3.2 Via discours worden identiteiten gevormd
Inbedding in de routine van alledag
3.3 Op basis van identiteiten worden conflictpartijen gevormd
3.3.1 Identificatie: tussen eenheid en verdeeldheid
3.3.3 Het debat over de grenzen en betekenis van een conflictpartij
3.4 Identiteit en de legitimering van het conflict: op welke manier spelen identiteiten een rol?
Zelfbeeld als basis voor de wijze waarop het conflict gestreden wordt
Legitimering van het conflict door vijandbeelden
3.4.1 Inversie van identiteiten
3.4.2 Het reduceren van identiteiten en het sluiten van discoursen
3.4.3 Discourse communities: het delen van discours
3.4.4 Geweld en collectieve identiteit
In dit hoofdstuk ga ik in op de rol van identiteit in de legitimatie van geweld en conflict. “A central aspect for the mobilisation of support for armed conflict is identity with the group. [...] Identity is assumed to be the essential link between the individual and mass mobilization for conflict (Jabri, 1996: 121). Het merendeel van de hedendaagse conflicten is niet tussen staten, zoals dit tot de Tweede Wereldoorlog het geval was (Wallensteen & Sollenberg 1999:594). Tegenwoordig zijn de meeste conflicten intra-statelijk. Conflictpartijen zijn in dat geval geen staten gebaseerd op een nationale identiteit. Mahmood wijst erop dat de analyse van Clausewitz die een onderscheid maakte tussen de staat, het leger en het volk, in hedendaagse conflicten niet meer opgaat. Er is een mix ontstaan tussen burgers, strijdkrachten en overheidsdienaren waarin “personal commitment” een cruciaal verschil is (Mahmood 1996:18). Een belangrijke vraag is dus op welke identiteiten deze intrastatelijke partijen gebaseerd zijn. En hoe worden die identiteiten en partijen geformeerd?
Identiteiten liggen ingebed in en worden geconstrueerd in wisselwerking met discursieve en institutionele continuiteiten die al aanwezig zijn vóór het conflict. Op basis van identiteiten ontstaan conflictpartijen en wordt een eenheid gevormd. De identificatie met conflictpartijen en de interpretatie die wordt gegeven aan verschillende identiteiten dragen bij aan de legitimatie en continuatie van conflict. Dit proces zal ik in dit hoofdstuk inzichtelijk maken aan de hand van de bestudeerde discoursen in het Mapuche conflict.
Jabri stelt dat ten aanzien van het analyseren van identiteit en conflict drie vragen die relevant zijn:
In de volgende drie paragrafen zal ik elk van deze vragen beantwoorden. Deze drie vragen zullen ons helpen inzicht te krijgen in de rol die identiteit speelt in de legitimatie van een conflict en in hoeverre een analyse daarvan daadwerkelijk begrip geeft.
In deze paragraaf ga ik in op de vraag welke processen de identiteit van een individu bepalen.
Een identiteit wordt vaak gezien als iets dat inherent in iemand zit en onveranderlijk is. “An essentialist definition of ‘Serbian’ identity would suggest that there is one clear, authentic set of characteristics which all Serbians share and which do not alter across time” (Woodward 1997:11). Essentialisme suggereert dat er een onveranderlijke basis of essentie is die de identiteit van mensen bepaalt. Een andere visie op identiteit is het constructivisme (o.a. Hall 1991, MacLaren 1994). Deze visie ziet identiteit als een proces, iets dat in wording is. Het is niet iets wat je nu eenmaal ‘hebt’ of ‘bent’, iets dat vaststaat, dat afgerond is en voltooid (Wekker, 1998:40). In mijn scriptie ga ik uit van identiteit als een voortdurende constructie. Identiteit is voordurend in beweging. Identiteit wordt geproduceerd in het leven van alledag. Een subject heeft dan ook meerdere identiteiten. Ik ben vrouw, blank, student en dochter tegelijkertijd. Ik kan van identiteit veranderen door me straks in mijn werk te identificeren als werknemer in plaats van als student. Een individu heeft dus verschillende en veranderende identiteiten. Dit kan varieren van werkloze tot vader, van scholier tot politieman en van milieu activist tot Chileen. Mensen identificeren zich met verschillende identiteiten, afhankelijk van de situatie en context waarin zij zich bevinden. Op de universiteit ben ik student, thuis ben ik een dochter. In een conflict komt vaak één identificatie centraal te staan. Deze identiteit wordt dominant en allesoverheersend.
Identiteit geeft betekenis. Identiteit zegt wat iets wel is en wat iets niet is. “Representations produce meanings through which we can make sense of our experience and of who we are” (Hall, 1991:14). Deze betekenisgevende rol van identiteit wordt cruciaal in een conflict. De representatie door Mapuche activisten als Mapuches op grond van de Mapuche etniciteit en de daarbij behorende waarden geeft aan mensen de mogelijkheid zich op een bepaalde manier neer te zetten in de maatschappij. De betekenisgevende functie wordt ook duidelijk als je kijkt naar het verschil tussen een politieman die iemand in de boeien slaat, en een willekeurige burger die iemand in de boeien zou slaan. De identiteit van de politieman draagt bepaalde betekenissen in zich en op grond daarvan geven we ook betekenis aan de actie.
Hoe en waarom ontstaan nu identiteiten? Er zijn visies die identiteit zien als een universele behoefte en een essentiele voorwaarde voor individuele ontwikkeling. Deze visies leggen de nadruk op actieve agents. Een voorbeeld hiervan is de basic human needs approach. Vanuit deze benadering zou er sprake zijn van een “basic need for identity” (Jabri, 1996:122). Clark stelt als volgt: “humans evolved with a desire to belong, not to compete” (in: Jabri 1996:122). Daarom zouden mensen identiteiten vormen en daarom is erkenning van deze identiteit dan ook noodzakelijk (Taylor 1992). Gebrek hieraan kan leiden tot conflict (Taylor 1992, Jabri 1996:123). Een andere invloedrijke benadering is de social identity theory. Deze theorie legt ook de nadruk op agency als centrale focus van de analyse van identiteit en conflict. Hieruit vloeien concepten als in- en outgroup voort, het belang van discriminatie en groepsprocessen. Een belangrijke vraag die uit deze benaderingen van identiteit voortvloeit is echter: waarom worden dan de identiteiten gekozen die worden gekozen? Waarom wordt juist die identiteit dominant en zelfs de basis voor gewelddadig conflict?
Andere visies op identiteit leggen daarentegen juist de nadruk op collectieve structuren en normen die zijn ingebed in een maatschappij, die het leiders mogelijk maakt om “dissimilar individuals” te mobiliseren “into a seemingly unified entity transformable into a fighting force against other collectivities” (Jabri, 1996:123). Deze nadruk op structure zonder rekening te houden met agency ontkent echter de mogelijkheid van het individu om invloed uit te oefenen op haar identiteit. “[O]ndanks de dwang die er uitgaat van de categorieën waarin we door anderen geplaatst worden, [zijn] er toch mogelijkheden [...] om ons aan die dwang te onttrekken, om nieuwe inhoud te geven aan de oude symbolen die ons vast willen leggen, om zélf, binnen zekere grenzen, te bepalen wie we zijn” (Wekker, 1998:40-41).
Beide stromingen geven niet een volledig begrip van de processen rond identiteit in conflictsituaties. Jabri stelt daarom een visie voor die een wisselwerking tussen structure en agency centraal stelt om het ontstaan van identiteit te begrijpen. Zij baseert zich hierbij op de structurationist view van Giddens. In hoofdstuk 1 is naar voren gekomen dat discours in de wisselwerking tussen agency en structure ontstaat. “[…] each is constitutive of the other in the duality of structure” (Jabri, 1996:128). Individuen ontlenen hun identiteit aan discours, doordat ze zichzelf identificeren met en geïdentificeerd worden binnen een discours. Identificatie is de positionering van het Zelf ten opzichte van structuren en anderen in de maatschappij.
Structure
Discourses
Discursive and institutional continuities

Identification
Agency
Mensen identificeren enerzijds zichzelf actief als agents binnen een discours. Anderzijds worden ze ook geïdentificeerd binnen een discours. Hierbij is er sprake van wisselwerking. Identiteit wordt nooit gevormd of ontdekt door iemand zelf, alleen, in isolatie, maar altijd in dialoog met anderen (Taylor, 1992:80). Identificatie in discours vindt ook plaats via instituties en praktijken zoals scholen, gevangenissen en ziekenhuizen (zo wordt men geïdentificeerd als leerling, gevangene of zieke). Deze instituties en praktijken worden door Jabri discursive and institutional continuities genoemd: de ‘neerslag’ van een bepaald discours (1996:131). Een dynamisch proces ontstaat doordat de agents vervolgens in wisselwerking met de structuur wederom het discours vormgeven, waaruit de discursieve en institutionele continuititeiten voortvloeien die weer bepalend zijn bij identificatieprocessen. “The institutional and discursive continuities of social life are not only implicated in day-to-day encounters, but also reproduced by them” (Jabri, 1996:129). Een gevangenis geeft bijvoorbeeld aan gevangenen hun identiteit. De betekenis van de gevangenis kan echter veranderen door de manier waarop gevangenen ermee omgaan. Dit zie je duidelijk terug in de strijd die Mapuche gevangenen voeren in de gevangenis. Zij vechten voor speciale regelingen waarin hun aparte ‘politieke’ status en hun Mapuche identiteit erkend worden, door bijvoorbeeld religieuze ceremonies in de gevangenis te houden, waar vervolgens veel sympathisanten op af komen. Zo geven ze ook actief vorm aan wat de gevangenis (een discursieve en institutionele continuiteit) voor hen en hun identiteit betekent.
