|
In dit huis wil je blijven wonen en sterven. Je moeder schonk je de luiken, je vader Heeft tot zijn tachtigste in de tuin gespit.
Nu zijn ze verdwenen ergens in jou, op een plek Waar ze niet moeten dubben en peinzen En waar ze in een lieve stilte luisteren Naar een lang ironisch verhaal.
Ze overwegen te verhuizen naar je kinderen.
*
Tijd: uiteindelijk Zijn we er zonder wrevel in gevangen, Samen in dat kleine huis, verzoend Met de jaren van blindheid en schuld, Bevrijd Van de sintvitusdans Op het ritme van de angst
Van buiten de muren komt ons een geruis. Is het de wind? Of is het de nacht waarin we, Tijdloos ver in de ruimte, Nooit meer blind zijn, Nooit meer schuldig.
|
|