Inleiding * I.A.A.W. * Voorgeschiedenis * Foto's * I.A.A.W. in actie *
Laatste nieuws * Agenda * Flyer Pesta * Guestbook * Links
De situatie in Waai.
Sinds februari 1999
Aan de oostelijke kust van Ambon, aan de zee Teluk Waai,
omgeven door 4 dorpen van islamitische afkomst nl. Liang,
Tulehu, Tial, Tengah Tengah en één christelijk dorp Suli,
ligt Waai aan de voet van de berg Salahutu. Waai is een christendorp
van ± 6000 zielen. Het heeft een grote protestantse kerk in het
midden van het dorp, en 2 kleine kerken aan de rand. Verder is
er nog een r.k. kerk en een zendingspost, nog van vroeger. Vanaf
23 februari ´99 wordt dit dorp aangevallen door Liang en Tulehu.
Bij die eerste aanvallen werden de zendingspost en ± 39 huizen
verwoest. Dit gebeurde nadat de gevechten in de stad Ambon en
dichterbij gelegen dorpen al hevig woedden. Ook Tial en Tengah
Tengah en islamieten uit dorpen van andere eilanden namen aan
de aanvallen deel.
Waai had nog geen dorpshoofd. Des te belangrijker waren de
dominee en het dorpsbestuur in deze moeilijke tijden. Zij
trokken om het dorp een onzichtbare lijn en de mannen werden
eraan gehouden het dorp uitsluitend binnen die lijn te
verdedigen.
De mannen bewaakten het dorp dag en nacht. Zo had je rondom
het dorp tal van posten: op het strand, voor aanvallen vanuit de
zee, bij de invalswegen, en in de bergen en het oerwoud. Zo heeft
Waai vele aanvallen vanaf febr.´99 overleefd.
Er waren ook perioden van ontspanning, ofwel beginnende
ontspanning. Er was weer verkeer naar de stad Ambon,
afwisselend met of zonder betaalde begeleiding van het militaire
apparaat. In mei ´99 hielden de bovengenoemde 6 dorpen een
vredesbijeenkomst in Suli. De media in Indonesië deden hier
verslag van als voorbeeld van een positieve ontwikkeling in dit
deel van Indonesië. Een paar maanden later werd Waai weer
aangevallen door de 4 islamitische dorpen met hulp van buiten
het eiland, en ook Suli trof hetzelfde lot. Waai en Suli hebben
zelf nooit aangevallen, ze hebben vanaf het begin hun gezinnen,
huizen, kerken en dorpen moeten verdedigen.
Dit jaar, na een periode van ontspanning, deden Jihad-moslims
de Noord-Molukken aan. Het christelijke deel van Halmahera en
Ternate delfde het onderspit. Een dorp werd verwoest en de
mensen vluchtten weg, zoekende naar veilige oorden. De jihad
trok naar het zuiden. Ambon stad was al ontwricht en voor een
groot deel verwoest. En nog was dat niet genoeg. Zij kwamen met
velen en bewapend.
Donderdag 6 juli 2000 viel de jihad vanuit de omliggende
moslimdorpen, met hun bewoners, Waai aan. Aanvankelijk
waren er berichten dat het leger tegengehouden werd in een van
deze dorpen. Later bleek dat het leger aan de aanval had
meegedaan en met zwaar geschut Waai bestookt had. Na een dag
en een nacht strijd is Waai geheel plat gelegd. De r.k. kerk en de
grote kerk, vrijwel alle huizen werden geraakt en verwoest. De
dominee en de mannen hebben in een dienst die slechts een paar
minuten duurde de doden begraven, om zich daarna terug te
trekken in de bergen. ´s Nachts en overdag waken de mannen in
het geheel verwoeste dorp; het mag niet in handen komen van de
aanvallers.
6000 mensen zijn uit hun dorp verjaagd, eerst boven in de
bergen, later aan de voet van de berg. Verstoken van de meest
elementaire levensbehoeften voedsel, kleren, onderdak,
medicijnen, zeep. Het was duidelijk dat de mensen hun
toevluchtsoord moesten gaan zoeken in de dorpen Suli, Passo en
Lateri. Ze moesten afdalen. Met ± 4000 mensen verstoken van
voedsel, kleding, een dak boven je hoofd en medicijnen, is een
langer verblijf in de bergen niet mogelijk. Het dorpje Suli helpt,
de dorpen Passo en Lateri helpen, en zijn ondertussen net als alle
christendorpen behoedzaam, want veiligheid, duurzame
veiligheid, is allang niet meer vanzelfsprekend. Want als Waai,
een redelijk sterk en groot dorp, door zo´n overmacht is
verwoest, welke garantie hebben andere dorpen nog om hun
bestaan veilig te stellen? Zo onstonden grote concentraties
gevluchte Waaienezen in Passo op Ambon, en op het eiland Irian Jaya
in Sorong, en sinds kort ook in Jayapura. In de steden op
Irian Jaya zitten enkele honderden Waaienezen.
