Trichotillomania is een stoornis van de impulscontrole
die leidt tot chronisch haar uittrekken.
Bij kinderen komt het in gelijke mate zowel bij jongens
als meisjes voor.
Wanneer het in de puberteit begint treft het meestal
vrouwen. Vaak lijdt het tot kale plekken op de hoofdhuid. Maar ook wenkbrauwen
en wimpers kunnen (meestal symmetrisch) uitgetrokken worden, evenals
haren gelijk waar op het lichaam.
Bij een studie bleek dat 85% van de patiënten
ontkent dat ze dit zelf gedaan hebben (het haar is vanzelf uitgevallen).
De criteria voor een diagnose zijn:
- Herhaaldelijk falen om de impuls te weerstaan het eigen haar uit
te trekken met als resultaat merkbaar haarverlies.
- Toenemend gevoel van spanning voor het uittrekken begint.
- Gevoel van opluchting wanneer het uitgetrokken wordt.
- Geen verband met een irriterende huidontsteking en andere dermatologische
aandoeningen of het gevolg van hallucinaties of wanen.
Patiënten die naar de reden van het haaruittrekken gevraagd worden,
geven aan dat het spanningen wegneemt.
Wanneer men het tracht te beletten bv. met een haarkapje
of handschoenen, klagen de getroffenen over een onhoudbare opbouw van
spanning in het lichaam die niet afneemt, tenzij via een aanval van
haar uittrekken. Dit in tegenstelling met OCD waar de spanning soms
afneemt wanneer men iemand belet zijn ritueel uit te voeren.
Daarom ligt trichotillomania ergens tussen OCD en complexe motorische
tics.
Het uittrekken komt vaak voor in aanvallen, wordt aangewakkerd door
stress of omgekeerd, verergert soms door ontspanning zoals een boek
lezen, TV kijken,.....enz.
Geassocieerde symptomen kunnen zijn: aan haarlokken draaien tot ze
loskomen, het haar tussen de tanden trekken of zelfs inslikken (trichophagia
= haar eten) met maagklachten als gevolg. Nagelbijten en krabben ziet
men soms ook. Mensen met trichotillomania hebben ook meer last van stemmingstoornissen
zoals depressie, paniekaanvallen of hyperventilatie en van anorexia.
Wanneer het in de kindertijd begint ( voor 5 jaar) is de kans groot
dat de symptomen tijdelijk zijn en voorgoed verdwijnen.
Bij volwassenen kan het chronisch worden of zich episodisch voordoen.
Bij vrouwen blijkt de pre-menstruele periode een toename van de symptomen
te veroorzaken, verbetering treedt op tijdens de menstruatie en nog
korte tijd erna.
Medicatie gecombineerd met gedragstherapie kan uitkomst brengen. De
medicatie wordt mee bepaald door de andere aandoeningen waarmee de patiënt
te kampen heeft, want bijna altijd is er co-morbiditeit met een andere
stoornis zoals bv. AD(H)D, OCD, TS, fobieën of depressie.
Bronnen: Psychotherapy and Psychosomatics 66 (1): 33-37, 1997 Clinical
Psychatry news 26(6): 24, 1998 Comings - TS and Human Behaviour.