontstond een conflict toen comunidad Choin Lafkenche het grondgebied van Mininco gebruikte voor haar nguillatún. Plantages verstoren het natuurlijke evenwicht en jagen de geesten weg. De grond en het bosque nativo vormen ook de basis van de Mapuche geneeskunde aangezien de machi haar geneesmiddelen vindt in de natuur. Ook hier vormen plantages een doorn in het oog, omdat kostbare medicinale planten steeds minder makkelijk te vinden zijn.

 

Ik zit in de bus op weg naar het zuiden. Chili is mooi. Uitgestrekte heuvels. Glooiend. Groene bomen. Akkers. Natuur! De zon staat laag. Het licht is schitterend. Als echt stadskind geniet ik volop.

 

Twee weken later zit ik weer in de bus. Dit keer niet alleen. Een jonge Mapuche activist zit naast me. Hij wijst naar de bomenrijen, keurig netjes naast elkaar. De mooie groene bomen en het glooiende landschap waar ik toen zo van genoten heb. De pijn staat in zijn ogen. Kijk, zegt hij: dit is wat er gebeurt met de het oorspronkelijke bos. Ze plaatsen deze bomen hier. Het zijn bomen die hier helemaal niet thuishoren. Het is geimporteerd. En alles zo geordend op een rij. Dat is toch niet de natuur? Vragen kijkt hij me aan. Tja. Zo had ik het nog helemaal niet gezien. Ik geniet van elke boom. Was het me de vorige keer niet opgevallen dat ze geplant zijn, en niet gewoon vrij groeien? Of vond ik het ook misschien wel mooi al die bomenrijen naast elkaar? Melodramatisch praat hij over de verwoesting van het patrimonio. Het verlies van de kostbare natuurlijke bossen. De schade die deze plantages aanrichten door hun grote waterverbruik. En de lelijkheid van het landschap. Hij vindt het echt heel lelijk.

 

De volgende weken ben ik geintrigeerd door de vraag: “wat betekent een plantage?” “wat ziet iemand als hij een plantage ziet?” “waar praat iemand over als hij het over een plantage heeft?”.

 

Ik zit in de bus en rijdt langs een landschap waar hier en daar een boomstronk staat. Licht zwartgeblakerd. Verder wat struikjes. Een donkerrode gloed van de aarde licht mooi op in de zon. De heuvels glooien naar de horizon. Hier was tot enkele jaren geleden een grote plantage van een bosbouwbedrijf. Nu is deze grond in gebruik door Mapuches. De plantage is afgebrand.

 

De man naast me beschrijft hoe mooi dit stuk land nu is, nadat het in brand is gestoken. Hij is tevreden over het landschap. Nu zijn er weer dieren, vossen en konijnen. Het stuk land heeft natuurlijk wel tijd nodig om zijn natuurlijk evenwicht te herstellen, maar dan kan weer de oorspronkelijke vegetatie groeien, in plaats van de exotische houtsoorten die de grond uitputten en het water wegtrekken. Langzaam zie je dit proces al op gang komen.

 

Hij is Mapuche uit een comunidad.

 

Tot zover de betekenis die een plantage heeft vanuit het discours “natuur/ cultuur versus produktie/ exploitatie”.

 

Vruchtbaar/Arbeid versus Woestijn/ Luiheid 

Ik ben in gesprek met een andere man en hij is opgewonden. “Zij praten altijd over ecologie en harmonie met de natuur. Maar de schade die het platbranden van een plantage aanricht! Verschrikkelijk! Ga kijken, ga kijken naar de stukken waar je alleen nog maar een stuk zwartgeblakerde aarde ziet. Het is een woestijn! Er groeit niets meer!”

 

Het is een grondbezitter met plantages.

 

Beiden waren oprecht. Beiden beschreven wat ze zagen.

 

Er is zoals de visie van de grondbezitter aangeeft ook een ander discours in de Chileense maatschappij, waarin een andere betekenis van grond centraal staat. Deze visie is erop gebaseerd dat het de taak van de mens is om de grond vruchtbaar te doen zijn. De relatie tussen de mens en de grond is gebaseerd op arbeid. Gerhard Jequer zei me: “een mens moet nu eenmaal werken”. Voor degenen die grond hebben, en daarvan in hun levensonderhoud voorzien, betekent dat een leven toegewijd aan het verzorgen van de grond. Luchsinger uit dit kernachtig door te zeggen: “ik hoop dat dit [het conflict] niet eindigt in een verlaten regio zonder activiteit”. Hij zegt dit ook vanuit zijn affectie met de regio. Ook Francisco Urcilay hanteert dit discours als hij zijn frustratie uitspreekt over de armoede in de regio, terwijl het juist één van de rijkste regio’s van het land zou kunnen zijn. “De 9e regio zou één van de rijkste regio´s kunnen zijn. Het is supermooi, een bron van toerisme. Maar wie gaat er nu investeren hier?” Deze betekenis die in dit discours aan grond wordt gegeven, wordt gecontrasteerd met een visie die door Figueroa als volgt wordt beschreven: “voor hen is een terrein heroverd als het is verlaten door arbeiders”. Zowel particuliere grondbezitters als vertegenwoordigers van bosbouwbedrijven benadrukken de arbeid die ze stoppen in het groeien van plantages en gewassen. Particulier grondbezitter Luchsinger zegt: “Ik heb hier jaren voor gewerkt”.

