De publiciteit op deze site is noodzakelijk om deze webruimte gratis ter beschikking te kunnen stellen !

 
 ADOPTIE  VAN  KINDEREN
 

 

Deze website is "documentair“ gericht, en bevat vervolgens commentaren die VOORAFGAAND aan wettelijke wijzigingen (zoals de wet van 6 december 2005 M.B. 16/12/2005 - waarvan de tekst in het Hoofdstuk 1 zich bevindt.) dateren.
 
Deze tekst wordt nier meer bijgewerkt vanaf  27  OCTOBER  2007
 
Gelieve  te  noteren dat er vroeg of laat -  behalve als iemand voor de website zorgt - geen meer update zal zijn ...

 

WEBSITE FR  è  ADOPTION 2005

 

 I N H O U D S T A F E L : Zie verder…

 

UPDATE è

 

26 oktober 2007: Op voorstel van minister Steven Vanackere : De Vlaamse Regering erkent de vzw Steunpunt Nazorg Adoptie en kent de vzw een facultatieve subsidie van 214.000 euro toe voor het eerste werkingsjaar.

 

6 JULI 2007 ( B.S. 2 .08.07)- Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de trefgroepen adoptie

è http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2007-08-02&numac=2007036287

3/10/2007 "De Standaard :Er is nog geen enkele buitenlandse adoptie gerealiseerd door holebi-paren sinds de wet hen dat toelaat. In het binnenland zijn er hooguit vijf zulke adopties geregeld.

 

9 MEI 2007 (B.S. 15/06/07). - Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Burgerlijk Wetboek teneinde het bewijs van de staat van de personen te vergemakkelijken bij gebreke aan een akte van de burgerlijke stand

… Een ieder wiens adoptie in België is uitgesproken of erkend en die in de onmogelijkheid verkeert zich zijn akte van geboorte te verschaften, kan de akte van overschrijving van het beschikkend gedeelte van het vonnis van adoptie overleggen….ENZ ! èhttp://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2007-06-15&numac=2007009562

 

FISCONET: Fiscaal Recht : RULINGS è 600.254 dd. 27.02.2007
Successierechten - Vlaams Gewest - Tarief - Adoptie - 3 jaar hulp en verzorging

 

1 MAART 2007 ( B.S. 13/03/2007) Uittreksel : Wet houdende diverse bepalingen (III)  HOOFDSTUK II. - Adoptieverlof
Art. 87. Artikel 30ter, § 1, tweede lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, ingevoegd bij de wet van 9 juli 2004, wordt vervangen als volgt : « Om het recht op adoptieverlof te kunnen uitoefenen moet dit verlof een aanvang nemen binnen twee maanden volgend op het daadwerkelijke onthaal van het kind in het gezin van de werknemer in het kader van een adoptie. De Koning bepaalt de wijze waarop de werknemer het bewijs kan leveren van het onthaal van een kind in zijn gezin in het kader van een adoptie. ».Art. 88. Artikel 30ter, § 1, van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid : « In geval van gelijktijdig onthaal van meerdere kinderen in het gezin van de werknemer in het kader van adopties, wordt het recht op adoptieverlof slechts één keer toegekend. De Koning bepaalt nader wat moet worden verstaan onder gelijktijdig onthaal. ». Art. 89. Artikel 25sexies, § 1, tweede lid, van de wet van 1 april 1936 op de arbeidsovereenkomsten wegens dienst op binnenschepen, ingevoegd bij de wet van 9 juli 2004, wordt vervangen als volgt :
« Om het recht op adoptieverlof te kunnen uitoefenen moet dit verlof een aanvang nemen binnen twee maanden volgend op het daadwerkelijke onthaal van het kind in het gezin van de werknemer in het kader van een adoptie. De Koning bepaalt de wijze waarop de werknemer het bewijs kan leveren van het onthaal van een kind in zijn gezin in het kader van een adoptie. ».Art. 90. Artikel 25sexies, § 1, van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid :« In geval van gelijktijdig onthaal van meerdere kinderen in het gezin van de werknemer in het kader van adopties, wordt het recht op adoptieverlof slechts één keer toegekend. De Koning bepaalt nader wat moet worden verstaan onder gelijktijdig onthaal. ». Art. 91. Dit hoofdstuk treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum.

 

22 DECEMBRE 2006 ( B.S. 7/03/07) - Decreet tot wijziging van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin. Aan artikel 8, § 1, van hetzelfde decreet wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Het agentschap neemt ook taken op zich betreffende binnenlandse en interlandelijke adoptie è http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2007-03-06&numac=2007035302

 

26 FEBRUARI (B.S. 2/03/2007) K.B. Jeugdbescherming , met de Gecoördineerde wetten op 2 april 2007: o.a. ;Art.33. Volledige ontzetting slaat op alle rechten die uit (het ouderlijk gezag) voortvloeien. (Ze slaat evenwel enkel op het recht om toe te stemmen in de adoptie van het kind wanneer het vonnis dit uitdrukkelijk bepaalt.)
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2007-03-02&numac=2007009199

 

31 JANUARI 2007 ( B.S. 27/02/2007 ) Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat betreft de adoptieprocedure : Deze wet beoogt inzake de adoptieprocedure de werklast van de jeugdrechtbank tot het strikte minimum te beperken in het kader van het bevelen van het sociaal onderzoek, wat zowel voor de magistraat als voor de adoptant een niet onaanzienlijke tijdwinst zal meebrengen. Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2. In artikel 1231-29 van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003 en gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2004 en de wet van 6 december 2005, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
« Binnen 30 dagen na het verzoek bedoeld in artikel 1231-27, beveelt de rechtbank ambtshalve een maatschappelijk onderzoek dat haar inlichtingen verschaft over de geschiktheid van de adoptant of van de adoptanten om te adopteren. Het vonnis waarbij het maatschappelijk onderzoek wordt bevolen is niet vatbaar voor verzet of hoger beroep. Tijdens dit maatschappelijk onderzoek worden de diensten die door de bevoegde gemeenschappen zijn aangewezen, geraadpleegd. » Art. 3. In artikel 1231-35 van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003 en gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2004, wordt het eerste lid vervangen als volgt : « Binnen 30 dagen na het verzoek bedoeld in artikel 1231-34, beveelt de rechtbank ambtshalve een maatschappelijk onderzoek dat haar inlichtingen verschaft over de adopteerbaarheid van het kind. Het vonnis waarbij het maatschappelijk onderzoek wordt bevolen is niet vatbaar voor verzet of hoger beroep. Tijdens dit maatschappelijk onderzoek worden de diensten die door de bevoegde gemeenschappen zijn aangewezen, geraadpleegd. »
Art. 4. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2007.

 

26 JANUARI 2007 ( B.S.19/02/2007)- Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 betreffende de interlandelijke adoptie, bl. 7885.Aan artikel 87 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 betreffende de interlandelijke adoptie wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « In afwijking van de programmeringsnorm vermeld in artikel 38, kunnen er tot 30 september 2011 maximaal vijf adoptiediensten erkend worden. » è Hoofdstuk 7 : http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2007-02-19&numac=2007035227

 

20 DECEMBER 2006( B.S.11/01/2007) Koninklijk besluit tot invoering van de toekenningsvoorwaarden van een adoptieuitkering ten gunste van de zelfstandigen è http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2007-01-11&numac=2006023404 . Persbericht van de Ministerraad : K.B. kent zelfstandigen adoptieverlof en een adoptie-uitkering toe, zoals in de regeling voor werknemers, wanneer ze een kind in hun gezin onthalen. Het verlof bedraagt vier weken als het kind tussen 3 en 8 jaar is en zes weken als het jonger is dan drie. Als het kind een handicap heeft wordt het twee maal zo lang.
Tijdens het adoptieverlof mag de zelfstandige geen beroepsactiviteit verrichten en geen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen of invaliditeitsuitkeringen ontvangen.Het bedrag van de uitkering is forfaitair. Het komt overeen met het bedrag van de moederschapsuitkering.

 

12 DECEMBER 2006 :  Wijziging van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin è HOODSTUK 7

 

14 NOVEMBER 2006 : Vlaams Parlement : schriftelijke vragen: Vraag nr. 25 van Christian Van Eyken è Inge Vervotte,  vlaams minister van welzijn, volksgezondheid en gezin : Adoptieprocedure   -  Faciliteitengemeenten è HOODSTUK 7

21 NOVEMBER 2006: Vraag van de heer Éric Libert aan de vice-eersteminister en minister van Justitie over "de taalproblemen waarmee Franstalige adoptieouders die hun woonplaats in de randgemeenten hebben, te maken krijgen in geval van internationale adoptie" (nr. 12973) .Zie bl. 30 è  http://www.lachambre.be/doc/CCRA/pdf/51/ac1098.pdf

 

6 oktober 2006 ( B.S.10/11/06): Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de sectorale regelgeving inzake adoptie in het kader van de operatie Beter Bestuurlijk Beleid

 

WACHTTIJD NEEMT TOE : De nieuwe adoptieprocedure die sinds 1 september van kracht is, veroorzaakt onvoorziene wachttijden. …Kind en Gezin … geeft toe dat er dagelijks klachtentelefoons binnenkomen. ... Kandidaat-adoptanten moeten daarvoor langs de jeugdrechter passeren. Tussen de eerste en de tweede verschijning voor de jeugdrechter vindt een maatschappelijk onderzoek plaats. Op dit moment zijn er kandidaten die drie, vier maanden moeten wachten voor het onderzoek nog maar kan beginnen. Als de jeugdrechter een verslag heeft gemaakt over de geschiktheid van de kandidaten, moet er ook een verslag voor het herkomstland worden opgesteld. Pas dan kunnen de kandidaten zich bij een adoptiedienst melden - waar ze wéér op een wachtlijst terechtkomen. Maar ook bij het openbaar ministerie doen zich volgens Kind en Gezin vertragingen voor.  Kind en gezin : 8/04/2006 + http://www.vrtnieuws.net/nieuwsnet_master/versie2/nieuws/details/060408Adoptie/index.shtml

 

I N H O U D S T A F E L : Click op het hoofdstuk dat U wenst te raadplegen !

 

HOOFDSTUK 1 :  FEDERALE WETGEVING :  

Adoptie in vogelvlucht : Brochure ( FOD JUSTICIE  I- 2007 ? )

Coördinatie van de federale wetgeving + Gegevens van de landen van herkomst

20 JULI 2006 ( M.B. 28/07/06)- Wet houdende diverse bepalingen : ADOPTIEPREMIE

18 MEI 2006 ( B.S.20/06/2006)  WET tot wijziging van een aantal bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, teneinde de adoptie door personen van hetzelfde geslacht mogelijk te maken

19 APRIL 2006 ( B.S. 1/06/2006 ) WET houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie 

14 DECEMBER 2005 : Arbitragehof

 6 DECEMBER 2005 :  Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de adoptie

24  AUGUSTUS 2005: Omzendbrief betreffende de tenuitvoerlegging van de hervorming van de adoptie + Convention of 29 May 1993 on Protection of Children and Co-operation in respect of Intercountry Adoption

24  AUGUSTUS 2005: Koninklijk besluit tot vaststelling van maatregelen houdende uitvoering van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, van de wet van 13 maart 2003 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de adoptie betreft en van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht

13 AUGUSTUS 2005: Ministerieel besluit tot aanwijzing van de federale centrale autoriteit inzake interlandelijke adoptie, bedoeld in artikel 360-1, 2°, van het Burgerlijk Wetboek

24  JUIN 2004 : Wet houdende instemming met het Verdrag inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie, gedaan te Den Haag op 29 MEI 1993

­­­­­­WETGEVING : BURGERLIJK WETBOEK + GERECHTELIJK WETBOEK + NOTARISSEN + IPR Wetboek 

24 APRIL 2003:  Wet tot hervorming van de adoptie =  Geconsolideerde wetgeving  

­­­­­­­­­­­­­­­        

HOOFDSTUK 2 :  PARLEMENTAIRE DOCUMENT : KAMER + SENAAT

HOOFDSTUK 3 :  RECHTSLEER –Fiscaal recht - Bibliografie  ( Rechtspraak è Hoofdstuk 11 )

HOOFDSTUK 4 :  SENAAT :18  MAART  2004 :  Instemming met het Verdrag inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie

24 FEBRUARI 2005: De aanvaarding van de adoptieakte als geboorteakte

 

HOOFDSTUK 5 :  KAMER:  Vragen en antwoorden… 4/07/2006 … 6

 

HOOFDSTUK 6 : SAMENWERKINGSAKKORD: tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie.

21 APRIL 2006  VLAAMSE GEMEENSCHAP

19 APRIL 2006  WET houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie 

17 FEBRUARI 2006  FRANSE GEMEENSCHAP

12 FEBRUARI 2006 VERENIGDE VERGADERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

 

HOOFDSTUK 7 :  VLAAMSE GEMEENSCHAP: De Vlaamse Centrale Autoriteit oefent het toezicht uit op de naleving van de regelgeving door de adoptiediensten

12 DECEMBER 2006 ONTWERP VAN DECREET tot wijziging van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin

14 NOVEMBER 2006 : Vlaams Parlement : schriftelijke vragen Vraag nr. 25 van Christian Van Eyken è Inge Vervotte,  vlaams minister van welzijn, volksgezondheid en gezin : Adoptieprocedure   -  Faciliteitengemeenten è HOODSTUK 7

6 oktober 2006: Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de sectorale regelgeving inzake adoptie in het kader van de operatie Beter Bestuurlijk Beleid

23 september 2005:  Besluit  betreffende de interlandelijke adoptie

15 juli 2005 : Decreet met betrekking tot interlandelijke adoptie .

  8 juli 2005 : Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 april 2002 betreffende adoptiediensten die bemiddelen voor binnenlandse kinderen  ( Adoptiediensten è Hoofdstuk 12 )

23 maart 2007 : Drie overeenkomsten met Vietnam over de adoptie van kinderen

17 maart 2005 : Overeenkomst met Vietnam

 

HOOFDSTUK 8 : Decreet / Besluit betreffende de adoptie : 

 

4 MEI 2006 : GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST:  Besluit van het Verenigd College tot oprichting van de centrale autoriteit van de Gemeenschap van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake adoptie

21 DECEMBER 2005 : MINISTERIE VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP

21 JUNI 2005 : MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP 

 

HOOFDSTUK 9 :   24 JUNI 2004 : Wet houdende instemming met het Verdrag inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie, gedaan te Den Haag op 29 mei 1993  + VERDRAG  +  Interlandelijke adoptie

 

HOOFDSTUK 10 :  FRANKRIJK: Adoptie : 22 juni 2005

HOOFDSTUK 11 :  RECHTSPRAAK

 

HOOFDSTUK 12 : NIEUW : LINKS + ADOPTIEDIENSTEN

+ Lijst van Belgische Centrale Autoriteiten + Liens FR

 

HOOFDSTUK 13 :  25 april 2006 + 21 september 2005 : Commissie van de Justitie

BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS :  VERSLAG

 

 

HOOFDSTUK 1 :                     

FEDERALE WETGEVING

 

FOD JUSTICIE

 

Adoptie in vogelvlucht
Deze brochure beoogt geenszins een antwoord te bieden op alle mogelijke vragen van kandidaat-adoptanten, toekomstige kandidaat-adoptanten, overheidsinstellingen of andere bij adoptie betrokken personen. Er wordt wel een eerste algemeen overzicht geboden van het adoptierecht, de adoptieprocedures, de adoptievoorwaarden en de gevolgen van adoptie. Ook nuttige adressen in verband met adoptie zijn erin opgenomen. Wij hopen dat dit initiatief een hulp kan zijn voor iedereen die belangstelling heeft voor adoptie. è http://www.just.fgov.be/img_justice/publications/pdf/200.pdf

 

Justitie van A tot Z: Internationale adoptie : V. & A. http://www.just.fgov.be/nl_htm/informatie/htm_justitie_atotz/adoptie.html

 

Coördinatie van de wetgeving betreffende adoptie (geactualiseerd op 30 juni 2006, Word bestand)

OF:24 APRIL 2003.Wet tot hervorming van de adoptie http://www.juridat.be/cgi_loi/loi_N.pl?cn=2003042432 met coördinatie tot ?

