Ik voelde de spanning die zich meester van me maakte, terwijl ik door de vermoeidheid gesloopt traag om het voorwerp heen gluurde. Onder mijn wimpers door probeerde ik een glimp op te vangen van het schouwspel wat hier gaande was. Op het moment dat mijn vermoeden realiteit bleek te zijn, verslapten mijn spieren zich en kreeg ik een black-out...
"Hij is depressief," hoorde ik een stem naast mij zeggen.
"Gun hem een paar dagen rust,"antwoordde een tweede man kort en liep met grote passen weg, allicht, zo kwam het op mij over terwijl ik enkele seconden geleden wakker was geworden. Direct speelden er vele vragen in mijn hoofd. Waar lig ik, wat is er de vorige avond gebeurd, wie zijn deze mannen?
Mijn gedachten werden verstoord door een derde man die zacht fluisterde dat ik een spuitje moest krijgen. "Daarna is hij alles vergeten," aldus de man, die hierna ook een weg naar de deur zocht.
"Alles vergeten", het drong tot mij door dat ik hier op een vijandige basis terecht was gekomen. Ik moet zéker níets vergeten, dan zou mijn missie tot een zware mislukking uitlopen, iets wat ik tegen aller tijde wou voorkomen.
Ik opende mijn ogen op een kiertje en keek behoedzaam naar de bewegingen van een man. Deze bleek erg klein te zijn, vriendelijk zag hij er niet uit, en verzorgd zou ik deze persoon ook zeker niet noemen. Al was ik pas wakker geworden, alles was helder in mijn hoofd. Hierdoor realiseerde ik me dat er slechts één kans was om aan de spuit te ontkomen, en deze zal op dit moment tot uitvoering gebracht moeten worden…
Toen de man zich naar mij toe boog en de spuit in de richting van mijn rechter pols bracht, pakte ik zíjn arm en boog deze naar zijn linkerkant. Razendsnel volgden mijn bewegingen zich op; een vaas op het hoofd van dit arme wezen, een paar schoenen tot mij nemend en een sprint naar de deur.
Hier aangekomen keek ik om me heen om te kijken of er niet op mij gelet werd. Na de positieve bevestiging vervolgde mijn vlucht zich.
Doodmoe en gehavend kwam ik bij het kolossale, donkere gebouw aan, waar ik strompelend mijn intocht maakte. Direct kwam een oude kennis naar mij toegesneld met de vraag waar ik al die tijd geweest was. Uiteraard verwachtte hij hier geen antwoord op. Wel begreep hij mijn gebaar dat ik op instorten stond, waarna hij mij een stoel toeschoof.
Ook andere collega’s kwamen naar mijn zijde.
Nu begon ik toch maar met mijn verhaal:
"Jullie weten wat met welke meissie ik me bezighield?"
Positieve antwoorden.
"Nadat ik, tijdens mij infiltratie met Peter de Boer en Henk Tuyn, er achter was gekomen dat er drugs gesmokkeld werd uit Engeland, zijn we tot actie overgegaan. Met geladen revolvers zijn we naar de kade gegaan, waar de smokkelaars af hadden gesproken. Ze waren met zes man. We realiseerden ons dat er geen mogelijkheid tot overgave van de tegenpartij was, waardoor we de harde maatregelen zouden gebruiken. Een foute keus, zo bleek later…
Twee koffers werden over gegeven op de haven. De overgave verliep vlekkeloos, zo bleek, aangezien de smokkelaars zich na enkele momenten omdraaiden om huiswaarts te keren.
Op dit moment kwamen wij echter in actie. We gaven elkaar korte commando’s, waarna we onze posities innamen. Toen dit met succes ten uitvoer was gebracht, meldde ik de smokkelaars dat ze omsingeld waren. Deze mannen pakten meteen hún wapens, waarna een vuurgevecht ontstond.
Wij zijn professionals waardoor de tegenstanders na thrillers van seconden uitgeschakeld waren.
We hadden elkaar geseind ons naar de koffers te begeven. Terwijl ik Henk rustig naar de koffers met de drugs zag lopen, kreeg hij een schot vanaf zijn linker zijde. Ik bedacht me niet en dook achter een houten kist. Hier bleef ik enkele momenten zitten, waarna ik behoedzaam om dit grote voorwerp heen keek. Dit had ik beter kunnen laten, aangezien ik meteen een schampschot te verwerken kreeg!
