Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!


Over spraak-, taal- en/of gehoorstoornissen ...

(logopedie & audiologie)

Verschillende onderwerpen in verband spraak-, taal- en/of gehoorstoornissen worden kort behandeld.
Het doel is gefundeerd advies te geven over logopedische / audiologische onderwerpen:
uitleg over de verschijnselen, oorzaken, adviezen voor aanpak en hulpverlening enz... .
Telkens wordt het thema kort en direct ingeleid.
Wij richten ons vooral naar volgende doelgroepen:
ouders, ouders en personen met specifieke communicatienoden, leerkrachten, hulpverleners... .

Om naar het basismenu terug te keren

onderwerpen: maak uw keuze

1. hoe de spraak- en taalontwikkeling van mijn kind bevorderen? specifiek voor ouders

2. de spraak- en taalontwikkeling van kleuters: schema componenten - praktische tips? specifiek voor kleuterleid(st)ers

 

 

 


Rene.Stes@village.uunet.be


 

 

 


1. hoe de spraak- en taalontwikkeling van
mijn kind, bevorderen?

specifiek voor ouders


 

Inhoud ...

  • het 'algemeen kader'
  • voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 0 tot 2 jaar
  • voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 2 tot 4 jaar
  • voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 4 tot 6 jaar
  • bronnen
  • terug naar keuze 'onderwerpen'

    algemeen kader ...

    De snelheid waarmee kinderen ontwikkelen (in grove en fijne bewegingen, handelen, vaardigheden, gevoelens, begrijpen, redeneren ...) verschilt, en ook de snelheid van de spraak- en taalontwikkeling bij kinderen kan aanzienlijk verschillen. Bijgevolg moet U de ontwikkeling van spraak en taal steeds inschatten en beoordelen volgens de algemene ontwikkeling van een kind. Hou dus rekening met de mogelijkheden van uw kind.

    Een logopedist kan de ontwikkeling van spraak, taal en gehoor beoordelen en uitmaken of de ontwikkeling normaal verloopt en of er bijzondere hulp nodig is. Bij enige twijfel raden wij U aan om een logopedist om raad te vragen.

    De spraak- en taalontwikkeling kan door de personen uit de omgeving (door de ouders, de opvoeders, hulpverleners ...) sterk gestimuleerd worden. De omgeving kan immers veel 'leerervaringen' aanbieden en op deze manier een belangrijke invloed uitoefenen. De omgevingstaal - de taal die een kind aangeboden krijgt - heeft een belangrijke invloed op de ontwikkeling. Hieronder volgen een aantal suggesties voor waardevolle activiteiten, geordend volgens de 'taalleeftijden' van kinderen. Lees ze zorgvuldig en bespreek ze - indien nodig - met uw logopedist. Het zijn activiteiten die wij beproefden gedurende vele jaren bij de hulpverlening aan een aantal kinderen met vertraging in de spraak- en taalontwikkeling.

    Lees hieronder eerst aandachtig
    het kader waarin deze activiteiten best gebeuren en bespreek ook deze punten eventueel met uw logopedist. Geef telkenséén van deze punten aandacht; wissel dan in aandacht volgens een rolbeurt ... U zal dan merken dat stilaan een specifiek kader ontstaat.


    1. betrek uw kind ...
    2. gebruik een communicatieve benadering ...
    3. laat aanvoelen dat U wil begrijpen ...
    4. hanteer een vangmethode ...
    5. beloon voor het gebruik van spraak en taal ...
    6. eerst begrijpen ... dan gebruiken

     

    1. Betrek uw kind ...

    Bedenk steeds dat kinderen - en ook wij - informatie verwerven door te ervaren en te handelen. Laat daarom uw kind dingen ervaren en meedoen (handelen). Uw kind leert dan waartoe voorwerpen zullen dienen, hoe de relaties zijn tussen voorwerpen en personen enz... . Betrek uw kind zoveel mogelijk en laat het zoveel mogelijk ervaren. Begin niet vanuit plaatjes, boekjes ... maar laat het steeds iets in de werkelijkheid beleven, ondervinden ... en daarna deze ervaringen weergeven (door te tekenen, uit te beelden, en later in taal weer te geven ...). Zo ontwikkelt uw kind eerst een inhoud om over te vertellen (een 'wereldbeeld'). Laat uw kind actief deelnemen, niet passief te imiteren.

    terug naar keuze 'algemeen kader'

