Stefaan zit momenteel in het derde lager, en is nu
8.5 jaar. Hij kan redelijk goed mee met de rest van de klas. Hij heeft
echter het volgende probleem. Als hij een tijdje een bepaalde soort
oefeningen niet meer ingeoefend heeft, kan hij er helemaal niets meer
van. Dit was bijvoorbeeld zo met zijn maaltafels, die we halverwege
de vakantie terug vanaf het begin hebben moeten aanleren.
Nu heeft hij echter hetzelfde probleem met optellen
tot 20. Ook daarmee moeten wij nu terug alles van begin af gaan inoefenen.
Zelfs de eenvoudigste oefeningen zoals 6+4 brengen problemen mee. Daarentegen
gaan de oefeningen 8+8 of 9+7 helemaal vanzelf. Stefaan is echter intelligent
genoeg en kwam de twee vorige schooljaren door zonder al te veel problemen.
Op het einde van de tweede klas haalde hij zelfs 99% op de maaltafels.
Het kan wel allemaal verbeteren met oefenen, doch zo
moet hij elke avond meer en meer oefenen, en doordat hij reeds zolang
stil moet zitten in de klas is dit voor hem elke avond weer een zeer
zware opdracht.
Daarom onze vraag: is dit ‘geheugenverlies’ tijdelijk?
Moeten we oefenen, of komt het wel vanzelf terug. (De ups and downs
van TS?)
Hij krijgt tegenwoordig Sedinal 3 X 20 druppels, Plenasol
( met o.a. St. Janskruid tegen depressie en voor de gemoedsrust) en
UDO's olie (met o.a. omega 3 en 6, wordt gebruikt voor het stimuleren
van de hersenen en de motoriek, ook ondersteunend gebruikt voor hyperactieve
kinderen).
Vriendelijke groeten, de ouders van Stefaan.
Redactie: Dag, wij hebben jullie brief aandachtig
gelezen. Jammer genoeg is dit zogenaamde 'geheugenverlies' een vaak
voorkomend nevenverschijnsel bij TS. Alhoewel deze kinderen soms een
fenomenaal geheugen hebben voor bepaalde (zelfs onbelangrijke) gebeurtenissen,
al zijn ze jaren geleden, laat ditzelfde geheugen hen in de steek voor
bepaalde deelvaardigheden in de leerstof. Een veel gehoorde klacht na
de vakantie, van leerkrachten die een kind met TS in de klas hebben,
is dan ook: 'hij/zij is blijkbaar alles vergeten.'
Een mogelijke reden zou kunnen zijn dat ze het wel
op korte termijn kunnen reproduceren, maar op een heel oppervlakkige
manier: het is niet echt doorgedrongen, misschien omdat het hen eigenlijk
niet voldoende boeit. Mits veel herhalen zal het misschien wel terug
komen, maar al dit extra werk zal de Tourette niet ten goede komen.
In de VS hanteert men de volgende oplossing: eens een stof gekend is
en men voor de toetsen geslaagd is, wordt men hier niet meer op beoordeeld,
men mag dan een geheugensteuntje gebruiken. Tracht dit zeker te bespreken
met de leerkracht. Studenten met TS in het middelbaar mogen vaak voor
alles een calculator gebruiken, zodat ze tijd winnen. Hierna kunt u
een uittreksel lezen uit ‘Teaching The Tiger’ een Amerikaans handboek
over de mogelijke leerproblemen bij kinderen met TS, OCD en ADHD, en
wat er aan gedaan kan worden. Vriendelijke groet, de redactie.
Rekenstoornissen bij kinderen met Tourette.
Het gaat meestal om een fundamenteel geheugenprobleem
waar ze niet zomaar zullen uitgroeien. Het heeft met de algemene intelligentie
niets te maken, en komt vaak voor bij Tourette en/of AD(H)D en
OCD.
Men zou kunnen zeggen dat het geen leerstoornis is,
want ze kunnen wel leren, maar een aanleerstoornis. De stof moet m.a.w.
op een andere wijze aangeleerd worden.
Deze kinderen hebben vaak moeite met het volgende:
- Inzien dat alles kan geteld worden: mensen, voorwerpen…..
niet alleen getallen.
- Ze denken vaak dat er enkel van links naar rechts kan geteld
worden, of enkel voorwerpen die naast mekaar staan.
- Oefening: je laat een pop of beer een aantal voorwerpen tellen van
rechts naar links, per 2, dan telkens 1 overslaand (zolang alles maar
geteld is). Het kind telt terwijl mee.
- Ze hebben problemen met het kortetermijngeheugen.
Dit kan u zo vaststellen: laat de pop tellen en het
kind moet zeggen of ze ‘juist’ of ‘fout’ geteld heeft.