Discursieve en institutionele continuiteiten zijn dus niet het automatische gevolg van bepaalde structuren, noch zijn ze volledig beinvloedbaar door agents. Het concept geeft juist de wisselwerking tussen agency en structure aan. Identiteit staat zo niet los van het alledaagse leven en maatschappelijke processen. Zij is er juist mee verweven. Identiteit wordt bijvoorbeeld gehandhaafd door sociale en materiële omstandigheden, omdat in- en uitsluiting op basis van identiteit concrete gevolgen heeft (Woodward 1997). Het stempel ‘Mapuche’ kan bijvoorbeeld problemen opleveren bij het vinden van werk en zo worden identiteiten ook weer gereproduceerd als op die manier werkloze Mapuches onderaan de maatschappelijke ladder blijven staan. De toekenning van de Mapuche identiteit kan echter ook gunstig zijn voor het verkrijgen van een studiebeurs en op die manier een verandering in de identiteit construeren.
In Chili zijn via deze processen van identificatie in discoursen aan de hand van discursieve en institutionele continuiteiten verschillende identiteiten ontstaan: Mapuches, Chilenen, Rapa Nui, Santiaguinos, zuiderlingen, stedelingen, rijken, armen, campesinos, immigranten, gringos, communisten, kapitalisten, politici, linksen, rechtsen, advocaten, criminelen, machthebbers, machtelozen, Pinochetistas, studenten, arbeiders, alcoholisten, etcetera. De identiteiten verwijzen zelf al naar enkele van de discursieve en institutionele continuiteiten die een rol spelen bij de vorming en het in stand houden van deze identiteiten. Dat zijn bijvoorbeeld universiteiten, politieke partijen, bedrijven, wetten, gevangenissen en alle andere instituties en praktijken die van invloed zijn op de identificatie van mensen. Enkele identiteiten kunnen een prominente plaats gaan innemen. Mensen voelen zich dan meer en meer verbonden met hun bedrijf of beroep, hun etniciteit of hun politieke voorkeur. Mensen worden dan meer en meer geïdentificeerd met een bepaalde identiteit. De wijze waarop dit proces verloopt komt in de volgende paragraaf aan de orde.
Aan de vorming van identiteiten ligt categorisatie ten grondslag. Categorisatie is verbonden met stereotypering, sociale normen en conformiteit. Deze dragen allen bij aan het conflictproces en aan de legitimatie van geweld. In plaats van te benadrukken dat er een innerlijke psychologische behoefte zou bestaan tot categorisatie en versimpeling, benadrukt Jabri “the need for placing stereotyping firmly within the historical and social contexts which generate and legitimate such modes of discourse” (1996:127). Het is bijvoorbeeld belangrijk om discriminatie niet (alleen) te zien als een manier van groepen om het eigen zelfbeeld en de eigenwaarde te vergroten. Vaak is het zo dat verschillen tussen groepen geïnstitutionaliseerd en ideologisch gelegitimeerd zijn. Discriminerende praktijken zijn een gewoonte geworden en een onderdeel van de dagelijkse routine, waardoor ze een achtergrond vormen van het dagelijks leven waar niemand meer acht op slaat (Jabri, 1996:126). Het is bijvoorbeeld belangrijk om discriminatie waarvan Mapuches verhalen, niet te zien als een manier van ‘Chilenen’ om hun eigen zelfbeeld en eigenwaarde te vergroten, maar om deze discriminatie te plaatsen in het licht van institutionele en discursieve continuiteiten zoals een geschiedenis van reductie in reservaten, het benoemen van alle inwoners als ‘Chilenen’ in de grondwet, de komst van moderne ziekenhuizen met ‘occidentale’ geneeskunde, en de invoering van het Spaans als de officiele taal.
Conflict wordt door Jabri gedefinieerd als een sociaal fenomeen. Dit betekent dat het ligt ingebed in de sociale structuren van alledag. Ook noemt ze conflict ‘geconstrueerd discours’. Dit biedt de mogelijkheid om een link te leggen tussen dagelijkse gebeurtenissen (“the routinisation of social life”) en de buitengewone tijd die conflict inhoudt. “Conceptualising conflict as constructed discourse places a specific conflict within the wider discursive and institutional continuities within which the conflict is embedded” (Jabri, 1996:128). Deze discursieve en institutionele continuiteiten vloeien voort uit een wisselwerking tussen agency en structure en liggen dus ingebed in de maatschappij, al voordat er conflict ontstaat of geweld uitbreekt. Dit wil niet zeggen dat uit deze discursieve en institutionele continuiteiten automatisch geweld voortvloeit. Er is sprake van een dynamisch proces dat zich afspeelt al voordat het conflict tot ‘uitbarsting’ komt. Daarom kan inzicht hierin juist het begrip verschaffen waarom mensen schijnbaar ‘plotseling’ tot geweld overgaan en een conflict legitimeren.
Ook identiteiten (Wij versus Zij) ontstaan dus niet plotseling ten tijde van conflict uit het niets, maar worden geconstrueerd in wisselwerking met dit leven van alledag. Sociale identiteit is niet alleen manifest in tijden van conflict. Altijd, in elke ontmoeting en in alle aspecten van het dagelijkse leven is de sociale identiteit aanwezig op de achtergrond. In tijden van conflict kunnen ze naar voren gebracht worden. “The linguistic constructs used to provide versions of a conflict by parties and observers alike are not peculiar to that conflict alone, but derive from pre-existing discursive models which are implicated in the construction of conflict” (Jabri 1996:128 italics door mij). De identiteiten die in het Mapuche conflict een rol spelen zijn ook zeker niet van gisteren. Het gaat juist om identiteiten die diepgeworteld zijn in de structuren van de maatschappij en de discoursen van de mensen. In de processen van het alledaagse leven kunnen deze identiteiten door verdere in- en uitsluiting meer en meer een conflict gaan legitimeren.
Identiteit en macht zijn nauw met elkaar verbonden. Zij staan in een constructieve en reproductieve relatie tot elkaar. Identiteit van een subject wordt geconstrueerd binnen een discours door haar relatie met andere subjecten (Sayyid & Zac 1998). Een subject krijgt dus een identiteit door de plaatsing in een discours. In een discours heeft een subject een bepaalde positie ten opzichte van andere subjecten: machtig, ondergeschikt, gemarginaliseerd, centraal, etcetera (Sayyid & Zac 1998:263). Vaak worden binaire opposities gehanteerd waarbij de concepten in een hierarchische verhouding staan. Zo wordt door de toekenning van een bepaalde identiteit ook een bepaalde machtspositie gedefnieerd. De wijze waarop Mapuche activisten zich bijvoorbeeld positioneren in hun discours ten opzichte van bosbouwbedrijven, zet de bosbouwbedrijven neer als rijk en machtig, waar zij arm en machteloos zijn.
Niet alleen heeft identiteit invloed op machtsrelaties. Een bepaalde machtspositie zorgt er ook voor dat een bepaalde identiteit geconstrueerd wordt. Als er sprake is van een sterk hegemonisch discours heeft dat effect op individuen in hun ruimte en vrijheid tot identificatie buiten het hegemonische discours (Sayyid & Zac, 1998:264). Een voorbeeld waarbij een groep geen enkele macht meer had over de keuze van haar identiteit zijn de joden gedurende de Tweede Wereldoorlog. Het dragen van de Davidsster als symbool van hun identiteit, maakte deze identiteit gedwongen dominant (cf Woodward 1997:15). In het hoofdstuk Etniciteit zullen we zien hoe bijvoorbeeld de discriminatie ten opzichte van Mapuches hen dwingt een positie in te nemen ten opzichte van hun identiteit. Jabri stelt ook dat de keus voor een bepaalde identiteit niet helemaal vrij is voor actoren (1996:131). Zij is onderhevig aan de mate van macht die verschillende sociale groepen kunnen uitoefenen over discursieve en institutionele praktijken. Macht is dus een belangrijke sleutel tot de vraag welke identiteit dominant wordt. “The notion of ‘discursive hegemony’ points to the privileged position held by dominant social groups with respect to discourse (Jabri 1996:133).
Na deze bespreking van de vorming van identificaties in discours, zal ik nu ingaan op de rol die deze identiteiten spelen in het Mapuche conflict: de legitimatie van de conflictpartijen. Door identificatie met een conflictpartij krijgt een partij steun en legitimiteit. Azar stelt dat de relatie tussen identity groups en de staat de kern is van “protracted social conflicts”. “[T]he most useful unit of analysis in PSC situations is the identity group – racial, religious, ethnic, cultural and others” (Azar, 1986, 31 in: Miall, 72/73). “[I]ndividual interests and needs are mediated through membership of social groups” (Miall, 2001:73). Identiteit is de essentiele link tussen het individu en de massamobilisatie voor een conflict (Jabri, 1996:121). Het support of gebrek aan support van grote delen van de bevolking is van groot belang voor het karakter van een conflict. Een cruciaal punt in de vorming en definitie van conflictpartijen is het onderscheid tussen elite en massa. “Leaderships may choose war, but it is the entire social framework which becomes involved in war, defining itself in terms of the contending sides to the conflict” (ibid., 1996:16). In het Mapuche conflict wordt niet door iedereen geweld gebruikt. Slechts door de identificatie van mensen met degenen die het geweld gebruiken en toepassen kan dit geweld legitimatie verkrijgen. Daarom speelt in de definiering van de conflictpartijen identificatie een cruciale rol. Op basis van collectieve identiteit wordt een legitimering van conflict en geweld geconstrueerd. Identificatie met een nationale identiteit vormt een steun aan het militaire apparaat van de staat. Identificatie met een rebellengroepering vormt de legitimatie van hun strijd.
“Identity with the collective is manifest in both formalised collective modes of violence, which are characterised by structured, rule-bound institutions with a high degree of control, and informal collective violence, which incorporates unstructured entities, more or less loose political groupings. The former are associated with the state and its military establishment, while the latter are representative of non-state actors involved in conflict to achieve statehood or to remove an incumbent leadership from an existing state. Both forms of violent conflict illustrate the relationship between social identity and support for collective violence” (Jabri 1996:139).