 

Over de grond die Mapuche activisten krijgen toegewezen door CONADI wordt steevast gezegd: “Zij doen er niets mee. De terreinen liggen na geruime tijd nog steeds braak”. Van Mapuche activisten wordt gezegd dat ze snel geld willen verdienen zonder ervoor te willen werken. Ze willen “handje contantje”, zoals de boswachter het uitdrukte. “Waarom willen ze dan alleen maar fundos met eucalyptusbomen?” vroeg Rolando Anwandter van Forestal Valdivia me. “Die kun je zo verkopen. Nooit vragen ze stukken met naaldbomen. Naaldbomen moeten eerst bewerkt worden. Het gaat ze dus alleen om geld verdienen. Het zijn commerciele belangen die tellen”. Zo wijst hij culturele motivaties van de hand. Mapuche activisten worden gezien als lui. “De grond wordt verbrand, er wordt niet op gewerkt, het wordt afgedankt”, zegt Gerhard Jequer.  

 

Een particulier grondbezitter zei me: “ze [Mapuche activisten] zeggen wel dat zij zo ecologisch zijn, maar kijk om je heen! Zij kunnen het niet schoon houden. Zij verbranden, maken kapot. Zij zijn anti-ecologisch. Ze praten over bosque nativo, maar juist op hun gebieden zijn geen bomen meer”. Voor bosbouwbedrijven vormen plantages juist een manier om de kwaliteit van de grond te bewaken. Zij stellen dat ze alleen plantages hebben, waar de grond al geërosioneerd was. Daarbij zijn er juist plantages om geen bosque nativo te hoeven kappen voor bijvoorbeeld een houten tafel. De produktiviteit en de bijdrage aan de groei en bloei van het land legitimeren in dit discours de wijze waarop ze met het land omgaan.

 

Analyse

Ook op dit cultureel/ religieuze terrein[25] wordt inzichtelijk hoe belangen en behoeften verhaald worden en hoe op basis hiervan onverenigbare posities geconstrueerd worden. Een Mapuche hoort op het land. Dat verschaft hun het recht dit ook op te eisen. Grondbezitters zorgen dat het land vruchtbaar en produktief is, en hebben op basis daarvan recht op de grond[26].

 

Ook op dit terrein komt het voor dat de ene actor het discours van de andere actor hanteert. De culturele betekenis van grond speelt ook een rol onder particuliere grondbezitters. Luchsinger zei tijdens zijn getuigenis: “Wij zijn hier al honderd jaar. Ik ben hier opgegroeid, ik houd van mijn land”. De kleinzoon van Figueroa betoogde dat ook zijn voorouders op het land begraven liggen. En ook voor particulieren vormt de grond een woonplaats en niet slechts een produktie-goed.

 

7.2.3 Politiek/ juridische betekenis van grond

In deze paragraaf ga ik in op de politieke en juridische betekenis van de grond. Ook hier heb ik twee disoursen onderscheiden. Het eerste discours legt de nadruk op de geschiedenis en de rechten en plichten die hieruit voortvloeien. Het twee discours legt de nadruk op de hedendaagse wettelijke rechten en verplichtingen.

 

Ancestrale rechten versus Overwinnaars

In dit discours krijgt de grond de betekenis van territorio (itt tierra). Hier speelt het nationalisme dat in hoofdstuk Etniciteit naar voren is gekomen, een belangrijke rol. Één volk met één grondgebied is de basisgedachte. Binnen dit discours is de zogenaamde “deuda historica” een belangrijk concept. Hiermee wordt verwezen naar de historische schuld als gevolg van de Pacificacion de la Araucanía en de daaropvolgende creatie van reservaten. Pancho zegt: “zij zijn hier 50 jaar. Wij zijn hier 500 jaar of langer. Zij hebben ons land afgepakt. Dat was makkelijk, want weinig Mapuches konden lezen of schrijven”. En Luis Ancalaf: “ze hebben misschien wel de papieren in de hand, maar ze zijn geen eigenaars. Want ze hebben gekocht van iemand, en daarvoor van iemand, en daarvoor van iemand, maar wat daarvóór gebeurd is: daar zit het probleem”. Binnen dit discours leggen Mapuche activisten eigenlijk nooit uit waaróm zij recht hebben op het land. Dat wordt beschouwd als een axioma. Vragen naar een uitleg vallen ook in een soort taboe sfeer. Daar is geen juridisch verhaal voor nodig. De Mapuche etniciteit vormt in dit discours de sleutel tot rechtmatig eigendom.

 

Datgene waarmee dit standpunt gepolariseerd wordt, is de idee dat de Pacificación gewonnen is door de Chileense staat en daarom ook het recht geeft om degenen die het onderspit gedolven hebben (de Mapuches) het land “af te pakken”. Hier geldt vervolgens het recht van de sterkste en dat degene die de grond in zijn bezit heeft, er ook het recht op heeft. De tegenstander in dit discours wordt geschetst als een profiteur van de onmacht en onwetendheid van Mapuches. Mapuche activisten stellen hier echter tegenover dat men wíst dat de grond die ze kochten was “afgepakt” van Mapuches.