    2. Gebruik een communicatieve benadering ...

    Laat uw kind niet (veel) voelen dat het 'taal moet leren...!'. Gebruik daarentegen een spontane, communicatieve benadering. Dat wil zeggen: leg het accent op het omgaan met uw kind, op pret beleven met elkaar, op elkaar begrijpen en informeren ... . Wissel ideeën uit, gevoelens, informeer elkaar ... en dat hoeft niet steeds met woorden te gebeuren. Gebruik dus alle communicatiemiddelen, dus ook gelaatsuitdrukkingen, oogcontact, gebaren, stemgeluid ... . Gebruik taal - woorden, zinnen - zoveel mogelijk om te verwijzen naar de inhoud. Taal dient voor de communicatie en mag dus geen doel op zich vormen. Leg zoveel mogelijk het accent op wederzijdsheid, op een wezerzijds gesprek: de volwassene bepaalt niet alles alleen. Gerichtheid op de andere en de nieuwswaarde ... moeten aan bod komen.

    terug naar keuze 'algemeen kader'

    3. Laten aanvoelen dat U wil begrijpen ...

    Interpreteer gebaren, gelaatsuitdrukkingen, geluiden, woorden, zinnen ... die uw kind uitbrengt steeds als een zinvolle bijdrage! Zorg dus steeds dat je laat aanvoelen dat je het kind wil begrijpen.

    terug naar keuze 'algemeen kader'

    4. Hanteer een vangmethode ...

    Corrigeer een kind niet onmiddellijk en rechtstreeks voor een foutieve uitspraak, een foutieve woordkeuze of zinsvorming ... . Nadrukkelijk corrigeren is onnatuurlijk, remt de communicatie van uw kind, is sterk negatief bestraffend, veroorzaakt spanning ... . Uw kind zal de aandacht moeten afleiden van de inhoud van wat het wil uiten en dus remt direct corrigeren; het kwetst (vroeg of laat). Uw kind zal daardoor minder gaan spreken, minder spontaan vertellen, minder vertrouwen krijgen... en dat wil U juist niet bereiken! Luister niet nadrukkelijk en zeker niet alleen naar het 'hoe' van de spraak en taal. Gebruik een indirecte methode (benadering, weg die U zal volgen):

    1. een vangmethode... : vang steeds op wat uw kind uit, zegt, bedoelt ... en laat blijken dat U het kind begrijpt, wil begrijpen ...,
    2. een methode van verwoorden, terugkaatsen van de bal...: probeer de gebrabbel, de geluiden, de woorden, de korte zinnetjes in volwassentaal te verwoorden. Het is ook zinvol om zichzelf te herhalen. Doe dat niet steeds woordelijk, maar behoudt de kern.
    3. vereenvoudigen zodat een kind de kans krijgt om te begrijpen wat een volwassene zegt,
    4. steek een correctie in de eigen uiting tijdens het terugkaatsen': laat uw kind aanvoelen dat U begrijpt, maar geef tevens een terugkoppeling. Zoek zoveel mogelijk goedkeurende bemerkingen.

    terug naar keuze 'algemeen kader'

    5. Belonen voor het gebruik van spraak en taal ...

    En wellicht is het nu ook duidelijk dat U niet te veel de 'wat is dat?'- methode mag volgen om de ontwikkeling van taal te stimuleren. Bij twijfel, onzekerheid worden er - goedbedoeld - te veel vragen gesteld waarop de volwassene natuurlijk al het antwoord weet. In dat geval moet een kind alleen invullen ... en dat is weinig belonend. De waarde - de belonende waarde, van de communicatie - is in dat geval "zero"! Als U dat veel doet dan zal uw kind daar stilaan niet meer op gaan reageren, en/of geïrriteerd worden. Spreken moet prettig zijn, moet zinvol zijn, moet prettig zijn, moet beloond worden ... . Doe dat door te luisteren, door aandacht te geven, door te glimlachen en op op vele andere manieren... .

    terug naar keuze 'algemeen kader'

    6. Eerst begrijpen ... daarna uiten ...

    Het begrijpen van taal gaat (steeds) het gebruik vooraf. Werk dus niet (nooit) omgekeerd (eerst uiten). Uw kinderen zal eerst woorden begrijpen vooraleer ze actief te gebruiken; eerst zinnen begrijpen, relaties begrijpen, verhalen begrijpen ... en daarna zelf gebruiken. Als een kind niet (niet veel) spreekt, wil dat niet zeggen dat er niets geleerd wordt! Stimuleer uw kind dus niet om eerst te spreken, en daarna te leren begrijpen. Werk omgekeerd.

