DE DUIVEL EN DE WADDENZEE

De Ameland was al een dag onderweg
To my way hay hoodday
Ze zeilde van Bremen naar Harlingen toe
Oh a long time ago

Ze zeilde goed en ze zeilde hard
Ze had een goede en kostbare vracht

En toen de schipper eens vloekte en schold
Kwam daar de duivel over het dek aangehold

Als jij mij in een dag het wad over zeilt
Dan krijg je mijn ziel dat staat geheid

Die klomp liep negentien mijl op het laatst
Met kluiver en topzeil de duivel had haast

En in het midden van het wad stond de ouwe aan 't wiel
Daar zei de duivel nu hier met je ziel

Toen zei de stuurman ach laat die man tijd
Eerst gaan we voor anker bij het Nijlandsreit

De duivel was woedend en keek ook wat sip
Hij ging naar de bak en bracht het anker op slip

De bootsman die had nu de duivel verrast
Hij had aan de ketting de staart van hem vast

En als het anker nu schuurt aan de grond
To my way hay hoodday
Dan schuurt ook de duivel die vuile hond
Oh a long time ago