 

Volgens de wet versus Eerst aanwezige

In dit discours is de betekenis van grond een goed, zoals dat is vastgelegd in de wet. Dat wil zeggen dat het via wettelijke regels overdraagbaar is. “Iedereen heeft toch het recht om grond te kopen en te bewerken om te kunnen leven? We zijn allemaal mensen”, zegt Gerhard Jequer. Hiermee beschrijft hij kort en bondig de relatie tussen mens en grond binnen dit discours.

 

Bosbouwbedrijven stellen dat Mapuches hun titels hebben verkocht. Zij geven aan de grond altijd legaal gekocht te hebben. Bosbouwbedrijven doen altijd een onderzoek naar de achtergrond van het betreffende predio tot minimaal dertig jaar terug. Daar krijgen ze een certificaat van. Als er in die tijd geen onregelmatigheden in de overdrachten hebben plaatsgevonden, zijn ze wettelijk rechtmatig eigenaar. De grond is dus in dit discours het rechtmatig privé eigendom. Hier vloeit uit voort, dat ze slechts het land weggeven als er een bewijs is van een titulo de merced of een rechterlijk vonnis waaruit het tegendeel blijkt. Het onbegrip voor de eisen van de Mapuche activisten is groot: “Ze hebben de grond zelf verkocht, en kunnen die niet nu in een keer gaan terugeisen”, zeggen de grondbezitters keer op keer.

 

Tegenover deze betekenis van grond zien zij een betekenis die uitgaat van het principe “wie eerst komt, eerst maalt” (dit verwijst naar de ancestrale rechten). Uitgaande daarvan “kunnen we ons hele land wel verkopen!” in de woorden van Rolando Anwandter. Deze visie zien grondbezitters als een grote bedreiging. “Dat idee zaait een extreem gevaarlijke bron van conflict”, zei me een man van een bosbouwbedrijf. “Dan zouden we weg moeten gaan uit Chili”. Het is voor hem een waanidee. Er zijn verschillende manieren waarop dit “derecho ancestral” wordt bestreden. Meest voorkomend is het weglachen vanwege de absurditeit van de consequentie van een dergelijke redenering. “Ze zeggen ook dat de grond waar het ziekenhuis op staat, van hen is!”, lacht Carlos Ibarra van Bosque Cautín. “Over de hele wereld is er gedurende de geschiedenis sprake van verovering en veroverden. Dat gebeurt overal. Daar kunnen niet in een keer rechten en plichten uit voortvloeien. Via deze redenering zijn we misschien wel van de Chinezen!”, zegt Francisco Urcilay. Hij weerlegt dit discours ook van binnenuit: “zij [Mapuches] hebben niet eens ancestrale rechten, want zij kwamen hier in ongeveer 1100 en hebben toen de lokale etnische groep geliquideerd”. Figueroa brengt de discrepantie tussen de twee discoursen helder naar voren door te stellen: “Ancestrale rechten zijn illegaal”.

 

Analyse

Zo worden ook op dit terrein de achterliggende waarden en de betekenis van de grond naar voren gehaald. Het wordt als onverenigbaar gepresenteerd grond te zien als een juridisch goed vatbaar voor overdracht en tegelijkertijd de grond te zien als ancestraal territorium op basis van de Mapuche etniciteit. Ook wordt het als onverenigbaar gepresenteerd rechten toe te kennen aan de eerst rechthebbende én tegelijkertijd de huidige Chileense wetten toe te passen. Zo ontstaan de onverenigbare posities waarin zowel grondbezitters als Mapuche activisten zich het recht op de grond toe-eigenen.  

 

Eigenlijk ontkennen weinigen de problematische geschiedenis. Iedereen die ik sprak, praat over de “zogenaamde” Pacificacion de la Araucania. Daarover is overeenstemming tussen de discoursen. Iedereen erkent dat er in het verleden wellicht misleiding heeft plaatsgevonden waarbij stukken land zijn verkocht slechts in ruil voor wijn. Niemand voelt zich echter op dit moment nog verantwoordelijk voor dit verleden. “Nu moeten wij betalen omdat ooit enkele Chilenen bedriegers waren?” vraagt Gerhard Jequer me. Het terugkrijgen van het land wordt slechts aanvaard zo lang dit gebeurt via een democratische weg. Dat wil zeggen, volgens de wet.

 

Ook wat betreft deze discoursen zijn er weer momenten aan te geven waarop de ene actor het discours van de wederpartij hanteert. Ook Mapuche activisten hanteren het discours waarin rechten en plichten uit de wet voortvloeien. Juana Calfunao gebruikt dit discours als ze me haar titulo de merced laat zien, waarvan de aangegeven grenzen volgens haar zeggen door omwonende particulieren geschonden zijn. De civiele rechtzaken die gevoerd worden wat betreft grond, spelen zich af binnen dit discours. Verder verwijzen Mapuche activisten vaak naar het Accoord van Imperial van 1989 waarin met toenmalig president Aylwin afspraken zijn gemaakt. Ook beroepen ze zich op afspraken die in 1890 zijn gemaakt waarbij de overheid het land na honderd jaar zou teruggeven én op verdragen die zijn gesloten met de Spaanse kroon waarin het Mapuche territorium gerespecteerd werd[27]. Ook Victor Ancalaf gaat uit van dit discours als hij zegt: “de staat respecteert ook geen wetten over grond. Dan wij ook niet. Want zij hebben het ons afgepakt”.