* Gegevens van de landen van herkomst:

De lijst herneemt de landen waarvoor de Federale Centrale Autoriteit reeds een beslissing tot erkenning en/of registratie heeft gemaakt op 1 juli 2006

èhttp://www.just.fgov.be/nl_htm/informatie/htm_justitie_atotz/adoptie_landen.html

 

* Persbericht :  Inwerkingtreding van de hervorming van de adoptie op 1 september 2005

 

 

20 JULI 2006 ( M.B. 28/07/06)- Wet houdende diverse bepalingen ( ADOPTIEPREMIE)

 

 

TITEL VIII - Sociale Zaken en Volksgezondheid
HOOFDSTUK I - Sociale Zaken Afdeling 1 - Gezinsbijslag
Art. 141. In artikel 64 van dezelfde wetten  (… betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, samengeordend op 19 december 1939,…. ) vervangen bij het koninklijk besluit nr. 122 van 30 december 1982 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten nr. 207 van 13 september 1983 en nr. 534 van 31 maart 1987, de wet van 22 december 1989, het koninklijk besluit van 21 april 1997 en de wetten van 22 februari 1998, 12 augustus 2000, 24 december 2002 en 11 juli 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° een § 2bis wordt ingevoegd, luidende :
« § 2bis. Wanneer er verscheidene rechthebbenden met een residuair recht zijn ten behoeve van eenzelfde kind krachtens deze wetten, wordt het recht op kinderbijslag bij voorrang vastgesteld in hoofde van de rechthebbende aangewezen volgens de orde bepaald in § 2, A, 2°, a) en b), tenzij op grond van andere bepalingen van deze wetten een voorrang kan worden vastgesteld. »;
2° in § 3, tweede lid, worden de woorden« artikel 48, derde lid» vervangen door de woorden « artikel 48, vierde lid ».
Art. 142. Artikel 69, § 1, vijfde lid, van dezelfde wetten, vervangen door het koninklijk besluit van 21 april 1997, wordt vervangen als volgt :
« Als echtgenoten of samenwonenden in de zin van artikel 343 van het Burgerlijk Wetboek het kind samen geadopteerd hebben, bepalen zij aan wie van beiden de adoptiepremie betaald wordt. In geval van betwisting of van niet-aanwijzing, wordt de premie uitbetaald aan de vrouwelijke adoptant indien de echtgenoten of samenwonenden van verschillend geslacht zijn of aan de oudste van de echtgenoten of de samenwonenden indien deze van hetzelfde geslacht zijn. ».
Art. 143. In artikel 73quater van dezelfde wetten, hersteld bij de wet van 30 december 1992 en gewijzigd bij de wet van 12 augustus 2000, het koninklijk besluit van 11 december 2001 et de wet van 24 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1, eerste lid, 1°, wordt vervangen als volgt :
« 1° een verzoekschrift is ingediend bij de bevoegde rechtbank of, bij gebrek hieraan, een adoptieakte is ondertekend : deze documenten drukken de wil van de rechthebbende of zijn echtgenoot uit om een kind te adopteren; »;
2° § 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
« Indien het kind reeds deel uitmaakt van het gezin van de adoptant op de datum van de indiening van het verzoekschrift of, bij gebreke hiervan, op de datum van de ondertekening van de akte, moeten de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, 2° en 4°, vervuld zijn op deze datum. »;
3° § 1, derde lid, wordt vervangen als volgt :
« Indien het kind nog geen deel uitmaakt van het gezin van de adoptant op de datum van de indiening van het verzoekschrift of, bij gebrek hieraan, op de datum van de ondertekening van de akte, moet de voorwaarde bedoeld in het eerste lid, 2°, vervuld zijn op de datum van het vonnis dat voortvloeit uit het verzoekschrift of, bij gebrek hieraan, op de datum van het verlijden van de akte alsmede op het ogenblik dat het kind werkelijk deel uitmaakt van het gezin van de adoptant en moet de voorwaarde bedoeld in het eerste lid, 4°, vervuld zijn op het ogenblik dat het kind werkelijk deel uitmaakt van het gezin van de adoptant. »;
4° § 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
« Het bedrag van de adoptiepremie dat toegekend wordt voor het geadopteerde kind, is datgene dat van toepassing is op de datum van de indiening van het verzoekschrift of, bij gebrek hieraan, op de datum van de ondertekening van de adoptieakte. Indien echter het kind op deze datum nog geen deel uitmaakt van het gezin van de adoptant, is het bedrag van de adoptiepremie datgene dat van toepassing is op de datum waarop het kind werkelijk deel uitmaakt van dit gezin. ».
Art. 144. In artikel 120, derde lid, van dezelfde wetten, ingevoegd bij de wet van 30 december 1992 en gewijzigd bij de wet van 8 april 2003, worden de woorden « de adoptieakte is ondertekend » vervangen door de woorden « het verzoekschrift dat de wil uitdrukt om te adopteren wordt ingediend bij de bevoegde rechtbank of, bij gebrek hieraan, de laatste dag van het trimester waarin de adoptieakte is ondertekend; indien echter het kind op deze datum nog geen deel uitmaakt van het gezin van de adoptant, vangt de voormelde termijn aan op de laatste dag van het trimester in de loop waarvan het kind werkelijk deel uitmaakt van dit gezin. ».
Art. 145. De artikelen 140, 141, 2°, 142, 143 en 144 treden in werking met ingang van 1 september 2005.
Artikel 141, 1°, treedt in werking op 1 oktober 2006.

 

 

18 MEI 2006 ( B.S.20/06/06)  WET tot wijziging van een aantal bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, teneinde de adoptie door personen van hetzelfde geslacht mogelijk te maken

 

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2. In artikel 343, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 24 april 2003 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1. in a) vervallen telkens de woorden « van ongelijk geslacht »;
2. in b) vervallen telkens de woorden « van ongelijk geslacht ».
Art. 3. Artikel 353-1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende :
« § 2. In geval van gelijktijdige adoptie door twee personen van hetzelfde geslacht, verklaren die personen, in onderlinge overeenstemming, voor de rechtbank wie van beiden zijn naam zal geen aan de geadopteerde. Van die verklaring wordt melding gemaakt in het vonnis.
De partijen kunnen de rechtbank evenwel vragen dat de geadopteerde zijn naam behoudt, voorafgegaan of gevolgd door de overeenkomstig het eerste lid, gekozen naam.
Ingeval de geadopteerde en de adoptant wiens naam overeenkomstig het eerste lid, werdgekozen dezelfde naam hebben, wordt de naam van de geadopteerde niet gewijzigd. »
Art. 4. Artikel 353-2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2 luidende :
« § 2. Als iemand het kind of het adoptief kind van zijn echtgenoot van hetzelfde geslacht of van de persoon van hetzelfde geslacht met wie hij samenleeft adopteert, verklaren deze laatste en de adoptant voor de rechtbank in onderlinge overeenstemming wie van beiden zijn naam aan de geadopteerde zal geven. Van die verklaring wordt melding gemaakt in het vonnis.
Als naar aanleiding van een vorige adoptie de naam van de adoptant is toegevoegd aan die van de geadopteerde, kunnen de partijen de rechtbank verzoeken dat de naam van deze laatste voortaan is samengesteld uit de oorspronkelijke naam van de geadopteerde of de naam van de vorige adoptant, voorafgegaan of gevolgd door de naam die overeenkomstig artikel 353-1, § 2, eerste lid, is gekozen.
De geadopteerde die vóór een vorige adoptie dezelfde naam droeg als die welke overeenkomstig artikel 353-1, § 2, eerste lid, is gekozen, neemt die naam zonder wijziging over. »
Art. 5. Artikel 353-3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, wordt vervangen als volgt :
« Artikel 353-3. Is de geadopteerde ouder dan achttien jaar, dan kunnen de partijen de rechtbank vragen dat de naam van de geadopteerde onveranderd blijft of, ingeval de geadopteerde zijn naam bij een vorige adoptie heeft behouden, dat hij hem kan doen voorafgaan of volgen door die van de nieuwe adoptant of van de nieuwe adopterende man of van de door de adoptanten overeenkomstig artikel 353-1, § 2, eerste lid, gekozen naam. »
Art. 6. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 353-4bis ingevoegd, luidende :
« Artikel 353-4bis. De door de adoptanten overeenkomstig de artikelen 353-1, § 2, en 353-2, § 2, gekozen naam geldt ook voor de later door hen geadopteerde kinderen. »
Art. 7. In artikel 353-5 van hetzelfde Wetboek worden de woorden « 353-1, tweede lid, 353-2, tweede en derde lid, en 353-3 » vervangen door de worden « 353-1, § 1, tweede lid, 353-1, § 2, tweede lid, 353-2, § 1, tweede en derde lid, 353-2, § 2, tweede lid, en 353-3 ».
Art. 8. Artikel 356-2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende :
« § 2. In geval van gelijktijdige volle adoptie door twee personen van hetzelfde geslacht, verklaren die personen, in onderlinge overeenstemming, voor de rechtbank wie van beiden zijn naam zal geven aan de geadopteerde. Van die verklaring wordt melding gemaakt in het vonnis.
In geval van volle adoptie door een persoon van het kind of het adoptiekind van zijn echtgenoot van hetzelfde geslacht of van de persoon van hetzelfde geslacht met wie hij samenleeft, verklaren de adoptant en laatstgenoemde, in onderlinge overeenstemming, voor de rechtbank wie van beiden zijn naam aan de geadopteerde zal geven. Van die verklaring wordt melding gemaakt in het vonnis.
De door de adoptanten overeenkomstig het eerste en tweede lid gekozen naam geldt ook voor de later door hen geadopteerde kinderen. »
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 18 mei 2006.

 

Wijziging van een aantal bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, teneinde de adoptie door personen van hetzelfde geslacht mogelijk te maken http://www.lachambre.be/FLWB/PDF/51/0664/51K0664009.pdf

 

VERSLAG NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE UITGEBRACHT DOOR DE HEER André PERPÈTE

http://www.lachambre.be/FLWB/pdf/51/0664/51K0664008.pdf  ( 231 bl. …)

 

 

19 APRIL 2006 ( B.S. 1/06/2006 ) WET houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie  30

 

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Art. 2. Het samenwerkingsakkoord van 12 december 2005 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie wordt goedgekeurd.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 19 april 2006.

MEMORIE VAN TOELICHTING  è http://www.lachambre.be/FLWB/PDF/51/2157/51K2157001.pdf

+ drietalig tekst !

 

12 DECEMBER 2005. - Samenwerkings-akkoord tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie …


Gelet op de artikelen 128, § 1, en 130, § 1, van de Grondwet;
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op de artikelen 5, § 1, II, 1° en 6°, en 92bis, § 1, gewijzigd bij de bijzondere wetten van 8 augustus 1988, 16 juli 1993 en 13 juli 2001;
Gelet op de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 4, § 2, en 55bis, gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990 en 5 mei 1993;
Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 betreffende de Brusselse instellingen, inzonderheid op artikel 63, gewijzigd bij de bijzondere wet van 5 mei 1993;
Gelet op de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2004, inzonderheid op artikel 13;
Overwegende dat samenwerking tussen de verschillende autoriteiten die bevoegd zijn inzake adoptie onontbeerlijk is met het oog op een harmonieuze uitoefening van deze bevoegdheden;
Overwegende dat deze samenwerking tevens de mogelijkheid biedt de procedures met betrekking tot de inwerkingtreding van de wet te verduidelijken in het hoger belang van het kind en met eerbied voor de fundamentele rechten die het kind op grond van het internationaal recht toekomen;
Tussen :
1. de Federale Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Justitie;
2. de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door haar Regering, in de persoon van de Minister-President en van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
3. de Franse Gemeenschap, vertegenwoordigd door haar Regering, in de persoon van de Minister-President en van de Minister van Kinderwelzijn, Hulpverlening aan de Jeugd en Gezondheid;
4. de Duitstalige Gemeenschap, vertegenwoordigd door haar Regering, in de persoon van de Minister-President en van de Vice-Minister-President, Minister van Onderwijs en Tewerkstelling, Sociale Zaken en Toerisme;
5. de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, vertegenwoordigd door het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, in de persoon van haar Voorzitter en van de Leden van het College die bevoegd zijn voor het beleid inzake bijstand aan personen;
is op grond van hun respectieve bevoegdheden overeengekomen wat volgt :

HOOFDSTUK I. - Voorbereiding van de adoptant en voorafgaande informatie aan de oorspronkelijke ouders

Artikel 1. Voor de toepassing van de artikelen 1231-3, tweede lid, en 1231-28 van het Gerechtelijk Wetboek, geven de Gemeenschappen, aansluitend op de voorbereiding van de adoptant bedoeld in de artikelen 346-2, eerste lid, en 361-1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, een attest af waaruit blijkt dat de voorbereiding werd gevolgd. Dit attest is conform het model dat als bijlage 1 bij dit samenwerkingsakkoord gaat.
De adoptanten die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verblijven, maken een keuze tussen de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap.
Art. 2. De Gemeenschappen verstrekken de voorafgaande en gepaste informatie bedoeld in artikel 348-4, tweede en derde lid, van het Burgerlijk Wetboek aan de oorspronkelijke ouders van het kind.

HOOFDSTUK II  Maatschappelijk onderzoek

Art. 3. Het maatschappelijk onderzoek dat krachtens artikel 1231-6, eerste lid, en de artikelen 1231-29, eerste lid, en 1231-35, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek door de jeugdrechtbank wordt bevolen, wordt gevoerd door de dienst aangewezen door de Gemeenschappen.
Wat betreft de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, wordt het maatschappelijk onderzoek, bedoeld in de artikelen 1231-6, eerste lid, 1231-29, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek uitgevoerd door de dienst aangewezen door de Franse Gemeenschap wanneer de procedure werd ingeleid voor een Franstalige kamer van de jeugdrechtbank en door de Vlaamse Gemeenschap wanneer de procedure werd ingeleid voor een Nederlandstalige kamer van de jeugdrechtbank.
Ingeval een organisme bestaat dat optreedt als tussenpersoon voor de adoptie van het kind, wordt het maatschappelijk onderzoek bedoeld in artikel 1231-35, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek gevoerd door de dienst aangewezen door de Gemeenschap die het organisme heeft erkend. In de andere gevallen wordt het maatschappelijk onderzoek gevoerd door de dienst aangewezen door de Franse Gemeenschap wanneer de procedure werd ingeleid voor een Franstalige kamer van de jeugdrechtbank of door de Vlaamse Gemeenschap wanneer de procedure werd ingeleid voor een Nederlandstalige kamer van de jeugdrechtbank.
Art. 4. Dit maatschappelijk onderzoek moet ten minste betrekking hebben op :
1° inzake de procedure houdende vaststelling van de geschiktheid om te adopteren :
a) het verzamelen van de gegevens inzake de identiteit van de adoptant, zijn sociaal-economische situatie en zijn sociaal milieu;
b) een onderzoek, op grond van de verzamelde gegevens, of de adoptant over de sociaal-psychologische kwaliteiten beschikt die noodzakelijk zijn voor de adoptie. Die gegevens houden inzonderheid verband met : de persoonlijkheidskenmerken van de kandidaat-adoptanten, de voorgeschiedenis en de dynamiek van de relatie en van het gezin, de kinderwens en de beweegredenen voor de adoptie, de opvattingen en de verwachtingen aangaande de adoptie, de uitwerking van het adoptieproject of de individuele sensibilisering voor de adoptie, de opvoeding van het kind, de psychoaffectieve mogelijkheden en de levensbeschouwelijke overtuiging van de kandidaatadoptanten, het profiel van het kind of de kinderen die aan de kandidaat-adoptanten kan of kunnen worden toevertrouwd (leeftijd, geslacht, aantal, herkomst, lichamelijke en geestelijke toestand van het kind) en, met de schriftelijke toestemming van de kandidaatadoptanten, gegevens over hun medische toestand.
2° inzake de procedure houdende vaststelling van de adopteerbaarheid van een kind :
a) het nagaan van de specifieke noden van het kind om te worden geadopteerd;
b) het verzamelen van de gegevens omtrent de identiteit van het kind, zijn adopteerbaarheid, zijn sociaal milieu, zijn persoonlijke en familiale achtergrond, en, met de schriftelijke toestemming van de betrokken personen, van de wettelijke vertegenwoordiger van het kind en het kind zelf indien het de leeftijd van 12 jaar bereikt heeft, omtrent zijn medisch verleden en dat van zijn familie (artikel 1231-35 van het Gerechtelijk Wetboek).
Art. 5. Op grond van de gegevens over de gezondheidstoestand van de adoptant stelt de arts aangewezen door de bevoegde centrale autoriteit van de Gemeenschap een gestandaar-diseerd medisch attest op, waarvan het model als bijlage bij dit samenwerkingsakkoord gaat, waaruit enkel blijkt of zijn medische toestand al dan niet de mogelijkheid biedt een kind te adopteren.
Aan de adoptant wordt meegedeeld dat dit attest ter beschikking wordt gesteld van de dienst bedoeld in artikel 3.
Voor de adoptanten die op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verblijven, wijst de centrale autoriteit van de gemeenschap die het maatschappelijk onderzoek heeft gevoerd de arts aan die het medisch attest moet opstellen.
Art. 6. § 1. De kosten van het maatschappelijk onderzoek worden ten laste genomen door de Federale Staat door middel van de financiering van de maatschappelijk assisten-ten, belast met het uitvoeren van dit onderzoek, naar rata van 100 maatschappelijke onderzoeken per jaar voor iedere maatschappelijk assistent.
Voor de periode van 1 september tot 31 december 2005, en evenredig aan de indienstneming van maatschappelijk assistenten of aan het uitvoeren van maatschappelijke onderzoeken door de rechter bevolen, heeft de financiering betrekking op 1/3 van de financiering van 2 VTE maatschappelijk assistenten voor de Vlaamse Gemeenschap, 2 VTE maatschappelijk assistenten voor de Franse Gemeenschap en 0,22 VTE maatschappelijk assistent voor de Duitstalige Gemeenschap.
De opneming in de begroting geschiedt op grond van de weddenschaal voor een maatschappelijk assistent met vijf jaar anciënniteit.
§ 2. Voor 2006 heeft de financiering betrekking op een raming van 500 maatschappelijke onderzoeken voor de Vlaamse Gemeenschap, 500 maatschappelijke onderzoeken voor de Franse Gemeenschap en 50 maatschappelijke onderzoeken voor de Duitstalige Gemeenschap.
Zulks stemt overeen met de financiering van 5 VTE maatschappelijk assistenten voor de Vlaamse Gemeenschap, 5 VTE maatschappelijk assistenten voor de Franse Gemeenschap en 0, 5 VTE maatschappelijk assistenten voor de Duitstalige Gemeenschap.
§ 3. In februari 2007, en nadien ieder jaar in de maand februari, maken de bevoegde ministers van de Gemeenschappen een nieuwe raming op grond van het aantal maatschappelijke onderzoeken dat het jaar voordien is uitgevoerd.
§ 4. Voor 2005 worden de bedragen gestort op het rekeningnummer dat iedere Gemeenschap heeft meegedeeld in de loop van de tweede maand volgend op de inwerkingtreding van het Akkoord.
Vanaf het jaar 2006 worden de bedragen overgemaakt op het rekeningnummer dat iedere Gemeenschap heeft meegedeeld uiterlijk in de loop van de maand april van het jaar waarop zij betrekking hebben.