    terug naar keuze 'algemeen kader'


    Vooral als ouders zich bezorgd maken over de spraak- en taalverwerving van hun kind kunnen een aantal foutieve benaderingen ontstaan, meestal uit goede bedoelingen. Lees in dat geval de bovenstaande punten zeer zorgvuldig en ... vraag raad aan uw logopedist.

    terug naar keuze 'inhoud'

    terug naar keuze 'onderwerpen'

    voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 0 tot 2 jaar ...

     

    De communicatie bij baby's gebeurt eerst via wenen en stemgeluiden. Zeer snel zullen vele ouders in het stemgeluid speciale behoeftes van hun kind herkennen - honger, pijn, comfort ... - en gevoelens - geluk, pijn ... . Later gaan baby's klinker- en medeklinkerachtige geluiden gebruiken, zoals "ma", "da", "ba" ... . Dit babbelen is enerzijds voor eigen voldoening, maar anderzijdsn vooral om relaties te leggen. U kan de ontwikkeling van de communicatie onder meer bevorderen door ...


    1. het babbelen aan te moedigen ...
    2. het begrijpen aan te moedigen ...
    3. het gebruik van éénwoorduitingen aan te moedigen ...
    4. vertellen, voorlezen ...
    5. beloon voor het gebruik van spraak en taal ...
    6. eerst begrijpen ... dan gebruiken

     

     

     

    1. Babbelen aanmoedigen ...

    Moedig het gebruik van klankcombinaties - "ma", "ba", "da" ... - aan. Beloon deze pogingen door:

    • oogcontact te nemen,
    • te spreken,
    • de uitingen na te doen, bijvoorbeeld met een verschillend patroon en met een verschillende beklemtoning ... . Reageer bijvoorbeeld door de stemtoonhoogte te laten stijgen om een vraag aan te duiden.

    Imiteer gelaatsuitdrukkingen, lachen ... .

    Stimuleer uw baby om uw activiteit na te doen ...

    • tijdens 'handjes klappen'
    • 'kusjes gooien'
    • vingerspelletjes
    • kiekeboe

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 0 tot 2 jaar'

     

    2. Moedig het begrijpen aan ...

    Eerst zullen kinderen een aantal woorden globaal begrijpen vooraleer ze te proceren. Receptieve taal gaat expressieve taal vooraf. Om het begrijpen te stimuleren, moet U zoveel mogelijk spreken ...

    • tijdens de voeding, het baden, kleden van de baby,
    • tijdens uw activiteiten (vertel wat U van plan bent te doen, wat en wie U zal zien) ...
    • tijens het herkennen van kleuren, voorwerpe tellen... .

    Gebruik gebaren om woorden te doen verstaan.

    Diergeluiden nabootsen... .

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 0 tot 2 jaar'

     

     

    3. Het aantal éénwoorduitingen uitbreiden...

    Rond het eerste levensjaar verschijnen de eerste woordjes. Meestal heeft één woord meerdere betekenissen: "koek" kan bijvoorbeeld betekenen "ik wil graag een koek", "dat is een koek", "waar is mijn koek?". Vang de uiting van uw kind op, doorzie daarbij wat uw kind bedoelt te zeggen (U kent uw kind zo goed dat dit gemakkelijk zal gaan) en probeer deze éénwoorduiting opnieuw aan te bieden - een beetje langer en een beetje gecorrigeerd: "koek? waar is de koek?"

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 0 tot 2 jaar'

     

     

     

    4. Vertellen, voorlezen ...

    Vertellen, voorlezen kan U gebruiken om nieuwe ideeën en woorden te vormen.

    • 'lezen' betekent bij zeer jonge kineren plaatjes beschrijven,
    • vertel uit eenvoudige boekjes (met grote kleurrijke en niet te gedetailleerde plaatjes),
    • stimuleer het kind om samen plaatjes aan te wijzen en te benoemen... .

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 0 tot 2 jaar'

     

    terug naar keuze 'inhoud'

    terug naar keuze 'onderwerpen'

    voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 2 tot 4 jaar ...

     

    2-jarigen gebruiken één- en tweewoordzinnetjes en korte combinaties zoals "papa weg" "pop slaap" ... . U kan de ontwikkeling van de communicatie onder meer bevorderen door ...


