Jarenlang lig ik al met mezelf overhoop. Ben ik te flauw
of ben ik te streng of komt het omdat oma doodgegaan is toen hij zes
was of is het omdat hij de jongste is of, of, of,... Soms had ik zin
om op te geven - "Ik steek hem in een internaat!!!" - maar de speciale
liefde voor dit onmogelijke kind dat toch zo lief kon zijn, was sterker
dan al het andere.
Maar dikwijls was het moeilijk. Zeker toen de diagnose
gesteld werd en ik wist dat hij medicatie moest krijgen. Wij die nooit
medicatie gaven, die zo natuurlijk mogelijk leefden en alleen homeopathie
gebruikten en nu plots: Dixarit, Orap, Haldol,...
Heel erg was ook altijd de commentaar van buitenstaanders,
goed bedoeld of slecht bedoeld. Eigenlijk kan ik alle commentaar missen
maar ik kreeg hem toch: subtiel, medelijdend of berispend, in de zin
van: mijn zoon zou zo niet zijn als:
-
Ik hem meer slaag gegeven had. ("Bij mij zou dat
niet waar zijn!")
-
Ik hem minder slaag gegeven had. ("Je bent te streng!")
-
Ik hem geen suiker zou geven. ("Suiker maakt kinderen
hyperactief!")
-
Ik hem niet met ‘Masters of the Universe’ had laten
spelen toen hij drie jaar was. ("Dergelijk speelgoed heeft een slechte
invloed!")
-
Ik uit werken zou gaan. ("Je bent teveel bij hem!")
-
Ik meer thuis zou zijn. ("Zo'n kind heeft zijn moeder
heel de tijd nodig!")
-
Enz., enz.,...
Iedereen heeft er een mening over en soms zijn diegenen
die er het minste van afweten de eersten om ze u eens uitgebreid mee
te delen.
(‘Van diegenen die niets te zeggen hebben zijn zij
die zwijgen het aangenaamst, ’ vind ik een prachtig gezegde!)
Voordat de diagnose van TS gesteld was, was ik zeer gevoelig
voor deze kritiek omdat ik zelf twijfelde. Nu kan het mij niet meer
raken en zeg ik steeds kalm en duidelijk wat er aan de hand is.
Mijn zoon zou niet zo zijn als.…..
Wel ik wou dat ik het antwoord wist! En er zijn zeker
nog honderden ouders die dezelfde lijdensweg doormaken. Alleen (h)erkenning
en begrip kan het voor hen een beetje draaglijker maken.
Daarom is het belangrijk dat TS bekend wordt, opdat de
mensen wat meer medeleven en geduld zouden kunnen opbrengen voor deze
energieopslorpende kinderen en, als het even kan, ook voor hun
uitgeputte, geradbraakte ouders die het toch volhouden omdat ze net
als andere moeders en vaders zo enorm veel van hun kind houden.