Deze identificatie is echter niet altijd eenduidig. In veel burgeroorlogen vervaagt het onderscheid tussen ‘civilian’ en ‘combatant’. In een intra-statelijk conflict is het vaak moeilijk partijen te definieren zegt ook Jabri: “As indicated by Blalock, ‘in such instances there may be highly active members of both parties but also many others whose behaviours and loyalties are difficult to classify as being clearly on the one side or the other’” (Jabri, 1996:16). Dit is heel duidelijk gebleken in het Mapuche conflict: er zijn geen eenduidige conflictpartijen.
Een conflictpartij is een construct. Het is een imagined community die daarom slechts bestaat bij de gratie van het feit dat er kennelijk een gedeeld idee is over datgene wat ze gemeenschappelijk hebben (Anderson 1983). Woodward zegt wat betreft de nationale identiteit: “Since it would not be possible to know all those who share our national identity, we must have a shared idea of what it constitutes. […] The difference in national identity therefore lies in the different ways in which they are imagined” (1997:18). Er zijn constructen van waaruit mensen handelen en er zijn constructen waartegen mensen handelen, maar in hoeverre deze constructen ook daadwerkelijk in de werkelijkheid zo terug te vinden zijn, is zeer de vraag en kan wisselen per situatie en per moment. Telkens wanneer ik spreek over ‘de’ conflictpartijen, over ‘de’ Mapuche activisten of ‘de’ grondbezitters, dan heb ik het over het construct dat als zodanig een functie en betekenis heeft in het conflict. In essentie gaat het om het ‘Wij’ en het ‘Zij’ dat geconstrueerd wordt, met of zonder heldere afbakening. Vanuit dit ‘Zelf’ tegen de ‘Ander’ wordt een conflict gevochten. Daarom is het belangrijk de constructie hiervan te onderzoeken, juist omdat er niet sprake is van een vastomlijnde entiteit. Van elk van deze constructen zal ik de formatie, de verscheidenheid en de schijnbare eenheid bespreken. Er is altijd sprake van een bepaalde dynamiek en van wisselende allianties (Schröder & Schmidt 2001:10). Een voorbeeld is een alliantie die er af en toe is tussen de Mapuche activisten en milieu activisten. Veel van de zaken waar de Mapuche activisten voor strijden hebben te maken met respect voor en behoud van de natuur zoals de strijd tegen pesticiden, het verdwijnen van bosque nativo, en het opkopen van natuurgebieden door bedrijven. Afhankelijk van de issue kan het handig zijn de gelederen aaneen te sluiten, een dergelijke alliantie kan echter ook weer net zo makkelijk verbroken worden.
Hier is het noodzakelijk kort te reflecteren op mijn rol in de constructie van de conflictpartijen daar waar ik spreek over ‘de’ Mapuche activisten of ‘de’ grondbezitters. Een onderzoeker moet niet ‘meedoen’ met het opleggen van identiteiten, zoals bijvoorbeeld kan gebeuren door te spreken over het “Hutu-Tutsi conflict”. Ik wil daarom benadrukken dat ik telkens kritisch kijk naar de wijze waarop in discours gefomuleerde concepten tot stand komen en gereproduceerd worden. Ook het feit dat subjecten zelf in discoursen onproblematisch uitgaan van bepaalde begrippen en categorieën wil niet zeggen dat deze vaststaand zijn en niet-afhankelijk van machtsrelaties en identificatie. Toch is het niet mogelijk iets te zeggen zonder ook gebruik te maken van bepaalde woorden en concepten. Ik heb hierbij telkens alle voorzichtigheid betracht.
Identiteit speelt een belangrijke rol in de vorming van conflictpartijen. Enerzijds identificeert men zich op grond van dit concept met de conflictpartij en wordt in dat identificatieproces de identiteit als ‘organizing principle’ steeds helderder en vaster omlijnd. Anderzijds is deze identificatie essentieel voor de legitimiteit van een conflictpartij. Dit heeft tot gevolg dat de strijd in een conflict niet alleen met wapens wordt gevochten maar ook met woorden, waarin gedebatteerd wordt over de betekenis van de identiteit en de grenzen van een conflictpartij.
Het identificatie proces wordt gekenmerkt door het aanwijzen van verschillen. “Identity is marked out by difference. Difference is underpinned by exclusion” (Woodward, 1997:9). Jabri stelt dat conflict is opgebouwd rond de constructie van een discourse of exclusion (1996:130). “Discourses of exclusion implicated in the constitution of political violence and war as social continuity rest upon the construction of exclusionist identities” (Jabri, 1996:131). Er wordt een onderscheid gemaakt tussen Wij en Zij. Er wordt een schuldige en een rechtmatige geconstrueerd. Er wordt een groep omschreven en gedefinieerd tegen wie het geweld gericht is, en er wordt een groep omschreven en gedefinieerd van wie dat geweld uitgaat. Mapuche activisten richten hun geweld op rijke particuliere grondbezitters en bosbouwbedrijven en stellen dat dit geweld uitgaat van ‘de’ Mapuches. Justitie en politie richten hun geweld op enkele delinquenten en stellen dat dit geweld uitgaat van de overheid en haar legitieme geweldsmonopolie. Dit zijn voorstellingen die onderdeel zijn van de discoursen die geweld legitimeren. Deze “discourses of exclusion” zijn gebaseerd op “exclusionist identities” (Jabri, 1996:131).
Identiteiten worden dus in conflicten geformuleerd in uitsluitende termen. De vraag is hoe dat proces verloopt. (“How does identity come to be framed in exclusionist terms?” Jabri, 1996:121). Kenmerkend is dat er steeds twee identiteitsposities geconstrueerd worden, waarbij de ene positie hiërarchisch boven de andere staat én de andere uitsluit (Wekker, 1998:48): men kan in een exclusionary discourse bijvoorbeeld niet tegelijkertijd Mapuche en Chileen zijn. Het proces waarin discourses of exclusion ontstaan gebaseerd op exclusionist identities is een proces van debat binnen conflictpartijen en tussen conflictpartijen. Het debat over Wij en Zij is nog niet volledig uitgespeeld in het Mapuche conflict. Er is sprake van polarisatie, toenadering, interne polarisatie en alliantie. In dit proces staan de betekenis van de identiteit en de grenzen van de identiteit centraal.
Het vormen van een exclusionary discourse gaat onder andere gepaard met het vormen van een eenheid binnen de eigen partij en identiteit. “This is a process of selection and definition, where a dominant identity emerges from a plethora of other possibilities. It seeks to negate and deny difference, to obliterate dissent, in the name of a mythical unified entity, an effective fighting force” (Jabri, 1996:134)[1]. Het vormen van een eenheid is een belangrijke stap in de legitimatie van een conflict, aangezien deze eenheid ook de steun voor de ingenomen positie inhoudt. Conflictpartijen kunnen zich meer en meer een discours eigen maken, een steeds sterker omlijnde discourse community vormen (Apter, 1997:15) en trachten de hegemonie te verwerven. Het verwerven van hegemonie betekent dat meer en meer mensen zich identificeren met een bepaald discours. Zoals discours gedeeld wordt, worden ook identiteiten gedeeld. “Self-identity is [...] conceptualised as membership of a group, or as actualised through group identification” (Jabri, 1996:124). Op het moment dat mensen zich identificeren met een conflictpartij ontstaat er steun voor een (gewelddadig) conflict.
Een voorbeeld waaruit blijkt dat groeiende eenheid een belangrijke factor is in de dynamiek van een conflict is een ontwikkeling die gaande is onder de particuliere grondbezitters. Door een toenemende identificatie met elkaar aangaande de problematiek ontstaat de mogelijkheid tot gezamenlijke actie. Zo presenteerde in maart 2003 een groep van ongeveer 30 particulieren een civiele eis aan de staat, waarin ze schadevergoeding eisen van de overheid in verband met de effecten van gewelddadige acties als gevolg van het Mapuche conflict[2]. Een dergelijk gezamenlijk optreden is slechts mogelijk op basis van een gedeelde problematiek, een gedeelde identiteit en een gedeelde werkelijkheid. Ook gaat de organisatie van de particulieren gepaard met geruchten over “recht in eigen hand nemen”, paramilitaire groepen, dreigbrieven en anderszins speciale groepen opgericht ter behartiging van hun belangen in het Mapuche conflict[3]. Naarmate deze mensen dus meer en meer een eenheid gaan vormen, kan het conflict intensiveren en eventueel escaleren.
Eenheid kan ook door heftige gebeurtenissen tot stand komen.
Op 7 november 2002 wordt in de regio van Ercilla in een confrontatie met de politie een Mapuche jongen neergeschoten. De dagen erna wemelt het van de tegenstrijdige nieuwsberichten. Heftig wordt ontkend dat een politieman geschoten zou hebben. Heftig wordt ontkend dat de jongen minderjarig zou zijn[4]. Hij ligt in coma in het ziekenhuis. Hij wordt bewaakt. Men is bang dat de kogel uit zijn lichaam zal worden gestolen. Deze kogel is namelijk het bewijs uit wiens wapen het afkomstig is. Overal op de universiteit verschijnen pamfletten met de beeltenis van deze jongen, Alex Lemún, met het opschrift: “slachtoffer van terreur van de staat”. Radio, kranten en nieuwsberichten zijn gevuld met dit item. In Temuco zijn rellen. Via de radio wordt door overheidsfunctionarissen opgeroepen tot kalmte. Op 12 november sterft Alex Lemún, 17 jaar oud. Hij is geraakt door een kogel afkomstig uit het geweer van een carabinero. Er wordt een onderzoek ingesteld. De Coordinadora Arauco Malleco roept hem uit tot de eerste martelaar in het historisch proces van de Mapuche Natie (Weichan VII 2003).