HOOFDSTUK III. - Bewaren, meedelen en overzenden van gegevens, documenten, verslagen en beslissingen

Afdeling 1. - Algemene bepaling : het bewaren van de adoptiedossiers
Art. 7. Met het oog op centralisatie delen de centrale autoriteiten van de Gemeenschap aan de federale centrale autoriteit de gegevens mee inzake de plaats waar de dossiers van de door hun instellingen behandelde adopties worden bewaard, ingeval zij tot een adoptie hebben geleid in België of in het buitenland.
Afdeling 2. - Interlandelijke adoptie - Het kind heeft zijn gewone verblijfplaats in een andere Staat
Art. 8. Het afschrift van het verslag dat het openbaar ministerie heeft opgemaakt overeenkomstig artikel 1231-32 van het Gerechtelijk Wetboek en het afschrift van het vonnis betreffende de geschiktheid van de adoptant worden bewaard zowel door de federale centrale autoriteit, waaraan zij overeenkomstig artikel 361-2 van het Burgerlijk Wetboek en 1231-33 van het Gerechtelijk Wetboek werden bezorgd, als door de bevoegde centrale autoriteit van de Gemeenschap waaraan zij overeenkomstig dezelfde bepalingen werden meegedeeld.
Voor de adoptanten die op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verblijven, houdt niet enkel de federale centrale autoriteit, maar ook de centrale autoriteit van de gemeenschap die het maatschappelijk onderzoek heeft gevoerd de documenten bedoeld in het eerste lid, bij.
Art. 9. De centrale autoriteiten van de gemeenschappen delen onverwijld aan de federale centrale autoriteit de buitenlandse beslissingen mee bedoeld in de artikelen 361-3 en 361-5 van het Burgerlijk Wetboek op grond waarvan de overbrenging van het kind van de Staat van herkomst naar België toegelaten werd met het oog op adoptie.
Afdeling 3. - Interlandelijke adoptie - Het kind heeft zijn gewone verblijfplaats in België
Art. 10. De centrale autoriteit van de Gemeenschap of de centrale autoriteit van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie die overeenkomstig artikel 362-1 van het Burgerlijk Wetboek het verslag heeft ontvangen over de persoon of de personen die een kind wensen te adopteren dat zijn gewone verblijfplaats in België heeft, bezorgt, overeenkomstig artikel 1231-34 van het Gerechtelijk Wetboek, aan de federale centrale autoriteit de gegevens over een kind dat in aanmerking komt voor adoptie en bezorgt haar de stukken bedoeld in artikel 1231-42.
Art. 11. Het afschrift van het verslag dat het openbaar ministerie heeft opgemaakt overeenkomstig artikel 1231-38 van het Gerechtelijk Wetboek en het afschrift van het vonnis betreffende de adopteerbaarheid van het kind worden bewaard zowel door de federale centrale autoriteit als door de bevoegde centrale autoriteit van de Gemeenschap of door de centrale autoriteit van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, waaraan zij overeenkomstig artikel 362-3, eerste lid, 2°, van het Burgerlijk Wetboek en 1231-39 van het Gerechtelijk Wetboek werden bezorgd.

HOOFDSTUK IV Commissie van overleg en opvolging

Art. 12. § 1. Een Commissie van overleg en opvolging wordt ingesteld, met als opdracht :
1°. de tenuitvoerlegging van dit samenwerkingsakkoord en van de wet te bevorderen;
2°. de regelmatige uitwisseling van informatie, van documentatie en van geünifor-miseerde statistieken te verzekeren;
3° de opdrachten van de diverse centrale autoriteiten inzake internationale samenwerking te coördineren.
§ 2. De Commissie van overleg en opvolging is samengesteld als volgt :
- een vertegenwoordiger van de Minister van Justitie;
- een vertegenwoordiger van de Minister van Buitenlandse Zaken;
- een vertegenwoordiger van de Minister van Binnenlandse Zaken;
- voor elke Gemeenschap een vertegenwoordiger van de Minister tot wiens bevoegdheid adoptie behoort, en twee vertegenwoordigers van de leden van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie die bevoegd zijn voor het beleid inzake bijstand aan personen;
- een vertegenwoordiger van de federale centrale autoriteit en van iedere centrale autoriteit van een Gemeenschap en van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
- een vertegenwoordiger van het College van Procureurs-generaal;
- twee vertegenwoordigers van de Franstalige Vereniging van jeugdrechters, waarvan een zittend magistraat en een magistraat van het openbaar ministerie;
- twee vertegenwoordigers van de Nederlandstalige Vereniging van jeugdrechters, waarvan een zittend magistraat en een magistraat van het openbaar ministerie.
§ 3. De Commissie van overleg en opvolging komt ten minste twee maal per jaar samen.
Zij wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Minister van Justitie, die tevens een secretariaat ter beschikking van de Commissie stelt.

HOOFDSTUK V. - Identificatie van de adoptiediensten erkend door de Gemeenschappen

Art. 13. Opdat de federale centrale autoriteit aan het Permanent Bureau van de Haagse Conferentie de lijst van de erkende adoptiediensten zou kunnen bezorgen, betekent iedere Gemeenschap aan de federale centrale autoriteit de lijst van de erkende adoptiediensten, alsmede enige wijziging aangebracht in die lijst.


HOOFDSTUK VI. - Inwerkingtreding
Art. 14. Dit akkoord wordt van kracht op dezelfde dag als de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie.
Gedaan te Brussel, op 12 december 2005, in vijf originele exemplaren in de Nederlandse, de Franse en de Duitse taal.

Bijlage 1
ATTEST
Ik, ondergetekende........................................................., verklaar overeenkomstig de artikelen 1231-3, tweede lid, en 1231 28, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, dat de voorbereiding georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap en bedoeld in de artikelen 346-2 en 361-1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek gevolgd werd
Door de heer
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gedaan te ......................................, op ...........................
(stempel) (handtekening, naam, voornaam en hoedanigheid)

Bijlage 2
MEDISCH ATTEST

(overeenkomstig artikel 5 van het samenwerkingsakkoord van 12 december 2005 betreffende adoptie)
Ik, ondergetekende....... ............................................................., dokter in de geneeskunde, verklaar op grond van de medische gegevens betreffende de heer/Mevrouw
Naam : . . . . . Voornaam : . . . . .
Geboortedatum : . . . . .
Adres : . . . . .
dat de gezondheidstoestand van de betrokkene het hem/haar mogelijk maakt/niet mogelijk maakt een kind te adopteren.
Aan de betrokkene is meegedeeld dat dit attest ter beschikking wordt gesteld van de dienst belast met het maatschappelijk onderzoek bevolen door de jeugdrechter.
Gedaan te ......................................., op ...........................
(stempel) (handtekening)
 

DEUTSH è http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=fr&caller=summary&pub_date=2006-06-01&numac=2006009384

 

MEMORIE VAN TOELICHTING  è http://www.lachambre.be/FLWB/PDF/51/2157/51K2157001.pdf

 

 

6 DECEMBER 2005 (B.S.16/12/2005 ) . - Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de adoptie

 

HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek
Art. 2. In het Burgerlijk Wetboek wordt een artikel 361-5 ingevoegd, luidende :
« Art. 361-5. - In afwijking van de artikelen 361-3 en 361-4 kan, ingeval het recht dat van toepassing is in de Staat van herkomst van het kind noch de adoptie noch de plaatsing met het oog op adoptie kent, de overbrenging van het kind naar België met het oog op adoptie slechts plaatsvinden en de adoptie slechts worden uitgesproken wanneer aan volgende voorwaarden is voldaan :
1° de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap heeft van de bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst van het kind een verslag ontvangen dat gegevens bevat over de identiteit van het kind, zijn persoonlijke achtergrond, zijn gezinssituatie, zijn medisch verleden en dat van zijn familie, zijn sociaal milieu en de levensbeschouwelijke opvattingen ervan, alsmede zijn bijzondere behoeften;
2° de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap heeft van de adoptant of de adoptanten de volgende stukken ontvangen :
a) een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte van het kind;
b) een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte houdende toestemming in zijn overbrenging naar het buitenland van het kind dat de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt en waarin wordt bevestigd dat deze toestemming vrij werd gegeven met inachtneming van de vereiste wettelijke vormen, dat zij niet tegen betaling of in ruil voor enige andere tegenprestatie werd verkregen, en niet werd ingetrokken;
c) hetzij een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van overlijden van de ouders, hetzij een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing van verlatenverklaring van het kind en een bewijs van het plaatsen onder de voogdij van de openbare overheid;
d) een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing van de bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst houdende totstandkoming van een vorm van voogdij over het kind door de adoptant of de adoptanten, alsmede een voor echt verklaarde vertaling van deze beslissing door een beëdigd vertaler;
e) een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing van de bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst tot machtiging van de overbrenging van het kind naar het buitenland om zich aldaar permanent te vestigen, alsmede een voor echt verklaarde vertaling van deze beslissing door een beëdigd vertaler;
f) een bewijs dat de wet het kind toelaat of zal toelaten België binnen te komen en er permanent te verblijven;
g) een bewijs van de nationaliteit van het kind en van zijn gewone verblijfplaats.
3° de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap is in het bezit gesteld van het vonnis betreffende de geschiktheid van de adoptant of de adoptanten en van het verslag van het openbaar ministerie, overeenkomstig artikel 1231-33 van het Gerechtelijk Wetboek;
4° de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap en de bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst van het kind hebben schriftelijk hun goedkeuring gehecht aan de beslissing om het aan de adoptant of aan de adoptanten toe te vertrouwen. »
Art. 3. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 361-6 ingevoegd, luidende :
« Art. 361-6. - De centrale autoriteiten van de gemeenschappen delen onverwijld aan de federale centrale autoriteit de buitenlandse beslissingen mee bedoeld in de artikelen 361-3 en 361-5 op grond waarvan de overbrenging van het kind van de Staat van herkomst naar België toegelaten werd met het oog op adoptie. »
Art. 4. Artikel 363-1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, wordt aangevuld met het volgende lid :
« In het geval bedoeld in artikel 361-5 mogen de adoptant of de adoptanten en de ouders van het kind of enig ander persoon die het onder zijn bewaring heeft of van wie de toestemming in de adoptie vereist is, met elkaar niet in contact treden zolang de bepalingen van de artikelen 361-1 en 361-5, 4°, niet in acht zijn genomen, behalve indien de adoptie plaatsvindt tussen leden van eenzelfde familie. »
Art. 5. In artikel 365-4 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1/ Het eerste lid wordt aangevuld als volgt :
« 10° een attest van goed gedrag en zeden, model 2. »;
2/ In het tweede lid, laatste zin, worden de woorden « het eerste lid, 4°, 5° en 7° tot 9° » vervangen door de woorden « het eerste lid, 4°, 5°, 7° tot 10° »;
3/ In het derde lid, in fine, worden de woorden « in het eerste lid, 3° tot 9° » vervangen door de woorden « in het eerste lid, 3° tot 10° ».
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
Art. 6. In artikel 1231-4, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, worden de woorden « een nationaliteitsbewijs » vervangen door de woorden « een bewijs van de nationaliteit ».
Art. 7. Artikel 1231-27 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, wordt vervangen als volgt :
« Art. 1231-27. - Het verzoek wordt bij eenzijdig verzoekschrift ingediend bij de jeugdrechtbank. Het verzoekschrift wordt ter griffie neergelegd en ondertekend hetzij door de adoptant of door de adoptanten, hetzij door hun advocaat.
Het verzoekschrift vermeldt dat de adoptant of de adoptanten een internationale adoptieprocedure wensen aan te vatten.
Bij het verzoekschrift worden gevoegd :
1° het origineel of een voor eensluidend verklaard afschrift van de stukken vereist voor het onderzoek van het verzoek;
2° het attest waaruit blijkt dat de door de bevoegde gemeenschap georganiseerde voorbereiding werd gevolgd. ».
Art. 8. Artikel 1231-28 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, wordt vervangen als volgt :
« Art. 1231-28. - Om ontvankelijk te zijn, worden bij het verzoekschrift volgende stukken gevoegd : een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte of een hiermee gelijkgesteld stuk, een bewijs van de nationaliteit en een verklaring betreffende de gewone verblijfplaats van de adoptant of van de adoptanten en een uittreksel van de huwelijksakte of een uittreksel van de verklaring van wettelijke samenwoning of nog het bewijs van meer dan drie jaar samenwonen. »
Art. 9. In artikel 1231-29, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, worden de woorden « Wanneer de rechtbank in het bezit is gesteld van het in artikel 1231-28 bedoelde attest, wijst zij » vervangen door de woorden « De jeugdrechtbank wijst ».
Art. 10. Artikel 1231-42 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, wordt aangevuld met het volgende lid :
« De stukken bedoeld in het eerste lid, 2°, worden, in het geval bedoeld in artikel 361-5 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen door de documenten bedoeld in 2°, c) tot e), van dit artikel. »
Art. 11. In artikel 1231-43 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, worden de woorden « indien artikel 361-3 of 362-2 » vervangen door de woorden « indien de artikelen 361-3, 361-5 of 362-2 ».
Art. 12. In artikel 1231-44 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, worden de woorden « indien de artikelen 361-3 of 362-2 » vervangen door de woorden « indien de artikelen 361-3, 361-5 of 362-2 ».
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van de wet van 24 april 2003
tot hervorming van de adoptie
Art. 13. Artikel 24bis van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, ingevoegd bij de programmawet van 27 december 2004, wordt aangevuld met het volgende lid :
« De adoptant die een attest heeft verkregen van de diensten van de bevoegde gemeenschap waarin bevestigd wordt dat hij de voorbereiding heeft gevolgd en dat hij het voorwerp is geweest van een gunstig maatschappelijk onderzoek dat werd beëindigd vóór de inwerkingtreding van de wet, op grond van de in de gemeenschappen geldende regels, wordt geacht geschikt te zijn om te adopteren. Dit attest is geldig gedurende drie jaren en mag slechts aangewend worden voor een enkele adoptieprocedure van één of meer kinderen. »
Art. 14. De artikelen 24ter en 24quater van dezelfde wet, ingevoegd bij de programmawet van 27 december 2004, worden opgeheven.
Art. 15. In dezelfde wet wordt een artikel 24sexies ingevoegd, luidende :
« Art. 24sexies. - Ingeval het recht dat van toepassing is in de Staat van herkomst van het kind noch de adoptie kent, noch de plaatsing met het oog op adoptie :
1° zijn de bepalingen van het vroegere recht inzake de toelaatbaarheid en de grondvoorwaarden van de adoptie van toepassing indien een kind door de bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst van het kind aan de adoptant of de adoptanten is toevertrouwd voor 1 september 2005.
Indien het evenwel een kind betreft van wie de ouders zijn overleden of dat verlaten is verklaard en dat onder de voogdij is geplaatst van een openbare overheid, kan worden afgeweken van de verblijfsvoorwaarden bedoeld in het artikel 344, § 1, c), van het Burgerlijk Wetboek, zoals het luidde voordat het werd gewijzigd bij de wet van 24 april 2003, indien aan de voorwaarden bedoeld in artikel 67, derde lid, van het Wetboek van internationaal privaatrecht is voldaan en indien de adoptant of de adoptanten de voorbereiding hebben gevolgd bedoeld in artikel 361-1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek en het vonnis betreffende de geschiktheid om te adopteren hebben verkregen bedoeld in artikel 361-1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek.
2° zijn de artikelen 361-5, 1°, 3° en 4°, en 363-1 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing indien het kind aan de adoptant of de adoptanten is toevertrouwd door de bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst van het kind tussen 1 september 2005 en de datum van de inwerkingtreding van de wet van 6 december 2005 tot wijziging van sommige bepalingen met betrekking tot de adoptie.
De adoptie kan evenwel pas worden uitgesproken nadat de adoptant of de adoptanten de voorbereiding hebben gevolgd bedoeld in artikel 361-1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek en het vonnis betreffende de geschiktheid hebben verkregen bedoeld in artikel 361-1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek en indien de in artikel 361-5, 2°, bedoelde documenten bij het verzoekschrift met de vraag om de adoptie uit te spreken, zijn gevoegd. »
HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding
Art. 16. Artikel 13 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2005.