     

     

    1. Eenvoudig, duidelijk model geven ...

    Spreek duidelijk en op een eenvoudige manier. Geef model door te herhalen wat uw kind zegt en maak op deze manier duidelijk dat U uw kind verstaat.

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 2 tot 4 jaar'

     

    2. Opbouwen en uitbreiden ...

    Vang de uiting van uw kind op - zoals boven aangegeven - en bouw verder op wat het zegt en probeer tevens de uiting een beetje langer te maken, zoals bijvoorbeeld "Je wil fruitsap?" "Ik heb hier nog een beetje fruitsap". "Het is appelsap". "Zou je graag een beetje appelsap hebben?". Spreek duidelijk en met goede intonatie en ritme.

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 2 tot 4 jaar'

     

     

    3. Beperk het gebruik van babytaal ...

    Babytaal of babytaalwoorden worden in beperkte mate gebruikt bij jonge kinderen. Het gaat dikwijls om vereenvoudingingen en verdubbelingen zoals 'tiktak' voor 'klok', 'woefwoef' voor 'hond', 'stap-stap doen' voor 'lopen' enz.. . Het is volkomen normaal om babytaal in beperkte mate te gebruiken. Doe dat alleen als het nodig is voor de boodschap en gebruik daarna een juiste uitspraak, zoals bijvoorbeeld ... "Wil je een bammeke? mmm ... zo'n een lekkere boterham?"

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 2 tot 4 jaar'

     

     

     

    4. Vertellen, voorlezen uit tijdschriften ...

    Vertel - al bladerend - uit kleurrijke tijdschriften en catalogussen ...

    • maak samen een vertelboek door plaatjes uit te knippen en te kleven ...
    • groepeer de plaatjes in categorieën, zoals bijvoorbeeld
      1. dingen om te eten,
      2. desserts,
      3. fruit,
      4. speelgoed,
      5. rijtuigen ... ,
    • maak gekke situaties om te vertellen ... door bijvoorbeeld het plaatje van een paard achter de kar te kleven en te vertellen over 'wat er mis is...',
    • plaatjes tellen in het vertelboek... .

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 2 tot 4 jaar'

     

    5. Help uw kind om vragen te verstaan en zelf te formuleren ...

    Help uw kind om vragen te verstaan en zelf te stellen.

    • Speel a-neen spelletjes ...
      • "Ben jij een jongen?"
      • "Ben jij Sofie?"
      • "Kan de hond vliegen?"
    • Moedig uw kind aan om vragen te stellen.
    • Stel vragen die om een keuze vragen ...
      • "Wil jij een appel of een banaan?"
      • "Wil je de rode of blauwe trui?"

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 2 tot 4 jaar'

     

    6. Woordenschat uitbreiden ...

    Probeer de woordenschat uit te breiden ...

    • lichaamsdelen benoemen ...
    • wat doe je met dit lichaamsdeel? ...
      • "dit is mijn neus. Ik kan bloemen ruiken, zeep, fruit ..."

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 2 tot 4 jaar'

     

    7. Liedjes en versjes gebruiken ...

    Zing eenvoudige liedjes en gebruik eenvoudige ritmische versjes. Beklemtoon het ritme en het spreekpamtroon.

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 2 tot 4 jaar'

     

    8. Over foto's vertellen ...

    Gebruik foto's van familieleden en bekende plaatsen om te vertellen wat er gebeurde en om een nieuw verhaal te vertellen.

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 2 tot 4 jaar'


    'iene miene mutte

    tien pond grutten

    tien pond kaas

    iene miene mutte is de baas'

    ____

    'Hallo meneer de giraf

    uw onderbroek zakt af

    en weet ge hoe het komt

    d'er is geen rekske rond'

    terug naar keuze 'inhoud'

    terug naar keuze 'onderwerpen'

    voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 4 tot 6 jaar ...

    Geef zoveel mogelijk aandacht tijdens het spreken met uw kind. Enkele voorbeelden ...


     

     

    1. Het gebruik van nieuwe woordjes aanmoedigen ...

    Als uw kind nieuwe woordjes probeert zal de uitspraak niet altijd volledig juist zijn. Probeer te antwoorden; moedig uw kind aan en beloon alle pogingen ... . Toon dat U het woord verstaat door zoveel mogelijk op de inhoud te reageren. Maak nadien een pauze zodat uw kind verder kan vertellen.