Deze gebeurtenis bewerkstelligde eenheid in de movimiento Mapuche om gezamenlijk invloed te kunnen uitoefenen. Op dat moment vormden de verschillende Mapuche bewegingen tijdelijk een eenheid en formuleerden ze gezamenlijke standpunten. Er werd een mars georganiseerd waartoe een oproep werd uitgevaardigd ondertekend door 27 entiteiten (organisaties, comunidades, studentenhuizen)[5]. Een dergelijke mars is een middel om mensen op te roepen zich te identificeren met het discours van de Mapuche activisten. “Episodic ceremonials, symbolic representations, images of past glories and present achievements reinforce a sense of identity among the masses called upon in time of mobilisation for conflict” (Jabri, 1996:132). De movimiento Mapuche vormt over het algemeen niet zo´n sterke eenheid. De vorming van deze conflictpartij gaat gepaard met belangrijk en vaak heftig onderling debat. Dit debat gaat over de grenzen van de conflictpartij en wie er wel bijhoren en wie er niet bijhoren. Velen identificeerden zich na het drama met deze Mapuche jongen, ondanks het feit dat hij tot één specifieke (radicale) Mapuche organisatie (de CAM) behoorde[6]. Eventuele onderlinge verschillen verloren hun belang. Velen betuigden hun medeleven door naar de begrafenis te komen. Hieruit blijkt dat een dergelijke trigger invloed heeft op de identiteiten en discoursen in het conflict.
Niet alleen is het vormen van een eenheid belangrijk voor de mogelijkheid gezamenlijk te strijden voor een gezamenlijk doel. Ook kan de strijd en een gezamenlijk doel een sterke factor zijn in de creatie van eenheid. Tijdens een conflict kan een bepaalde identiteit sterk naar voren gehaald worden. Dit houdt echter ook het wegmoffelen van bepaalde verschillen in. Een vrouw van een comunidad in Collipulli vertelde dat ze met de mensen van haar comunidad gedurende de strijd voor het verkrijgen van het stuk grondgebied om de comunidad te kunnen stichten een volledige eenheid vormden. Nu echter, enkele jaren sinds de oprichting van de comunidad vormen ze al lang niet meer zo’n eenheid. Essentieel is de constatering dat binnen een “seemingly unified entity” nog heel veel verschillen bestaan (Jabri, 1996:123). Deze verschillen verdwijnen ook niet en kunnen weer naar boven komen als de gemeenschappelijke vijand verder weg is. “Identification […] describes the process of identifying with others, either through lack of awareness of difference or separation, or as a result of perceived similarities” (Woodward, 1997:14).
Het doorbreken van de gevormde eenheid kan hard gestraft worden.
“To be a dissenting voice is to be an outsider, who is often branded as a traitor to the cause and, therefore, deserving of sacrifice at the mythical altar of solidarity. What would previously have been blurred social boundaries become sharpened primarily through a discursive focus upon features, both symbolic and material, which divide communities to the extent that the desire for destruction of the enemy is perceived to be the only legitimate or honourable course to follow” (Jabri, 1996:5).
Een extreem voorbeeld hiervan is de reactie van M. op de getuigenis van een Mapuche in de rechtszaak tegen enkele Mapuche leiders. Zij zei: “hij moet dood. Het is wel een leven, maar wat hij doet, is niet alleen mensen in de gevangenis brengen, maar hij schaadt ook een hele familie, een hele comunidad, een heel pueblo”.
Binnen de movimiento Mapuche wordt veelvuldig gesproken over verraad als mensen niet voldoen aan ‘regels’ of ‘waarden’[7]. Sommige Mapuche activisten willen bijvoorbeeld niet geidentificeerd worden met degenen die zich door de overheid laten co-opteren zoals ze dat noemen of met degenen die hun Mapuche identiteit “misbruiken” om financiële steun uit het buitenland te verkrijgen. Vaak worden mensen beschuldigd van het misbruiken van de Mapuche-identiteit voor eigen doeleinden en gewin. Verschillende leiders staan slecht bekend, omdat ze teveel met de overheid zouden samenwerken, omdat ze mediageil zouden zijn, of omdat ze alleen maar aan hun eigen profijt en persoonlijke belangen zouden denken. Iemand zei me: “Altijd als een Mapuche beslissingen neemt vanuit een overheidsplek, verzetten Mapuches zich en gaat het mis”. Slechts weinig Mapuche leiders behouden een integere reputatie. Vaak beroept men zich onderling op de volgende kritiek: “zij zijn geen echte Mapuches”. Ideeën over de betekenis van de Mapuche identiteit spelen zo een rol bij de vorming van de conflictpartij.
Inderdaad kan het zo hard zijn dat “dissidenten” beschuldigd worden van verraad. De splitsing tussen Mapuche leider Victor Ancalaf en de Coordinadora Arauco Malleco (CAM) maakte hem tot een verrader in de ogen van de CAM. Tijdens mijn onderzoek kwam de impact van de onderlinge verdeeldheid ongewild dichtbij toen enkele weken na het begin van mijn onderzoek mijn belangrijkste informant en contact tot dan toe door de CAM beschuldigd werd van spionage voor een inlichtingendienst van de overheid. Gelukkig had ik net genoeg andere mensen leren kennen om niet in die mate met hem geidentificeerd te worden dat deze beschudiging ook mij zou raken. Ook sprongen genoeg mensen van de movimiento voor hem in de bres waardoor niet sprake was van algehele uitsluiting. Wel waren het voor hem een paar hele moeilijke weken, waarin bleek hoe fragiel de eenheid binnen de Mapuche beweging is.
Een voorbeeld hiervan is de conflictpartij die ik grondbezitters heb genoemd. Zij zijn een conflictpartij gezamenlijk omdat de Mapuche activisten hen op die manier neerzetten: de usurpadores. Zoals aangegeven valt hieronder een uiteenlopend spectrum van grote en kleine bosbouwbedrijven en particulieren. Over het algemeen is het voor de Mapuche activisten toch “één pot nat”[8]. Zelf zien deze grondbezitters zich eigenlijk niet zo als één groep. De verschillende bedrijven en particulieren wijzen (nog?) veel naar elkaar om zichzelf vrij te pleiten. Particuliere grondbezitters trachten uit alle macht het cruciale verschil aan te wijzen tussen hen en de grote bosbouwbedrijven. Een particulier zei me: “Wij zijn geen groot bedrijf, wij zijn geen buitenlands kapitaal. Wij willen wél goede relaties aanknopen en samenwerken”. Ook trachten particuliere grondbezitters het verschil aan te wijzen tussen hen, de huidige grondbezitters en degenen die vroeger het land hebben opgekocht, afgepakt of anderszins via bedrog geconfisqueerd. Zij willen niet geïdentificeerd worden met deze ‘slechte’ voorgangers. Ook bosbouwbedrijven onderling wensen op de verschillen te wijzen: “wij (bedrijf X) hebben lang niet zoveel problemen met Mapuches als zij (bedrijf Y)”. De kleine bosbouwbedrijven pretenderen weer een veel betere band met de regio en de Mapuches te hebben dan grotere bosbouwbedrijven[9]. Bosbouwbedrijven groot en klein benadrukken daarbij dat het geen probleem is dat met de komst van bosbouw te maken heeft: “dit probleem bestaat al meer dan vijftig jaar, ook met de landbouwers” (CORMA 1999). Zo blijkt dat de ‘grondbezitters’ niet zo homogeen zijn, als misschien op het eerste gezicht zou lijken. Geen van allen willen ze geidentificeerd worden met de boosdoener. Voor Mapuche activisten zijn de genoemde verschillen echter ondergeschikt en worden ze wel zo geportretteerd en benaderd. Zo worden de grondbezitters door het conflict, dat ze meer en meer als een gezamenlijk en gelijksoortig probleem gaan ervaren, als groep gevormd. Zo kunnen verschillende groepen de handen ineen slaan op basis van dezelfde problematiek. In 2002 wordt een declaratie uitgevaardigd ondertekend door verschillende vertegenwoordigende organisaties[10] en wordt zo zelfs gesproken over een gezamenlijke identiteit als de “produktieve sector” die geschaad wordt door Mapuche activisten.
“Los agricultores, comerciantes, transportistas, madereros e industriales se sienten amenazados y obligados a soportar les incendien sus siembras, casa, galpones y bosques; les cobren peajes por transitar en los caminos, les apedreen sus viviendas, les tomen sus predios, les quemen sus camiones y maquinarias de trabajo, les destruyan sus cercos, les roben y faenen sus animales lecheros en pleno campo, sin que conste o se advierta una acción efectiva del estado destinada a cambiar la situación que se está viviendo en el desprotegido sector productivo de la Región” (Declaratie 2002).
Deze dynamiek in de vorming van conflictpartijen is een essentiele factor in het conflict. De polarisatie is nog in gang. De identiteiten zijn nog niet volledig dwingend. En de identiteiten zijn nog onderhevig aan verschillende interpretaties. Dit wordt ook gebruikt in het conflict. Zo wordt de verdeeldheid onder Mapuches onderling door grondbezitters en justitie dankbaar aangegrepen om de positie van activisten ter discussie te stellen. Van de meest radicale groeperingen wordt zo gezegd dat ze geen enkele steun hebben van de Mapuche bevolking. Alfredo Seguel van de Mapuche organisatie Konapewman betoogde in een gesprek met mij echter dat er een politiek is vanuit de staat om de Mapuches onderling verdeeld te houden, door beschuldigingen rond te strooien dat een Mapuche organisatie banden zou hebben met “rechts”, en dat mensen onderhandeld zouden hebben met de overheid om vrij te komen.