Verrekend van de pijn kroop ik terug achter de kist. Ik verbond me met mijn T-shirt waarna ik het ijzig koud kreeg, een gure wind blies over de kade. Ik realiseerde me echter dat ik niets zou opschieten als ik hier zou blijven afwachten en gluurde nogmaals, ditmaal met de loop van mijn revolver op de overzijde gericht. Een wijs besluit, aangezien ik dit laatste voorwerp direct gebruikte om een smokkelaar, die zijn laatste levenskrachten wou gebruiken om mij uit het leven te rukken, naar de grond te dwingen. Het volgende moment gluurde ik de verlichte grond af, Henk zag ik bloedend op de grond liggen. Zijn ogen waren gesloten, iets wat mij genoeg zei…
'Peter, waar zou Peter zijn,' weet ik nog dat ik bij mezelf dacht. Mijn vraag werd al snel beantwoord, toen mijn vriend uit de schemering van de nacht het verlichte plein op strompelde. Een geweer was op mij gericht, iets wat mijn vertelde dat ik met een verader te maken had…"
Mijn collega’s waren allen sprakeloos en stijf van de spanning.
"Wat er verder gebeurde, weet ik niet. Alles wat ik weet, is dat ik later wakker werd op een smal bed in een gebouw buiten de stad. Drie mannen waren hier aanwezig, twee verlieten het gebouw echter na een korte tijd. De persoon die het gebouw langer tot zijn vestigingsplaats kon beoordelen, zou mij een spuitje geven.
'Zodat ik alles zou vergeten,' aldus een niet meer aanwezige man.
Ik begreep dat dit mij niet mocht overkomen, aangezien ik dan de ingewonnen informatie niet meer door zou kunnen spelen. Ik greep mijn kans om te vluchten en ben door de sneeuw heengeploeterd om hier aan te komen."
Inmiddels was het redelijk druk geworden in de kamer waarin ik mij begaf. Ik constateerde dat mijn baas inmiddels naast mij was gaan zitten. Deze vroeg mij met een zachte stem waar Peter op dit moment zou zitten.
Ik haalde mijn schouders met een vragende blik in mijn ogen op, wat betekende dat ik op deze vraag geen antwoord wist. Bert Meulens, mijn baas, knikte begrijpend en pakte de telefoon.
"Weet Peter dat je bent ontsnapt?" vroeg hij mij. Ik schudde mijn vermoeide hoofd.
"Nee, hij kan het nog niet doorgekregen hebben. De enige persoon die van mijn ontsnapping weet, heb ik een slag tegen zijn hoofd gegeven, waarvan hij de komende tijd nog niet genezen zal zijn."
Bert trok zijn mond in een lach en draaide een nummer.
"Ja, Peter, kan je onmiddellijk op het kantoor komen?"
"Wat zeg je? Zijn jullie tot een vuurgevecht met de smokkelaars gekomen?"
"Bert en Richard zijn neergeschoten? Wat zeg je me nu? Oh, kom alsjeblieft snel op kantoor, dan hebben we het erover, OK? Tot ziens, Peter."
Nu grinnikte ik op mijn beurt.
Enkele minuten later kwam Peter de Boer niets vermoedend door de deur van ons immense gebouw gelopen. Hij keek eens rustig om zich heen en toen hij geen mensen in de hal zag, sloeg hij zijn kamer in.
Hier kwam hij na enkele seconden uit, om bij de baas in het kantoor te komen.
Op dat moment bleef hij echter staan, draaide zich om en wilde weg rennen. De realisatie van een grove valstrik drong tot hem door toen hij mij aan het einde van de gang zag staan praten met de secretaresse.
Peter kwam echter niet ver, door de snelle reactie van enkele getrainde mannen van ons goedlopende infiltratiebedrijf. Hij probeerde zichzelf nog tevergeefs uit de ijzeren greep van onze beste mannen te bevrijden en moest zich uiteindelijk overgeven aan de macht van deze krachtige persoonlijkheden.
Een promotie lag in het verschiet voor míjn persoonlijkheid.
Ik keerde die avond huiswaarts om mijn gezin in de armen te nemen.
Een goede nachtrust in mijn eigen bed was iets wat ik vúrig wenste.
De volgende ochtend zat ik relaxed een kop koffie te drinken, toen mijn vrouw me een koek en de krant kwam brengen. Ik las de koppen over, waarbij ik geen trots tot mij kon nemen. Geen artikel over mijn heldhaftige optreden, geen spannend verhaal, geen felicitatie voor mijn eventuele promotie; niets van dit alles.
Ik bleef een perfecte infiltrant!
Twee artikels maakten mij echter wél innig gelukkig: ‘dokter opgepakt wegens onrechtvaardige behandeling R.P.’ en ‘twee ontvoerders dodelijk verongelukt’.
"Een onmiddellijke rechtvaardige bestraffing," dacht ik bij mezelf, terwijl ik aan mijn vrouw vroeg of er verder nog post was gekomen.
Na een positief antwoord en het aanreiken van een enveloppe, opende ik dit laatste en las het rustig door.
‘Geachte Richard Pietersen, Hierbij is uw promotie een feit!’