Site hosted by Angelfire.com: Build your free website today!
 
 
Behandeling met geneesmiddelen
door Dr. R. Bruggeman
 

Indien voor medicamenteuze behandeling wordt gekozen, dient men zich af te vragen welk symptoom men wil behandelen. Voor het onderdrukken van motorische en vocale tics zijn klassieke antipsychotica, zoals haloperidol (Haldol) en pimozide (Orap) zeer effectief. Staat ADHD op de voorgrond dan kan men beginnen met clonidine (Dixarit, Catapressan) of methylfenidaat (Rilatine).

Het effect van clonidine op de ticsymptomatologie is echter niet altijd even duidelijk en methylfenidaat kan tics zelfs doen toenemen. Voor dwang en drang symptomen kunnen serotonine-heropname-remmers geïndiceerd zijn, terwijl antidepressiva bij TS ook voor angst, depressie en slaapstoornissen worden gegeven.

Niet zelden zal men op een combinatie van twee of meer verschillende middelen uitkomen.

Het gunstige effect van klassieke antipsychotica op de tics wordt toegeschreven aan hun sterke dopamine remmende werking.

Te sterke dopamine blokkade is echter ook verantwoordelijk voor extrapiramidale bijwerkingen (spierstijfheid, oncontroleerbare stereotiepe bewegingen of bewegingsonrust). Dit zijn vaak redenen om de behandeling te staken.

Interessant, in zowel pathosfysiologisch als klinisch opzicht, zijn daarom de zogenaamde atypische antipsychotica. Hieronder verstaat men stoffen die een goede antipsychotische werking laten zien, maar daarbij geen - of nagenoeg geen - extrapiramidale bijwerkingen hebben. Er zijn verschillende groepen, met verschillend werkingsmechanismen. Een aantal van deze stoffen is inmiddels bij TS onderzocht.

Van de selectieve D2 / D3 antagonisten wordt sulpiride (Dogmatil) reeds langere tijd gebruikt voor het onderdrukken van tics, tegenwoordig ook wel als middel van eerste keus.

Hieraan verwante stoffen als tiapride (Tiapridal) blijken eveneens effectief, met weinig extrapiramidale bijwerkingen.

Van de serotonine-dopamine antagonisten is risperidone (Risperdal) in een aantal open studies onderzocht en in een dubbelblinde studie vergeleken met pimozide ( Orap) waarbij een gunstige werking op de tics wordt gevonden.

Voor clozapine (Leponex), stof met een zeer breed receptorbinding profiel, is op dit moment nog onvoldoende onderzoek gedaan naar de effectiviteit bij TS.

Als belangrijkste bijwerkingen van de atypische antipsychotica bij TS worden depressie, somnolentie (slaperigheid) en gewichtstoename genoemd.

Voor alle medicatie bij Tourette geldt: start laag, doseer traag. Dan nog blijkt vaak meer dan de helft van de patiënten binnen een half jaar alweer met een middel gestopt te zijn, veelal vanwege bijwerkingen. Gezien het spontane beloop van TS, doet men er echter ook als behandelaar goed aan zowel indicatie als dosering van voorgeschreven medicatie regelmatig ter discussie te stellen.

Ten slotte, antipsychotica blijven zware middelen, die niet gegeven mogen worden zonder ook aandacht te besteden aan het leren omgaan met tics en het accepteren van Tourette.

 
 
 
Laatste wijziging op 17-10-2000
Copyright © VZW Vlaamse vereniging Gilles de la Tourette