Concluderend blijkt dat de polarisatie van de conflictpartijen meer plaatsvindt op basis van het creëren van de scheidslijnen met de andere partijen dan op basis van een interne vereniging. De vorming van exclusionist identities staat centraal.
Deze constructie van de vijand door identificatie speelt ook een belangrijke rol voor de werknemers bij bosbouwbedrijven en de werknemers bij particulieren. Zij worden bij het conflict betrokken op het moment dat er een confrontatie ontstaat met Mapuche activisten en ze door deze activisten geidentificeerd worden met het bedrijf of de particuliere grondbezitter. Weliswaar beseffen Mapuche activisten dat deze trabajadores niet de grondbezitter zelf zijn, en is het geweld ook niet zozeer tegen hen persoonlijk gericht, toch worden zij vanwege hun werk en vanwege hun aanwezigheid op een bepaalde plek geidentificeerd met de conflictpartij.
Het conflict wordt ingewikkeld door deze identificaties via vertegenwoordiging. Mensen treden op in de vertegenwoordiging van iemand anders. Deze problematiek komt heel helder naar voren in een gesprek dat ik had. Wachtend op een lift vlak buiten het dorpje Collipulli raakte ik aan de praat met een man die zei te werken voor een particulier veiligheidsbedrijfje dat de plantages van bosbouwbedrijf Mininco bewaakt. De naam van het bedrijfje wilde hij niet vertellen. Het conflict kon hem verder niet interesseren. Het maakte hem niet uit wie er gelijk heeft.
“Het kan mij niets schelen of ze een stuk bos van Mininco in brand steken. Ze doen maar, ik verdien er niet meer of minder om”.
“Is het niet gevaarlijk?”
“Ja, maar het is niet makkelijk om werk te vinden in Chili”.
“Kun je me iets vertellen over je werk?”
“Ik heb confrontaties meegemaakt. In het begin was het gewoon met stokken. En ja, dan verdedigde ik me. Voor één klap, gaf ik twee klappen terug. Maar nu is het veranderd: nu hebben ze wapens en molotov cocktails. Nu is het gewoon maken dat je wegkomt in een auto en meteen de politie bellen. Ook maken we foto´s en filmen we om bewijsmateriaal te kunnen geven aan het Openbaar Ministerie”.
“En hoe denk je dan bijvoorbeeld over de bosbranden?”
“Ach, elke bosbrand wordt nu aan Mapuches toegeschreven, maar het kan ook gewoon gebeurd zijn met een sigaret”.
“En hoe denk je over het conflict?”
“Wat mij betreft heeft Mininco gelijk of hebben de Mapuches gelijk. Het maakt mij niet uit. Waarschijnlijk hebben enkele comunidades de juiste papieren en recht op de grond. Maar dan moeten ze naar het management gaan. Ik ben maar een trabajador. En ze schieten op me alsof ik een vogel ben. Op vogels kun je schieten, maar ik doe gewoon mijn werk en daar krijg ik voor betaald”.
“Ben je wel eens bang?”
“Ach, de eerste keer was ik wel bang, maar nu niet meer. Ik heb wel eens gepraat met Mapuches. Sommigen zijn hard, maar anderen luisteren wel”. [...] “Ze noemen ons ‘de honden van Mininco’, omdat we rondlopen met honden, bijvoorbeeld rottweilers. Dat is voor onze eigen bescherming, omdat we geen wapens hebben. Ik vind het wel vervelend dat ze me ‘hond’ noemen. Ik ben geen dier. Ik doe gewoon mijn werk”.
Het is duidelijk dat deze man zich niet persoonlijk identificeert met Mininco, de bosbouwbedrijven of de grondbezitters in het algemeen. Toch betekent het werk dat hij doet dat hij te maken krijgt met het conflict. In zijn werk vertegenwoordigt hij wel de positie van Mininco. In die zin identificeert hij zich in de praktijk dus wél met de conflictpartij van de grondbezitters en heb ik hem op grond daarvan in de context van het conflict ook tot die partij gerekend. Ditzelfde geldt bijvoorbeeld ook voor de verschillende advocaten. Men moet echter onthouden dat men in een bepaalde context een bepaalde identiteit aanneemt (rol), maar dat men altijd méér is dan die specifieke identiteit. Sayyid en Zac gebruiken hiervoor het concept subjectiviteit (1998). Iemand is altijd méér dan de identiteiten die men binnen een bepaald discours krijgt toegeschreven. Dat komt heel duidelijk naar voren in de identiteitsformatie van de mensen die werken in dienst van de bosbouwbedrijven. Deze subjectiviteit is ook precies waar X mee speelde toen hij zei dat ze door een aanslag hoopten dat trabajadores bij het bosbouwbedrijf weg zouden gaan. Deze problematiek speelt ook bij de mensen van justitie en politie. Het onderscheid tussen iemands identificatie via zijn werk en iemands persoonlijke identificatie is nooit volledig scherp. De complexiteit die dit met zich meebrengt moge duidelijk zijn. Hier zal ik daarom uitgebreid op terugkomen in het hoofdstuk Systeem.
Zoals gezegd is het in een conflict zo dat de verschillende conflictpartijen ook verschillende discourse communities kunnen vormen. Wat betekent dit nu concreet? Dit betekent dat er een verschil kan bestaan tussen de manier waarop een groep zichzelf definieert en de manier waarop zij gedefinieerd wordt door anderen. Men maakt bij de definiering gebruik van andere concepten, andere logica, andere regels, gebaseerd op andere structuren en andere institutionele en discursieve continuiteiten. Zoals gezegd ontstaan identiteiten doordat mensen zich identificeren en geidentificeerd worden binnen een discours. Een psychiatrische patient kan echter door de omgeving als ‘ziek’ gekwalificeerd worden, terwijl hij zichzelf als volledig normaal en gezond beschouwt. In conflicten is deze discrepantie cruciaal. Er is vaak een discrepantie tussen de wijze waarop conflictpartijen zichzelf identificeren en de wijze waarop ze door hun wederpartij geidentificeerd worden.
Zo hangt de betekenis van een vijandbeeld samen met de vraag welke mensen je tot de vijand rekent. Betekenis van een groepsidentiteit en de begrenzing van een groep zijn dus met elkaar verbonden. In het Mapuche conflict is dit ook het geval. De Mapuche activisten definieren zichzelf als een volk. Door justitie worden ze betiteld als enkele criminelen die geenszins de Mapuches representeren. De grondbezitters worden door de Mapuches gezien als ‘de’ usurpadores. Zelf zien ze zich niet zo duidelijk als één groep. Maar tussen wie is nu eigenlijk het conflict? Vechten nu álle Mapuches tegen alle onrechtmatige grondbezitters? Of verdedigen enkele toevallige symbolische slachtoffers zich tegen een handjevol radicalen? Of pakt justitie enkele delinquenten op? De discrepantie tussen de verschillende identificaties heeft dus tot gevolg dat er verschillende definities bestaan ten aanzien van de conflictpartijen. De grenzen die de groepen aangeven kunnen in de logica van de verschillende discoursen op andere plekken liggen. Dit kan ertoe leiden dat men in een totaal ‘verschillend’ conflict verwikkeld is. Het debat over deze grenzen is een cruciaal onderdeel van de strijd.
Dit blijkt bijvoorbeeld in het debat dat gaande is over de plaats van justitie en politie in het conflict. Wat betreft de scheidslijnen van de partij ‘justitie en politie’ is er een verschil tussen hun eigen identificatie en de identificatie van buitenaf. Justitie en politie benadrukken als overheidsdienaren hun onafhankelijkheid. Zij wijzen op de wet die zij toepassen zonder aanziens des persoons. Mapuche activisten daarentegen zien justitie en politie niet als onafhankelijk en neutraal. Volgens de Mapuche activisten dienen zij alleen de belangen van de grondbezitters. Na het requisitoir van de officier van justitie Raul Bustos in de rechtszaak in Angol[11] merkte iemand dan ook op: “hij praatte als een grootgrondbezitter”. Er doen in Chili vele verhalen de ronde over corruptie, vriendjespolitiek en smeergeld[12]. Justitie en politie zouden alleen het kapitaal en de economische belangen dienen. De relatie tussen bedrijven en overheid beschreef iemand mij als “mafia”. De Mapuche activisten maken dus geen scherp onderscheid, terwijl justitie, politie en de grondbezitters zelf wél de scheidslijn benadrukken. Vanzelfsprekend heeft dit gevolgen voor de wijze waarop activisten tegen hen aankijken en hun gedragingen interpreteren. Miall noemt deze identificatie zelfs een key point. “The key points come, first, when civilian police are identified by sectors of the community with particular political interests and are no longer seen to represent legitimate authority in upholding law and order” (Miall 2001:88). Dit ontbreken van een scheidslijn geldt voor de Mapuche activisten wat betreft de gehele overheid. Volgens activisten dient de overheid met haar beleid alleen de belangen van transnationalen en enkele rijke, invloedrijke families. De relatie tussen overheid en het bedrijfsleven komt nog nader aan de orde in het hoofdstuk Globalisering en Systeem. Dit voorbeeld maakt duidelijk dat de identificatie van conflictpartijen van belang is voor de interpretatie van handelingen en gebeurtenissen. De definitie van conflictpartijen hangt dus nauw samen met een legitimatie of delegitimatie van de strijd.