 

24 AUGUSTUS 2005.(B.S.29/08/2005) FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTICIE :

 

 Omzendbrief betreffende de tenuitvoerlegging van de hervorming van de adoptie


Aan de Dames en Heren Procureurs-generaal bij de Hoven van beroep;
Aan de Dames en Heren ambtenaren van de burgerlijke stand van het Rijk,


Op 1 september e.k. treedt de hervorming van de adoptie in werking.

Het koninklijk besluit van 24 augustus 2005 tot vaststelling van maatregelen houdende uitvoering van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, van de wet van 13 maart 2003 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de adoptie betreft en van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 augustus 2005, heeft immers voornamelijk tot doel de terzake relevante Belgische wetteksten op 1 september 2005 in werking te laten treden.
Anderzijds is de akte van bekrachtiging van het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie neergelegd op 26 mei 2005 en werd de wet van 24 juni 2004 houdende instemming met dit Verdrag bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 6 juni 2005. Overeenkomstig artikel 46 van het Verdrag treedt het Verdrag ten aanzien van België in werking op 1 september 2005 (1)
Daaruit volgt dat op 1 september 2005 alle teksten die relevant zijn inzake adoptie in werking treden, te weten :
- voornoemd Verdrag van Den Haag, waardoor België vanaf dat tijdstip gebonden is met de Staten (een zestigtal) die het reeds hebben bekrachtigd;
- de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie;
- de wet van 13 maart 2003 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de adoptie betreft;
- hoofdstuk V, afdeling 2, van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht, met betrekking tot de internationale bevoegdheid en het recht toepasselijk inzake adoptie, en tot de erkenning van adopties vastgesteld in het buitenland;
- artikel 131 van voornoemde wet van 16 juli 2004 dat het nieuwe artikel 359-3 van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, wijzigt;
- artikel 139, 5°, van dezelfde wet dat artikel 359-5 van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, opheft;
- artikel 139, 12°, van dezelfde wet dat artikel 24, § 1, van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, opheft.
Overeenkomstig artikel 140 van de wet van 16 juli 2004 is hoofdstuk I van het Wetboek van internationaal privaatrecht vanaf 1 september 2005 bovendien eveneens van toepassing op de adoptie.
Tevens wordt erop gewezen :
- dat de artikelen 343 en 353-14 van het Burgerlijk Wetboek, alsook de artikelen 1231-3, 1231-5 en 1231-41 van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, werden gewijzigd bij de artikelen 241 tot 246 van de programmawet van 27 december 2004, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2004. Krachtens dezelfde programmawet is tevens een artikel 367-3 ingevoegd in het Burgerlijk Wetboek;
- dat krachtens de artikelen 259 tot 263 van dezelfde programmawet diverse wijzigingen zijn aangebracht in de wet van 24 april 2003;
- dat artikel 9 van de wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 juli 2005 dat artikel 24 van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie wijzigt, eveneens op 1 september 2005 in werking treedt.
De wijzigingen die de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht aanbrengt in de wet van 24 april 2003 volgen uit de noodzaak ervoor te zorgen dat de twee instrumenten volledig verenigbaar zijn.
De wijzigingen aangebracht door de programmawet van 27 december 2004 en de wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen volgen grotendeels uit de bekommernis om nieuwe overgangsbepalingen in te voeren ten gunste van personen voor wie thans adoptieprocedures aan de gang zijn, zoals hierna wordt uitgelegd.
Het is niet de bedoeling in deze omzendbrief de volledige hervorming uitvoerig te bespreken, maar veeleer de aandacht van de dames en heren ambtenaren van de burgerlijke stand te vestigen op de bepalingen die een weerslag kunnen hebben op het vervullen van hun opdrachten.

I. Context van de hervorming
De goedkeuring van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie en van de wet van 13 maart 2003 tot hervorming van het Gerechtelijk Wetboek wat de adoptie betreft, beoogde twee doelstellingen.
Enerzijds moest ons recht worden gewijzigd teneinde de bekrachtiging van het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie mogelijk te maken.
Anderzijds moesten bepaalde leemten in de huidige wetgeving worden weggewerkt en moest het adoptierecht worden gemoderniseerd door middel van de invoering van bepaalde waarborgen, zoals een voorafgaande evaluatie door de rechter van de bekwaamheid en de geschiktheid van de personen die wensen te adopteren en de vereiste dat deze personen een passende voorbereiding volgen.

Het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 voorziet in de oprichting van een centrale autoriteit die een wezenlijke rol moet spelen bij de verwezenlijking van interlandelijke adopties. In het Verdrag is evenwel bepaald dat in een federale Staat verscheidene centrale autoriteiten kunnen worden aangewezen.
In ons land vormt het adoptierecht een gemengde bevoegdheid die deels tot de bevoegdheid van de federale Staat en deels tot de bevoegdheid van de Gemeenschappen behoort.
Derhalve is krachtens de wet van 24 april 2003 een stelsel ingevoerd dat beoogt rekening te houden met de bevoegdheden van elk, met de wijze waarop zij door de Grondwet en de wetten tot hervorming der instellingen zijn verdeeld en met de verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag.

De federale centrale autoriteit maakt deel uit van de Federale Overheidsdienst Justitie en moet twee soorten opdrachten vervullen :
1. de opdrachten van centrale autoriteit bepaald in het Verdrag en haar toegekend krachtens de wet. Het gaat vooral om informatie (overzending van informatie over de Belgische wetgeving en van statistieken aan de buitenlandse centrale autoriteiten, ontvangst van informatie van die autoriteiten en doorsturen ervan aan de bevoegde autoriteiten in België,...) en coördinatie (op nationaal en internationaal vlak);
2. andere opdrachten haar toegekend krachtens de wet - welke in het Verdrag niet voorkomen. Het gaat in casu hoofdzakelijk om de erkenning van de adopties die in het buitenland zijn tot stand gekomen (nagaan of de krachtens het Verdrag tot stand gekomen adopties niet strijdig zijn met de openbare orde en controle ten gronde van adopties die buiten het Verdrag tot stand zijn gekomen) en de registratie ervan.

II. Recht toepasselijk op de adoptie
Het recht toepasselijk op de adoptie is bepaald in de artikelen 67 tot 71( 72 ? ) van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht, waarnaar ik verwijs.
è WETBOEK INTERNATIONAL PRIVAATRECHT


III. Belgische adoptierecht
Met betrekking tot het Belgisch materieel adoptierecht wordt onderstreept dat adoptie voortaan is opengesteld voor een enkele persoon, twee echtgenoten van verschillend geslacht of samenwonenden van verschillend geslacht. Het begrip « samenwonenden » in de context van adoptie is opgenomen in het nieuwe artikel 343, § 1, b), van het Burgerlijk Wetboek, zoals vervangen bij de programmawet van 27 december 2004. Voortaan gaat het om twee personen van ongelijk geslacht die een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd of om twee personen van ongelijk geslacht die op een permanente en affectieve wijze samenwonen sedert ten minste drie jaar op het tijdstip van de indiening van het verzoek om adoptie, voor zover zij niet door een band van bloedverwantschap of aanverwantschap zijn verbonden die leidt tot een huwelijksverbod waarvoor de Koning geen ontheffing kan verlenen.
De twee soorten adoptie - gewone adoptie en volle adoptie - blijven bestaan. In bepaalde omstandigheden wordt het mogelijk een gewone adoptie om te zetten in een volle adoptie (artikel 347-3 van het Burgerlijk Wetboek).
De herziening van de adoptie is mogelijk onder de voorwaarden bepaald in artikel 351 van het Burgerlijk Wetboek, zowel bij gewone adoptie als bij volle adoptie (artikel 356-4 van het Burgerlijk Wetboek).
De herroeping van een gewone adoptie is mogelijk (artikel 354-1 tot 354-3 van het Burgerlijk Wetboek). Een volle adoptie (artikel 356-4 van het Burgerlijk Wetboek) kan evenwel niet worden herroepen.
De nietigheid van een adoptie kan nooit worden uitgesproken in België (artikelen 349-3 en 359-6 van het Burgerlijk Wetboek).
In sommige gevallen, zowel bij een gewone als bij een volle adoptie, kan de reeds geadopteerde persoon nogmaals worden geadopteerd (zie de artikelen 347-1 en 347-2 van het Burgerlijk Wetboek).
De adoptieprocedure in België is grondig gewijzigd. De procedure is enigszins verschillend naargelang het gaat om een adoptie die de interlandelijke overbrenging van een kind onderstelt (interlandelijke adoptie genaamd), zoals omschreven in artikel 360-2 van het Burgerlijk Wetboek, of om een adoptie die de interlandelijke overbrenging van een kind niet onderstelt.
De totstandkoming van een adoptie in België wordt beheerst door het Belgische recht. Hierin is onder meer bepaald (artikel 346-1 van het Burgerlijk Wetboek) dat de adoptant of de adoptanten die een kind wensen te adopteren bekwaam en geschikt moeten zijn om te adopteren, en dat deze geschiktheid wordt beoordeeld door de jeugdrechtbank op grond van een maatschappelijk onderzoek. De beoordeling van deze geschiktheid onderstelt dat de kandidaat-adoptanten vooraf de voorbereiding hebben gevolgd die door de bevoegde Gemeenschap wordt verstrekt. Dit heeft tot gevolg dat, als het gaat om de adoptie van een kind, in België geen enkele adoptie nog tot stand kan komen zonder voorafgaand contact met de overheden van de Gemeenschappen.
Ingeval de adoptieprocedure in het buitenland moet worden geconcretiseerd, is normaliter de buitenlandse procedure van toepassing.
In geval van een adoptie die de interlandelijke overbrenging van een kind onderstelt (interlandelijke adoptie), met andere woorden in de meeste gevallen waarin de adoptie in het buitenland wordt uitgesproken, zijn soortgelijke bepalingen van toepassing, te weten de verplichting voor de kandidaat-adoptant om door de rechtbank erkend te worden als geschikt om te adopteren. De geschiktheid wordt beoordeeld door de jeugdrechtbank op grond van een maatschappelijk onderzoek, nadat de kandidaat-adoptanten eerst de voorbereiding hebben gevolgd die de bevoegde Gemeenschap organiseert (artikel 361-1 van het Burgerlijk Wetboek).
Daaruit volgt dus dat de grote meerderheid van de adopties, ongeacht of zij worden uitgesproken in België of in het buitenland na een procedure door Belgische ingezetenen, niet langer kunnen plaatsvinden zonder begeleiding door de diensten van de Gemeenschappen, wat sommigen ertoe heeft aangezet te stellen dat de mogelijkheid tot « vrije adoptie » is afgeschaft.
De procedure bij endofamiliale adopties kan enigszins eenvoudiger zijn (krachtens artikel 346-2, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, kan de jeugdrechtbank zonder voorafgaandelijk maatschappelijk onderzoek uitspraak doen over de geschiktheid om te adopteren).
Er moet op worden gewezen dat de geschiktheidsvoorwaarde, zoals genoemd in artikel 346-1 van het Burgerlijk Wetboek, de adoptie van kinderen betreft en niet die van personen van achttien jaar of ouder.
Enkele bepalingen van het materieel recht die de aandacht van de ambtenaar van de burgerlijke stand vereisen :


A. Artikel 353-12 van het Burgerlijk Wetboek, waarin is bepaald dat de band van verwantschap die uit de adoptie ontstaat zich uitstrekt tot de afstammelingen van de geadopteerde.

B. Artikel 353-13 van het Burgerlijk Wetboek, waarin de gevallen van huwelijksbeletsel worden opgesomd bij gewone adoptie. Het huwelijk is verboden :
1° tussen de adoptant en de geadopteerde of zijn afstammelingen;
2° tussen de geadopteerde en de vorige echtgenoot van de adoptant;
3° tussen de geadopteerde en de persoon met wie de adoptant heeft samengewoond of samenwoont;
4° tussen de adoptant en de vorige echtgenoot van de geadopteerde;
5° tussen de adoptant en de persoon met wie de geadopteerde heeft samengewoond of samenwoont;
6° tussen de adoptieve kinderen van een zelfde adoptant;
7° tussen de geadopteerde en de kinderen van de adoptant.
In artikel 353-13 is voorts bepaald dat de Koning om wettige redenen ontheffing kan verlenen van de laatste twee verbodsbepalingen.
In de context van dit artikel moet erop worden gewezen dat het begrip « samenwonende » moet worden verstaan in de zin van de in artikel 343 gegeven definitie.
Bij volle adoptie gelden de huwelijksbeletsels bedoeld in de artikelen 161 tot 164 van het Burgerlijk Wetboek, zowel ten aanzien van de adoptiefamilie als ten aanzien van de oorspronkelijke familie van de geadopteerde (artikel 356-1, eerste en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek).


C. Artikel 350 van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de vaststelling van de afstamming van de geadopteerde na de adoptie.
Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen twee gevallen :
- het eerste geval betreft de vaststelling van de afstamming van de geadopteerde ten aanzien van de adoptant.
In tegenstelling tot de vorige wet (de vroegere artikelen 362 en 370, § 4, van het Burgerlijk Wetboek) is in artikel 350, eerste lid, bepaald dat de gewone of de volle adoptie een einde neemt bij de vaststelling van de afstamming van de geadopteerde ten aanzien van de adoptant.
- het tweede geval betreft de vaststelling van de afstamming van de geadopteerde ten aanzien van een derde.
Een dergelijke situatie maakt geen einde aan de adoptie.
Ingeval de adoptie een gewone adoptie was, heeft de afstamming, zoals thans reeds het geval is, slechts gevolgen voorzover zij niet strijdig zijn met die van de adoptie.
Ingeval de adoptie een volle adoptie was, heeft de afstamming geen andere gevolgen dan de huwelijksbeletsels bedoeld in de artikelen 161 tot 164 van het Burgerlijk Wetboek.