 

In het geval dat Mapuche activisten de strijd aangaan vanuit het ‘volgens de wet’-discours is er weliswaar sprake van een botsing van posities, maar is er op dat niveau geen sprake van een botsing van discoursen. In dat geval staan de documenten van de één tegenover de documenten van de ander en is het aan de rechter de rechtsgeldigheid van de documenten te beoordelen. In de argumentaties van deze rechtsgeldigheid kunnen vanzelfsprekend weer verschillende disoursen naar boven komen, waardoor wel een botsing tussen discoursen ontstaat.

 

7.3 Op welke manier dragen deze dichotomieën bij aan de legitimatie van het conflict?

In de vorige paragraaf is naar voren gekomen hoe de (gevoelde) onverenigbaarheid van goals verhaald wordt in de verschillende discoursen. In deze paragraaf staat de vraag centraal hoe deze discursieve onverenigbaarheid leidt tot het ontstaan van en de steun voor gewelddadig conflict. Het is duidelijk geworden hoe binnen de verschillende discoursen de legitimiteit van de eigen positie geconstrueerd is. Het is belangrijk om van deze verhalen over grond in Chili en Wallmapu terug te gaan naar de centrale vraag die ik gesteld heb: hoe wordt geweld gelegitimeerd in discours? Hiertoe zal ik eerst ingaan op de vraag over welk geweld we het dan hebben. Dit komt aan de orde in de eerstvolgende subparagraaf. Vervolgens onderzoek ik hoe de geanalyseerde discoursen met betrekking tot de betekenis van grond in het leven van alledag geweld legitimeren. Hiertoe kom ik terug op de analytische concepten die ik in de eerste paragraaf naar voren heb gehaald. Zo wordt duidelijk welke rol discours speelt in de legitimering en continuering van gewelddadig conflict.

 

Issues en values

In hoofdstuk 1 zijn de verschillende definities van geweld aan de orde geweest. In dit hoofdstuk staat specifiek ook de legitimatie en de-legitimatie van gewelddadige structuren centraal. Een concreet  issue  zoals hierboven naar voren is gekomen, is de aanwezigheid van plantages in de regio. Deze plantages vormen in het discours van Mapuche activisten een onaanvaardbaar ‘geweld’. Voor grondbezitters is het juist het teken van welvaart, produktie en vooruitgang. Een individu definieert zijn relatie tot de maatschappij aan de hand van bepaalde waarden en in dit proces kan conflict gelegitimeerd worden (Jabri 1996:21).

 

Structureel geweld is gebaseerd op de relaties tussen mensen en de regels die deze relaties beheersen (Mac Gregor, 1994:136). De positie die wordt ingenomen ten opzichte van de grond definieert de relatie tussen het individu en de maatschappij. Op dit moment is een gedeelte van de 8e, 9e en 10e regio van Chili in handen van bosbouwbedrijven. De relatie tussen deze bedrijven en de mensen in de regio is voor een deel afhankelijk van de hoeveelheid grond die ze in handen hebben. Hetzelfde geldt voor de grond die particuliere grondbezitters en Mapuches in handen hebben. Maar niet alleen de hoeveelheid, ook de wijze waarop met de grond wordt omgegaan en datgene wat de grond voor hen betekent, is bepalend voor de aard van de relaties die er uit voortvloeien. Ten opzichte van de natuur definieren zij Mapuche activisten zich in de relatie ‘moeder’ versus ‘kinderen’, waardoor niemand het eigendom op de grond ter exploitatie zou mogen hebben. Grondbezitters definiëren zichzelf als ‘goede’ landbouwers versus de ‘slechte’ Mapuche landbouwers. In dit proces waarin onderliggende waarden dominant worden en de relatie tussen het individu en de maatschappij gaan bepalen, kan structureel geweld gelegitimeerd worden.

 