In deze paragraaf ga ik expliciet in op de relatie tussen identiteit en de legitimering van conflict. In de woorden van Jabri: “how does the inclusion-exclusion dichotomy result in the emergence of and support for violent human conflict?” (Jabri, 1996:121). Om antwoord te kunnen geven op de vraag hoe identiteiten de basis vormen voor steun aan het conflict en legitimatie van het conflict, is het belangrijk eerst in te gaan op de vraag wat precies legitimering inhoudt. In hoofstuk 1 ben ik ingegaan op de relatie tussen discours en legitimering en de relatie tussen geweld en legitimering. In deze paragraaf zal ik expliciet ingaan op de betekenis van legitimering in relatie tot identiteit en conflict. Exclusionist identities hebben belangrijke implicaties voor de verhoudingen tussen partijen en de dynamiek van het conflict. “It refers to dichotomous representations of the self and other, of the deserving and the guilty, and of the righteous and diabolical respectively” (Jabri, 1996:130). Dit discourse of exclusion is daarom “implicated in the legitimation of violence” (Jabri, 1996:131).
Legitimering van een conflict op basis van identiteit ontstaat ten eerste door de steun van de massa aan een conflictpartij en de basis voor mobilisatie (Jabri, 1996:120). Dit aspect is in de vorige paragraaf uitgebreid aan de orde geweest. Ten tweede ontstaat legitimering op basis van identiteit door het toekennen van het predikaat ‘recht’ of ‘onrecht’. Het toekennen van een dergelijke betekenis gebeurt in discours. Dit houdt in dat een conflict geïnterpreteerd wordt aan de hand van door discours geformuleerde concepten en de context. Eén van deze concepten is identiteit. De inhoud en betekenis die aan identiteit wordt gegeven, maakt de interpretatie van handelingen en gebeurtenissen mogelijk en daardoor ontstaat het predikaat ‘(on)rechtvaardig’. Juist doordat discursieve en institutionele continuiteiten en de concepten die daaruit voortvloeien liggen ingebed in de routine van alledag en in de structuren die al vóór het conflict aanwezig zijn, kan identiteit legitimiteit verlenen aan het conflict.
Enkele aspecten van identiteit krijgen extra relevantie in tijden van conflict. Dit zijn de richtinggevende functie van het zelfbeeld, de demoniserende werking van een vijandbeeld, de strategische inversie van identiteiten, het sluiten van discours en het reduceren van identiteiten, de vervreemdende werking van afgescheiden discourse communities en tot slot de identificerende werking die uitgaat van collectieve identiteiten. Deze aspecten komen hierna achtereenvolgens aan de orde.
De betekenis van identiteit ligt voor een groot deel in de karakteristieken en eigenschappen die aan het Zelf worden toegekend. Dit is van invloed op het conflict. Eén van de belangrijke issues in het conflict is bijvoorbeeld de herwaardering van de Mapuche identiteit. Hierbij moet je denken aan het leren van Mapuzugun, het terugbrengen van de religieuze ceremonies, het veroveren van een erkende plaats in het medische stelsel van de machi. Zo is er een belangrijke relatie tussen de betekenis van de identiteit en datgene waar het conflict concreet om gaat. Het discours van Mapuche activisten omtrent wat wel en wat niet Mapuche is, is heel cruciaal voor het conflict. Ik kom hier uitgebreid op terug in het volgende hoofdstuk.
Geweld is altijd een aspect is van een relatie (Schmidt & Schröder 2001, Bowman 2001). Niet alleen moet dus gekeken worden naar degene die geweld gebruikt. Ook moet bekeken worden op welke manier dit geweld onderdeel is van een sociale relatie. Niet alleen de constructie van het Zelf, ook de constructie van de Ander en de relatie van die Ander tot het Zelf is dus essentieel om de legitimering van een conflict te analyseren. Aan de Ander kunnen negatieve eigenschappen, kenmerken en karakteristieken worden toegedicht. Deze Ander moet dusdanig gepresenteerd worden dat het geweld gericht tegen die Ander een logisch gevolg is. Een Noord-Koreaanse voormalige kampbeul zei: “Gevangenen werden beschouwd als varkens of honden. Je kon je niet druk maken of ze leefden of stierven”[13]. Dehumanisatie van de vijand leidt tot de presentatie van de vijand als een monolitisch geheel, waarbij leiders en groep worden gezien als één gelegitimeerd doelwit (Jabri, 1996:127).
In een conflictsituatie worden verschillen uitvergroot en ontstaan door polarisatie duidelijke zelfbeelden en vijandbeelden. De identiteitsconstructie van de Ander in het conflict is een vijandbeeld dat geweld tegen die Ander legitimeert. “Stereotypical images of the enemy are inextricably linked to a dehumanisation process which influences the legitimation of behaviour adopted towards the enemy” (Jabri, 1996:127). Een meisje van acht, dochtertje van een felle Mapuche activiste, wees mij naar twee carabineros die voorbijliepen: “Kijk, honden zijn het!”. Deze zelfbeelden en vijandbeelden dragen op hun beurt bij aan de legitimatie van (geweld in) een conflict. Zo wordt het gevecht niet alleen met wapens gevochten. Zoals een Mapuche activist opmerkte: “straks denken volgende generaties dat wij terroristen waren. De geschiedenis van Chili wordt geschreven vanuit hún belangen”. Dat vijandbeeld moet dus worden weerlegd. De grondbezitters daarentegen vechten bijvoorbeeld tegen het positieve stereotype dat er bestaat vanuit het westen ten opzichte van ‘indianen’, zij trachten dit volgens hen naieve beeld te corrigeren door hun visie weer te geven. Raul Bustos beschrijft het slachtoffer in de rechtszaak in Angol als volgt: “het zijn geen miljonairs, het zijn geen lange blonde mensen met groene ogen”. Het traditionele vijandbeeld van de Mapuches wordt zo expliciet tegengesproken. Op deze manier bestaat er een constante dialoog tussen de discoursen.
Een ander fenomeen wat betreft het zelfbeeld en het vijandbeeld en de wijze waarop deze strategisch in de strijd gebruikt worden, is de inversie van identiteiten (Kapferer wijst op dit fenomeen inversionary discourses 1997). Zoals gezegd ontstaan vaak binaire identiteitsconstructies. Vaste binaire tegenstellingen verlenen stabiliteit aan betekenis en representatie (Hall, 1991:187). Maar betekenis is nooit afgerond of voltooid, zij blijft in beweging, om andere aanvullende betekenissen te omvatten. Mapuche activisten bestrijden de stigmatisering door de zaken om te draaien: ze noemen de staat “de ware terrorist”. De dood van Alex Lemún bracht dit weer op scherp: de staat werd door de Mapuche activisten als moordenaar neergezet. Hiermee kom ik op een interessante eigenschap van de verschillende discoursen in het conflict: de wijze waarop ze op elkaar reageren. Veelal wordt er bewust gebruik gemaakt van het discours van anderen om de eigen concepten en waarden nader te illusteren. Dit gebeurt op verschillende manieren, en elk van de discoursen maakt hiervan gebruik. Mapuches die vervolgd worden op grond van usurpacion de tierra verwijzen naar de staat als juist de usurpador. Wat betreft de identiteit van de Mapuches benadrukken de officieren van justitie, dat zij juist ook de Mapuches kennen en de identiteit van de ware Mapuche willen beschermen. Zij betogen juist dat de ‘echte’ Mapuche heel vredelievend is. Zij betogen juist dat degenen die terecht staan, niet representatief zijn voor deze echte Mapuches.
Ook argumenten worden overgenomen. Ten aanzien van de bosbranden benadrukken bedrijven niet alleen de economische schade die hierdoor wordt aangericht, maar juist ook de ecologische schade. Met dit argument trachten ze schade aan te brengen aan het verhaal van de Mapuche activisten die zichzelf naar voren brengen als een volk dat in harmonie met de natuur wil leven. Vaak wordt in discours gebruik gemaakt van elkaars “keywords” ter identificatie van de groep en dan met name ten aanzien van de rechten die dat met zich zou meebrengen. De bekende Mapuche activist Aucán Huilcaman zei bijvoorbeeld: “wij zijn de duenos de la tierra[14]”. Een grondbezitter zei: “Wij hebben ook Mapuche-bloed”. Opvallend in de vorming van zelfbeelden en vijandbeelden is dus het feit dat de verschillende discoursen communicerende vaten zijn. Men bepaalt zijn identiteit voor een groot deel door tegen te spreken wat de tegenpartij beweert. De Mapuches hameren erop dat ze géén terroristen zijn. De officieren van justitie hameren erop dat ze geen fascisten zijn. En de bosbouwbedrijven hameren erop dat men het conflict niet moet zien als David tegen Goliath. Inspringend op het algemeen bekende vijandbeeld zei een gevangenisbewaarder bij de tweede controle van mijn tas voor de grap: “somos malos[15]”. Tot slot is een interessante inversie van discours dat ik jonge Mapuche activisten onderling elkaar vaak aan heb horen spreken met ‘indio’ en ‘indigena’.
In conflicten spelen identiteiten een belangrijke rol. Een conflict kan zelfs een beslissende rol gaan spelen in de identificatieprocessen in een maatschappij. Dit roept vragen op. In hoeverre oefenen mensen zelf invloed uit over hun identiteit? Wie heeft de definitiemacht? En hoe dwingend is de identiteit? Drakulic (1993) beschrijft hoe ze het gevoel heeft dat de oorlog haar haar individualiteit heeft ontnomen. In een escalerend conflict vernauwen identiteiten zich, net zo lang tot er niets meer overblijft dan een ‘Kroaat’. Over het verdwijnen van de individualiteit zegt ook Jabri: “conflict is the time at which free individuality becomes submerged into a wider group affiliation defined in terms of the nation and collective memory” (1996:134). In gesprekken met activistische Mapuches merkte ik hetzelfde. Hun hele leven wordt bepaald door het conflict. Al hun keuzes, vrienden en bezigheden ook op het persoonlijke vlak zijn politiek geworden en onderdeel van de strijd en de Mapuche identiteit. “The implication for social identity is that, […], people´s social identities are complexes of meanings, networks of interpretation. To have a social identity … just is to live and to act under a set of descriptions” (Jabri, 1996:130). Deze ‘set of descriptions’ kan in tijden van conflict steeds dwingender worden. Dat dit beklemmend kan werken, merkte ik ook. Ik zag dat men behoefte krijgt aan adempauze, een beetje ruimte. Voor mensen die eenmaal in de movimiento Mapuche zitten, is de Mapuche identiteit absoluut een dwingende identiteit geworden, waaraan ze zich slechts zouden kunnen onttrekken door te verhuizen.