IV. Erkenning van in het buitenland uitgesproken adopties
De nieuwe wetgeving heeft de procedure voor de erkenning van de in het buitenland uitgesproken adopties grondig gewijzigd. De gevolgen voor de rol van de ambtenaar van de burgerlijke stand zijn wellicht het belangrijkst op dit vlak.
Artikel 72 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht bepaalt immers : « In afwijking van de bepalingen van deze wet wordt een buitenlandse rechterlijke beslissing of authentieke akte houdende totstandkoming, omzetting, herroeping, herziening of vernietiging van een adoptie niet erkend in België ingeval de bepalingen van de artikelen 365-1 tot 366-3 van het Burgerlijk Wetboek niet werden in acht genomen en een beslissing bedoeld in artikel 367-1 van hetzelfde Wetboek niet is geregistreerd overeenkomstig artikel 367-2 van dat Wetboek ».
Wat de nietigverklaring betreft, is in artikel 366-3 van het Burgerlijk Wetboek evenwel bepaald dat een vreemde beslissing tot nietigverklaring van een adoptie in België geen gevolgen heeft. De nietigheid van een adoptie is dus onmogelijk. Deze bepaling slaat evenwel op de nietigverklaring in de strikte zin. De federale centrale autoriteit behoudt een beoordelingsbevoegdheid en is niet gebonden door de omschrijving ervan. De erkenning is dus niet uitgesloten ingeval de beslissing tot « nietigverklaring » eigenlijk een herroeping of een herziening blijkt te zijn.
In de wet van 24 april 2003 is overigens bepaald dat de buitenlandse adopties voortaan moeten worden erkend door de federale centrale autoriteit, ongeacht of het gaat om interlandelijke (adopties die de interlandelijke overbrenging van een kind onderstellen) of andere adopties (louter interne buitenlandse adopties of adopties die de interlandelijke overbrenging van een kind niet onderstellen).
Ingeval het gaat om een adoptie « volgens het Verdrag » (beheerst door het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie), kan de centrale autoriteit de erkenning alleen weigeren als de adoptie kennelijk strijdig is met de openbare orde, rekening houdend met het hoger belang van het kind en de fundamentele rechten die het op grond van het internationaal recht toekomen.
Wanneer het niet gaat om een adoptie « volgens het Verdrag », worden de voorwaarden voor erkenning bepaald door de artikelen 365-1 en 365-2 van het Burgerlijk Wetboek.
Iedere beslissing van de federale centrale autoriteit inzake een verzoek om erkenning in België van een buitenlandse beslissing inzake adoptie wordt gemotiveerd en overhandigd of betekend aan de verzoekers. Een positieve beslissing wordt geconcretiseerd door een bewijs van registratie opgesteld overeenkomstig een model bepaald door het koninklijk besluit van 24 augustus 2005 tot vaststelling van maatregelen houdende uitvoering van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie en van de wet van 13 maart 2003 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de adoptie betreft en van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht. Dit bewijs wordt overhandigd of betekend aan de verzoekers.
Uit al deze bepalingen volgt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand die een verzoek om erkenning van een in het buitenland uitgesproken adoptie moet behandelen, de verzoeker moet verwijzen naar de federale centrale autoriteit (zie gegevens infra) alvorens er conclusies inzake de staat van de betrokkene uit te trekken.


V. Formaliteiten inzake burgerlijke stand
Deze aangelegenheid komt voornamelijk aan bod in artikel 368-1 van het Burgerlijk Wetboek.
Krachtens deze bepaling is de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gewone verblijfplaats in België van de adoptant, van de adoptanten of van een van hen, of bij gebreke daarvan, van de geadopteerde, bevoegd om over te gaan tot een overschrijving in zijn registers. Ingeval geen van de bij de adoptie betrokken partijen haar gewone verblijfplaats in België heeft, is de ambtenaar van de burgerlijke stand te Brussel bevoegd.
De ambtenaar van de burgerlijke stand moet in zijn registers overschrijven :
1° het beschikkend gedeelte van iedere in België gewezen beslissing houdende uitspraak, omzetting, herroeping of herziening van een adoptie.
Geval 1 : uitspraak van een adoptie
Zulks zou geen moeilijkheden mogen veroorzaken.
Met betrekking tot een in België uitgesproken adoptie is in het nieuwe artikel 1231-19 van het Gerechtelijk Wetboek bepaald dat het beschikkend gedeelte van de beslissing door de griffier wordt toegezonden aan de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand. De ambtenaar van de burgerlijke stand schrijft het beschikkend gedeelte onmiddellijk over in zijn registers en zendt een afschrift van de akte van overschrijving toe aan de griffier en aan de federale centrale autoriteit.
De overschrijving moet worden vermeld in de kant van de akten van de burgerlijke stand van de geadopteerde en van zijn afstammelingen.
Overeenkomstig artikel 1231-15 van het Gerechtelijk Wetboek vermeldt het beschikkend gedeelte van het vonnis inzake adoptie inzonderheid :
- de naam en de voornamen die de geadopteerde bij de adoptie droeg en ingeval zij ingevolge de adoptie zijn gewijzigd, de naam en de voornamen die hij voortaan zal dragen;
- indien nodig, de naam en de voornamen die de afstammelingen van de geadopteerde niettegenstaande de adoptie behouden.
Op grond van artikel 353-6 van het Burgerlijk Wetboek geldt de naamsverandering ingevolge de adoptie eveneens voor de afstammelingen van de geadopteerde indien in het beschikkend gedeelte van het vonnis de naam die zij behouden niet is vermeld.
Overeenkomstig artikel 349-1 van het Burgerlijk Wetboek heeft de adoptie, zodra zij is overgeschreven, gevolgen vanaf de neerlegging van het verzoekschrift
Geval 2 : omzetting van een gewone adoptie in een volle adoptie
Dit geval behoeft geen commentaar (zie artikel 1231-23 van het Gerechtelijk Wetboek).
Gevallen 3 en 4 : herroeping of herziening van een adoptie
Overeenkomstig artikel 1231-50 van het Gerechtelijk Wetboek vermeldt het beschikkend gedeelte van het vonnis de naam en de voornamen die de persoon die geadopteerd was, zal dragen, alsook die welke zijn afstammelingen, van wie de naam ingevolge de adoptie was gewijzigd, zullen dragen.
Voor het overige eindigen de gevolgen van de adoptie vanaf de overschrijving in de registers van de burgerlijke stand (artikelen 354-3 en 351 van het Burgerlijk Wetboek), zowel wat de herroeping als wat de herziening betreft.
Behalve in het geval waarin het kind overeenkomstig artikel 354-2 van het Burgerlijk Wetboek opnieuw onder het ouderlijk gezag van de vader of moeder of van een van hen wordt geplaatst, moet de ambtenaar van de burgerlijke stand bovendien de bevoegde vrederechter onmiddellijk in kennis stellen van de overschrijving van het vonnis waarbij de herroeping wordt uitgesproken.
2° het beschikkend gedeelte van iedere in België erkende en geregistreerde vreemde beslissing inzake adoptie
In punt IV werd reeds vermeld dat de erkenning van buitenlandse adopties voortaan wordt toevertrouwd aan de federale centrale autoriteit. In geval van erkenning wordt aan de verzoekers een beslissing van erkenning overhandigd of betekend, en wordt hen een bewijs van registratie afgegeven.
Bijgevolg zijn de ambtenaren van de burgerlijke stand niet langer gemachtigd om buitenlandse beslissingen over te schrijven waarvan de registratie door de federale centrale autoriteit niet is bewezen.
Gelet op artikel 367-2, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt dat iedere op grond van het eerste lid geregistreerde beslissing, op eenvoudig vertoon van het bewijs van registratie wordt erkend door iedere overheid of rechtsmacht, alsook door ieder ander persoon, moet de ambtenaar van de burgerlijke stand niet langer de geldigheid van de akte onderzoeken zoals bepaald in artikel 31 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht.
Er moet worden opgemerkt dat geen enkele bepaling van de wet een betrokkene die de erkenning en de registratie van een buitenlandse beslissing inzake adoptie heeft verkregen, de verplichting oplegt de overschrijving ervan te vragen aan de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand.
De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand moet vragen dat hem het bewijs van registratie, dat is afgegeven door de federale centrale overheid, wordt voorgelegd indien hij gevolgen moet verlenen aan de adoptie, inzake nationaliteit of naam bijvoorbeeld.
Terzake moet worden onderstreept dat de naam van de geadopteerde na de adoptie wordt vermeld in het bewijs van registratie van een adoptie. Het gaat om de naam bepaald op grond van de artikelen 37 tot 39 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht. In sommige gevallen is het dus mogelijk dat dit niet de hem krachtens de adoptieakte toegekende naam is.
3° de geboorteakte van de geadopteerde wanneer de adoptie in België is uitgesproken of erkend.
Deze bepaling moet worden getoetst aan die bedoeld in artikel 48 van het Burgerlijk Wetboek, voorzover deze tevens kan gelden voor een Belg die werd geadopteerd.
Ik ben van oordeel dat artikel 368-1, eerste lid, 3°, van het Burgerlijk Wetboek moet worden uitgelegd als een aanvulling op artikel 48. Het moet dus voornamelijk van nut zijn voor de personen van wie de adoptie in België is uitgesproken of erkend en die de Belgische nationaliteit niet bezitten.
Ingeval de geadopteerde persoon Belg is, volgt uit artikel 48 hoe dan ook een recht om zijn geboorteakte in België te doen overschrijven, ongeacht of de op hem betrekking hebbende adoptie al dan niet erkend werd. Het is zelfs mogelijk dat de ambtenaar van de burgerlijke stand niet weet dat de persoon die hem vraagt zijn geboorteakte over te schrijven ooit geadopteerd werd.
Een bijzondere moeilijkheid kan zich voordoen ingeval uit de geboorteakte van deze persoon blijkt dat hij werd geadopteerd, maar dat deze adoptie niet in België werd erkend.
Teneinde enig misbruik te voorkomen van het door de nieuwe wetgeving ingevoerde stelsel, is het wenselijk de verzoeker in een dergelijk geval te vragen vooraf contact op te nemen met de federale centrale autoriteit teneinde de erkenning van deze adoptie te verkrijgen. De geboorteakte wordt niet overgeschreven zolang deze erkenning niet is bewezen.
Telkens als een overschrijving wordt verricht op grond van artikel 368-1, stelt de ambtenaar van de burgerlijke stand die deze heeft verricht, of die op de kant van een akte of een beslissing opgenomen in zijn registers een melding heeft gedaan van een akte of beslissing betreffende een adoptie, de federale centrale autoriteit daarvan onverwijld in kennis.

VI. Rechtsmiddelen
Krachtens artikel 367-3 van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd op grond van de programmawet van 27 december 2004, kunnen de verzoekers beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel binnen zestig dagen te rekenen vanaf de overhandiging of de betekening van de beslissing van de federale centrale autoriteit.
Het beroep kan gericht zijn tegen een beslissing tot niet-erkenning van de federale centrale autoriteit of tegen een beslissing tot erkenning (dit geval zou zeldzamer moeten zijn, maar is niet onmogelijk, bijvoorbeeld het geval waarin de verzoekers de omschrijving gewone adoptie betwisten, het geval waarin de erkenning van een adoptie leidt tot familietwisten die aanleiding geven tot een dergelijk beroep, of nog het geval waarin verscheidene families twisten over de vaststelling van een afstammingsband ten aanzien van hetzelfde kind).
De administratieve formaliteiten die na afloop van de procedure moeten worden vervuld, zijn uitvoerig omschreven in artikel 367-3, § 2. In de praktijk kunnen zij evenwel aanleiding geven tot enige moeilijkheden omdat, zoals reeds is gesteld, geen enkele bepaling van de wet een betrokken persoon die de erkenning en de registratie van een buitenlandse beslissing inzake adoptie heeft verkregen, de verplichting oplegt de overschrijving ervan te vragen aan de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand.
Derhalve is in de wet bepaald dat wanneer het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, de griffier binnen een maand een uittreksel dat het beschikkend gedeelte van het vonnis bevat, bezorgt aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar het beschikkend gedeelte van de buitenlandse beslissing is overgeschreven, of, bij gebreke daarvan, van de gewone verblijfplaats in België van de adoptant of de adoptanten of van één van hen, dan wel, bij gebreke daarvan, van de geadopteerde.
Er kan niet worden uitgesloten dat in sommige gevallen geen van deze situaties bestaat. De griffier verkeert dan eigenlijk in de onmogelijkheid om het beschikkend gedeelte van het vonnis te bezorgen aan een ambtenaar van de burgerlijke stand.
Ingeval het vonnis aan een ambtenaar van de burgerlijke stand kon worden toegezonden, schrijft laatstgenoemde het beschikkend gedeelte over in zijn registers binnen een maand na de betekening en maakt in voorkomend geval melding ervan op de kant van de akte van overschrijving van het beschikkend gedeelte van de buitenlandse beslissing. De woorden « in voorkomend geval » verwijzen naar het gegeven dat het goed mogelijk is dat het beschikkend gedeelte van de buitenlandse beslissing niet werd overgeschreven.
Er bestaat evenwel een uitzondering op deze verplichting tot overschrijving binnen een maand. In de wet is immers bepaald dat in geval van een vonnis waarbij een beslissing tot niet-erkenning teniet wordt gedaan, de ambtenaar van de burgerlijke stand wacht tot de erkende en geregistreerde buitenlandse beslissing hem wordt toegezonden met het oog op de overschrijving ervan (het gaat noodzakelijkerwijze om de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats van de gewone verblijfplaats in België van de adoptant of de adoptanten of van één van hen, dan wel, bij gebreke daarvan, van de geadopteerde).
Er bestaat per definitie immers geen voorafgaande registratie van de buitenlandse beslissing door de federale centrale autoriteit. Overeenkomstig artikel 367-3, § 3, van het Burgerlijk Wetboek ontvangt laatstgenoemde van de griffier kennisgeving van het beschikkend gedeelte van het vonnis en moet zij de buitenlandse beslissing binnen vijftien dagen registreren. Vervolgens geeft zij het bewijs van registratie af aan de verzoekers. Gelet op het gegeven dat er geen wettelijke verplichting bestaat om de buitenlandse beslissing te doen overschrijven, kan niet worden uitgesloten dat de ambtenaar van de burgerlijke stand die in het bezit is gesteld van een vonnis waarin een beslissing tot niet-erkenning wordt tenietgedaan, nooit de buitenlandse beslissing ontvangt met het oog op de overschrijving.
De centrale autoriteit moet de personen aan wie een bewijs van registratie wordt afgegeven evenwel aanraden deze formaliteit te verrichten opdat hun rechtspositie zo transparant mogelijk zou zijn en zij, indien nodig, later afschriften of uittreksels ervan kunnen verkrijgen.


VII. Toepassing van de wet in de tijd en overgangsbepalingen
In de artikelen 21 en 22 van de wet is bepaald onder welke voorwaarden de procedures die in België aan de gang zijn onderworpen blijven aan het vroegere recht.
In deze gevallen moet de ambtenaar van de burgerlijke stand die een overschrijving van een beslissing betreffende een adoptie verricht of die inzake een adoptie een melding in de kant aanbrengt, de federale centrale autoriteit daarvan onverwijld in kennis stellen (artikel 23 van de wet).
Wat de erkenning van de buitenlandse beslissingen betreft, voorziet de wet ook in overgangsbepalingen die worden omschreven in artikel 24, zoals gewijzigd bij artikel 9 van de wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen.
In alle gevallen waarin de erkenning moet plaatsvinden na de inwerkingtreding van de wet moet de beslissing evenwel erkend en geregistreerd worden door de federale centrale autoriteit die het bewijs van registratie afgeeft aan de verzoekers. Bijgevolg zijn de in punt V ontwikkelde formaliteiten inzake burgerlijke stand hierop onder dezelfde voorwaarden van toepassing.
Een buitenlandse beslissing inzake adoptie kan overigens altijd worden geregistreerd door de federale centrale autoriteit op verzoek van de betrokkenen, zelfs in de gevallen waarin zij reeds voor de inwerkingtreding van de wet in België werd erkend.


VIII. Gegevens inzake de federale centrale autoriteit en nuttige adressen
Zie 
HOOFDSTUK 12
De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX
(1) De lijst van Staten die partij zijn bij dit Verdrag is beschikbaar op de website van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht : http://hcch.e-vision.nl/index_fr.php?act=conventions.authorities&cid=69

of http://hcch.e-vision.nl/index_en.php?act=conventions.authorities&cid=69

 

CONVENTION SUR LA PROTECTION DES ENFANTS ET LA COOPÉRATION EN MATIÈRE D’ADOPTION INTERNATIONALE

(Conclue le 29 mai 1993 -   Entrée en vigueur le premier mai 1995)                vott'e
http://www.hcch.net/index_fr.php?act=text.display&tid=45

CONVENTION ON PROTECTION OF CHILDREN AND CO-OPERATION IN RESPECT OF INTERCOUNTRY ADOPTION

(Concluded 29 May 1993-  Entered into force 1 May 1995)          

http://hcch.e-vision.nl/index_en.php?act=conventions.text&cid=69

 

24 AUGUSTUS 2005 (B.S.29/08/2005 ) Koninklijk besluit tot vaststelling van maatregelen houdende uitvoering van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, van de wet van 13 maart 2003 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de adoptie betreft en van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht

 

HOOFDSTUK I. - Registratie van in het buitenland uitgesproken adopties

Artikel 1. Overeenkomstig artikel 367-2, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek worden de in het buitenland gewezen beslissingen houdende totstandkoming, omzetting, herroeping of herziening van een adoptie geregistreerd in het door de federale centrale autoriteit gehouden centraal register.
Art. 2. Binnen vijf werkdagen te rekenen vanaf de gunstige beslissing inzake een verzoek om erkenning in België van een in het vorige artikel bedoelde buitenlandse beslissing worden de gegevens betreffende de adoptanten en de geadopteerde en deze betreffende de autoriteit die de beslissing heeft uitgesproken, de datum ervan en de omschrijving van deze adoptie door de federale centrale overheid ingeschreven in het centraal register.
Art. 3. De federale centrale autoriteit bewaart de documenten vereist voor de erkenning in België en rangschikt deze onder de naam en voornamen van de geadopteerde, met vermelding van de datum waarop de beslissing werd geregistreerd.
Art. 4. Binnen een termijn van drie werkdagen te rekenen vanaf de inschrijving van de buitenlandse beslissing in het register, geeft de centrale autoriteit aan de verzoekers een bewijs van registratie af, waarvan de modellen als bijlagen 1 en 2 bij dit besluit gaan.