Ook is er dus een belangrijke wisselwerking tussen identiteit en incompatible goals. Door een analyse van de onderliggende waarden in discours kan men inzicht verkrijgen in de wijze waarop bijvoorbeeld armoede een factor wordt in (de legitimatie van en steun voor) een (gewelddadig) conflict. De rol van armoede in het ‘overleven’-discours is in dit hoofdstuk bijvoorbeeld kort naar voren gekomen. Nu is een proces te zien, waarbij urbane Mapuche activisten zich identificeren met Mapuches op het platteland die in armoede leven. De armoede van deze rurale Mapuches kan gaan fungeren als legitimatie voor conflict voor de stadse Mapuche activist. Het discours waarin een betekenis wordt gegeven aan grond, waarin onderliggende waarden dominant worden met daarin vervat ideeën over arm en rijk, waar vervolgens behoeften en belangen in worden verhaald, kan zo leiden tot het innemen van een onwrikbare positie. Dit discours hoeft niet beperkt te blijven tot achtergestelde Mapuches in comunidades, maar kan verspreiden en ook gehanteerd worden door mensen die niet zélf arm zijn. Zo speelt armoede een belangrijke rol, maar op een indirecte manier. Hier blijkt ook dat armoede en identiteit in wisselwerking een factor kunnen vormen in een conflict. De dichotomie die soms in het publieke debat wordt gesuggereerd tussen armoede en identiteit is vaak vals. Er is sprake van een wisselwerking tussen attitude, gedrag en goals. Zo ontstaat een complex conflict. De wisselwerking tussen attitude en incompatible goals komt tot uiting in het feit dat de identificatie van de ene ‘Mapuche’ met de andere ‘Mapuche’ identificatie met het (‘overleven’-)discours mogelijk maakt en reproduceert.

 

Positions, interests, needs: een ‘discourse of exclusion’

Ik heb beschreven hoe in de discoursen dichotomieën geconstrueerd worden waarop de onverenigbare posities gebaseerd zijn. Deze constructie van dichotomieën leidt tot een ‘discourse of exclusion’ (Jabri 1996). Zowel de eigen betekenis van grond wordt verhaald, maar ook de betekenis die grond voor de wederpartij zou hebben. De interpretatie is dermate dat er een onverenigbaarheid van posities geconstrueerd wordt. Zo vormt elk discours in zichzelf een volledig wereldbeeld waarbinnen het conflict geplaatst wordt. Tussen de twee discoursen van de verschillende actoren ontstaat zo een conflict. Dit conflict heeft echter binnen elk discours afzonderlijk een andere betekenis.

 

De ingenomen posities ten aanzien van grond is helder. De daaronder liggende belangen en behoeften zijn in de boven beschreven discoursen naar voren gekomen. Deze hoeven echter niet onverenigbaar te zijn. Een voorbeeld hiervan is de behoefte aan gerechtigheid die spreekt uit het ‘ancestrale’ discours versus de behoefte aan zekerheid die blijkt uit het ‘wettelijke’ disours. Zo is het mogelijk op elk van de terreinen onderliggende behoeften naar voren halen die schuil gaan achter de ingenomen posities. Een behoefte die past in het ‘overleven’-discours is de behoefte tot overleven. Een behoefte die past in het ‘handels’-discours is de behoefte aan vooruitgang, produktie en economische bloei. Het ‘cultuur/natuur’-discours gaat onder andere over de behoefte aan cultuurbehoud en natuurbehoud. Het ‘vruchtbaarheids’-discours verwijst naar een behoefte aan produktiviteit, nijverheid en activiteit. Deze onderliggende behoeften hoeven niet per definitie onverenigbaar te zijn. Vanzelfsprekend gaan er onder de discoursen meerdere behoeften schuil en hoeven deze behoeften niet eenduidig te zijn, noch voor de gehele conflictpartij te gelden. Ook kan er sprake zijn van zowel behoeften als belangen. De werkelijkheid die verborgen gaat achter de ingenomen posities blijkt complex. Er is in elk geval wel naar voren gekomen dat een eenduidige patstelling van onverenigbare posities door middel van discours zinvol geanalyseerd kan worden om onderliggende factoren toegankelijk en inzichtelijk te maken. Zo zijn er verschillende niveaus waarop het conflict zich afspeelt. Naarmate het conflict complexer is, waarbij de conflictpartijen intern meer verschillen vertonen, is het lastiger inzicht te krijgen in de precieze configuratie van discoursen

 

Naarmate het discours sterker is en duidelijker de boodschap in zich draagt dat de ingenomen positie de enige manier is om die belangen en behoeften te verwezenlijken, ontbreekt meer en meer de nodige flexibiliteit om het conflict vreedzaam op te lossen. Dan ‘sluiten’ de discoursen. De legitimatie van de ingenomen positie wint daarmee aan kracht. Zo wordt een gewelddadig conflict geconstrueerd en gelegitimeerd. Niet alleen wordt zo het structurele geweld gelegitimeerd, waardoor bijvoorbeeld de eucalyptusplantages van de transnationale bedrijven blijven bestaan, ook wordt zo het fysieke geweld als reactie op dit structurele geweld, zoals het platbranden van een plantage, gelegitimeerd. Zo wordt een geweldsspiraal op grond van verschillende discoursen van legitimatie en de-legitimatie in gang gezet.

 

Van competitie naar conflict

In de beschreven discoursen is helder naar voren gekomen dat de onderliggende waarden, behoeften en belangen niet specifiek gelden voor het ‘conflict’. Integendeel, het zijn juist drijfveren die ook in vredestijd aanwezig zijn. Een conflict komt dus niet zomaar uit de lucht vallen. In de discoursen is te zien hoe het conflict voortvloeit uit de al aanwezige structuren en institutionele en discursieve continuiteiten die de achtergrond vormen van het conflict. Het is duidelijk dat in de “discourses of exclusion” de verschillende conflictpartijen als een wederzijds obstakel worden gerepresenteerd om behoeften en belangen te kunnen verwezenlijken en onderliggende waarden na te leven. De “exclusionary terms” waarin het conflict gevat wordt, maken dat er geen sprake meer kan zijn van “competitie”, maar van “conflict” (Mitchell 1981).