De Mapuche identiteit is in het algemeen niet zo dwingend als Drakulic dat beschreef. Toch kan het door bijvoorbeeld de huidskleur ook heel moeilijk zijn om de inheemse identiteit af te leggen. In het geval er sprake is van discriminatie wordt men gedwongen de etniciteit te erkennen. De etniciteit is in deze gevallen een “ascribed identity” (Eriksen 1993). De vraag of een discours dwingend is of niet, wordt ook bepaald door de vraag in hoeverre men de keus heeft tussen verschillende alternatieven. Toen een vrouw op een vraag of ze Mapuche of Chileense was, uitdrukkelijk antwoordde: “ik ben van deze regio”, ging ze hiermee duidelijk tegen het categoriserende “discourse of exclusion” in dat een dergelijk antwoord eigenlijk niet accepteert, maar een keuze vereist. Een keuze: óf Chileens óf Mapuche.
Het conflict zelf is een factor in deze aanscherping en het sluiten van de discoursen. Op het moment dat een Mapuche jongen is neergeschoten, staan mensen voor een keuzemoment. Dergelijke triggers maken dat men moet kiezen, omdat niets doen ook een keuze inhoudt. Deze overweging is veelal beslissend in conflicten: ‘niets doen, is ook een keuze’. Vergelijkbaar hiermee is de idee die ontstond binnen een radicale beweging in de Verenigde Staten ten tijde van de Vietnam oorlog: “niets doen, is ook geweld”, waarmee gewelddadige aanslagen werden gelegitimeerd[16]. Daarmee ontstaat de idee ‘wie niet voor ons is, is tegen ons’, zoals ook nu weer zichtbaar is in de uitspraken van Bush: “You are either with us, or with the terrorists”. Dergelijke ideeën maken dat posities moeten worden ingenomen. Dit heeft tot gevolg dat een stap wordt gezet in de vorming van meer afgescheiden discourse communities. Het kan tot gevolg hebben dat discoursen inflexibeler worden, discoursen sluiten en identiteiten dwingender worden.
Essentieel in een escalerend conflict is derhalve het verlies van individualiteit. Momenteel is de situatie nog niet zo inflexibel in het Mapuche conflict. Ondanks sterke vijandbeelden die naar voren komen in propaganda, zijn de generalisaties niet zó sterk dat men het oog voor verschillende individuen in de conflictpartijen uit het oog verliest. Een officier van justitie zei mij: “Zij zeggen dat we fascisten zijn. Ik weet zeker dat ze niet eens weten wat fascisten zijn. Als het fascistisch is dat je mensen oppakt die geweld gebruiken en onderzoek doet, dan zijn we fascistisch. Maar dan zouden alle officieren van justitie fascisten zijn!” Zo generaliserend wordt echter niet gedacht. Mapuche activisten denken niet zo zwart-wit dat het hele Openbaar Ministerie fascistisch is. Een Mapuche jongen van de comunidad Juan Paillalef zei mij over de politie dat er carabineros zijn die gewoon hun werk doen en dat snapt hij, want een mens moet werken voor zijn geld. Maar “sómmigen zijn echt verschrikkelijk”.
In een conflict kan er dus sprake zijn van vernauwing van identiteiten. Toch heeft juist het aspect dat een individu altijd verschillende rollen en identiteiten heeft, een belangrijke invloed op de dynamiek van het conflict. Een voorbeeld hiervan is de gevangenschap van Victor Ancalaf. Hij is een zogenoemde preso politico en de hele Mapuche beweging strijdt voor zijn eerlijke berechting en/ of vrijlating. Deze strijd gaat niet alleen om de vrijlating van een Mapuche leider. Wellicht nog belangrijker wordt gestreden voor de vrijheid van de vader van vijf kinderen.
Ik ben op bezoek bij de kinderen van Victor Ancalaf en loop met zijn dochtertje Adelaide naar de appelbomen om appels te plukken. Ze houdt mijn hand vast en bukt zich om langs het paadje een paardebloem te plukken. Mij geeft ze er ook één. Zij blaast de pluisjes van de paardebloem en wenst dat haar vader snel weer thuis komt. Gelaten zucht ze als de pluisjes niet loslaten: “hij komt niet snel thuis”. Ze heeft gelijk gekregen: Victor zit nog steeds vast en is veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf.
Wat betekent iemand in de gevangenis? Een lange en kostbare reis naar Concepción om hem te bezoeken. Zijn rol als sterke man die moet helpen bij de oogst. De Mapuche beweging mobiliseert dan ook om te helpen bij de oogst en om eten in te zamelen voor de familie. Juist vanwege zijn identiteit en rol als vader is zijn vrijlating zo belangrijk. Het onrecht van zijn gevangenname ligt voor een groot gedeelte in de benadeling die zijn familie ervan ondervindt. Het feit dat mensen meerdere rollen behouden dan hun politieke rol moet men dus niet uit het oog verliezen om te begrijpen wat er gebeurt en speelt in het conflict.
In het Mapuche conflict is nog sprake van flexibiliteit ten aanzien van identificaties en discoursen. Toch wil ik wel expliciet stellen dat er een dwingende invloed uitgaat van de collectieve waarheden die een discours in zich draagt. Het is lastig om onafhankelijk te blijven denken op het moment dat bepaalde aannames voor waar aangenomen worden door iedereen die je kent. Deze collectieve waarheden zitten ingebakken in het hele taalgebruik, in alle handelingen, in de hele houding en onder alle gedachten van de mensen in een discourse community. Als individu binnen een dergelijke community is het lastig onafhankelijk te blijven denken. Dit heb ik zoals beschreven in mijn methodologische verantwoording zelf ondervonden.
Een groep mensen die hetzelfde discours hanteert, wordt een discourse community (Sayyid & Zac 1998) genoemd. In een conflict dat zeer gepolariseerd is, is er geen sprake meer van één overkoepelende discourse community binnen een maatschappij, maar leven de verschillende conflictpartijen in hun eigen discourse community. Zij hebben in dat geval ook niet dezelfde institutionele continuiteiten om uit te putten, zoals bijvoorbeeld informatiebronnen. Zo leven mensen echt in verschillende ‘werelden’. Dat heeft belangrijke effecten op het verloop van een conflict. In het Mapuche conflict leven de verschillende partijen niet geheel in verschillende werelden, toch is de kloof van onbegrip die het bestaan van verschillende discourse communities met zich meebrengt merkbaar.
De mensen die bij bosbouwbedrijven werken zou je kunnen beschouwen als een andere discourse community dan de Mapuche activisten. Zij lezen geen alternatieve media, zoals indymedia[17]. Verschillende van mijn informanten zijn naar een Duitse school gegaan. Zij vervolgden hun opleiding met de studie bosbouwkunde waar ze leren “zo effectief en efficient mogelijk hout te produceren”[18]. De Chileense maatschappij is heel gesegregeerd. Al mijn gesprekspartners bij de bedrijven waren mannelijk. Ze kennen over het algemeen persoonlijk geen Mapuches, bleek mij in de interviews. Ze zitten op hun kantoor en de sfeer was telkens heel vriendelijk, geen spoor van ‘oorlog’ of ‘directe confrontatie’. Binnen een dergelijke discours community leeft en continueert een bepaald discours, aan de hand van de vak-literatuur[19] waarin het conflict op een bepaalde manier wordt benaderd, aan de hand van de website waarop een bepaalde visie ten toon wordt gespreid en aan de hand van gesprekken die binnen de CORMA worden gehouden.
Een scheiding tussen discourse communities heeft effect op het wederzijdse begrip. “De oorzaak van alle oorlog is gebrek aan humor” zei Salman Rushdie. Humor is bij uitstek een vorm van communiceren waarin de betekenis van concepten en kennis van de context centraal staan. T. vertelde me een verhaal waar dit helder in naar voren komt. Op hun website Kolectivo Lientur had eind 2001 een stukje gestaan waarin ze hadden verwezen naar Osama Bin Laden en financiering door Osama naar aanleiding van speculaties in de media over de financiering van Mapuche organisaties en aantijgingen van terrorisme. Vanuit de discourse community van bosbouwbedrijven kon men niet de juiste betekenis toekennen en begreep men deze grap over het maken van anthrax en financiering door Osama niet. Hierop was daarom heel serieus gereageerd. Maar is het dan niet logisch dat die grap heel serieus werd genomen? Zij konden dat niet binnen de juiste context interpreteren. Want ze kennen de context niet. Hoe interpreteer je uitspraken van een ander discours op de juiste manier? Het is allemaal vreemd. Gebrek aan begrip. Gebrek aan kunnen interpreteren, omdat je de benodigde concepten, regels en logica mist.