HOOFDSTUK II. - Bewijsstuk van overeenstemming
Art. 5. Overeenkomstig artikel 368-2 van het Burgerlijk Wetboek geeft de federale centrale autoriteit het bewijsstuk van overeenstemming af volgens het model dat als bijlage 3 bij dit besluit gaat.

HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen
Art. 6. De wet van 13 maart 2003 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de adoptie betreft en de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, gewijzigd bij de wet van 16 juli 2004, de programmawet van 27 december 2004 en de wet van 20 juli 2005 treden in werking op 1 september 2005.
Art. 7. Hoofdstuk V, afdeling 2, en de artikelen 131 en 139, 5° en 12°, van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht treden in werking op 1 september 2005.
Art. 8. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2005.
Art. 9. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 24 augustus 2005.

 

24 AUGUSTUS 2005 ( B.S. 29/08/2005 ) . - Ministerieel besluit tot aanwijzing van de federale centrale autoriteit inzake interlandelijke adoptie, bedoeld in artikel 360-1, 2°, van het Burgerlijk Wetboek


De Minister van Justitie:  Besluit :
Artikel 1. De Dienst Internationale Adoptie van de Federale Overheidsdienst Justitie is de autoriteit aangewezen om in België de opdrachten van een centrale autoriteit te verrichten zoals die in het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie zijn omschreven en waarmee zij op grond van het Burgerlijk Wetboek wordt belast, alsook alle andere taken waarmee dit Wetboek haar belast.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2005.
Mevr. L. ONKELINX

 

 

24 JUNI 2004 ( B-S. 6/06/2005 )- Wet houdende instemming met het Verdrag inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie, gedaan te Den Haag op 29 mei 1993

Deze tekst vernietigt en vervangt degene die verschenen is in het B.S.nr. 173 van 1 juni 2005, bladzijden 25424 tot en met 25437.

 

TEKST : zie è HOOFDSTUK 9  hierna , of : http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2005-06-06&numac=2004015224 )

 

UITTREKSEL :

Art. 2. Het Verdrag inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie, gedaan te Den Haag op 29 mei 1993, zal volkomen gevolg hebben.

Zitting 2003-2004.Senaat : Documenten. - Ontwerp van wet ingediend op 10 oktober 2003, nr. 3-259/1. - Verslag namens de commissie, nr. 3-259/ 2.Parlementaire Handelingen. - Bespreking, vergadering van 18 maart 2004. Stemming, vergadering van 18 maart 2004.
Kamer van volksvertegenwoordigers : Documenten. - Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 51-942/1. Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 51-942/2.
Parlementaire Handelingen. - Bespreking, vergadering van 6 mei 2004. Stemming, vergadering van 6 mei 2004.
(2) Zie Decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 8 mei 2002 (Belgisch Staatsblad van 18 juni 2002), Decreet van de Franse Gemeenschap van 31 maart 1994 (Belgisch Staatsblad van 19 mei 1994), Decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 27 oktober 2003 (Belgisch Staatsblad van 12 februari 2004), Ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 13 mei 2004 (Belgisch Staatsblad van 16 juni 2004).

HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied van het verdrag
Artikel 1 . Dit Verdrag heeft tot doel :
a. waarborgen vast te leggen om te verzekeren dat interlandelijke adopties op zodanige wijze plaatsvinden dat het hoogste belang van het kind daarmee is gediend en de grondrechten die hem volgens het internationale recht toekomen, worden geeërbiedigd;
b. een samenwerkingsverband tussen de Verdragsluitende Staten in het leven te roepen ten einde te verzekeren dat deze waarborgen in acht worden genomen en ontvoering, verkoop van of handel in kinderen aldus worden voorkomen;
c. de erkenning van overeenkomstig het Verdrag tot stand gekomen adopties in de Verdragsluitende Staten te verzekeren.

Lijst van Belgische Centrale Autoriteiten : Zie HOOFDSTUK 12
 

24 APRIL 2003. - Wet tot hervorming van de adoptie + Wijzigingen :

Geconsolideerde wetgeving è http://www.juridat.be/cgi_loi/loi_N.pl?cn=2003042432

of è http://www.wvc.vlaanderen.be/juriwel/gezinadoptie/adoptie/fed/wet240403.pdf

Zie ook : Hoofdstuk 13 !

+

15 MEI 2006. - Wet tot wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het Wetboek van strafvordering, het Strafwetboek, het Burgerlijk Wetboek, de nieuwe gemeentewet en de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie,

HOOFDSTUK VII. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie.Art. 25.

In artikel 15 van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, worden de woorden « de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming » vervangen door de woorden « de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade ».

 

E-Notariaat : In art. 24 van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie worden overgangsbepalingen voorzien met betrekking tot de erkenning van een vreemde beslissing inzake de totstandkoming van een adoptie die de interlandelijke overbrenging van een kind onderstelt, die niet definitief is geworden voor de datum van inwerkingtreding van deze wet. Deze wijziging treedt in werking op 1 september 2005 (datum waarop de adoptiewet van 2003 in werking treedt) (art. 9 en 10);

 

Vlaamse regering: Belangrijkste verschil … is dat wie in de toekomst wil adopteren een vonnis tot geschiktheid om te adopteren moet krijgen van de jeugdrechter. De jeugdrechter spreekt dat vonnis uit op voorwaarde dat kandidaat-adoptanten een voorbereiding hebben gevolgd. Bovendien zal de jeugdrechter zich baseren op een gezinsonderzoek dat is uitgevoerd bij de kandidaat-adoptanten om de geschiktheid te beoordelen. Belangrijk is ook dat volgens de nieuwe wet alle ouders die willen adopteren, of ze dat nu via een adoptiedienst willen doen dan wel volledig zelfstandig, dat vonnis in handen moeten hebben om te kunnen adopteren.

Zelfstandige adoptie wordt dus nog steeds toegestaan, maar enkel met een vonnis van de jeugdrechter.

 

WIJZIGINGEN…

 

Art. 9 In artikel 24 van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, gewijzigd bij de wet van 16 juli 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1)        in § 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd :

« Hetzelfde geldt in geval van erkenning van een vreemde beslissing inzake adoptie die vóór de inwerkingtreding van deze wet is uitgesproken maar na de inwerkingtreding ervan definitief is geworden. »;

2)           het artikel wordt aangevuld met een § 3, luidende : « § 3. In geval van erkenning van een vreemde beslissing inzake de totstandkoming van een adoptie die de interlandelijke overbrenging van een kind onderstelt, welke niet definitief is geworden vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet, kunnen de bepalingen het vroegere recht dat de erkenning beheerst, worden toegepast indien de adoptant of de adoptanten de volgende bewijzen overleggen :

1° zij hebben stappen ondernomen met het oog een adoptie zonder een beroep te hebben gedaan de diensten erkend door de bevoegde gemeenschap zonder de omkadering van deze laatste te hebben genoten;

2° zij hebben vóór de inwerkingtreding van deze bij de bevoegde overheid van de Staat van herkomst van het kind een procedure ingesteld die tot adoptie leiden;

3° het kind, bij naam aangewezen door de bevoegde overheid van de Staat van herkomst van het kind, hen voorgesteld vóór de inwerkingtreding van deze Het voorgaande lid kan evenwel geen toepassing vinden indien de adoptant of de adoptanten niet 1 december 2005 de federale centrale autoriteit inlichten dat dit kind hen vóór de inwerkingtreding van wet door de bevoegde overheid van de Staat van herkomst werd voorgesteld.

De federale centrale autoriteit registreert de vreemde beslissing inzake adoptie overeenkomstig artikel 367-van het Burgerlijk Wetboek nadat zij het overlegde bewijsmateriaal geldig heeft verklaard. ».

Art. 10 Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2005.

 

 

1. E-Notariaat : Deze wet regelt o.m. de voorwaarden waaronder de overbrenging van het kind naar België met het oog op adoptie kan plaatsvinden ingeval het recht dat van toepassing is in de Staat van herkomst van het kind noch de adoptie noch de plaatsing met het oog op adoptie kent en de procedure op verzoekschrift waarbij de adoptant of de adoptanten een internationale adoptieprocedure wensen aan te vatten.

 

2.Naast de vrije adoptanten moeten ook de kandidaat- adoptanten die de officiële weg hebben gevolgd onder het vroegere recht zich kunnen beroepen op het vroegere recht voor de erkenning van hun buitenlandse adoptiebeslissing;

… Dankzij de gelijkschakeling van de vroegere beginseltoestemming met het huidige geschiktheidvonnis hoeven de bestaande kandidaat-adoptanten zich niet meer tot de jeugdrechtbank te wenden om deze beginseltoestemming te laten bekrachtigen.

 

 

 

 

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­WETTELIJKE TEKSTEN …

 

BURGERLIJK WETBOEK ( FISCONET)

 

TITEL VIII : ADOPTIE EN VOLLE ADOPTIE

 

http://www.fisconet.fgov.be/nl/?bron.dll&root=V:/FisconetNld.2/&versie=04&file=wetgev/burgw&zoek=000000000&name=343@120&&&type=2&  : N-B:  van toepassing !

 

LET OP ! MEI 2006 ??? è Wijziging van een aantal bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, teneinde de adoptie door personen van hetzelfde geslacht mogelijk te maken http://www.lachambre.be/FLWB/PDF/51/0664/51K0664009.pdf

 

NOTARIS : Zie art. 348/8 :

Eenieder van wie de toestemming in de adoptie vereist is, kan zulks doen door middel van ofwel :1° een persoonlijke verklaring gedaan voor de rechtbank die het verzoekschrift tot adoptie behandelt en waarvan deze een proces-verbaal opstelt;2° een akte verleden ten overstaan van een notaris naar keuze of ten overstaan van de vrederechter van zijn woonplaats.Er moet nader worden bepaald dat de toestemming wordt gegeven voor een gewone adoptie of voor een volle adoptie.De intrekking van de toestemming is slechts mogelijk tot het tijdstip van de uitspraak van het vonnis en, ten laatste, zes maanden na de indiening van het verzoekschrift tot adoptie en dient te geschieden in dezelfde vorm als vereist is voor de toestemming in de adoptie.

N-B: id voor de weigering

Niet-verschijning voor de rechtbank na door de griffier bij gerechtsbrief te zijn opgeroepen, wordt als weigering van de toestemming beschouwd

GERECHTELIJK WETBOEK0 (FISCONET)

 http://www.fisconet.fgov.be/nl/?bron.dll&root=V:\FisconetNld.2\&versie=04&file=bronnen\gerech&zoek=000000000&name=23@5&

è HOOFDSTUK VIII bis : ADOPTIE

 

Afdeling I : Algemene bepaling

Art. 1231/1

 

Afdeling II : Binnenlandse adoptie

Art. 1231/2

 

 

Onderafdeling I : Totstandkomen van de adoptie op verzoek van de adoptant of van de adoptanten ( art.1231-5 = OK )

Art. 1231/3-1231/23

 

Onderafdeling II : Totstandkoming van de adoptie op verzoek van het openbaar ministerie

Art. 1231/24-1231/25

 

 

Afdeling III : Interlandelijke adoptie

Art. 1231/26

 

 

Onderafdeling I : Procedure houdende vaststelling van de geschiktheid om te adopteren

Art. 1231/27-1231/33

 

Onderafdeling II : Procedure houdende vaststelling van de adopteerbaarheid van een kind

Art. 1231/34-1231/39

 

Onderafdeling III :Totstandkoming van de adoptie

Art. 1231/40-1231/45

 

 

Afdeling IV : Herroeping van de gewone adoptie en herziening van de adoptie

Art. 1231/46-1231/52

 

Afdeling V : Beroep

Art. 1231/53-1231/56

NOTARIS : Art. 1231-10:

De rechtbank hoort in raadkamer de volgende personen, die door de griffier opgeroepen worden bij gerechtsbrief, of wanneer het personen beneden de zestien jaar betreft, bij gewone brief:…    In uitzonderlijke omstandigheden kan de rechtbank vrijstelling van persoonlijke verschijning verlenen en toestaan dat betrokkene door een bijzonder gemachtigde, door een advocaat of door een notaris wordt vertegenwoordigd.

 

De interne Belgische regeling ( Oorsprong  : Ambabel Hanoi - !!! )

 

Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993.

 

http://www.juridat.be/cgi_loi/loi_N.pl?cn=2003042432  ( Oorsprong : L.Dochy ! )

Wetboek IPR artikels 66-72.

Decreet van de Vlaamse Gemeenschap dd 15.07.2004 tot regeling van de binnenlandse en interlandelijke adoptie van kinderen
Decreet van de Franstalige Gemeenschap dd 31.03.2004 inzake adoptie.

 

09/12/2004

CircW

Circulaire du 9 décembre 2004 relative aux congés de paternité et d'adoption et aux pauses d'allaitement

 

21/12/2004

85159

21/09/2004

K

Koninklijk besluit van 21 september 2004 betreffende het behoud van het normaal loon ten laste van de werkgever gedurende de eerste drie dagen van het adoptieverlof

 

18/10/2004

72350

24/06/2004

W

Wet van 24 juni 2004 houdende instemming met het Verdrag inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie, gedaan te Den Haag op 29 mei 1993

 

06/06/2005

26062

13/05/2004

OVVGGC

Ordonnantie van 13 mei 2004 houdende instemming met het Verdrag inzake de bescherming van kinderen en samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie, ondertekend te Den Haag op 29 mei 1993

 

016/06/2004

44721

06/05/2004

AEW

Arrêté du Gouvernement wallon du 6 mai 2004 - Plan de secteur de Nivelles (planche 39/7) - adoption provisoire

 

14/05/2004

38850

31/03/2004

DF

Décret du 31 mars 2004 relatif à l'adoption

 

13/05/2004

38406

27/10/2003

DDG

Decreet van 27 oktober 2003 houdende goedkeuring van het verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie, gedaan te Den Haag op 29 mei 1993

 

12/02/2004

8658

12/06/2003

BBHE

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 juni 2003 tot aanduiding van de besturen en de organen die gevraagd worden een advies te formuleren in het kader van de goedkeuringsprocedure van het basisdossier van een Bijzonder Bestemmingsplan

 

25/08/2003

41816

24/04/2003

W

Wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie

 

16/05/2003

26956

13/03/2003

W

Wet van 13 maart 2003 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de adoptie betreft

 

16/05/2003

26955

04/07/2002

AEF

Arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 4 juillet 2002 modifiant l'article 14 de l'arrêté du 11 juin 1999 relatif à l'agrément des organismes d'adoption

 

04/09/2002

39189

07/09/2000

BBHE

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 7 september 2000 tot wijziging van het besluit van 15 januari 1993 van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve tot het aannemen van de statuten van de Haven van Brussel, gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 23 juni 1994, 5 oktober 1995 en 10 juli 1997

 

24/11/2000

39170

19/05/2000

EDG

Besluit van 19 mei 2000 houdende wijziging van het besluit van de Regering van 13 februari 1996 houdende goedkeuring van een moratorium qua uitbreiding van het personeelsbestand van de inrichtingen voor gehandicapten

 

21/09/2000

32055

02/03/2000

AEF

Arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 2 mars 2000 modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 11 juin 1999 relatif à l'agrément des organismes d'adoption

 

05/04/2000

10585

29/10/1999

AEF

Arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 29 octobre 1999 portant désignation des membres de l'autorité communautaire pour l'adoption internationale

 

 

  

 

HOOFDSTUK 2 : 

PARLEMENTAIR  DOCUMENT ( Kamer + Senaat )

 

11 JANVIER 2007 : Belgische Senaat : in 't Frans : Mondelinge vraag van de heer Jean-Marie Cheffert aan de vice-eersteminister en minister van Justitie en aan de minister van Buitenlandse Zaken over «adoptie door homoseksuele koppels» (nr. 3-1345) è http://www.senate.be/www/?MIval=/publications/viewPubDoc&TID=50354929&LANG=nl

 

Kamer : 2000/2001 1367

http://www.dekamer.be/docs/?db=flwb&legislat=50&doc=1367&lang=nl

 

 

 

 

Kamer : 2000/2001 1366

http://www.dekamer.be/docs/?db=flwb&legislat=50&doc=1366&lang=nl

 

 

 

 

Senaat : 2002/2003 1429

http://www.senate.be/www/?MIval=dossier&LEG=2&NR=1429&LANG=nl

 

 

 

 

Senaat : 2002/2003 : 1428

http://www.senate.be/www/?MIval=dossier&LEG=2&NR=1428&LANG=nl

 

 

 

 

 

HOOFDSTUK 3 :                                              

RECHTSLEER – BIBLIOGRAFIE

 

*** RECHTSPRAAK : è Hoofdstuk 11

 

FISCONET: RULINGS è 600.254 dd. 27.02.2007
Successierechten - Vlaams Gewest - Tarief - Adoptie - 3 jaar hulp en verzorging

 

Patrick SEYNAEVE & Frederik SWENNEN, De hervorming van de interne en de internationale adoptie, 442 blz, Intersentia, 2006

 

Wet 6 december 2005 : Adoptieprocedure  opnieuw gewijzigd,in : Nieuwsbrief Notariaat, april 2006,nr6,blz.5/7

 

Michael TRAEST, Referendaris bij het Hof van Cassatie, Postdoctoraal navorser Universiteit Antwerpen, " Internationale adoptie: een eerste verkenning van enkele aspecten van bevoegdheid en procedure ", in : Tijdschrift voor Internationaal Privaatrecht, nr. 4 – december 2005, bl.51-65

 

Gerd VERSCHELDEN, ( UG), De notaris en het hervormde federale adoptiewet

Nieuwsbrief Notariaat,nr 17-18 /2005 blz 1-8

 

Chistoph CASTELEIN, ( KUL), Het nieuwe adoptierecht voor de eerste maal gerepareerd.