 

Consensual en dissensual conflict

Zoals we in het begin van dit hoofdstuk gezien hebben, maakt Jabri (1996) een onderscheid tussen een consensual conflict en een dissensual conflict. We hebben gezien dat er binnen partijen verschillen bestaan en ook tussen partijen overeenkomsten, waardoor de discoursen niet altijd strikt ‘partijgebonden’ zijn. Op het moment dat de grond wordt opgeëist op basis van bepaalde documenten, of op het moment dat de grond door beide partijen wordt gezien als een produktie-factor en een middel tot overleven en economische vooruitgang, of op het moment dat beide partijen waarde hechten aan de grond vanwege de band met de voorouders, is er geen sprake van botsende “belief systems”. Dat wil zeggen dat er dan een consensual conflict is. De beschreven verschillende percepties van een afgebrande plantage daarentegen wijzen wel degelijk op verschillende “belief systems”. In dat geval bestaan er verschillen in de onderliggende waarden en betekenis die aan grond worden toegekend en is er sprake van een dissensual conflict.

 

Onder de Mapuche activisten bestaat veelal het idee dat er sprake is van volkomen verschillende werelden. Mireya Figueroa zei me: “ze zullen ons nooit begrijpen”. Een Mapuche uit Puerto Saavedra zei: “iemand die hier niet is opgegroeid zal het nooit begrijpen”. Zelf heb ik het ook wel eens gedacht en als volgt opgeschreven in mijn dagboek.

“Zittend bij een religieuze ceremonie, een nguillatún in Tirúa. Mapuches lopend rond de rehue, een machi in het midden. De trom slaat. En rondjes, rondjes, rondjes lopend. De hele nacht. ´s Ochtends gezamenlijk eten. Een grasveld. Blote voeten. Ver weg van de bewoonde wereld. Op dat moment denk ik aan de rondleiding die ik slechts enkele weken eerder heb gehad in een jeep door de verschillende plantages van een van de grootste bosbouwbedrijven. Een wereld van verschil. Ze zullen elkaar nooit begrijpen”[28].

 

Is dat nu zo?

 

Is er sprake van een fundamentele botsing van discoursen met een andere logica en andere regels, of is er sprake van extreme posities bínnen discours? Ook binnen discoursen kan een fors meningsverschil bestaan, terwijl opponenten dan wel dezelfde concepten, categorieën en logica hanteren. Wat is in het Mapuche conflict het geval? Veel mensen zijn goed op de hoogte van de verschillende factoren die een rol spelen in het conflict. Ook zijn er diverse mensen zoals bijvoorbeeld Francisco Boero en Ricardo Vergara die zich goed hebben ingelezen wat betreft de cultuur van de Mapuches. Hun boekenkast staat vol met boeken over de Mapuche cultuur en de geschiedenis van het conflict. Toch deelden zij niet de mening van de Mapuche activisten ten aanzien van de grond. Dit zou uitgelegd kunnen worden door te stellen dat de informatie wordt opgenomen in hun eigen discours. Een probleem dat hier speelt is dat, zoals ook sceptici zeggen, men weliswaar met de mond een bepaald discours kan belijden, maar dat in werkelijkheid niet praktiseert. Zo stellen grondbezitters wel dat Mapuche activisten weliswaar práten over cultuur en identiteit, maar dat ze toch gewoon handje contantje willen. Mapuche activisten verwijten bosbouwbedrijven dat ze weliswaar zéggen dat ze geven om hun omgeving, maar dat ze in werkelijkheid alleen maar denken aan winst.

 

Grondbezitters stellen dat Mapuche activisten géén andere taal spreken, en gewoon óók economische vooruitgang willen. “Willen ze dan nog zo primitief leven als ze vroeger leefden? Nee, ze gaan ook studeren en in de stad wonen”, is mij vaak gezegd[29]. Mapuche activisten daarentegen stellen dat ze het wél over heel iets anders hebben.  Dit debat komt uitgebreid aan de orde in het volgende hoofdstuk Systeem.

 