- De pop moet 6 voorwerpen tellen en zegt: ‘1,2,3,4,5,’ en bij het
laatste ‘6, 7’. Ze telt het laatste voorwerp dubbel. Het kind dat
meegeteld heeft merkt dit onmiddellijk en zegt ‘fout’.
- De pop telt een nieuwe reeks van 8 voorwerpen. Ditmaal telt ze het
eerste voorwerp dubbel en eindigt dus met 9. Dit zal het kind met
een rekenstoornis meestal niet gemerkt hebben. Misschien even, maar
tegen het einde van de telling is het dit reeds lang weer vergeten.
Bij een opgave zoals 2+3 gaat er allerlei informatie
tegelijkertijd door het hoofd van het kind:
- 2 ? 3 ? dan zal het wel 4 zijn (volgorde van getallen)
- 2 ? 3 ? dan zal het wel 5 zijn (optellen)
- 2 ? 3 ? dan zal het wel zes zijn ( vermenigvuldigen)
- enz.
Meestal wordt er dan maar lukraak één van de mogelijkheden
gekozen.
Mogelijke oefeningen en strategieën.
Steeds maar de tafels herhalen of veel oefenen
heeft meestal een averechts effect, want het creëert extra stress.
- Belangrijk is: leren tellen per twee: 2, 4, 6, … per 5, per 10,
en achteruit tellen.
- De vraag omkeren: i.p.v. hoeveel is 10 + 7, vraag je: met welke
2 getallen zou je 17 kunnen vormen (9+8 is hier dus ook correct).
- Vraag regelmatig hoe het kind tot de door hem gegeven oplossing
gekomen is. Zo ziet men waar het fout loopt, of het een gok is, ofwel
dat hij de juiste strategie te pakken heeft.
- Werken met een houten kader waarin steentjes of knikkers liggen.
Afwisselend knikkers laten wegnemen of bijvoegen, groeperen per 2,
enz. Dit werkt zeer aanschouwelijk.
- Extra aandacht voor: 5x6 = 6x5 3x4 = 4x3 enz.
- Aandacht voor woord versus getal: twee = 2, drie =3, enz.
- Kinderen met TS en aanverwante stoornissen begrijpen beter ‘hoger’
é , ‘lager’ê , i.p.v. ‘groter dan’, ‘kleiner dan’.
- Vooraleer het kind een oefening maakt, kleurt hij of zij met een
markeerstift het mathematisch teken, bvb. : het - teken rood,
het + teken groen, X teken blauw, : teken geel. Geef het kind een
steekkaart waarop deze tekens (groot) in de juiste kleur zijn aangebracht.
- Laat het kind de oefeningen verwoorden terwijl het werkt, thuis
hardop, in de klas mompelend. Dwing het echter niet indien het niet
wil.
- Gebruik papier met grote ruiten, of gelijnd papier dat een kwartslag
gedraaid wordt, zodat men kolommen bekomt. Plooi het papier in 4,
en laat 1 oefening per vakje maken.
- Laat het kind indien mogelijk geen opgaven overschrijven van het
bord of uit een boek, maar zorg dat het een kopie kan nemen van iemand
anders of bezorg het zelf een kopie.
- Geef minder huiswerk, want ze zitten er meestal enorm lang aan,
raken dan ontmoedigd. Thuis is dit voor het hele gezin extra belastend.
- Toetsen kunnen eventueel apart afgenomen worden (door een andere
leerkracht, in een ander lokaal?) waarbij de oefeningen stuk voor
stuk aangeboden worden. Geef het kind feedback na elke oefening. Duid
bij de verbetering de juiste oefeningen aan met een teken. Zet geen
streep door de foute oefeningen. Dit werkt bemoedigend voor het kind.
- Leer het kind werken met een calculator. Deze moet voldoende grote
toetsen hebben. Hou er rekening mee dat een tic in de handen toch
nog fouten kan veroorzaken. Leer het om na elke oefening even de uitkomst
te controleren op de calculator.
Wanneer het kind geslaagd is voor een toets,
bvb. : de tafels tot 10, dan mag het van dan af steeds de calculator
gebruiken voor dit soort oefeningen. Zo komt er ruimte vrij om nieuwe
gegevens op te nemen.
In sommige gevallen is het noodzakelijk om deze
kinderen steeds een steekkaart te laten gebruiken voor optellen en vermenigvuldigen.
Door deze steeds te gebruiken leren ze op de duur, op een niet-belastende
manier, hun tafels en sommen automatiseren.
Redactie: de leerkracht van Stefaan heeft zich akkoord
verklaard met het gebruik van fiches. Stefaan moet niet meer oefenen
op stof van het vorige jaar. Goed zo!