Tijdschrift voor notarissen, nr3 / 2005 bl. 111 - 126

 

Chistoph CASTELEIN, ( KUL), De rol van de notaris in het nieuwe adoptierecht.

Tijdschrift voor notarissen, nr 10/ 2004 bl. 530 – 567

 

 

 

OPENBAAR MINISTERIE  : Jaarverslag van het Hof van Cassatie van België 2004:

 

" Inzake adoptie, ... wordt de rol van het openbaar ministerie geloofwaardig gemaakt, en zelfs onrechtstreeks erkend, omdat men het oorspronkelijke idee heeft opgegeven om van de vrederechter een familierechter te maken, terwijl deze noch over een parket, noch over een sociale dienst beschikt. Te meer daar een recent wetsvoorstel de bevoegdheden van de vrederechter wil uitbreiden tot alle geschillen over gezinsconflicten.Die rol wordt gespeeld zowel met betrekking tot het onderzoek naar de geschiktheid van de adoptant, als tot het onderzoek naar de adoptiekansen van de geadopteerde. Zodra het verzoekschrift tot adoptie is ontvangen, moet het openbaar ministerie – en dat was al het geval – onverwijld alle nuttige inlichtingen inwinnen over de voorgenomen adoptie (artikel 1231-5 van het Gerechtelijk Wetboek).De memorie van toelichting beklemtoont dat “het parket” een beroep moet kunnen doen op personen die“daartoe de nodige opleiding” kregen (Gedr. St.,Kamer, 1366/001,1367/001, p. 81). Dit wijst erop hoe belangrijk de rol van het openbaar ministerie werd geacht, en zulks los van het maatschappelijk onderzoek dat de jeugdrechtbank kan bevelen wanneer het om een kind gaat (artikel 1231-6 van het Gerechtelijk Wetboek). Bij die inlichtingen komt nog het advies van het openbaar ministerie over de wenselijkheid van de adoptie (artikel 1231-7 van het Gerechtelijk Wetboek). Het openbaar ministerie kan,nadat het kennis heeft gekregen van het adoptievonnis, hoger beroep en zelfs,in voorkomend geval, cassatieberoep instellen""

 

 

 

HOOFDSTUK 4 :                                              

S E N A A T

 

1.

 18 maart 2004 : Algemene bespreking : Instemming met het Verdrag inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - België heeft actief meegewerkt aan de voorbereiding van dit Verdrag, dat in 1993 in Den Haag werd gesloten en in 1995 in werking is getreden, na ratificatie door andere landen. België ondertekende het Verdrag in januari 1999 en op 13 maart en 24 april 2003 werden de wetten aangenomen die ons recht afstemmen op de vereisten van dit Verdrag.

Er moet dringend worden ingestemd met dit Verdrag, dat een drievoudig doel nastreeft:

1.waarborgen dat internationale adopties in het belang van het kind gebeuren en met inachtneming van de fundamentele rechten die het krachtens het internationaal recht geniet;

2.de samenwerking organiseren tussen de verdragsluitende partijen, zodat ontvoering van of handel in kinderen wordt voorkomen;

3.in de verdragsluitende landen de erkenning verzekeren van de adopties die overeenkomstig het Verdrag zijn gebeurd.

Sommige problemen moeten nog worden opgelost. Met de gemeenschappen moeten zo vlug mogelijk samenwerkingakkoorden worden gesloten. Er moeten ook nog uitvoeringsbesluiten en overgangsmaatregelen worden genomen. De respectieve bevoegdheden op het federale niveau en op dat van de gemeenschappen moeten worden verduidelijkt en er moet een overleg- en opvolgingscommissie worden opgericht.

Talrijke kandidaat-adoptanten vragen zich af of ze een deel van de procedure opnieuw moeten doorlopen. Kan dit met dit wetsontwerp en met de te nemen koninklijke besluiten niet worden vermeden? In de commissie verzekerde de minister van Justitie mij dat kandidaat-adoptanten de procedure niet opnieuw zullen moeten doorlopen, maar de desbetreffende teksten zijn nog niet klaar.

Bovendien moet ervoor gezorgd worden dat kandidaat-adoptanten tijdig worden ingelicht over de stand van hun dossier.

Als centrale autoriteit moet de FOD Justitie worden aangewezen. Zal dat zo geschieden of wordt het die van Buitenlandse Zaken? Zal er overleg worden gepleegd met de gemeenschappen? De federale overheid moet zo vlug mogelijk met de gemeenschappen samenkomen om deze akkoorden rond te krijgen.

Ik hoop dat kandidaat-adoptanten die, hier of in het buitenland, al een heel stuk van de procedure hebben doorlopen, die niet helemaal zullen moeten overdoen.

2.

Belgische Senaat : 24 FEBRUARI 2005 - Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over «de aanvaarding van de adoptieakte als geboorteakte» (nr. 3-596)

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Om te kunnen huwen, moeten de aanstaande echtgenoten een akte van geboorte bezorgen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. Personen van buitenlandse afkomst die in België werden geadopteerd, verkeren vaak in de onmogelijkheid deze akte te verschaffen. Ze dienen dan gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheid om deze akte te vervangen door een akte van bekendheid. De akte van bekendheid dient te worden gehomologeerd door de rechtbank van eerste aanleg. Er is echter geen uniforme rechtspraak omdat sommige rechtbanken systematisch weigeren te homologeren wanneer de betrokkene geen getuigen kan aanbrengen die afkomstig zijn van zijn/haar land van origine, op advies van de procureur des Konings.

Daarnaast kan de procedure heel wat tijd in beslag nemen en is deze niet zonder financiële gevolgen wat voor een koppel dat wil huwen problematisch is. Daarbij komt ook nog de nutteloze werklast voor de parketten en rechtbanken.

Ik heb hieromtrent op 22 april 1999 al een parlementaire vraag gesteld aan de toenmalige minister van Justitie. Ik meen dat een oplossing erin zou bestaan de adoptieakte gelijk te stellen met een geboorteakte. Ik heb daartoe al meermaals een wetsvoorstel tot wijziging van artikel 70 van het Burgerlijk Wetboek ingediend.

In welke mate heeft de minister kennis van dit probleem en de omvang ervan? Ik vraag me af of er een oplossing mogelijk is via een van de volgende opties. Ten eerste is er een administratieve optie, in de zin dat de burgerlijke stand van een gemeente of stad in de mogelijkheid verkeert om de adoptieakte te aanvaarden om te kunnen huwen. Ten tweede is er een gerechtelijke optie, in de zin dat er een uniforme toepassing is van de bestaande rechtsregels gekoppeld aan een snelle procedure en eventuele richtlijn van het College van procureurs-generaal. Tenslotte is er de legislatieve optie, in de zin van een wetswijziging.

 

De heer Christian Dupont, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen. –

 

 De voorlegging van de akte van geboorte moet de ambtenaar van burgerlijke stand in staat stellen na te gaan of de wettelijke voorwaarden om te huwen zijn vervuld. Die voorwaarden betreffen leeftijd, geslacht, en het feit of er geen huwelijksbeletselen bestaan, in het bijzonder de bloed- en aanverwantschapsbeletselen, opgenomen in de artikelen 161 tot en met 164 van het Burgerlijk Wetboek. Deze huwelijksbeletselen met de oorspronkelijke familie blijven ook na een adoptie bestaan. Een louter administratieve oplossing is niet mogelijk. De samenstelling van het administratieve dossier voor een huwelijk behoort tot de exclusieve bevoegdheid van de ambtenaar van de burgerlijke stand. Binnen de uitoefening van zijn ambt is hij in beginsel totaal onafhankelijk en handelt hij onder zijn persoonlijke verantwoordelijkheid.

Vanzelfsprekend moet hij aan de voorschriften van de wet voldoen. De wet is op dit vlak formeel en voorziet enkel in de overlegging van een eensluidend afschrift van de akte van geboorte, een vervangend vonnis, een akte van bekendheid of een beëdigde verklaring. De ambtenaar mag hiervan niet afwijken, ook niet onder voorwendsel van bevelen van hogerhand. Hij is enkel verplicht de arresten en de vonnissen van de hoven en de rechtbanken na te leven. Alleen zij kunnen hem expliciete bevelen geven.

Samengevat: de ambtenaar van de burgerlijke stand moet het afschrift van de akte van overschrijving van het beschikkende gedeelte van een homologatievonnis van een akte van adoptie weigeren.

In verband met het wetgevende initiatief van senator de Bethune waardoor een adoptieakte de waarde van een geboorteakte zou krijgen met het oog op een huwelijksaangifte, moet worden benadrukt dat de huidige formulering van artikel 64 van het Burgerlijk Wetboek momenteel geen afwijking toestaat. Ook dat artikel zou dus moeten worden gewijzigd. Een eventuele aanpassing van artikel 64 van het Burgerlijk Wetboek om voor de aangifte van een huwelijk van uit het buitenland geadopteerde kinderen de mogelijkheid te scheppen een authentiek afschrift van de akte van geboorte te vervangen door een vervangend document dat verband houdt met de adoptie, moet met de nodige omzichtigheid worden benaderd.

Principieel kan een adoptieakte of een homologatievonnis niet als een geboorteakte worden aangezien. Een voor de staat van de persoon relevant feit of relevante handeling kan in beginsel enkel door een akte van de burgerlijke stand worden bewezen wanneer de wet in verband met dit feit of die handeling de opstelling van een akte voorschrijft. Een geboorteakte wordt opgesteld om op authentieke manier het feit van de geboorte, de geboorteplaats, de geboortedatum en het geboorteuur, het geslacht, de identiteit en de afstamming van de persoon vast te stellen. Die akte vormt de basisakte van de persoon en is het uitgangspunt voor alle volgende akten en handelingen van die persoon. Het homologatievonnis van een adoptie bestaat essentieel uit een gerechtelijke controle van de adoptie en niet uit een controle van de gegevens met betrekking tot de geboorte en de afstamming.

Daarenboven moet worden nagegaan welke documenten in verband met de adoptie in dergelijke gevallen in aanmerking zouden kunnen komen ter vervanging van het voor eensluidend verklaard afschrift van de geboorte. Tegelijkertijd moet de vraag worden beantwoord of alle adopties in aanmerking kunnen komen. In de meeste gevallen bestaat er wel degelijk een geboorteakte.

Hoe dan ook, de huidige wetgeving voorziet reeds in een aantal bijkomende oplossingen via artikel 72bis van het Burgerlijk Wetboek, namelijk de procedure van de beëdigde verklaring, en artikel 70 van het Burgerlijk Wetboek, namelijk het vervangende vonnis dat geldt als de akte van geboorte. Volgens inlichtingen van de gerechtelijke overheden te Brussel stoot het bekomen van een dergelijk vonnis zelden op onoverkomelijke moeilijkheden en kan de beslissing vrijwel altijd worden genomen op basis van de vreemde documenten die reeds werden voorgelegd of die moeten worden verzameld in het raam van de homologatie van de adoptie.

Tot slot is er nog de mogelijkheid om de vreemde akte van de geboorte van een kind dat Belg is geworden door adoptie, te laten overschrijven in de Belgische registers van de Burgerlijke Stand teneinde de latere afgifte van afschriften en uittreksel ervan te vergemakkelijken en ze eventueel te kunnen kantmelden indien door latere gebeurtenissen een bijwerking vereist is.

Door de wet is er dus in een soort van vangnet voorzien voor de personen die geen akte van geboorte hebben of die in de onmogelijkheid verkeren om een eensluidend verklaard afschrift ervan over te leggen. Op die manier wordt het in artikel 12 EVRM opgenomen recht om te huwen, zij het onrechtstreeks, gewaarborgd.

 

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik dank de minister voor zijn genuanceerd en gedocumenteerd antwoord. Miljoenen kinderen in de wereld worden geboren zonder dat er een geboorteakte wordt opgesteld. Het is één van de actiepunten van Plan international om daaraan te verhelpen.

Persoonlijk ben ik van mening dat er, ondanks het vangnet dat door de minister wordt beschreven, vele argumenten zijn, die door de minister zelf worden aangereikt, om de wet op een genuanceerde wijze te amenderen en de voorwaarden van de adoptieakte te wijzigen, zodat zij gelijkgesteld kan worden met de geboorteakte.

Via de media heb ik vernomen dat er wordt gewerkt aan de vereenvoudiging van de formaliteiten voor Belgen die willen huwen, zodat ze niet langer verplicht zijn om zelf alle documenten bij de verschillende diensten op te vragen, maar dat de gemeente daarvoor zelf zal instaan. Dank zij de inspanningen van mevrouw Onkelinx en de heer Van Quickenborne zal die vereenvoudiging op het einde van dit jaar van kracht worden.

In dezelfde geest hoop ik dat de administratieve drempels voor adoptiekinderen zullen worden weggewerkt. Ik hou dus een warm pleidooi voor een legistieke aanpak. Ik ben bereid mijn eigen voorstel te amenderen op grond van de interessante informatie die de minister mij vandaag heeft bezorgd.

De heer Christian Dupont, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen. - Adoptie houdt een lange en moeilijke procedure in. Ouders kunnen zich in een bijzonder moeilijke situatie bevinden en wij moeten er dan ook alles aan doen om de procedure te vergemakkelijken zonder evenwel de rechtszekerheid in het gedrang te brengen.

 

 

HOOFDSTUK 5 :                       

KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS

 

4/07/2006: Moeilijkheden bij de toepassing van de adoptiehervorming

 

01 Vraag van de heer Melchior Wathelet aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over “moeilijkheden bij de toepassing van de adoptiehervorming” (nr. 12218)  COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE

01.01       Melchior Wathelet (cdH): Naar verluidt zouden de adoptiedossiers in de verschillende gerechtelijke arrondissementen niet op dezelfde manier worden behandeld. De wachttijd voor de beslissing tot uitvoering van een maatschappelijke enquête kan erg uiteenlopen. Zou het niet beter zijn die termijn vast te leggen in het Burgerlijk Wetboek? Zal u de griffies van de rechtbanken onderrichtingen bezorgen opdat de wet zo eenvormig mogelijk zou worden toegepast?  Volgens de rechtbanken van de verschillende gerechtelijke arrondissementen moet maandelijks een minimumaantal dossiers worden behandeld.  Klopt dat? Worden bepaalde quota opgelegd?  Het gebeurt dat de maatschappelijk werker van de centrale autoriteit van de Franse Gemeenschap de maatschappelijke enquête begint zonder dat hij daartoe door de rechtbank gemachtigd werd. Zijn dergelijke praktijken niet onwettelijk?

01.02       Minister Laurette Onkelinx (Frans): Wat uw vraag betreffende de in de verschillende gerechtelijke arrondissementen toegepaste termijnen betreft, zullen de problemen en de mogelijke oplossingen na het gerechtelijk verlof worden onderzocht tijdens een vergadering gewijd aan de toepassing van de wet tot hervorming van de adoptie. Daarnaast zal de in artikel 12 van het samenwerkingsakkoord bedoelde Commissie voor overleg en opvolging dit najaar van start gaan.  Ik heb geen weet van quota inzake te behandelen dossiers. Ook dat punt zal tijdens de aangekondigde vergadering aan bod komen.  Ik wijs erop dat de bevoegde minister voor de centrale autoriteit van de Franse Gemeenschap mevrouw Fonck is.