In een conflict kijken we in principe naar geweld tussen groepen en niet naar individueel geweld. Je kunt wel een theoretisch onderscheid maken tussen individueel en collectief geweld. Maar zo makkelijk en helder is dat onderscheid nu ook weer niet. Mensen voelen zich door collectieve identiteit namelijk verbonden met geweld uitgeoefend ten opzichte van één van hen. De dood van de jonge Mapuche activist Alex Lemún was daardoor niet het noodlottige overlijden van één willekeurig individu als gevolg van een confrontatie met de politie. Nee, het was een exemplarisch voorval van het politiegeweld dat gericht is op Mapuches. “Collective identity is the medium through which the individual is related to collective violence” (Jabri, 1996:139). Mapuche activisten voelen een eenheidsgevoel met alle Mapuches. Zoals een meisje van de comunidad Quechuahuin over enkele Mapuche-gevangenen zei: “Het doet pijn, want het zijn mijn broeders”. Op deze manier wordt een discourse community en een imagined community gecreëerd. Een aanval op de één, is ook een aanval op ons. Dit fenomeen komt bijvoorbeeld terug in de perceptie van discriminatie. Niet alle Mapuche-activisten hebben persoonlijk te maken gehad met discriminatie. Toch voelen zij dat de Mapuches gediscrimineerd worden en voelen zij zich hiermee verbonden. In de discriminatie van andere Mapuches voelen zij zichzelf gediscrimineerd. Hierbij spelen de volgende processen: ten eerste wordt de discriminatie van de Mapuches geinterpreteerd als een discriminatie op grond van de Mapuche-identiteit. Ten tweede wordt deze Mapuche-identiteit gedefinieerd als een gezamenlijke en gedeelde identiteit. Daardoor voelen zij zich ook persoonlijk gediscrimineerd.
De verbondenheid die men voelt met een imagined community heeft effect op de perceptie van gebeurtenissen. Apter verwijst naar de macht die ontstaat als in een discours bepaalde acties een betekenis krijgen die veel meer is dan wat elk individu erin heeft gestopt (1997:13) “Individuals convey their individual stories to reinforce a collective one and draw down in interpretative power more than they put in” (Apter, 1997:12). Apter noemt dit sociaal kapitaal. Dit heb ik heel duidelijk terug gezien in de verhalen die Mapuche-activisten vertellen over politiegeweld waar ze mee te maken krijgen. Men vond algemeen dat men daar heel veel mee te maken had. Als ik dan naar voorbeelden vroeg kwam men vaak met voorbeelden van andere plaatsen waar politiegeweld plaatsvond. Vaak verwees men als voorbeeld van politiegeweld naar de dood van Alex Lemún. Als ik doorvroeg naar concreet politiegeweld waar zíj mee te maken kregen, werd hier vaak geirriteerd op gereageerd. “Het is overal hetzelfde en het gaat om dezelfde problematiek”. Ook als zij er zélf niet direct mee te maken hadden, voelden ze zich door het politiegeweld tegen hun ‘broeders’ ook aangevallen. Ditzelfde geldt voor problemen met grote bosbouwbedrijven. Ook mensen uit comunidades die geen problemen hadden met bosbouwbedrijven, noemden deze bedrijven in hun grieven. Zo krijgt het geweld in een imagined community een krachtige betekenis. Apter drukt dit als volgt uit: “Geweld verwordt tot discours en discours verwordt tot geweld” (1997:15). Hij beschrijft de macht die discours op deze manier kan geven, doordat mensen verhalen samenvoegen, waardoor de verhalen een betekenis krijgen die veel krachtiger is dan het verhaal van ieder afzonderlijk (Apter 1997:13).
Zo zijn er ook verhalen die de ronde doen in discourse communities die extra betekenis verlenen aan gebeurtenissen en situaties. Een voorbeeld hiervan zijn de beschrijvingen die gegeven zijn van Alex Lemún. Hij scheen zo´n goede leider te zijn. Hij was een veelbelovend voortrekker, en daarom zou het niet toevallig zijn dat hij vermoord was[20]. Ook waren er verhalen dat hij enkele dagen voor de fatale confrontatie met de politie al een aanvaring had gehad met de politie en dat hij daarvan aangifte had gedaan bij een tribunaal[21]. Zo komen weer meer interpretaties naar voren. Het is nu niet alleen moord omdat de politie hem in een confrontatie neerschiet. Nee, het is moord omdat ze speciaal hem dood wilden hebben. De toepassing van de anti-terroristenwet op Mapuche activisten is een ander voorbeeld van een dergelijke ‘collective story’ (Apter 1997) waar meer uitgehaald wordt dan er ingestopt werd. Uit de verhalen van Mapuche activisten zou je denken dat deze wet al heel vaak is toegepast. In gesprek met het openbaar ministerie zou je denken dat hij nog nooit is toegepast en nu voor het eerst gebruikt gaat worden. Allebei zijn waar. De wet wordt nu in de vervolging voor het eerst op verschillende mensen toegepast. Deze mensen zijn nog niet door de rechter veroordeeld, dus de echte toepassing in de zin van ‘op grond van die wet veroordeeld worden’, zou nog moeten komen. Echter, op grond van de wet ontstaan in het voortraject van het gerechtelijk vooronderzoek al diverse bevoegdheden die het Openbaar Ministerie anders niet zou hebben en die op gevangenen reële effecten hebben. Derhalve ís de wet inderdaad de facto al wél in gebruik. En inderdaad, ook nog niet écht.
In dit hoofdstuk heb ik onderzocht in hoeverre een analyse van identiteiten en identiteitsconstructies daadwerkelijk begrip geeft voor de legitimatie van een conflict. Ik heb laten zien hoe via discours identiteiten worden gevormd. Vervolgens is aan de orde gekomen hoe op basis van identiteit en verschil conflictpartijen ontstaan. Hierbij zijn ook het proces en de dynamiek naar voren gekomen tussen en binnen de discoursen waarmee dit gepaard gaat. Het blijkt dat de processen in het conflict neigen naar een verdere polarisatie en de constructie van binaire opposities in de discoursen. Ook blijkt dat deze sterke discursieve tegenstelling in de praktijk niet zo terug te vinden is. Dit sluit aan bij de waarschuwing van Nordstrom & Robben (1995) dat het inzichtelijker is de chaos te onderzoeken dan mee te gaan met de geconstrueerde opposities.
Tot slot heb ik laten zien op welke manier deze identiteiten en haar betekenissen een rol spelen in het conflict middels zelfbeelden en vijandbeelden, de relatie tussen de discoursen, de invloed van het discours op de individualiteit en collectieve identiteiten. De identiteiten die geconstrueerd worden en de betekenissen die zij hebben, zijn nauw verbonden met de structuren waar het conflict mee samenhangt. Een focus op identiteitsconstructies geeft daarom dieper inzicht in deze structuren die de context vormen voor het conflict. Men kan vertellen dat het conflict over land gaat, over politieke participatie, over armoede, over watervervuiling of over discriminatie, maar de daadwerkelijke betekenis die deze factoren krijgen in het dagelijks leven van mensen kan inzichtelijk gemaakt worden door de identiteiten te bestuderen op grond van de concepten en grenzen die haar definieren. Dit werpt licht op de wijze waarop deze factoren een rol spelen bij de vorming van de conflictpartijen, het tot stand komen van de conflictgoals en de bepaling van het gedrag. In het volgende hoofdstuk Etniciteit zal de rol van de Mapuche etniciteit in deze processen in het conflict onder de loep genomen worden.
[1] Dit proces is vergelijkbaar met het vormen van een hegemonisch discours waarbij factionele belangen worden gerepresenteerd als universeel.
[2] ‘Agricultores demandan al Estado’ in: Austral woensdag 26 maart 2003
[3] zie over paramilitaire groepen onder andere: ‘Mapuches: "Lucharemos hasta el final"’ in: Austral zaterdag 16 maart 2002, ‘El gobierno cede a la presión de la derecha’ in:El Siglo, 2 februari 2001, ‘Resoluciones tomadas en el encuentro del Valle de Elicura’ door comunidades Lafkenches de Arauco op zaterdag 14 december 2002, verspreid via e-mail. Zie ook: José Aylwin, Pueblo Mapuche y Estado: refelexiones para abordar un conflicto nunca resuelto, een van de documenten in het archief van de CORMA. En verder: Barrera 1999:3.
[4] ‘Joven mapuche al borde de la muerte’ in: Austral zaterdag 9 november 2002 p.6
[5] Deze oproep werd rondgestuurd via diverse e-maillijsten vlak na de dood van Alex Lemun.
[6] Zie hiertoe onder andere de verschillende declaraties op www.mapuexpress.net
[7] Zie bijvoorbeeld Weichan VII 2003:13 waarin gerefereerd wordt naar het verraad van de Mapuches van Carahue, Nueva Imperial en Consejo de Todas las Tierras.
[8] Weliswaar wordt er speciaal vaak verwezen naar de ‘transnationalen’, en zijn er verschillen in de problematiek die een bosbouwbedrijf of een agricultor met zich meebrengen, in essentie behoort het toch tot hetzelfde probleem.
[9] Hierop legde Andres Molina van Magasa de nadruk in zijn gesprek met mij.
[10] Confederacion de la Produccion y el Comercio IX regio, A.G. de Dueños de Camiones de Cautín, ASIMCA Asociacion de Industriales de Malleco y Cautín, Cámara de Comercio, Turismo y Servicios de Temuco, Cámara Chilena de la Construccion, Delegación Temuco, Corporacion de la Madera, SOFO, Sociedad de Fomento Agricula de Temuco.
[11] Van 31 maart t/m 9 april tegen Pascual Pichun, Aniceto Norin en Patricia Troncoso
[12] een voorbeeld hiervan is de ‘Caso Coimas’ die met name in september en oktober 2002 de kranten vulden. Dit was een landelijk schandaal over smeergeld in de politiek.
[13] Henk Schutten, ‘Gaskamers in kampen Noord-Korea’ in: Parool 3 februari 2004, p. 5
[14] Grondbezitters: zo worden de grootgrondbezitters genoemd.
[15] “Wij zijn slecht”.
[16] film “The Weather Underground” IDFA Amsterdam november 2003
[17] website voor alternatieve media
[18] Dit vertelde een Chileense student bosbouwkunde mij
[19] Bijvoorbeeld “Chile: pais forestal”, “Chile forestal”, “el buen vecino” van Mininco
[20] Dit waren hypotheses van onder andere S.
[21] Dit is naar voren gekomen na onderzoek door Pablo Ortega.