Hegemonie

De strijd om grond die in dit hoofdstuk centraal heeft gestaan, is in essentie een strijd om de betekenis van grond, zoals er ook een strijd is om de betekenis van de Mapuche identiteit. De strijd om de betekenis van grond is een strijd tussen discoursen om de hegemonie.  Momenteel is het discours van grondbezitters het hegemonische discours. Hierbij zijn de drie criteria die Jabri noemt voor een succesvol hegemonisch discours inzichtelijk. Ten eerste wordt de status quo gereificeerd en genaturaliseerd. De huidige distributie van land wordt door grondbezitters gepresenteerd als het uitgangspunt. Het historische proces dat er aan voorafgegaan is wordt genegeerd als het gaat om de vraag naar de rechtmatigheid van de status quo. Ten tweede worden counterdiscoursen genegeerd en tegenstellingen ontkend. Zoals gezegd ontkennen grondbezitters dat er sprake zou zijn van een botsing van “belief systems”. Zij stellen dat Mapuche activisten “ook gewoon willen dat hun kinderen naar school gaan en economisch vooruitkomen”, in de woorden van Francisco Urcilay. Grondbezitters ontkennen weliswaar niet de bestaande armoede, maar stellen wel dat grond daarvoor niet de oplossing is, en dat het conflict daarom ook niet om grond gaat. Zij stellen dat de positie die Mapuche activisten innemen, niet de goede positie is. “De Mapuches maken een foutje. Een denkfout. Ze denken dat ze met meer land van de armoede afkomen. Het is een wens omdat dat vroeger zo was”, zei Emilio Guerra. Zo wordt de issue en de conflicterende tegenstelling (twee partijen maken aanspraak op dezelfde grond) ontkend. Ten derde worden factionele belangen voorgesteld als universele belangen. De economische vooruitgang van Chili waar grondbezitters zich verantwoordelijk voor voelen, wordt gepresenteerd als een universeel belang. Zo is het discours van grondbezitters momenteel een succesvol hegemonisch discours waartegen Mapuche activisten vechten door een counterdiscours te presenteren.

 

7.4 Slot

In dit hoofdstuk ben ik eerst ingegaan op de verschillende conflict theorieën die inzicht geven in de aard van ‘incompatible goals’. Ik heb onderzocht op welke manier door Mapuche activisten en grondbezitters betekenis wordt gegeven aan grond, en op welke manier de representatie van deze betekenis een “discourse of exclusion” (Jabri 1996) doet ontstaan. Er worden onverenigbare posities geconstrueerd en gelegitimeerd, in casu stellen beide partijen recht te hebben op grond. Bij een analyse van de verschillende discoursen blijkt dat achter deze posities verschillende belangen en behoeften schuil gaan, die niet per definitie onverenigbaar zijn. Ook is het niet zo dat deze belangen en behoeften zo homogeen over de conflictpartijen verdeeld zijn als door de strak ingenomen posities gesuggereerd wordt. De schijn wordt gewekt dat de ingenomen posities de enige manier vormen waarop de achterliggende belangen en behoeften bevredigd kunnen worden. De wederpartij wordt gepresenteerd als het obstakel dat hier lijnrecht tegenover staat. Deze representatie van de werkelijkheid kan (structureel) geweld legitimeren.

 

In het volgende hoofdstuk zal ik ingaan op de context van de incompatible goals in het Mapuche conflict en ze plaatsen in een wereldwijd kader, waarbij ik inga op de rol van globalisering en de huidige strijd tegen het neoliberalisme en voor andersglobalisme. Specifiek zal ik hierbij ingaan welke rol dit wereldwijde kader speelt in de legitimatie van het conflict.

 


 

[1] College 8 Jolle Demmers Nationalism, Ethnicity and Conflict. 

[2] Miall 2001:14

[3] In dit hoofdstuk ga ik daarom niet in op de actor justitie en politie. Zij nemen ten aanzien van de grond geen expliciete positie in. En voor zover daar wel sprake van is wat betreft de territoriale geweldsovermacht is dit in het vorige hoofdstuk al afdoende aan bod gekomen. In dit hoofdstuk wil ik de dichotomieën laten zien die door grondbezitters en Mapuche activisten geconstrueerd worden ten aanzien van grond.

[4] what are the processes which constitute the individuals identity?

how does identity come to be framed in exclusionist terms?

how does the inclusion-exclusion dichotomy result in the emergence of and support for violent human conflict? (Jabri, 1996:121).

[5] De grond waar het hier over gaat bevindt zich in de 8e, 9e en 10e regio. Deze regio’s vormden tot 1890 het territorium van de Mapuches. In deze regio’s zijn verschillende specifieke conflicten aan de gang om specifiek omschreven predio’s, fundo’s en percelen. Hierbij gaat het om een concreet afgebakend stuk grond waarbij een concrete grondbezitter is aan te wijzen (particulier of een bedrijf) en ook is een concrete comunidad aan te wijzen die dit stuk grond opeist. Een overzicht van deze conflicten zoals die bestonden in 2002 is te vinden in Seguel 2002. Een overzicht zoals deze conflicten bestonden in 1999 en 2000 is te vinden in CAM 1999 en CAM 2000. Als ik het heb over het conflict over grond en het recht op grond, dan heb ik het dus over de grond waarom gestreden wordt in deze specifieke conflicten. Het moge duidelijk zijn dat veelal een dergelijk concreet conflict onderdeel uitmaakt van de algemene strijd om het herstel van het territorium en autonomie.

[6] Dit in tegenstelling tot de incompatible positions zoals we hierna zullen zien

[7] Als deze alinea de indruk wekt van de “homo economicus” die oorlog ziet als een instrument om behoeften te bevredigen, wil ik dat hier weerleggen. Een essentiele factor in het proces vormen de discursieve en institutionele continuiteiten die vorm geven aan de discoursen en de wijze waarop de incompatible goals worden verhaald. Hieruit vloeien sociale regels en waarden voort die kunnen maken dat geweld een acceptabele en legitieme handelswijze vormt, zonder dat er sprake is van een rationele calculatie op basis van de consequenties.

