Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!

Een verhaal


Even mijn bedoeling uitleggen: ik las dat het davidsfonds een wedstrijd organiseerde voor jongeren om een verhaal te schrijven over reizen. Reizen in de ruimste zin, ja zelfs tot in de ruimte. Het is niet direct mijn bedoeling om eraan deel te nemen ik besefte alleen dat het mij wel aansprak. En ik hoop dat wat volgt u ook gaat aanspreken:

De zon schijnt altijd, dacht Marijn bij zichzelf, soms zitten de wolken alleen in de weg. Hij keek naar de mensen op het perron. Ze zagen eruit zoals mensen op een perron er moeten uitzien. Ofwel met een aktetas in de hand ofwel met een reiskoffer ofwel zonder iets. Hij had een rugzak. Er zat een dikke pull, een balpen en notitieboekje in. Een reden om de mensen te bekijken had hij niet, die had hij nooit gehad. Hij had het wel altijd fascinerend gevonden. Natuurlijk had hij geleerd dat het niet beleefd was, zelfs gênant voor de mensen. Daarom keek hij ook altijd snel, onopvallend weg als er oogcontact ging komen, zo testte hij zijn reflex. Het liefst van al keek hij in de weerspiegeling van een raam naar de mensen. Dan was het niet zo gênant. De man die het dichtst bij hem stond was er één van het type zonder iets. Hij was blijkbaar de dwarsbalken aan het tellen, een tijdopvuller die eigenlijk nog best orgineel is, als je denkt niets anders te kunnen doen. Marijn had altijd iets anders te doen, hij had altijd ergens anders willen zijn dan de plaats waar hij op dat ogenblik was. De dingen waren het mooist in zijn gedachten, dromen. Hij kon zich zalitg gelukkig voelen door te fantaseren. De werkelijkheid leek altijd helemaal anders, slechter lelijker. Alleen nu voelde hij dat gevoel voor het eerst minder pijnlijk knagen. Er klonk een stem, meer kan je niet zeggen van de omroeper in een treinstation. Op zijn ticket stond enkele reis Milaan. Milaan was de verste bestemming die hij kon bereiken met zijn geld. De vrouw achter het locket had wel raar op gekeken toen hij vroeg hoe ver hij kon geraken met 3244 frank. Mischien was die onverschilligheid toch niet zo slecht, ze had hem kunnen tegenhouden, ze heeft het niet gedaan en zo de laatste twijfel weggenomen. Hij had al maanden rond gelopen met het idee, het was zijn alibi geworden voor het harde leven. Hij had nooit gelooft dat het leven hard is. De mens had altijd het adjectief erbij gezet, dus het kon niet dat het leven op zichzelf hard is. Nu stond hij op perron 4 te wachten op de trein. Hij kon wachten, het was altijd de plaats waar hij naar toe moest die niet kon wachten. Maar nu had niemand hem nodig, niemand stond op hem te wachten in Milaan. Een perron is zo'n plaats waar niemand op dat ogenblik wil zijn, er is niemand die zegt ik ga even naar het perron. Over zo'n dingen dacht Marijn na. Mensen waarmee hij daarover kon praten waren dun gezaaid of al door iemand anders veel te vroeg geoogst. Meestal keken ze dan met een glimlach en begonnen over iets anders te praten zelden zeiden ze 'Nu je het zegt.' En nog zeldzamer was het dat na die verbazende uitspraak een conversatie kwam over dat onderwerp. Er was iemand geweest, een meisje, ze had meteen een ander voorbeeld gegeven 'Een wachtkamer ook'. Achteraf gezien hadden perron en wachtkamer veel met mekaar gemeen, Marijn en het meisje ook. Ira heette ze, ze was even oud en hij was haar op een ingewikkelde manier tegen gekomen. Het was ook aan een perron, eigenlijk meer een halte van de tram. De tram was te laat en dan beginnen mensen pas met elkaar te praten. Eerst gewoon over dat het nu toch wel tijd wordt dat hij komt en dan over het feit dat het koud is en wat er mischien zou gebeurd zijn en dan waar ze naar toe moeten en of je die plaats kent. Hij en Ira waren zo een tijdje aan de praat geweest en toen zei hij 'Een halte is zo een plaats waar niemand op dat ogenblik wil zijn.' Ze had niet direct geantwoord, hij had het gemerkt, hij dacht dat het was alsof ze twijfelde of hij daar nu echt over had na gedacht of dat het ineens in hem op kwam. Maar net dat tikkeltje te laat antwoorde ze 'Een wachtkamer ook.' Hij dacht dat hij toen even verstarde, hij herpakte zich 'Je bent de eerste die niet "nu je het zegt" antwoordt' 'Dat zal dan aan de anderen liggen.' En ze waren vertrokken, maar zoals alle echte gesprekken, werd deze ook onderbroken door een factor van buitenuit. De tram kwam te laat, maar veel te vroeg aan en zij moest maar 3 haltes verder zijn. 'Allé, nog een goed weekend en tot nog eens,' zei ze toen de deuren al open gingen. Marijn had alleen zijn hand kunnen opsteken en ja kunnen zeggen. Leuke momenten zijn degene waarvan je niet doorhebt dat ze leuk zijn, hij had weer iets om over na te denken. 'Koekoe' had ze gezegd en hij was bijna vergeten ademen, zo hard was hij geschrokken. Hij draaide zich om en met een zucht van opluchting en opgewondenheid zag hij dat het Ira was. Ze was veranderd, hij voelde het. Het was alsof de benzine op was, ze was langzamer geworden in haar denken en het was niet meer altijd positief. Na de tram-ontmoeting waren ze elkaar nog tegen gekomen in een filmzaal, ze waren allebei alleen, en pas op het einde hadden ze elkaar gezien. Met een warme wafel in hun hand waren ze op een bankje gaan zitten. Ze begon direct te praten over haar vakantie in Italië en over haar moeder die was overleden. Hij had alleen maar moeten luisteren, hij wist, dat dacht hij toch dat dat genoeg was. De wafels waren allang koud geworden, toen ze zei dat ze naar huis moest. Een huis dat Marijn niet wist zijn, hij zou het nooit weten. Ira was dood, ze was tenminste niet terug gekeerd in zijn leven, dus was ze dood. Iemand leeft alleen in je waarnemingen, in een absolute lege eenzaamheid leef je niet. Kan je jezelf niet definiëren. Kan je niet sterven. Ze leefde alleen nog in zijn herinnering, zou ze ook in andere mensen hun herinnering leven. Onmogelijk dat te weten te komen, herinneringen praten niet met elkaar. De denkende mens staat in de weg, soms vergeet die gewoon de herinnering of vindt ze niet relevant of interessant.


Filosofisch kruispunt