BATAVIA
Allon matroosje pakje maar voort,
Brengt u kist en kooy na boort,
Zo dra als de wind zal waayen,
Uit het Noord Oosten wel oplet,
Dan zullen wij ons ankert je draayen
Hebben ons marszyl bijgezet.We vaare uit voor Hel(le) voetsluis
leggen ons ankertje voor de kluis
Wat passeerde ons onderwylen,
Ja zo meenig klip of bank,
Ja wel hondert en dertig mylen,
Eer wy koome in 't aapen land.En voor eerst passeeren wij,
Koeverden en Rosant voorby,
Englant Schotlant daar beneven,
En daartoe de Spaansche kust
En wie zou daar niet voor vreezen,
Het eiland van AmbroziusZint Helena aan den Kaap,
Daar wy slagten zo menigen schaap,
Tot vervarsing voor ons allen,
Schaapen vlees en buffels mee,
En daar toe voor ons welgevallen
Brengt de boot vars waater mee,Komen wy dan ook weerom,
Wat onrfangen wy weer een zom,
Vyf jaar zyn daar ras verscheenen,
Ag wat bennen we ryken luy,
Ja ook heeren van zes weeken,
Zo moeten we weer het zeegat Uyt,A ju vader en moeder al,
Zusters en broeders in 't getal
A ju vrienden en welbekenden,
Weest nu allen van ons gegroet
'k zal nu weer gaan avontuuren,
Nog een rysje met vrisse moet'k zal nu weer gaan avontuuren,
Nog een rysje met vrisse moet