[8] Ook hier geldt weer dat vele conflicten van beide typen conflict kenmerken dragen en de indeling dus veelal slechts een analytisch doel dient.

[9] Ook Mitchell gebruikt het concept “values” als hij stelt dat in een conflict sprake is van een “mis-match between social values and social structure” (1981:18 in: Miall 2001:14).

[10] Dit argument gebruikte de kleinzoon  van Figueroa in mijn gesprek met hem

[11] Deze indeling is ideaaltypisch. Veelal geldt een combinatie van deze behoeften en goals. Toch is er duidelijk een verschil in prioriteit tussen verschillende activisten merkbaar.

[12] Foerster, R. ¿de que se trata?, Taller de Coyuntura Indigena, Santiago de Chile 1999

[13] Niet altijd overigens, Gerhard Jequer woont bijvoorbeeld in de stad.

[14] Zowel Luchsinger als de kleinzoon van Juan Figueroa praatten met nostalgische gevoelens over hun familieband met de grond.

[15] Emiliio Guerra wees mij op dit verschil.

[16] Het onderscheid tussen deze drie terreinen is puur analytisch en dient slechts het overzicht. De terreinen lopen in elkaar over en veel argumenten liggen op het snijvlak van twee terreinen. Ik ben me ervan bewust dat het maken van dit onderscheid zelfs het gevaar in zich draagt dat er een hierarchische verhouding ontstaat tussen de deelgebieden zoals Saskia Poldervaart betoogt in ‘De nieuwe (?) politieken van (een deel van) de andersglobaliserings-beweging’ in: Buiten de Orde herfst 2003. Toch vind ik het nuttig om voor de analyse enkele aspecten uit elkaar te trekken. Waar mogelijk zal ik wijzen op de eventuele ongewenste effecten van deze scheiding.

[17] Eigenlijk is het zo dat de grondbezitters zeggen dat er sprake is van ‘greed’. De Mapuches spreken dit tegen en zeggen dat het een kwestie is van ‘grievances’.

[18] Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen de actoren die een economisch belang nastreven door middel  van een conflict, en de actoren die een economisch belang nastreven ín het conflict. Verschillende auteurs (o.a. Keen 2001) benadrukken dat diverse actoren belang hebben bij de continuering van een conflict, aangezien zij hierbij economisch voordeel hebben. Het is dus niet in hun belang dat er vrede komt. Dit is een voorkomend verschijnsel in conflicten. Hierop doelde een man van de CORFO toen hij mij toevertrouwde dat er wellicht sprake was van deals tussen bosbouwbedrijven en activisten om de prijzen van de predios op te drijven. Dit is echter niet hetzelfde als actoren die strijden voor veranderingen in economische structuren. Vanzelfspreken is economisch profijt het doel van de strijd. Zij hebben echter wél belang bij vrede, en willen ook vrede. Zij willen echter niet dezelfde vrede zoals die bestond vóór het conflict. Zoals Pancho van comunidad Temulemu mij zei: “het liefst word ik gewoon met rust gelaten en kan ik gewoon mijn akkertje bewerken”.

[19] Het ‘overleven’-discours past bij de actor van Mapuche activisten, maar is niet van toepassing op elke Mapuche activist. Zo ook wordt het ‘handels’-discours niet gehanteerd door elke grondbezitter.

[20] In tegenstelling tot territorio

[21] Zo zei bijvoorbeeld Mireya Figueroa tegen mij.

[22] Respectievelijk de huidige en de vorige  president van Chili.

[23] Dit is de slogan van elke (commerciële en overheids-) organisatie die zich in Chili met bosbouw bezighoudt. 

[24] Dit benadrukte Victor Ancalaf in mijn interview met hem

[25] Al eerder gaf ik aan dat het onderscheid tussen de verschillende terreinen slechts analytisch te maken is. Ook blijkt dat binnen de verschillende discoursen dit onderscheid eigenlijk op andere manieren gemaakt wordt. Het is duidelijk dat grondbezitters stellen dat Mapuches economisch gezien vrij weinig bijdragen aan de regio. Dit past echter zowel binnen het ‘overleven’-discours op economisch terrein, als binnen het ‘overleven’-discours op cultureel terrein. Juist de verschillende manieren waarop de economische aspecten en culturele aspecten, (en zoals we zullen zien in de volgende paragraaf ook juridische en politieke aspecten), met elkaar overlappen is kenmerkend voor het geheel van regels en de logica van een aparte discoursen. 

[26] Het is duidelijk dat ‘recht op grond’ hier niet verwijst naar een juridische kwalificatie, maar naar de legitimering van onderliggende structuren op basis waarvan de maatschappij georganiseerd is.

[27] zie ook Bengoa 1999

[28] 2 december 2002

[29] Maar zoals telkens, geldt ook hier weer dat er ook grondbezitters zijn die overtuigd zijn van de volledig andere cultuur en andere uitgangspunten van activisten. Ook hier weer geldt dat er geen sprake is van een homogeen discours voor een homogene actor.