home  
  home   zoeken   contact  
Hoofdpagina
 
Minerva
Augustinus
SSR
Catena
Quintus

MASCQ Debattournooi

De opzet
Het MASCQ debat zal plaatsvinden volgens de regels van het Nederlands Parlementair debat. Dat betekent dat er twee partijen van twee personen zijn; een voorstander of regering, en een tegenstander of oppositie. Het is de taak van de regering om een goed onderbouwd en nieuw plan te presenteren, terwijl de oppositie dit plan onderuit zal proberen te halen. Tijdens het debat mag men elkaar niet onderbreken. Het is dus geen debat zoals we dat bijvoorbeeld bij het Lagerhuis zien, waar de voor- en tegenstanders elkaar voortdurend mogen onderbreken. De volgende volgorde wordt bij het MASCQ debat aangehouden met betrekking tot de spreekbeurten:

1. Opzetbeurt van voorstander één. 3 min
2. Opzetbeurt van tegenstander één. 3 min
3. Opzetbeurt van voorstander twee. 3 min
4. Opzetbeurt van tegenstander twee. 3 min
5. Conclusie van tegenstander één. 1 min

6. Conclusie van voorstander één. 1 min


Standaard geschilpunten
De rode draad van het debat bestaat uit de vier standaard geschilpunten welke de voorstanders geloofwaardig moeten maken en de tegenstanders juist in twijfel moeten trekken.

De vier standaard geschilpunten zijn:
1. De huidige situatie is problematisch.
2. De problemen in de huidige situatie zijn onlosmakelijk verbonden met het huidige beleid; ze zijn inherent.
3. Het voorgestelde zal de huidige problemen oplossen.
4. De voordelen van dit beleid wegen op tegen de eventuele nadelen.

De stelling

Tijdens het finaledebat in het Kamerlingh Onnes Gebouw zullen alle stellingen in het teken staan van ‘kwaliteit in het universitair onderwijs’. De exacte stellingen zullen echter pas vijftien minuten van tevoren bekend worden gemaakt. Dit geldt ook voor de rol die de partijen hebben; voor- of tegenstander. Er is dus relatief weinig tijd om je verhaal voor te bereiden. Het succes zal voor een groot deel afhangen van je welsprekendheid en improvisatievermogen. Dit houdt het debat spannend en levendig.


De voorstanders
De voorstanders beginnen het debat. De voorstanders hebben het recht de stelling te definiëren. De stelling moet wel altijd discussieerbaar zijn en grammaticaal kloppen. Mits goed onderbouwd kan het definiëren van de stelling een groot effect op de rest van het debat hebben, ten gunste van de voorstanders. Een voorbeeld ter verduidelijking. Stel, je krijgt de stelling “Sport moet meer worden gesubsidieerd”. De voorstanders mogen dan definiëren om wat voor sport het gaat. Alle soorten sport, alleen amateursport, of juist één specifieke sport, zoals bijvoorbeeld korfbal? Tijdens de eerste opzetbeurt zetten de voorstanders hun case neer. Dit gaat met behulp van de vier genoemde standaard geschilpunten. Van de vier punten moeten de eerste drie in de eerste opzetbeurt behandeld worden, de vierde mag ook pas in de tweede beurt aan bod komen. Het is van groot belang dat de voorstanders duidelijk hun punten naar voren laten komen. Lukt dit niet, dan hebben zij het debat al bij voorbaat verloren.


De tegenstanders
De tegenstanders moeten één van de standaard geschilpunten onderuithalen. Is bijvoorbeeld het probleem onderuitgehaald, dan kloppen automatisch de drie navolgende punten niet meer. De tegenstanders mogen ter versterking van hun verhaal ook nieuwe argumenten tégen de stelling inbrengen. Dit moet echter wel in de eerste opzetbeurt gebeuren, zodat de voorstanders er nog op kunnen reageren. Wanneer de tegenstanders één van de standaard geschilpunten onderuit hebben gehaald, hebben zij het debat gewonnen.

 

De conclusie

In de concluderende beurt geven beide partijen een korte samenvatting van het debat. Ze geven aan wat de voornaamste geschilpunten waren, welke argumenten zijn aangedragen, en hoe deze zijn weerlegd. Uiteraard geeft iedere partij ook aan waarom ze heeft gewonnen. Het is absoluut níet toegestaan om in de conclusie nog nieuwe punten aan te voeren. Merk tenslotte nog op dat na de opzetbeurt van tegenstander twee, de andere spreker van de oppositie ook gelijk haar conclusie moet geven. De oppositie heeft hier dus eigenlijk twee beurten achter elkaar.

 

Tip

Een oud gezegde uit de debatwereld luidt: Say what you are going to say, say it, and say that you have said it!