Ik zal haar daarover aan de tand voelen, ook al heb ik geen bevestiging gekregen van de door u aangehaalde praktijk.

01.03   Melchior Wathelet (cdH): Het is goed dat er een eenvormige aanpak is met betrekking tot de termijnen en de beslissingen op het stuk van de maatschappelijke onderzoeken. En als er quota bestaan, is dat geen correcte praktijk.  Wat het laatste punt betreft, valt het onderdeel “Franse Gemeenschap” weliswaar onder de bevoegdheid van mevrouw Fonck, maar de minister van Justitie is bevoegd voor de machtigingen die door de jeugdrechtbank worden toegekend. Het verheugt mij dat de desbetreffende praktijk, die in strijd zou zijn met de wet, niet lijkt te worden toegepast.

 

7/02/2006 :

BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS : Commissie voor de justitie 7/02/2006

Vraag van de heer Melchior Wathelet aan de vice eerste minister en minister van Justitie over “ "de adoptieprocedures die werden afgesproken met India, de Filippijnen en Thailand" (nr. 10148)

TEKST: bl. 6/7 :  http://www.lachambre.be/doc/CCRA/pdf/51/ac847.pdf

 

Uttreksel: …

 

Melchior Wathelet  De adoptiefouders zijn alle verplichtingen in het kader van de oude procedure nagekomen. Het onderzoek was afgerond. Ze hebben het kind mee naar België gebracht, maar ondertussen was de nieuwe wet goedgekeurd.

Minister Laurette Onkelinx : Wellicht moeten enkele concrete gevallen worden herzien teneinde er de gepaste oplossing voor te vinden. U gelijk wanneer u stelt dat het vaak om dramatische toestanden gaat, waar terdege rekening mee moet worden gehouden..

10/1/2005

BELGISCHE KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS : Commissie voor de justitie 10/1/2006

Vraag van de heer Melchior Wathelet aan de viceeerste minister en minister van Justitie over “de moeilijkheden om de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie toe te passen” (nr. 9427)

Melchior Wathelet (cdH): De tenuitvoerlegging van de wet van 23 april 2005 doet blijkbaar problemen rijzen voor personen die stappen hebben ondernomen in landen waar adoptie wordt erkend maar waar het adoptieproces niet volledig kan worden afgerond. De betrokkenen moeten immers een procedure naar Belgisch recht heropstarten, alsof het om de adoptie van een Belgisch kind zou gaan.

Wat bepaalt de wet in dit concrete geval? Welke oplossingen zou u kunnen aandragen? Welke procedure moeten die kandidaat-adoptieouders precies volgen?

Minister Laurette Onkelinx (Frans): Het Gerechtelijk Wetboek stelt inderdaad dat in afwezigheid van een specifieke regel voor internationale adoptie de algemene regels van de binnenlandse adoptie van toepassing zijn.  Indien de procedure in het buitenland wordt afgerond, moet de buitenlandse beslissing door de federale centrale autoriteit worden erkend. Indien de procedure daarentegen in België wordt beëindigd, moet de procedure voor de binnenlandse adoptie worden gevolgd.  Volgens mij vertoont de wetgeving dus geen leemtes.  ben niet op de hoogte van praktische problemen.  De federale centrale autoriteit heeft twee dossiers verband met de adoptie van Indiase kinderen ontvangen waarvoor ze niet bevoegd is. In dat geval moet de procedure door het Belgisch gerecht worden beslecht. De adoptanten werden hiervan op de hoogte gebracht.

Wat de dossiers uit Thailand en de Filippijnen betreft, werd er op dinsdag 20 december met Buitenlandse Zaken, de dienst Vreemdelingenzaken en de centrale autoriteiten van de Gemeenschappen overleg gepleegd om de bevoegdheid van de federale centrale autoriteit nauwkeurig af te bakenen. Daarbij diende onder andere de juridische waarde te worden vastgesteld van de registratie van het voornemen tot adoptie bij de buitenlandse ambassade in België, wat nodig is om te kunnen uitmaken of het al dan niet om een internationale adoptie gaat.

Dit probleem is nog niet onderzocht, omdat de Federale Centrale Autoriteit nog maar een dossier uit de Filippijnen heeft ontvangen. Het had betrekking op een binnenlandse adoptie door twee personen die op de Filippijnen woonden en nadien naar België zijn gekomen.

De Federale Centrale Autoriteit heeft onlangs ook twee dossiers uit Thailand ontvangen.

Melchior Wathelet (cdH): Deze mechanismen zijn niet eenvoudig te begrijpen. In India is de wet op de “binnenlandse adopties” van toepassing geworden. Mensen die reeds een groot deel van de adoptieprocedure doorlopen hebben, moeten een nieuwe procedure van bij het begin volgen, enkel en alleen omdat de nieuwe wet van toepassing is geworden.

 

Minister Laurette Onkelinx (Frans): Behalve indien zij vallen onder de uitzonderingen in de overgangsbepalingen.

 

Melchior Wathelet (cdH): Dat is niet het geval, want niet-afgehandelde adopties in het buitenland vallen niet onder de uitzonderingen in de overgangsbepalingen. Ik zal de informatie die u heeft gegeven, onderzoeken en hier later eventueel op terugkomen.

 

21/11/2005

Vraag nr. 805 van mevrouw Magda De Meyer van 30 september 2005 (N.) aan de vice-eerste minister en minister van Justitie :

Interlandelijke adoptie. — Dure procedures.

Sinds de hervorming van de adoptiewetgeving rond interlandelijke adoptie, is de procedure voor de kandidaat-ouders tot driemaal duurder geworden. Kandidaat-adoptiehouders die de meest aangewezen weg volgen, zijn dikwijls slechter af dan de ouders die hun kind rechtstreeks gaan halen in het buitenland. Naast de procedure bij de jeugdrechtbank, die een heleboel advocaten- en gerechtskosten met zich brengt, worden de ouders ook verplicht geruime tijd in het buitenland te verblijven omwille van het systeem van de verzending van documenten via diplomatieke koffer. Het verblijf in het land van adoptie loopt daardoor al snel op tot twee weken.

1.  Het kan toch niet dat enkel bemiddelde mensen in de toekomst nog in staat zullen zijn kinderen uit het buitenland te adopteren ?

2.  Daarnaast bevorderen de dure procedures ook de illegale adoptiepraktijken waardoor ook de bescherming van het kind in het gedrang komt.

Wat overweegt u te doen vanuit uw bevoegdheid om het elitaire karakter van adopteren tegen te gaan ?

Antwoord van de vice-eerste minister en minister van Justitie van 23 november 2005, op de vraag nr. 805 van mevrouw Magda De Meyer van 30 september 2005 (N.):

Sinds de inwerkingtreding van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie worden buitenlandse beslissingen inzake adoptie erkend door de in de Federale Overheidsdienst Justitie opgerichte federale centrale autoriteit voor internationale adoptie.  Op grond van deze erkenning wordt aan de geadopteerde ambtshalve een paspoort of visum afgegeven via de Belgische diplomatieke of consulaire post in de staat waar het kind verblijft.

In de wet is bepaald dat de federale centrale autoriteit werkt met voor eensluidend verklaarde afschriften van documenten.

In de praktijk zijn ouders vaak verplicht naar het land zelf te gaan, te wachten tot het adoptievonnis wordt gewezen en het kind op te halen.  Aangezien de verzending van voor eensluidend verklaarde documenten via de diplomatieke tas enige tijd in beslag neemt, is voorzien in een procedure om te voorkomen dat ouders te lang in het buitenland moeten blijven in afwachting van een beslissing van de federale centrale autoriteit.

Zo maakt deze autoriteit gebruik van de fax van de diplomatieke of consulaire post en geeft zij in voorkomend geval een voorlopige erkenning af op grond waarvan de post aan het kind een visum D (kort verblijf) kan afgeven. De adoptanten leggen bij hun terugkeer naar Belgie¨ de originele stukken of de voor eensluidend verklaarde afschriften over en ontvangen de definitieve erkenning.

Bovendien is, in overleg met de gemeenschappen, tussen de erkende instellingen en de federale centrale autoriteit een planning afgesproken om de afgifte van erkenningen in alle gevallen waarin reizen worden georganiseerd in het kader van begeleide adoptieprocedures zo te laten verlopen dat adoptieouders zo snel mogelijk naar Belgie¨ kunnen terugkeren.  Aangezien alle dossiers in orde waren, kon de planning tot op heden worden nagekomen en moest geen enkel gezin langer in het buitenland blijven als gevolg van de nieuwe procedure.

De vrije adoptiedossiers kunnen niet steeds even snel worden behandeld omdat de overgelegde stukken meer controles vereisen.

Deze dossiers werden vroeger behandeld door de FOD Buitenlandse Zaken of de Dienst Vreemdelingenzaken, die dezelfde controles uitvoerden binnen termijnen die niet korter waren.

Ten slotte wens ik ook erop wijzen dat door de nieuwe wetgeving de gerechtelijke procedures soepeler worden. Het opstellen van de akte van adoptie door de vrederechter of notaris en de homologatie ervan door de rechtbank zijn afgeschaft en vervangen door een enkele procedure voor de jeugdrechter.  De instelling van een adoptieprocedure in Belgie zoals vroeger vaak gebeurde, is overigens overbodig geworden als gevolg van de procedure tot erkenning en registratie van buitenlandse beslissingen inzake adoptie.

Ten slotte is de eis een geschiktheidsvonnis te verkrijgen om te kunnen adopteren een verplichting die voortvloeit uit de bekrachtiging door Belgie¨ van het Verdrag van ’s-Gravenhage van 29 mei 1993 inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie en vormt zij een essentie¨le waarborg opdat interlandelijke adopties plaatsvinden in het hoogste belang van het kind.

Ik deel bijgevolg niet het standpunt van mevrouw De Meyer met betrekking tot het elitaire karakter van de begeleide adoptie. De duur van het verblijf ter plaatse is niet langer geworden en de gerechtelijke procedures zijn versoepeld.

 

21/06/2005

Vraag van de heer Bert Schoofs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over "de gebrekkige overgangsmaatregelen in de nieuwe adoptiewet" (nr. 7526)

Bert Schoofs : De nieuwe adoptiewet voorziet in overgangsmaatregelen voor de zogenaamde zelfstandige adoptanten. Dit is echter niet het geval voor de zogenaamde vrije adoptanten, hetgeen kan leiden tot een ernstige blokkering van een aantal adoptiedossiers. Is de minister bereid om ook aan de noden van de vrije adoptanten tegemoet te komen?
Minister Laurette Onkelinx : Het probleem valt niet te ontkennen en er is dringend een oplossing nodig. In dat verband zou de wet houdende diverse bepalingen een interessante optie kunnen zijn.
Bert Schoofs Ik verwacht dus dat de regering een amendement indient op de programmawet.

 

8/06/2005:

Vraag nr. 636 van mevrouw Martine Taelman van 19 april 2005 (N.) aan de vice-eerste minister en minister van Justitie : Adopties.

De streefdatum voor de inwerkingtreding van de wet van 13 maart 2003 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de adoptie betreft, en van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie is 1 september 2005.

Wat is voor elk van de jaren 2000, 2001, 2002, 2003 en 2004 het aantal toegestane adopties in Belgie¨, daarbij een onderscheid makend tussen:

a)  de verschillende regio’s (Vlaanderen, Wallonie¨ en Brussel);

b)  de binnenlandse en interlandelijke adopties;

c)  de zelfstandige adopties en de adopties via de erkende adoptiediensten ?

Wat zijn voor dezelfde jaren, wat de interlandelijke adopties betreft, de herkomstlanden van de kinderen geadopteerd door Belgen, gerangschikt volgens het aantal kinderen dat uit die landen geadopteerd worden?

 

Antwoord van de vice-eerste minister en minister van Justitie van 31 mei 2005, op de vraag nr. 636 van mevrouw Martine Taelman van 19 april 2005 (N.) :

Mijn diensten beschikken enkel over de statistische gegevens met betrekking tot de dossiers die bij de jeugdrechtbanken werden geopend. Volgens de gegevens die mij overgezonden zijn de adoptiedossiers die bij de jeugdrechtbanken in ons land werden geopend als volgt onderverdeeld :

1.         Voor het jaar 2000 : in Wallonië¨ : 391 dossiers; in Vlaanderen: 343 dossiers; in Brussel : 133 dossiers.

2.         Voor het jaar 2001 : in Wallonië¨ : 341 dossiers;in Vlaanderen: 328 dossiers; in Brussel : 138 dossiers.

3.         Voor het jaar 2002 :in Wallonië¨ : 301 nieuwe zaken en 301 behandelde dossiers; in Vlaanderen: 294 nieuwe zaken en 249 behandelde dossiers; in Brussel: 115 nieuwe zaken en 140 behandelde dossiers.

·            Voor het jaar 2003 = in Wallonië¨ : 297 nieuwe zaken en 242 behandelde dossiers. b) c) en 2 in Vlaanderen: 309 nieuwe zaken en 274 behandelde dossiers; in Brussel: 126 nieuwe zaken en 109 behandelde dossiers.

De gegevens met betrekking tot 2004 zijn nog niet beschikbaar. Voor het overige kunnen de gemeenschappen u wellicht meer inlichtingen verschaffen over de door hun diensten behandelde dossiers.

 

 

HOOFDSTUK 6 :                  

SAMENWERKINGSAKKOORD  inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie

 

A.           Ministerraad : Minister van Justitie : 22/04/2005

B.           21 APRIL 2006 (B.S. 15/06/06 ) Vlaamse Gemeenschap: Decreet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord…

C.          

D.           17 FEBRUARI 2006 ( B.S. 5/04/2006). - Decreet – Franse Gemeenschap - houdende instemming met het samenwerkingsakkoord …

E.           VERENIGDE VERGADERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST : 23 FEBRUARI 2006. - Ordonnantie houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie

 

A.

Op voorstel van mevrouw Laurette Onkelinx, Minister van Justitie, keurde de Ministerraad een voorontwerp van wet goed, houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat, de Duitstalige Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschapscommissie en het Waals Gewest inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie.

Het samenwerkingsakkoord maakt deel uit van het geheel van maatregelen die als doel hebben het adoptierecht te hervormen. Het adoptierecht is een gedeelde bevoegdheid van de federale Staat en de Gemeenschappen. Om die bevoegdheden evenwichtig uit te voeren, werd dit akkoord gesloten.

Het verduidelijkt bepaalde procedures in overeenstemming met het hoger belang van het kind en met eerbied voor de fundamentele rechten die het op basis van het internationaal recht toekomen. De oprichting van een Commissie voor overleg en opvolging waarborgt het overleg over adoptie tussen de federale Staat en de Gemeenschappen. Die zal toezien op de regelmatige uitwisseling van informatie, documentatie en uniforme statistieken. Ze zal ook de opdrachten van de verschillende centrale autoriteiten op het vlak van de internationale samenwerking coördineren.

Beginselen van het samenwerkingsakkoord
Het akkoord bepaalt dat de voorbereiding van de kandidaat-adoptanten door de bevoegde gemeenschap wordt georganiseerd. De Gemeenschappen moeten informatie aan de oorspronkelijke ouders verstrekken over hun rechten, de bijstand en de voordelen waarop zij en/of hun familie aanspraak kunnen maken.
Het is zijn ook de diensten van de bevoegde Gemeenschap die het maatschappelijk onderzoek bevolen door de jeugdrechter uitvoeren. Dat onderzoek moet aan bepaalde minimale voorwaarden beantwoorden. Ook het medisch attest dat de medische geschiktheid van de adoptant vastlegt moet aan een bepaalde vorm voldoen.
Aangezien adoptie als doel heeft een afstammingsband tussen twee personen te creëren, blijft ze een federale bevoegdheid. Daarom betaalt de federale Staat het maatschappelijk onderzoek naar de geschiktheid van de kandidaat-adoptant. Ze bepaalt op grond van het aantal dossiers het loon van een bepaald aantal maatschappelijke assistenten van de Gemeenschappen.
Ten slotte legt het samenwerkingsakkoord ook de regels aangaande de verzending en bewaring van bepaalde documenten vast.

B.

21 APRIL 2006 (B.S. 15/06/06 ) Vlaamse Gemeenschap: Decreet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 12 december 2005 tussen de federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie. 

 

Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Art. 2. Het Samenwerkingsakkoord van 12 december 2005 tussen de federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie zal volkomen gevolg hebben.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 21 april 2006.

C.

 

D.

17 FEBRUARI 2006 ( B.S. 5/04/2006). - Decreet – Franse Gemeenschap - houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 12 december 2005 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie

http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2006-04-05&numac=2006200971

 

E.

VERENIGDE VERGADERING VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

23 FEBRUARI 2006 ( B.S.23/03/2006 ) . - Ordonnantie houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie

http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2006-03-23&numac=2006031102