Inmiddels is het aantal vluchtelingen van Waai in het dorp Passo
gegroeid tot meer dan 5200. Ze leven in erbarmelijke,
mensonwaardige omstandigheden, opgepakt als vee in twee grote
schuren, die al een tijdje leeg stonden. Want waar vind je zo snel
een onderkomen? Men is zo goed en zo kwaad als het kon
begonnen met de opvang. De hulp van Indonesische zijde is lang
niet toereikend, ziektes zijn nu uitgebroken., Vanaf de eerste
aanvallen, hebben de Nederlandse Waaienezen en betrokkenen
bij dit dorp, geld opgestuurd om de familie te helpen. Per familie
of in verenigingsverband, PAWI, de vereniging van
nakomelingen van het dorp Waai. Binnen deze vereniging is het
Steunfonds in het leven geroepen om de hulp te coördineren.
Vaak onzichtbaar voor de buitenwereld schrapen zij naar
mogelijkheden. De zorgelijke situatie houdt echter aan. En het
wordt erger.
Nu staan zij met de rug tegen de muur en kunnen zij het niet
verder alleen aan. Daarom vragen zij derden, buiten de
vereniging, om financiële hulp. Bij elke financiële overmaking
vragen de Nederlandse Waaienezen om een verantwoording.
Bijvoorbeeld van het coördinerend team van Rimba Raya in
Passo, dat onder leiding staat van dhr. drs. Dirk Bakarbessy. Dit
team bepaalt de mate van hoe er hulp geboden kan worden,
maakt een programma voor de korte en langere termijn, voert de
onderhandelingen met de gouverneur over de terugkeer naar
Waai, houdt ons op de hoogte over de ontwikkelingen op
Ambon. De dominee die eerder de kar trok voor de hele
gemeenschap zit in het team en heeft nu meer armslag voor de
zielzorg van zijn gemeente. Hulp wordt ook geboden door
families, woonachtig op andere eilanden van Indonesië, en vooral
vanuit Jakarta. Het geld dat tot nu toe opgestuurd is werd
omgezet in voedsel, materiaal om in te koken en uit te eten,
kleding, zeep, medicijnen. Geen enkel vervoer gaat zonder
betaalde militaire bescherming.Sinds een paar maanden hebben
ruim 630 basisschoolleerlingen hun eigen locatie, en ruim 425
pubers zetten hun voortgezette opleiding voort in Passo en
omgeving. Er is vraag naar schooluniformen en schoenen voor de
sekola dasar, basisschoolleerlingen.
Met de hulp van de zusterorganisatie van Artsen zonder Grenzen
uit België en Frankrijk, M.S.F. staan nu al 30 barakken voor
leefeenheden van ± 40 mensen, zo'n ± 8 à 9 gezinnen. Voor
watervoorziening is gezorgd. Overigens zijn de activiteiten van de
M.S.F. medegefinancierd door de Nederlandse regering. De
verhuizing van ± 1200 mensen staat nu te gebeuren. Op korte
termijn wil men nog:
- Elektriciteitsaansluiting in de barakken.
- Aankoop van babyvoeding.
- Creëren van werkgelegenheid, zodat men weer zelf in eigen
levensonderhoud kan voorzien en niet in de laatste plaats als
middel tegen de stress, in de vorm van:
- verkoop groenten. Er is land voor moestuinen beschikbaar. Nu
nog de zaden en het gereedschap - verkoop van brood door de
vrouwen - verkoop van vis op de markt.
- meubelmakerij om te beginnen met het vervaardigen van
rotanmeubelen.
- visvangst met één boot met motor en netten.
- Een veilige terugkeer naar Waai. Begin maken met het
heropbouwen van het dorp, opnieuw beplanten van gewassen,
onder de condities van veiligheid en bescherming. Terugtrekking
van de jihad uit het dorp en het plaatsen van een veiligheidspost
is van absolute voorwaarde.