Indien voor medicamenteuze behandeling wordt gekozen,
dient men zich af te vragen welk symptoom men wil behandelen. Voor het
onderdrukken van motorische en vocale tics zijn klassieke antipsychotica,
zoals haloperidol (Haldol) en pimozide (Orap) zeer effectief. Staat
ADHD op de voorgrond dan kan men beginnen met clonidine (Dixarit, Catapressan)
of methylfenidaat (Rilatine).
Het effect van clonidine op de ticsymptomatologie is echter
niet altijd even duidelijk en methylfenidaat kan tics zelfs doen toenemen.
Voor dwang en drang symptomen kunnen serotonine-heropname-remmers geïndiceerd
zijn, terwijl antidepressiva bij TS ook voor angst, depressie en slaapstoornissen
worden gegeven.
Niet zelden zal men op een combinatie van twee of meer
verschillende middelen uitkomen.
Het gunstige effect van klassieke antipsychotica op de
tics wordt toegeschreven aan hun sterke dopamine remmende werking.
Te sterke dopamine blokkade is echter ook verantwoordelijk
voor extrapiramidale bijwerkingen (spierstijfheid, oncontroleerbare
stereotiepe bewegingen of bewegingsonrust). Dit zijn vaak redenen om
de behandeling te staken.
Interessant, in zowel pathosfysiologisch als klinisch
opzicht, zijn daarom de zogenaamde atypische antipsychotica. Hieronder
verstaat men stoffen die een goede antipsychotische werking laten zien,
maar daarbij geen - of nagenoeg geen - extrapiramidale bijwerkingen
hebben. Er zijn verschillende groepen, met verschillend werkingsmechanismen.
Een aantal van deze stoffen is inmiddels bij TS onderzocht.
Van de selectieve D2 / D3 antagonisten wordt sulpiride
(Dogmatil) reeds langere tijd gebruikt voor het onderdrukken van tics,
tegenwoordig ook wel als middel van eerste keus.
Hieraan verwante stoffen als tiapride (Tiapridal) blijken
eveneens effectief, met weinig extrapiramidale bijwerkingen.
Van de serotonine-dopamine antagonisten is risperidone
(Risperdal) in een aantal open studies onderzocht en in een dubbelblinde
studie vergeleken met pimozide ( Orap) waarbij een gunstige werking
op de tics wordt gevonden.
Voor clozapine (Leponex), stof met een zeer breed receptorbinding
profiel, is op dit moment nog onvoldoende onderzoek gedaan naar de effectiviteit
bij TS.
Als belangrijkste bijwerkingen van de atypische antipsychotica
bij TS worden depressie, somnolentie (slaperigheid) en gewichtstoename
genoemd.
Voor alle medicatie bij Tourette geldt: start laag, doseer
traag. Dan nog blijkt vaak meer dan de helft van de patiënten binnen
een half jaar alweer met een middel gestopt te zijn, veelal vanwege
bijwerkingen. Gezien het spontane beloop van TS, doet men er echter
ook als behandelaar goed aan zowel indicatie als dosering van voorgeschreven
medicatie regelmatig ter discussie te stellen.
Ten slotte, antipsychotica blijven zware middelen, die
niet gegeven mogen worden zonder ook aandacht te besteden aan het leren
omgaan met tics en het accepteren van Tourette.