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 4 tot 6 jaar'

     

    2. Woordenschat uitbreiden ...

    Breng een nieuw woord aan en probeer het te omschrijven. Gebruik het nieuwe woord in situaties zodat het gemakkelijk is om de betekenis te begrijpen. Probeer dit te doen met extra beklemtoning.

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 4 tot 6 jaar'

     

     

    3. Spreek over ruimtelijke begrippen ... en tegenstellingen ...

    • in het begin, in het midden, op het einde...
    • rechts, links,
    • op en af,
    • boven, beneden ...

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 4 tot 6 jaar'

     

     

     

    4. Omschrijvingen ...

    Geef omschrijvingen en laat uw kind raden waarover het gaat ...

    • "Het is koud, zoet, en een lekker dessert... "
    • "Vier poten, groot, een lange hals, kleine oortjes ..."

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 4 tot 6 jaar'

     

    5. Categorieën vormen en uitleggen..

    • "Een schoen hoort niet bij een appel en een banaan ... omdat je een schoen niet kan eten..."

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 4 tot 6 jaar'

     

    6. Twee- tot drievoudige opdrachten ...

    • "Ga naar uw kamer, en breng me uw boek ..."
    • Moedig uw kind aan om opdrachten te geven en volg ze op (bijvoorbeeld hoe je met blokken een huis kan bouwen ...)

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 4 tot 6 jaar'

     

    7. Rollenspel ...

    "Huisje", "winkel": wissel van rol.

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 4 tot 6 jaar'

     

    8. Vertellen over T.V ....

    • Vertellen over programma.
    • Laten raden wat er zal gebeuren.
    • Vertellen over karakters.
    • Speel een verhaal - maak het einde telkens anders.

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 4 tot 6 jaar'

     

    9. Tijdens de dagelijkse activiteiten ...

    • Gebruiksvoorwerpen benoemen.
    • Spreken over het menu, kleur, smaak ... .
    • Het gebruik van voorzetsels aanmoedigen: onder de lepel, naast het bord, op de tafel ...
    • Winkelen: bespreek wat U zal komen, hoeveel, waarom ... . Spreek over vorm, gewicht ... .

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 4 tot 6 jaar'

     

    10. Voorlezen, vertellen ...

    • Samen met uw kind boeken kiezen die uw kind interesseren.
    • Voorlezen, napraten over het boek.
    • Halweg een verhaal stoppen en samen praten over wat er kan gebeuren.
    • Eigen verhaal opbouwen aan de hand van prenten, foto's ... .

    terug naar 'voorbeelden voor kinderen van de leeftijd 4 tot 6 jaar'


    terug naar keuze 'inhoud'

    terug naar keuze 'onderwerpen'

    bronnen - aanvullende literatuur ...

    Algemeen:

    ASHA (1998). Activities to Encourage Speech and Language Development. Asha: Let's Talk ... for people with special communication needs. Asha - The magazine of the American Speech-Languag-Hearing association. Vol. 40, 2.

    Logopedisten/hulpverleners:

    SCHAERLAEKENS, A.M. & S. GILLIS (1987). De taalverwerving van het kind. Groningen: Wolters-Noordhoff.

    McLAUGHLIN, Sc. (1998). Introduction to language development. San Diego-London: Singular Publishing Group, Inc.

     

     

    terug naar keuze 'inhoud'

    terug naar keuze 'onderwerpen'


     

     

     

     

     

     


    2. de spraak- en taalontwikkeling van kleuters:

    schema componenten - praktische tips?

    specifiek voor kleuterleid(st)ers


    Inhoud ...

    onderdelen

    schema componenten

    praktische tips

    bronnen

    terug naar keuze 'onderwerpen'

    onderdelen ...

    1. Menselijke taal is wonderlijk. Kleuters verwerven dit 'wonder' spelenderwijs, verbazend snel, en ... zonder veel problemen.

    2. Zo'n 100.000 jaar geleden ontwikkelde de mensentaal, met de snelheid van een 'vreugdevuur', dat wil zeggen met een trage start (zo'n 250.000 jaar geleden), daarna met een snelle ontwikkeling (zo'n 100.000 jaar geleden), en daarna met een constante geleidelijke verbetering.

    3. Kleuters maken de ontwikkeling van taal in snel tempo door: ze beginnen relatief traag (vóór de kleuterschool) en ontwikkelen daarna zeer snel (kleuterschool). Daarna is er een constante geleidelijke verbetering. De taalontwikkeling tijdens de kleuterperiode is een 'echt wonder'!

    4. A. Taalgedrag bestaat uit verschillende onderdelen die allemaal geleerd moeten worden:

    1. waartoe taal dient (het gebruik),

    2. de woorden, en nog eens woorden (de inhoud), en

    3. de regels (de vorm).

    5. B. Bovendien moet de kleuter elk onderdeel:

    1. leren begrijpen (taalbegrip), en

    2. leren uiten (taalproduktie).

    Dus: A x B!

    6. C. Bovendien zal dit gebeuren:

    1. eerst in de mondelinge taal (gesproken taal leren begrijpen - luisteren, daarna uiten - spreken), en daarna

    2. de voorlopers van geschreven taal (leren begrijpen [lezen], en uiten [schrijven]).

    Dus: A x B x C!

    7. In de kleuterschool wordt heel veel aandacht gegeven aan de ontwikkeling van al deze onderdelen. Dit gebeurt spontaan, spelenderwijs, en zonder noemenswaardige inspanning.

     

    terug naar keuze 'inhoud'

    terug naar keuze 'onderwerpen'

    schema - componenten ...

     

    terug naar keuze 'inhoud'

    terug naar keuze 'onderwerpen'

    praktische tips ...

    taalgebruik

     

    dramatiseren

    1. rollenspel

    2. poppenspel door kleuters

    (telkens met materialen, attributen)

    3. kringgesprek

    - praatstok

    - micro

    - klaspop...

    4. praatplaten

    5. prentenboeken

    6. spelen met taal

    - ritme (eenvoudige liedjes, versjes)

    - rijmen

    terug naar praktische tips

     

    taalinhoud

     

    1. uitbreiden passieve woordenschat

    2. uitbreiden van actieve woordenschat

    - via allerlei lotto's, boekjes rond bepaalde thema's, prenten

    - allerlei spelletjes

    - wat ontbreekt er?

    - noem alle dingen op ...

    - voorlezen van verhaaltjes

    terug naar praktische tips

    taalvorm

     

    logisch rangschikken (verhaaltje)

    1. verhaaltje maken

    - onderwerp kiezen

    - onderwerp aanhouden

    - onderwerp uitbreiden

    2. zinnetjes maken bij

    - prenten

    - kwartetten

    - gezelschapsspelen

    3. verkleinwoorden leren, meervoud ...

    4. uitspraak van

    - klinkers

    - medeklinkers

    - verbindingen

    5. geschreven taal

    - voorlezen uit een boek

    - picto-lezen ...

    terug naar praktische tips

    hulpmiddelen

    materialen

     

     

    1. boeken (allerlei)

    2. poppenkast-poppen

    3. verkleedkleren & attributen

    4. telefoon

    5. cassetterecorder

    6. video

    7. computer

    8. instrumenten (ritmische ondersteuning)
    ...

    terug naar praktische tips

     

    voor het ontwikkelen
    van
    goede
    houdingen

    1. bereid zijn om naar elkaar te luisteren

    2. voor de eigen mening uitkomen

    3. zin hebben in 'leren'

     

    4. bezoek aan bibliotheek ...

    5. bezoek aan boekenbeurs ...

    terug naar praktische tips

    terug naar keuze 'inhoud'

    terug naar keuze 'onderwerpen'

     

    terug naar keuze 'inhoud'

    terug naar keuze 'onderwerpen'

    bronnen - aanvullende literatuur ...

    Algemeen:

    ASHA (1998). Activities to Encourage Speech and Language Development. Asha: Let's Talk ... for people with special communication needs. Asha - The magazine of the American Speech-Languag-Hearing association. Vol. 40, 2.

    Gesubsidieerde Vrije Kleuterschool "Het Moleke" - Banmolenweg 9 - B-2310. Rijkevorsel Taalontwikkeling bij kleuters. Info-folder 98/1

    Logopedisten-kleuterleid(st)ers:

    McLAUGHLIN, Sc. (1998). Introduction to language development. San Diego-London: Singular Publishing Group, Inc.

    VAN DE DUNGEN, L. & M. VERBOOG (1991). Kinderen met taalontwikkelingsstoornissen. Coutinho, D.: Muiderberg.

     

    terug naar keuze 'inhoud'

    terug naar keuze 'onderwerpen'